Sommige woorden worden pas geschreven wanneer het bijna te laat is. Dat bleek ook uit de inzendingen voor onze schrijfwedstrijd De laatste brief. Jullie schreven over afscheid, geheimen en woorden die soms jarenlang onuitgesproken blijven.
We lazen brieven vol liefde, verlies, verrassingen en onthullingen. Verhalen waarin één laatste brief genoeg was om alles in een ander licht te zetten. Na het zorgvuldig lezen van alle inzendingen bleef één verhaal ons in het bijzonder bij.
De winnaar: Astrid S.
Met haar verhaal Afscheid wist Astrid S. de opdracht op een bijzondere manier tot leven te brengen. De brief vormt het hart van het verhaal en laat zien hoeveel gewicht woorden kunnen krijgen wanneer ze misschien voor de laatste keer worden geschreven.
Astrid S. wint een boekenbon van €30, een exclusieve publicatie en spotlight op onze website én een jaar Goldmembership.
Afscheid
door Astrid S.
Leidschendam, 14 juni 2026
Beste collega’s,
Zoals jullie ongetwijfeld hebben gemerkt: ik ben weg. Geen lid meer van het basisteam en geen politieagent meer. Weg blauwe pet. Schluss. Het hoofd Bedrijfsvoering heeft me aangeboden om dit te vieren met jullie, maar daar heb ik voor bedankt. Sorry! Ik weet dat ik jullie hiermee een borrel met een schaal bruin fruit door de neus heb geboord, maar ik kreeg het Spaans benauwd bij het idee van afscheidsspeeches (en ja, ook van jouw practical jokedie jij mij ongetwijfeld had bezorgd Anton ;-).
Twintig jaar bij de politie en nu weg. ‘Zeker een midlife crisis’, hoor ik jullie denken, maar dat is het niet. Wat het wel is, wil ik jullie uitleggen in deze brief. Bij ‘collega in nood’ waren jullie er altijd voor mij, dus dit is het minste wat ik kan doen nu ik er tussenuit ben geknepen.
Geen midlife crisis dus en ook niet de aanrijdingen met letsel. Al waren de gevolgen van de aanrijdingen op het spoor ronduit gruwelijk. Ik herinner me een melding net nadat ik surveillant af was. Vlakbij station Moerwijk waren Jaap, die al enige tijd geleden met pensioen is gegaan en ik als eerste ter plaatse. Het beeld van wat we daar aantroffen kan ik na al die tijd nog goed voor de geest halen. Wat het erger maakte, was dat wij, bij gebrek aan een slachtofferbejegenaar op dat moment, de moeder moesten informeren over de keuze die haar zoon had gemaakt. Onder het mom van ‘eens moet het de eerste keer zijn’ vond Jaap dat ik het woord moest voeren. Hij gaf me nog eens de tips uit het handboek mee: direct en open communiceren, veiligheid creëren en gepast doorverwijzen. De arme vrouw stortte na mijn woorden ‘zoon’ en ‘voor de trein gesprongen’ al volledig in. De collegiale opvang en professionele nazorg hebben mij geholpen, maar daar kreeg deze moeder haar zoon niet mee terug. Later kwam ik erachter dat deze jongen in de wijk systematisch was gepest door zijn leeftijdsgenoten.
Het zijn ook niet de burenruzies. Herinner je nog de meldingen uit die straat in de Stationsbuurt Joke? Het explosief dat was afgegaan voor de deur bij een voor ons bekend persoon bleek het ontstekingsmechanisme te zijn voor een ruzie waar uiteindelijk de hele straat bij betrokken was. Wat mij vooral verbaasde was de manier waarop deze mensen met elkaar omgingen. Was dit vooral vanuit ‘stichting eigen belang’ of lagen hier angsten onder? De angst om het weinige dat je hebt ook nog eens te verliezen door zo’n onverlaat van een buurman?
Het zijn ook niet de verkeerscontroles. Al kon ik er niet bij dat sommige mensen die al een rij-ontzegging hadden tóch weer onder invloed achter het stuur in onze fuik terechtkwamen. Doe dat nou gewoon niet, dacht ik vaak totdat jij, Aad, mij bij één zo’n controle vertelde over jouw oom die na de scheiding van zijn vrouw vereenzaamde en niet meer van de drank af kon blijven.
Het zijn ook niet de verwarde personen. De demente oudjes bracht ik met liefde weer thuis, alhad ik wel moeite om het verdriet te moeten zien van partners die vertelde dat er nog steeds geen plek was in een verzorgingstehuis voor hun geliefde. De personen die te kampen hadden met psychiatrische problemen, vaak in combinatie met verslaving en die we vaak schreeuwend op het dak van een huis of in een sterk vervuilde huurwoning aantroffen, kon ik altijd nog zien als mens. Een mens met de behoefte aan de veiligheid van een instelling zoals we die vroeger nog hadden in ons land.
Het zijn ook niet de keren dat ik na een melding van meestal winkeliers bij het staande houden van een groepje jongeren werd beschuldigd van etnisch profileren. Ik ben ook puber geweest en ik begrijp het sentiment aan de kant van die jongens én het sentiment aan onze kant. Ik herinner me de gesprekken die we hierover hadden na de Virtual Reality trainingen. Het zou goed zijn als deze jongens meer kansen zouden krijgen in het leven.
Het is ook niet mijn nevenfunctie bij de mobiele eenheid. Bij grootschalige evenementen, demonstraties en voetbalwedstrijden stonden we er met en voor elkaar, de adrenaline deed de rest. Bij de inzet op de Hoefkade bij het kampioensfeest van ADO (hoe is het mogelijk Rendra en John 😉 hebben we volgens het tekstboekje charges uitgevoerd om de menigte te verspreiden en hadden we ook de orde binnen no time hersteld. Nee, dan die rellen op het Malieveld. Zo’n jongedame als ‘Els Rechts’ die de demonstratie had georganiseerd waarvan ze hoopte dat mensen het gezellig zouden hebben en die zegt dat je nooit moet buigen voor angst: ze mag blij zijn dat wij dat niet deden toen haar feestje werd verstoord door mannen, al dan niet rechts-extremistisch, die niet zo gezellig waren. De beelden die ik achteraf zag van het excessieve geweld dat tegen ons werd gebruikt, brachten mij wel erg dicht bij het neerleggen van mijn blauwe pet.
Toch was dat het ook niet. Wat het dan wel was? Een aantal maanden geleden waren José en ik het dichtst in de buurt van een plek langs de A12 waar een bestuurder, later bleek de vader, de auto langs de kant had gezet, omdat zijn vrouw in de auto aan het bevallen was. De ambulance was nog onderweg. Jij, José, twijfelde geen moment en gaf gelijk plankgas. Ik was zo blij dat ik jou als collega én moeder van twee kinderen aan mijn zijde had! Eenmaal bij de auto aangekomen wist je precies wat je te doen stond. Ik had de afzetkegels uit de kofferbak gehaald en op de vluchtstrook gezet. Eenmaal terug bij de auto hoorde ik je roepen dat het hoofdje er al was. Ik ontfermde me bij onze auto over de vader die in paniek was. Hij wilde met mij bidden. Een bijzonder verzoek dat ik nog nooit eerder had gekregen maar waarin ik hem direct volgde. Op het moment dat ik in de verte de ambulance aan hoorde komen, overstemde het gehuil van de baby de sirenes. Ik liep samen met de vader naar de auto en wierp een blik op de achterbank van de auto en zag net dat jij de baby met navelstreng en al op de borst van de moeder legde. Dat beeld van zo’n kwetsbaar klein mensje dat de warmte van de moeder had hervonden en dat zielstevreden was met de situatie daar langs de A12 ga ik mijn leven niet meer vergeten. Dat prachtige, kleine kindje dat een meisje bleek te zijn, gunde ik haar hele leven die tevredenheid. Moeder en dochter werden voor controle meegenomen naar het ziekenhuis door onze collega’s van de ambulance en de vader reed, nadat hij ons honderd keer had bedankt, achter de ambulance aan. Eenmaal thuis onder de douche werd ik bewust van het contrast tussen het beeld van dat kleine, mooie en tevreden meisje aan de ene kant en onze samenleving aan de andere kant. Onze maatschappij is in veel hoeken en gaten verrot. Daar weten jullie alles van. Het grootste deel van onze diensten zijn we aan het dweilen en het lijkt alsof niemand de kraan dicht wil draaien. En dan zijn er ook nog eens figuren van allerlei pluimages die zagen aan de poten van onze democratie…
Het is niet dat ik niet meer wil dweilen, maar ik wil liever helpen om die kraan dicht te krijgen. Nadat ik die avond uit de douche kwam, heb ik gelijk een gesprek gevoerd met Baukje. Daaruit kwamen de afspraken dat zij de komende jaren fulltime zou gaan werken en dat ik aan de slag zou gaan als leerkrachtondersteuner en tegelijkertijd de deeltijdpabo zougaan volgen. Inmiddels heb ik mijn eerste maand op de basisschool en de eerste lessen op de pabo achter de rug. Ik weet nu al dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Als ik eenmaal zelf voor de klas sta, hoop ik de resterende 25 jaar van mijn werkende leven leerlingen te kunnen inspireren om met respect met elkaar en hun omgeving om te gaan. Hoe goed zou het niet zijn als zij op durven te staan als een klasgenoot wordt gepest of wordt buitengesloten? Als zij nieuwsgierig zijn naar de ander en zich niet alleen tonen in de sociale media, maar zich ookmet de ander verbinden? Als iedereen dat doet, dan kunnen we de verrotting van onze samenleving en de wereld in de toekomst terugdringen.
Ik hoop dat jullie daar in jullie werk nog wat van zullen gaan merken.
En had ik al gezegd dat ik jullie vreselijk ga missen?
Tot slot nog een advies in het plat Haags, dat ik zeker ook ga missen: zorg goeâh veâhmekaâh en pleuteâh dâppâh doâh! J
Veel groeten van jullie ex-collega,
Johan
Dank aan alle deelnemers
Dank aan iedereen die heeft meegedaan aan De laatste brief. Jullie lieten zien dat een brief veel meer kan zijn dan woorden op papier. Soms is het een afscheid, soms een bekentenis en soms juist het begin van iets nieuws.
Blijf schrijven, blijf verrassen en vooral: blijf die woorden opschrijven die anders misschien ongeschreven zouden blijven.