door R. van de Struik; ‘bloemlezing jan-mrt 2026’
met: R.E.N.S., Sjors Boesch, Stoker, Laurent de Buisson, R. Delarbusto & (Bengt)
JANUARI
- R.E.N.S. hernieuwde vermenselijking (vrij naar G. Kouwenaar)
- R.E.N.S. ‘pragmaddictive; outdoor-living’
- R.E.N.S. het wiel
- R.E.N.S. echo van de vlinder
- Sjors Boesch – rukwind
- R.E.N.S. verademing
FEBRUARI
- R.E.N.S. De muren spreken niet,
- R.E.N.S. de kale beuk
- Stoker – bodems in zinnen
- Laurent de Buisson – ganzenei III
- R.E.N.S. tuinthuisje
- R.E.N.S. tekentafel (terug naar)
MAART
- R.E.N.S. geschikte metaforen
- R. Delarbusto – een hand kan zacht zijn
- (Bengt) – echo van een nimf
- (Bengt) – boos blatende schapen
- Stoker – geen happy end
- Stoker – Hij wil helemaal niet bezig zijn
- R.E.N.S. het onbedoelde zelfportret
- Stoker – Est mare infinitum; Er is een oneindige zee
- Sjors Boesch – Leven als Kees
===
hernieuwde vermenselijking
Laten wij de fouten niet nogmaals witwassen
niet nogmaals vuile leugens uitwissen, wij, zij
dit zal veel lef eisen, maar niet nogmaals
de fouten witwassen, toen, en voor immer
zodat ook zij dichterlijk verder leven kunnen
zoals afgesproken, binnen de zinnen
dus niet nogmaals die fouten, nimmer meer toelaatbare
zolang wij hier keken, kijken, kijken zullen
beter nog, enkel –
===
‘pragmaddictive; outdoor-living’
het kan toch echt wel schelen
in koude-doorweekte kleren
voorzeker te weten
welke middelen ten minste
in potentie
gezien de twijfelachtige kwaliteit
hem in ieder geval een poosje
de illusie van enige warmte
geven
-als prijs van het leven overleven
al is het om maar even
heel even maar
niet te beven
om dankbaar een gegeven
kop soep
aan te kunnen nemen
en een warme slaapzak
of twee
bemachtigen vóór deze nachten
om maar niet te hoeven smeken
om een schamel stapelplekje
in een beangstigend opvangstekje
waar hij lang niet zo lekker wegdoezelt
waar hij lang niet zo onderkoeld sterven kan
als met wat karton op sneeuwvrije treden
portieken uit wervelwinden gelegen
blind geworden voor de gevaren
staart hij met geleegde ogen
veegt de laatste kruimels versterking
van een tijdelijke wil
voor de zoveelste keer
zijn afgenomen verwachting
van leven binnen
===
het wiel
het gaat mij om
het wiel hier
en nu opnieuw
uitvinden hoe
in uitvliegen
de zinnen binnen
vluchtige banden
elk begaand pad
weer spiegelen
laat in woorden
het gaat mij om
het spaaklopen
van verse voeten
in metrummeters
als oefenkwatrijnen
of zo’n net sonnet
vol toerenchagrijn
eindigend in rijm
schema per thema
of vorm beklommen
het gaat mij om
het doortrappen
op kop in de wind
verglijdende tijden
en ruimte creëren
het weer en buien
doorstaan door staand
fluitend op de pedalen
witte regels te verslaan
allen te verstaan te geven
===
echo van de vlinder
stijf bevroren sneeuw
krakend in ‘t gravenbos
onder warm gedragen harten
de wordingsgang
van verder leven
van hen die
na zijn heengaan bleven
in diepe
verbonden liefde
vol
overtuiging van zíjn
streven
al heerst de winter
ijs breekt
gezwind
de natuur
de echo van
de vlinder
wil aan eenieder
van ginder tot hier
alle ruimte bieden
alles welkom heten
niet vasthouden aan
geslagen stomheid
maar geworteld
in gevoel
vertrouwend op
puur natuurlijke charme
verder bouwen
en warmte delen
waar ‘t aarden wil
In Memoriam
R.L.M.
===
rukwind
met mijn woorden kun je
donkere wolken stapelen
boven alles wat je lief is
wat ons perspectief is
de zorgeloosheid
plotseling
laten varen op een rukwind
en de zonovergoten toekomst-
tijdzeeën
ook met z’n tweeën
even
in angst lijken te vergeten
in diezelfde zinnen vind je
bouwstenen voor de tempel
voor wat we houden willen
waar vertrouwen opbloeit
in onbezorgdheid
voor immer
durven delen door de stormen
en onoverkomelijke toekomst-
beeldideeën
juist met z’n tweeën
steeds weer
met de liefde aan durven gaan
===
verademing
onderwijl
krijgt ijsberen vorm
op normloze klanken
(van de blaasbrouwerij)
zij
als meervoud van jij
baant de weg vrij
voor een nabije
verbintenis
binnen de kaders
van onvermijdelijkheid
van veranderende aanpassingen
zonder verrassingen
uit een hoed
met een willekeurige maat
op losse eindjes geschroefd
ik hoef niks van haar
vandaar de lemniscaat
vrijwel ingesleten
in de visgraatvloer
ik ouwehoer
ik leef
ik draai wel door
steeds weer
voor verbetering vatbaar
lerend in deze
zelfreflecterende ruimte
van al mijn onstuimigheid
zonder één duimbreedte
voor haar pantoffelvoetjes
te treden
als de betreffende diertjes
tevreden
met een sporadische uitwisseling
van DNA-sliertjes
eindigend in ene organische
verademing
===
De muren spreken niet,
De muren spreken niet,
de verbeelding daarvoor
schiet jammerlijk tekort;
de tranen voelen niets,
geluiden dringen voor
in de wirwar van herinneringen.
De hemel mag dan sterven,
ongedierte blijft
smetteloos voortbestaan;
leven is lijden,
geloven de dwazen,
alsof zij onvermijdelijk zijn.
De aarde spaart de mensen vooralsnog,
doch verlangen de grote verliezers
hoop tegen de klotsende klippen op;
rollen zijn nou eenmaal omgedraaid,
de vrouwelijke voorzienigheid
verdraait het uitgesprokene
intens ten lange leste.
===
de kale beuk
wij kennen de verhalen niet
die zij delen
hooguit zien wij
heel misschien iets
van warmte in de stilte
door dat leven samen
zijn hand op de hare
waar hij nog altijd
graag verdwijnt
in haar ogen
verstarren wil
aan haar stille bedrand
zij schijnt
door hem heen
naar de kale beuk te kijken
als de geurige wind
levendig streelt
door heur haren
wij lijken
als toeschouwers
kleurloze voyeurs
maar nemen slechts waar
dat de deur op een kier staat
voor de laatste tocht
===
bodems in zinnen
laat ons het vochtig gras verruilen
de tintelingen van het snelle lopen
smuilend inkuilen
in versgespoten sneeuwtoppen
het zweet en de tranen bevriezen
op ijzige banen der milliseconden
de sporters voor ronde plakken
in nog strakkere pakken proppen
maar laat ons nooit verkiezen te stoppen
met zotte bedottende bodems in zinnen
als archeologische grotten te beminnen
kom
wij klimmen zelf omhoog
de Helikon ligt verlaten
droog in de zon
waar een natte vrouwenhand
-of één der piraten?
een daad boven een citaat
verlangt
zonder muzische drang
noch bang te hoeven zijn
voor overspoelende golven
woorden bedolven
onder gevoelloosheid
of voor de wolven
als moderne rovers
uit het woelige struikgewas
===
ganzenei III
het is het park waar
een andere keer
onder beelden uit zijn jeugd
een ganzenei verheugd
op het gras achterbleef
vooruit
pasgeboren kuikens zwommen
om duikende ouders heen
in de vijvers rondom welke
zij allebei zinnen zochten
om niet af te wijzen
maar af te leiden
van blijkbaar
blijvende verlangens
alsook
zo’n zangvogel
die dat tafereel
voorbeeldig begeleidde
welnu
zij lopen gearmd
zonder te zoeken
naar woorden rond
door het park waar
de hond aangelijnd
de vogels en hen
gezond en veerkrachtig
houdt
onvoorwaardelijk trouw
voorgoed
===
tuinthuisje
een idee van hoe
iets in de realiteit
uitkristalliseren kan
een doorkijkje
een doorgeefluik
een fuik van sferen
het beheerste licht
het gesublimeerde
ener zoetigste inval
muren volgeschreven
geschilderde figuren
in teruggetrokken uren
ruimte voor gedachten
stille gevoelsstromen
het komen en het gaan
het groen door het raam
voor ondoenlijke buien
als de brui gegeven wordt
===
tekentafel (terug naar)
waar de gesloten boeken liggen
die liefst vergeten beelden
en woorden
die je nooit meer horen wilde
in dat hoekje van je leven
bleef een tekentafel staan
voor dat wenselijker scenario
als droom
als plek
om aan jezelf te werken
een moeras van wensdenken echter
en licht dat toch nooit komen zou
niet door
verblind vertrouwen breken wou
wat wil nou het verhaal
om zo’n toevallige hoek
toen de maan ook nog eens verscheen
bleek geluk net zo goed op zoek
naar een samen te schrijven boek
met de nieuwste beelden
woorden en zinnen
waar we weer in willen klimmen
===
geschikte metaforen
op mijn zoektocht naar
de geschikte metaforen
kwam niks bruikbaars
uit de toren van boeken
of het web naar voren
geen god is voldoende
op zijn hielen gezeten
of beknellende monsters
die intens genoeg waren
als vergelijkingsmateriaal
reflectief bekijkend zal ik
zelf rakere beschrijvingen
meer diepte aan personages
en gruwelen moeten geven
om het te laten beklijven
uit alle verbonden monden
onder verschillende namen
stemmen en invalshoeken
blijf ik zoeken naar de taal
die in wonden wrijven zal
in mijn zoektocht naar
de geschikte woorden
===
een hand kan zacht zijn
een hand kan zacht zijn
een blik vertrouwen geven
woorden opbeuren
nabijheid een veilig gevoel
een huis warmte
een bed voldoende rust
voeding ook verbinding
een band kan hecht zijn
een kus motivatie geven
daden belonen
dankbaarheid voor aanwezigheid
een hart liefde
een hoofd zodoende lucht
kennis dan verdieping
===
echo van een nimf
“Wat ik zeggen zou,
als ik de kans nam,
over mijn leugens
en andere verwijten;
hoe ik mijn takken
in opgewekte wind,
en mijn bladeren,
laten ratelen wou;
of wat mijn wortels,
in verreikende grond,
nou werkelijk wilden
met jouw bezwijken.
Wat ik zeggen wil,
als ik spreken zou,
los van de waarheid
en die saaie eerlijkheid;
hoe ik mijn bessen,
bedrieglijke killers,
door lauwerkransen
breed verspreiden liet;
of wat mijn schaduw,
met gespleten tong,
opzettelijk buiten
het zicht hield van jou.”
===
boos blatende schapen
Hij had alle boos blatende schapen
eindelijk weer netjes tussen het gaas;
zoals hij aan zijn vriend schreef, daar
dreef er geen één meer in de plomp,
of lag nog verloren in zompige grond.
Prompt kwamen er kwaadaardige geluiden
uit die donkere hoek van gesloten boeken;
niks nieuws of wereldschokkends, maar
weer steigerden de betrokken schapen,
op vuurvleugels, ontketend in het rond.
Ongewild opdringerige herinneringen
aan het verzwakte schaap op de slachtbank;
die hij niet actief afschudden moet, maar
met het grootst mogelijke geduld laten
afdrijven tot zij verstijven in verleden tijd.
===
geen happy end
Op deze plek geen happy end,
geen blij ei te vinden.
Toch voel je de dans van de hanen,
dit klooien in plooien van ritmische goochelarij,
als thematisch gewelf gespannen hangend
aan de dunne lijntjes van talent.
Geen gevoel kan tegen zulke bergen op,
misschien dan,
als kennis dat handje schept.
Maar men zou ook gewoon door de dalen kunnen gaan,
om hun voeten heen,
en toch aankomen waar men niets ontvangt
wat men niet verdient.
Evenmin krijgt men zilverwerk
geserveerd
waar zelden goud gewonnen wordt
uit gebroken aarde;
of als modder dat
over de rand van een krater stroomt.
Zonder rivierklei,
geen gebakken stenen;
zonder vertakkingen,
geen verbreiding;
zonder valleien des levens,
geen frisse beekjes;
zonder heldere penseelstreken in het ochtendlicht,
geen mooi vooruitzicht,
geen happy end.
===
Hij wil helemaal niet bezig zijn
Hij wil helemaal niet bezig zijn
met dagelijkse aardse zaken
hij wil een godenleven lang
de tijd hebben
zich af te vragen waarom
Medusa juist hem
niet in steen veranderen kon
hoe het komt dat deze pijl
wel feilloos en zonder gif
het bijpassende hart vond.
De nachten wil hij nog altijd niet doorbrengen
met de dichtgevallen ogen
van diep ronkende slapelozen
als ook Morpheus
zich uiteindelijk moet overgeven
aan dromen die er toe zouden doen.
In die onwereldse spiegelzalen
wil hij waken
en zich vereeuwigd wentelen.
===
het onbedoelde zelfportret
“je eigen ogen staren je al weken aan
van het onbedoelde zelfportret
egostrelende verzetjes doen daar niets aan af
noch jouw knikkenbollen boven mij”
zo zei de onbedorven vijver
verder vrij van oordelen
voordat alle zonnebaadganzen
doorgakten tot zonsondergang
“maar jij”
de aangestaarde schoof
de verdenking van externaliseren
per direct opzij
“jij blijft in het ongewisse
over (in)humane bekommernissen
naar de zin van jouw bestaan
hoef jij nooit te gissen
de mens besteedt een leven lang
aan vissen naar de waarheid
hoopt die schromelijk te vinden
in het moment van doodgaan”
“rijkelijk laat”
repliceerde de verbouwereerde
vijver in de betrekkelijke schaduw
van een nauwelijks houdbare situatie
rondom de oude vertrouwde
tot aan vandaag onbreekbare eik
liepen de spanningen danig op
de voorheen kranige boom sprak
“we zijn van de ogen in de zin beland
waar ik eerst geen verband zag
lopen mij de tranen nu over de bast
door een opwellend en ongekend verlangen”
zijn stem klonk hol en vol tegelijk
de eik schrok van het grote belang
de aandacht die werd geschonken
de zang van vogels die verstomde
“ik”
sprak de geportretteerde zachtjes
“vraag mij soms af
door welke ogen ik de realiteit bezie”
zijn vertroebelde spiegel negerend
beweerde de vijver droogjes dat
“de mens het altijd anders bedoelt
en alles verandert waar je bij staat
maar ik voel het aan mijn water
hoe laat het boven op de heuvel is”
de eik was klaar met het gekeuvel
(evenals met hondenpis en kotsende katers)
“luisteren jullie nou ‘s
het duurt te lang
ik sta hier al een tijdje
met steeds minder zang op mijn noten
want wie zijn hier de werkelijke eikels
hebben de kloten niet om te twijfelen
aan hun eigen bestaansrecht en waarde
in dat tragische gevecht om de eeuwigheid?”
alsof het de voorzinnigheid zelve was
begon de eendenplas trekken te vertonen
van een exponentieel groeiend inzicht
alsof het de verdichting van het kroos betrof
“maar als zij er niet waren
was ik geen poel voor jouw bla’ren
dan was ik hooguit een vennetje
in een ongezien niemendalletje”
“het niemandsdal
als het eindstadium na de val
laat ons inderdaad bescheiden zijn”
van pijn doortrokken ogen sloten
zo kwamen ze allen bedrogen uit
===
Est mare infinitum; Er is een oneindige zee
Est mare infinitum Er is een oneindige zee
quod mecum porto die ik met me meedraag
cogitationum van gedachten
memoriarum van herinneringen
quae ordine exspectant die in volgorde wachten
donec eas meminerim tot ik ze me herinner
detalia evanescent details verdwijnen
in certamine contra tempus in de strijd tegen de tijd
sed essential maar de essentie
nucleus electus de gekozen kern
qui manet die blijft
qui praesenti haeret die zich vastklampt aan het heden
pulcherrimi triumphi de mooiste triomfen
tristes difficultates de droevigste moeilijkheden
colorem vitae meae dant geven kleur aan mijn leven
Me ipsum quasi florem elegantem video Ik zie mezelf als een elegante bloem
et beatissimus eram en ik was het gelukkigst
in meo proprio Eden fragrante in mijn eigen geurige Eden
===
Leven als Kees
Het is waar
als het werkelijke licht allang verdwenen was
en zelfs het Belgisch blondje niet meer bitter smaken wilde
bevond hij zich daar
af en toe
in een verwaarloosbare toestand van aanwezigheid
niet zo raar
als je toch eens weten zou
wat het daglicht nooit kon worden toevertrouwd.
Het is waar
dat hij soms de duisternis der duisternissen inkeek
ondanks vrienden en haar liefde
hing hij daar
bij tijd en wijle
aan die uitstekende bergrand van alomvattendheid
het blijft raar
als je bedenkt
hoe dichtbij die stinkende goot gebrand liggen bleef.