Sjors Boesch door R. van de Struik; ‘We noemen hem Kees’
(juni 2025 – april 2026)
- We noemen hem Kees
- II
- III
- IV
- V
- VI
- VII; ‘melancholia’
- VIII; continuïteit
- X; ‘The story that has never been told’
- XI; ‘de zaak’
- XII; keer-op-keer
- XIII; tafelblad
- XIV; vers 173
- XV; vers 173-II
- XVI; vers 76-IV
- XVII; vers 201
- XVIII; vers 832-III
- XIX; vers 006
- XX; voorstellingen
- XXI; zelfgeweven wolken (revisie okt25)
- XXII; vers 027
- XXIII; vers 742
- XXIV; vers 283 (revisie jan25)
- XXV; helder punt
- XXVI; Kees was hier II (+Latijnse versie)
- XXVII; sokken netjes opgetrokken
- XXVIII; woorden zonder inhoud
- Leven als Kees
===
We noemen hem Kees
de boomer aan de bar met z’n jazz
zelfs een vestzak met aansteker
zeker voor de sigaar bij de whisky
hoegenaamd geen blauwe cent op zak
doch dagelijks drie glazen in het café
het zou scheef zijn als hij de taxi nam
hij zucht zich over de krakende vloer
in de kamer met de typemachines
op de tafel voor het raam en de fles
levend in de brieven aan vrienden
drie of vier zullen er nog om geven
die er een zeker genoegen aan beleven
geen platen en boeken over of ideeën meer
ook handen en hersenen willen niet mee
met wat soms een oprisping heten mag
de boomer op zijn volgescheten balkon
de zon natuurlijk achter grijze wolken
de regen staat hem nader dan de schijn
===
II
de inhoud van de asbak
in de vuilniszak
om deze avond nog aan straat te zetten
met alle herinneringen erbij
zodat overgebleven vrienden niet zeggen
dat hij deze nacht van eindelijk sterven
belachelijk veel gerookt heeft
maar hij weet niet
wat hij met de leegte
en bijbehorende flessen doen moet
als glasbakken langs eenzame wegen voeren
dan doet zijn onverzoenlijke uiterlijk
wellicht het vermoeden aanwakkeren
dat hij dat makkelijk zelf aanpakt
en doet
maar niets is minder waar
met zwaar vereelte voeten
vergroeide kalknagels
alsof ze zijn doodskist komen voelen
zijn knieën zich al voorbereiden
op wat deze uren nog bieden willen
met dien verstande
dat het ook echt
met recht de finale poging tot ‘closure’
van het verhaal
van niet wakker worden blijft
want het moet nu echt afgelopen zijn
met het gekoketteer
rondom zijn einde
dus kijkt hij naar de veroorzaakte scherven
die door zijn handen zijn heengegaan
en besluit dat zijn bestaan
zin heeft gehad
hij rookt nog een sigaret
of wat
en luistert naar jazz
===
III
met zijn hoofd op de tafel
de asbak omgedonderd
van het tapijt was niks over
om te verbranden
zijn laatste adem lag
opgedroogd
als een vlies te wachten
om weggeveegd te worden
de mouwen van de agent
die de melding kreeg
waren echter opgestroopt
om alle tatoeages te showen
wie er bleker was
zij of de man met de afvalpas
in zijn vergeelde vingers
om de redenen van zijn dood
naar buiten te brengen
zijn ingesleten grimas
was het eindelijk gelukt
om iemands dromen te bereiken
===
IV
Niets kon de stank van de dood uit haar neusgaten verdrijven.
De man had daar dagen gezeten,
zijn hoofd gedragen door de tafel,
waarbij één hand op schoot was beland
en de ander loos voor de grond koos,
terwijl hij,
op een gammele stoel gezeten,
niet lang voor het tijdstip van overlijden
gedronken,
gerookt
en ovenfrikandellen verorberd had,
-met mayo;
een jazz-cd stond op
repeat,
-gelukkig was het deze keer eens niet
van die creepy neoklassiek;
en er brandde één lamp exact
boven het lichaam,
het plaats delict,
dat zicht op de toedracht,
een tik op het achterhoofd,
maakte de blik op zijn gezicht
anders dan verwacht.
Evenals
wat ze later in de vuilniszakken vonden
die klaarstonden om afgevoerd te worden:
naast bierblikken,
sigarettenpeuken,
drankflessen,
zeker zeshonderdzesenzestig pagina’s
aan sterke verhalen,
poëtische pogingen
de levensobstakels welsprekender te beschrijven,
inloggegevens voor meerdere accounts
op Gedichten.nl.
===
V
met hervonden élan
de stramheid kwijtgeraakt
onderweg van de troosteloosheid
en doordrammende levensvragen
naar de onverwachte Petruspoort
ooit vond hij de Costa del Sol vol
maar als hij toen had geweten
hoe deze arme zielen erbij hebben gezeten
al die tijd die hij in eenzaamheid
de jazzgiganten doldraaide (uit nijd)
met zijn fingerspitzengefühl
voor de fijnste snaartjes in de laatjes
die hij openzetten kon door letters
om te vormen tot woorden zonder
de lezers in keuzes mee te nemen
zo zou hij zich dan ook de hemel in kletsen
proberen de juiste figuren niet te kwetsen
maar hen te raken met pure verhalen
over de onverdiend zware taken
voor zijn zwakke voeten geworpen
===
VI
verwachtingsvolle gedachtes
die hij vaak heeft gehad
zelfbedachte antwoorden
waar hij het mee deed
avonden vol verlangens
bleekjes verdicht in rookwolken
met nevel gevulde glazen
zoals jazzblazers dat razend konden
van maat wisselen
rondgebreide dwaze bedenksels
stekelige heksenafrekeningen
beledigingen aan adressen
en nog vreemdere dingen
maar binnen de grenzen
van het acceptabele
terugkeren naar het thema
over ontkenningsverbreding
waar hij in was verdiept
inclusief zendingsdriften
welke hij niet meed
dagenlang losgezongen
steeds meer verlicht door breingolven
door schuld gedreven innemend
ineengezegen in dat schrale licht
slot-improvisatie
geuite grieven
uit niet verstuurde brieven
gelieve niet te delen
===
VII; ‘melancholia’
van zelfvervreemding verworden
tot steen verfrommeld in één
groengele achtergrond (op tv)
manifesteert zich oud zeer
de verdichtingen
de bewijslastfoto
de schrijfwratten
de vuilnisbrieven
die bewuste eindpositie
keer op keer weer
dat ongrijpbare dossier
in Morpheus’ strijdklare
bezwerende klauwen
dit gejeremieer
over ingekorte stoelpoten
afgezaagde lange zinnen
gebroken met alle vrinden
bezinning uit plichtsbesef
in de betreffende papieren
hier en daar verscheurd ja
zeker klaar met dit leven
maar gezien zijn verleden
geen heel vreemd gegeven
echter las ik in zijn woorden
toen
de voor oplichting gezwichte toon
nog niet
der vermoorde swingdichter
die hij bedacht had
te willen zijn
===
VIII; continuïteit
‘the truth of the story
lies in the details’
de meelevende brieven
die mij hebben bereikt
betekenen zoveel
dat ik alsnog bezwijk
soms gewoon lief
vaak positief kritisch
af en toe lyrisch
een deel negatief
de bewuste brieven
die ik opnieuw bekijk
vertekenen geheel
mijn kijk op het lijk
soms gewoon vies
vaak recherchetechnisch
af en toe sofisch
een deel defensief
nu lees ik de brieven
door ogen die zijn verrijkt
berekenend en deels
met bevooroordeelde kijk
soms gewoon diep
vaak swingend poëtisch
af en toe fobisch
een deel reflectief
===
X; ‘The story that has never been told’
Mijn muziek mag dan anders zijn,
luider naar de gebruiken van de tijd,
zij doet het goed,
zij danst door mijn kamer,
amper minder dampend
dan hoe zijn jazz zal hebben gegalmd.
Zijn woorden gelegd
langs ijl opstijgende toonladders,
de fijnbesnaarde ritmes
in secties van grote sinecure,
van pure agressie en stilte
tot de warmste streling.
Ik geloof
in zijn helende werking:
poëzie
die hij niet nalaten wilde,
de zinnen
waarin hij de tijd optilde,
de beelden
vol vergeelde rafelranden,
zij kunnen
bruggen slaan tussen
zijn hemel
en onze grondtonen.
Ik blijf in zijn zinnen zoeken
naar een betekenis,
een verbeelding,
van schoonheid
en ongeneselijke liefde,
tegen de bevelen in;
wars van de aanbevelingen
der geüniformeerde experts.
===
XI; ‘de zaak’
weer een nacht
abominabel geslapen
ik lag daar voor apegapen
denkend aan ‘de zaak’
aan dat verse eelt
op de toppen
van zijn linker vingers
hij moet
vlak voor zijn dood nog
hebben gespeeld
‘deinend als de zee’
in zijn laatste gedicht
bekommert hij zich
slechts om de melodie
boven elke ritmiek
en zelfs thematiek
die
amper ter zake doet
dit moet goed
tot mij doordringen
ik moet stevig voort met drinken
uit zijn mateloze verzen
alle fris getapt
de smaak van insomnia
intussen is bitter maar
zijn ingesleten grimas
zoals het was
in het licht van die enkele lamp
wordt pas rampzalig zodra
die de grens van
mijn dromen heeft bereikt
===
XII; keer-op-keer
Amper nog gedragen,
noch door wilskracht,
uitgeschakelde spieren
en ondefinieerbare pijn,
al beschrijft hij, zich
keer-op-keer verliezend,
in detail,
in passende woorden,
zijn ongehoorde verhaal,
één aaneenrijging van gruwelijk
eenzaam leed onder een dekkende mantel;
en de hemel
die hem nooit goed gezind kon zijn
volgens regels der aardse malloten.
Zijn dagelijkse taaltirades,
parades van mythisch kennisniveau;
andermans flaters naadloos filerend
als een vers
in mootjes gehakt mak-reeltje
of andersoortige prul-ariaatjes;
hoe hij platgeslagen krop- of veldsla-
geblabla wist op te kalefateren,
-zonder waterverspilling,
doch doorwoordspelingen!
tot excellent Jazziaans-slaatje
met exalterende aanvallen van de Hoge C-smaak,
verraden een totaal gebrek
aan wereldvreemde eenkennigheid
of andere leeftijdswaanzin,
hooguit
bewuste afwezigheid
bij feitelijk afgrijselijke sociale verplichtingen
waartegen menselijke organismen
ontegenzeggelijk slecht zijn opgewassen.
Intussen hangen mijn armen op de tafel,
-loslaten is een populair thema-
mijn vingers willen zinnen blijven schrijven,
stapelen De Bergmannen hun ruige riffs
als antigif voor de dreigende afdaling mijner gemoed,
maar het komt goed:
één dezer dagen zal
de ware toedracht van zijn einde,
en wat daaraan voorafging,
boven komen drijven,
sublimeren uit zijn harde woorden,
als gedachtenwolken
óns doen verstijven.
===
XIII; tafelblad
in het tafelblad
gesleten zweetdruppels
waar hij immer zat
met strijd tussen gedachten
het leed onder gevoelens
in worstelende woorden
verbredend uitbeeldend
kervend in de wortels
van de betekenis
van elke zin
van levenspaden
vergeten zuilbubbels
als zwarte gaten
de tijden van ontwijding
de kuil van de vooruitgang
door voortschrijdende verzen
welluidend neerbuigend
duikend in de diepte
van de bekentenis
van ieder mens
dat geschreven werk
eenvoudig doch dubbel
als zinnige kerk
vol vrijheid van verachting
een tocht door de verwoesting
van regelrechte regels
doorwrochte doordrammers
lonkend naar het waanbeeld
van inhoudelijkheid
van alle tijd
===
XIV; vers 173
*173*
‘De wereld draait niet om mij
maar om dan te concluderen
dat ik om de wereld draai
zaait onnodige verwarring
omtrent de baan waarin
vanuit willekeurig perspectief
ik verkeer in het heden
wanneer deze woorden
tot leven gelezen worden.
Dat leven wacht niet op mij
maar om dan uit te proberen
of ik op dat leven wacht
bracht overbodig vertraging
gedurende het jaar dat
vanwege coronaire problemen
ik het verleden vergat
zoals deze zinnen
met de dooie dood beginnen.’
===
XV; vers 173-II
*173-II*
de aarde draait
niet om mij maar
de conclusie dat
ik om de aarde draaide
leidt tot kansloze confusie
over de rol
‘t perspectief waarin ik mij
dan bevind wanneer
woorden gelezen
over leven
worden
‘t zijn wacht niet
op mij maar
de poging om
te achterhalen of
ik
op ‘t zijn wachten zou
heeft onnozele verhalen
opgeleverd uit ‘t jaar
dat viroönlogica mij
alles op korte termijn
vergeten deed toen
elke dag bestond
uit mijn
niet-zijn
echter
in uitlevende lijve
scheen
===
XVI; vers 76-IV
*76-IV*
de boom vraagt
niets dan één
open blijvende
horizon
de aarde draagt
onder onze voeten
geen last
geen luisterende
frisse wind
-die waait
laat ons
niet storen door
het ritme dat
geen haast erkent
niets achterlaat
niets wil
slechts
eenvoudige nabijheid
het moment zijn
laat
dat natuur reageert
met stilte
===
XVII; vers 201
*201*
Griezels in hun waarde laten
doe je allesbehalve
door zeer Nederlands
als bange schapen
op drooggemalen land
om de zaken heen te blaten
Iedere griezel is van geboorte
evenveel waard
gelijkwaardig, maar
desalniettemin
niet gelijk, niet hetzelfde
noch een statistische werkelijkheid
Tegelijkertijd
is geen griezel uniek
wat een zieke postmodernistische gedachte lijkt
maar ver bovenaan
de broodje-aap-lijst prijkt
Bij wijze van spreken
zul je een griezel pas
serieus nemen als
je dekens van zelfgenoegzaamheid
doorzichtige streken der onzekeren
aftrekt
danwel doorbreekt
door het pantser
van zelfmedelijden steekt
Recht in het hart van de grootste smart
kunnen álle angsten verbloemen
tot gewilde boeketten
met melige draden als zinnen
en stampers van woorden die
eigen grond eerst bestuiven
in verlichte zwaarte van het
dichten der aardedonkere materie
voor wie zo’n griezelige handpalm
überhaupt nog lezen wil
===
XVIII; vers 832-III
*832-III*
zolang ik wacht tot de nacht
in alle zwaarte van zijn zwart
langs mij heen is gegleden
heroverweeg ik mijn verleden
heden en toekomst
alle felle kleuren die ik aanbracht
in de uitwisseling van gedachten
lachend om mijn eigen pretentie
zie ik hier en nu
de ontbrekende essentie
onverschrokken blijf ik staren
in die spiegel der zelfreflectie
de correctie opbouwend ervaren
de gevaren onder ogen zien
en tot bedaren komen
===
XIX; vers 006
*006*
De wereld flikkert
geen licht
verteerbare blaadjes
naar binnen,
noch daar buiten
-waar ook geen ziel huist.
Alleen het
onbesuisde niks
luistert indachtig,
nauw, als
de traag druppelende
dauw
op de ochtenden
waarop wíj wachten,
voor bij de poorten
als uitgefaseerde rozen.
‘Sta op, sta op!’
Ik hoor het
mijzelf uitstoten
als een zucht,
een straal,
licht
verwijtend,
gebundelde kunde.
===
XX; voorstellingen
voorstellingen in de lucht
verwachtingsvol het licht
onderliggende gevoelens
van de kanteling des tijds
door bla’ren van wilde haren
gerationaliseerde verdwazing
uitgeschreven redeneringen
in nood gevonden woorden
onomstreden feitelijkheden
vermijden uit sensitiviteit
voor iedere alternatieve
zogezegde werkelijkheid
niet gelegde puzzelstukjes
onvoltooide erkentenissen
al die bekende ergernissen
twisten over voorstellingen
===
XXI; zelfgeweven wolken
alles overziend
zelfgeweven wolken
uitgetelde patronen
opgepookte spoken
onverbroken leegtes
vergleden secondes
stilzwijgende eindes
opgeroepen bloed
beeldend gegraven
verstillende gloed
voorbijgaande aarden
vroegste verwildering
geklopte gemoederen
uitgerookt
vulkanisch
verblind
===
XXII; vers 027
*027*
de winterwind speelt
met witte wilde haren
en zilverlicht dwingt
als ingewikkeld garen
tussen de bladerloze
ontwortelde dromen
door tot de haarvaten
van ons levensidioom
ook de wolken zijn stil
uit de onwil tot breken
in aanstekelijk huilen
of meesmuilend gejaag
wat de vraag oproept
of dit heden wel bestaat
door een onhandigheid
in de poëtische spagaat
===
XXIII; vers 742
*742*
Voegen verkleuren in elk vertrek, in alle tijd
die richtingloos verstrijkt als je niet uitkijkt;
minder grijs blijft over, terwijl de afgeprijsde
tegels, in gebroken wit, als de schaduw van
de zilverreiger verder trekt, stuk voor stuk
breken in dit ijle winterlicht. Hij verrekt ‘t
de scheuren af te dichten; de regenbogen
vertakken zich door het nooit opgedroogde
cement, wat dit bad vol tranen gestalte gaf.
===
XXIV; vers 283
*283*
De nachtegaal kwam voorbij,
niet voor de eerste laatste maal,
door frasen als zwanenzang,
langzaam beslissende zinnen,
op ‘t witte sterfbed tollen
als in ‘n sterrenhemel.
De knoppen niet uit te zien rollen,
opkomende bollen niet laten knakken
onder volle billen,
knokige knieën
diep in de grond gedrukt;
tenen niet in vechtstand gestoken,
geen harkende vingers
in ’t frisse groen
van stikstof minnende planten
met doorns
die de vroeg ontluikende lust
verstikken in bloed
dat druipen en kruipen zou
langs de lippen
van uitgekomen bloemen.
Echter zure sokken van mensen,
allen ijlings betrokken gemaakt,
die zitting genomen hebben
op de reling van ’t sterven,
waar ‘t allemaal te bezien valt,
-behalve de nachtegaal.
===
XXV; helder punt
dorstig en stuurloos dobberen
op golven van ongezouten woorden
de bittere nasmaak van tranen
verdrinken in zurige snedigheid
de ijdele visie op een bloemenzee-idee
staren in die weifelende horizon
als rebellerende bruine blaadjes
elkanders tanden afbijten misschien
het ideaal van de verglijdende tijd
vergeten op een schaal van één
helder punt
naar deze kant van oneindigheid
===
XXVI; Kees was hier II
In een scharlakenrode weide
vol krokussen en paardenbloemen
hebben ze een prettige
en speelse gewoonte samen.
Zie ze schitteren
vol vuur
en vurige verzen
als de woede van een storm
en figuren die uitroepen;
zie uiteenlopende bedoelingen
van tegenstellingen
in antipoden ontstaan.
Zeker buitengewoon
somber van soort.
===
In prato coccineo
crocis et taraxacis pleno,
mos iucundum et ludicrum
simul habent.
Vide eos fulgere
plenos igne
et versibus igneis
sicut furore tempestatis
et figuris clamantibus;
vide varias intentiones
oppositorum
in antipodibus oriundas.
Certe natura
singulariter tristis.
===
XXVII; sokken netjes opgetrokken
pennen binnen handbereik
in lijn met de typemachine
haaks op de stoelpoten
die kaarsrecht geschoven
aan één zijde van de tafel
met vier kanten staan
gebrand om elk spiertje
precies te laten trillen
zoals de wil het beveelt
met licht op juiste sterkte
geluid tot een minimum
teruggebracht in vrijwel
volledig platte golven
ieder onwelkom oordeel
uit nevelige overblijfselen
weerkaatst als de diepte
bereikt en betrokken is
van halfgeleegde glazen
door vele gegeven namen
voor de grootst denkbare
ellenlange offerlijstenbrij
ontwijkende en vergeten
meegetorste baggerbergen
vertragen de verwerking
van de zilverglinsterende
modderstromen rondom
het hart dat maar niet
voor het leven buigen wil
het hoofd blijft beschrijven
wat de handen beetpakken
waar voeten doorploeteren
over voorgewoelde gronden
===
XXVIII; woorden zonder inhoud
Was het maar zo dat deze stralende lentezon,
al was het maar voor deze ene keer,
de belofte nakomen zou
waar in de geschiedenis al zo vaak over is geschreven,
een belofte die altijd onterecht en ongepast was.
Was het gefluit en gefladder van de vogels,
in en uit de struiken,
werkelijk helpend voor de wereld
en onze gevoelens,
zoals sommige vlinders beweren.
Was eerlijkheid werkelijk het langst houdbaar,
was elke versnelling van leugens terecht
een bron van kwelling voor ons,
wilden we ons maar vastklampen aan de waarheid,
die zich zachtjes verspreidde op een bedje van mos.
Was de mensheid niet in staat tot vernietigen,
bestond ze in deze dimensie niet,
maar wilde ze slechts de essentie herkennen,
begrijpen en inzien,
zodat de aarde niet hoeft gillen in doodsangst.
===
Leven als Kees
Het is waar
als het werkelijke licht allang verdwenen was
en zelfs het Belgisch blondje niet meer bitter smaken wilde
bevond hij zich daar
af en toe
in een verwaarloosbare toestand van aanwezigheid
niet zo raar
als je toch eens weten zou
wat het daglicht nooit kon worden toevertrouwd.
Het is waar
dat hij soms de duisternis der duisternissen inkeek
ondanks vrienden en haar liefde
hing hij daar
bij tijd en wijle
aan die uitstekende bergrand van alomvattendheid
het blijft raar
als je bedenkt
hoe dichtbij die stinkende goot liggen bleef.