Stoker door R. van de Struik; ‘bloemlezing 2025’
(mei-dec 2025)
- Een oeuvre no(u)velle
- De Avonturen van Oek
- Lucht om weer te dromen
- Helikon’s Mysterie
- Odysseus vs. Telemachos; de mannetjes van verre
- Aan Nemo; (comm. bij ‘Viking’)
- ‘graf-fitty’ (of hoe je iemand inmetselt)
- Ode aan de ‘Eschaton-cyclus’ (pt.1)
- leven in een zwart gat
- onbegrensde recursie
- aspiraties van een nitwit
- proces; als een zwaan
- ‘zweten zul je; jij!’
- voor een breder publiek
- Chautauqua I
- a-mythisch
- responsief gekwetter der (zee)vogelstand
- ook ik mag hopen
- Een oeuvre no(u)velle
‘La Vie’ is zo kort,
dat het de vraag is
of het wel een leven heten mag,
zeker als ik jouw ogen houd
tegen de achtergrond
van deze hemelsblauwe lucht.
Maar ze stralen
als sterren bij daglicht,
als ik het lastig vind
jou aan te kijken,
omdat ik je gezicht mis,
van toen ook jij wilde,
en ik je optilde uit de beeldspraak
van dat filmisch valse moment;
regendruppels als goudwater.
De eerstvolgende katerloze ochtend:
de stalkende herinnering op de tocht
door de opengesperde ramen
en ogen van mijn verblinde liefde.
(voor S.C.)
- De Avonturen van Oek
Voor op het dek was er nog wel plek
om de sprong naar een nieuw leven
(voor een stuiver op z’n kant riskant)
te wagen zonder enige vaarervaring.
Ja, het was ook zijn te woeste binnenste
waarvoor anderen wegrenden van hem,
om niet overspoeld te worden, zoals hij
zei: ‘als golven die over de boeg sloegen’.
Alle avonturen volgen een vast stramien:
een uitdagend en een soort van hoopvol
begin met opbeurend klinkende muziek,
alles gaat goed tot het verhaal echt begint,
er komen scheurtjes in het goede gemoed,
de zwaksten gaan als eerste door de knieën.
Als het aan mij ligt vloeit er genoeg bloed,
zodat de eerste tranen niet voor niets stromen.
Als nieuweling heeft hij zijn hoop gevestigd
op de frisheid van de wind op de wereldzeeën,
maar andermans ideeën komen opzetten
als briesjes of stormen die zijn reis verstoren.
Daarom gooit hij alle A.L.P.H.A.-trossen los,
laat zich vier maal dubbel kielhalen, slingert
nachten rond het kraaiennest, en niet alleen
omdat de rum zijn dorst niet lest.
Zo, nu zit ‘ie op z’n plek,
nog steeds voor op het dek,
al kan hij zijn nek niet meer uitsteken,
hem krijgen ze niet gek.
De grote trek kan beginnen.
- Lucht om weer te dromen
Als we nou eens met z’n allen
heel hard zouden blazen,
ik bedoel:
één zucht kan een vlinder laten draaien
aan de andere kant van de wereld,
dus ook in het Midden-Oosten.
Misschien moeten we bij onszelf beginnen,
thuis en bij de Oostgrens,
alles laten doorwaaien op eigen adem
om onze vrije lucht terug te krijgen.
Maar als motiverende zwengel
zou ik met onze gezamenlijke lucht als engelen
alle bommen ter wereld willen doen verdwijnen
in lucht
om weer te dromen.
Laten we samen de vrede opblazen,
alsof het een wereldomspannende ballon is
die alle haat en onwetendheid opvreet
en afscheidt, als stinkende lucht wegsmijt
van onze opgeschoonde aarde.
We zouden samen
kunnen gaan dromen
en ademen.
- Helikon’s Mysterie
Wij zagen die nieuwe muze al
lang en slank
(blond is ze zeker niet)
aankomen,
een beetje dichter
heeft dat nou eenmaal
van verre
voortreffelijk voorzien.
Hij zelf dus niet.
Ze willen het licht maken,
de zon stelen voor hun leven,
zonder de nacht op te geven
om in hun kracht te geraken,
de gewoontes kraken,
gevoelens vormen naar hun kunnen,
elkaar de eigenheid gunnen
en elkaars hart toch wel raken?
Dan kan ik als stoker
makkelijk
de cynische joker uit gaan hangen,
maar mijn belang,
als meeloper,
is groter
dan mijn noten
op deze zang.
Bang ben ik niet
voor zij die alles hoort,
hij gooide het eerder overboord.
Dat zij hem nu weer hoort,
horen wil,
ondanks zijn voormalige gril,
is deel van het mysterieuze geheel.
(voor S.C.)
- Odysseus vs. Telemachos; de mannetjes van verre
O, o, Odysseus,
wie stond daar voor jouw neus
na jouw jaren van afwezigheid?
Plotsklaps,
als een rots naar jouw hart,
uit zijn moeders smart geschonken.
Hoeveel sluiers weefde zij,
in gemis verzonken;
hoeveel ontrafelde nachten
bracht zij,
dronken van verlangen,
achter angstige muren
in eenzaamheid door?
Als een ware Goliath schoot jij,
een bedelaar voor zij
die kijken met ogen wijd gesloten,
door de twaalf lussen van bijlen
in een halve poging
met één pijl.
Maar winnen van David,
alias Telemachos,
een grote jongen intussen,
zul jij nooit,
‘jij transformerende vos!’:
hij heeft het octrooi
op de kunst om jou,
gelooid en geëvalueerd,
onder gezang der terugkerende Sirenen,
aan het zeildoek te nagelen
met zijn kaarten van Meowth.
Omdat jij, Odysseus,
eerder niet blijven wou.
(voor S.C.)
- Aan Nemo; (comm. bij ‘Viking’)
eclecticisme valt te scharen
als heur haren in’t dal
der pas vergeten bezwaren
om over die tranen niet door te zagen
onder balkende anti-canto’s
ener meeswingende mededinger
achter een opgepoetste kast-wang
omfloerst stangen en grollen
over krakende deurtjes gesproken
– wie zeurt daarover!
wankele ouwe pootjes, uit het lood
– wees blij dat ‘ie nog staat!
we krijgen hier toch geen brood mee
om op het schavot rustig te nuttigen
voordat de truttigen onder ‘ons’
– wie zijn WIJ in mens’ naam?
de woorden overhalen
waardoor
het vonnis op duivelse snelheid valt
van een hemelshoog opgetrokken
guillotine-achtig apparaat
als je dat per ongeluk
in een spagaat ondergaat
je er de volgende dag
toch een beetje raar voorstaat
- ‘graf-fitty’ (of hoe je iemand inmetselt)
al timmerde hij
aan de schutting
voor de taal
uit zijn mond
hij sloeg zijn vingers kapot
zodat hij niet meer typen kon
brak zijn hoofd op de keien
want ook al het denken
moest eraan geloven
reed zich in de kreukels
op een writer’s block
met stoker achter de deur
edoch
slierten van woorden
rommelend als lawines
boorden door kieren
bekliederden oorden
voor vergane vampiers
zonder bont- en blauw bloed
van verkleumende vrouwen
aan de voeten van palen
enkel sandaalschandalen
hij moest zich maar oprichten
geslagen hiaten dichten
- Ode aan de ‘Eschaton-cyclus’ (pt.1)
Onberispelijk
als de final act van z’n body,
is hij een bedenkelijke believer
in factories gemaakt van gold,
waar hij no struggle kende
tegen bedbugs uit z’n lazy ass.
Terwijl de times
memories als dirt wegblowt,
is hij dressed in permanente shame;
like a notebook voor de bucket list,
tastend op zijn bare feet,
als vanity die de maan toeblêrt.
Preacher van diz darkness,
de scorpion zal connecten met de stars,
op de walls van sound
of eternity,
want love is a short en bloody game,
zelfs de soul een shadow
in onze hearts en mind
you:
issues demand verschillen,
du-huh;
wij willen die statues neer!
- ‘Eschaton’ door Bart Devoldere (17 april 2025)
- ‘Eindtijdparodie’ door R.E.N.S. (17 april 2025)
- leven in een zwart gat
we weten hoe de wind waait
welke wetten weelderig wentelen
waaromheen jouw
én mijn wereld
woest worstelt
met wrange waanvoorstellingen
universa spatten uit elkaar
als zeepsopbellen
als wrijvingswratten
opgeblazen en leeglopend
in zenuwslopende aantallen
aanvallen op het eigen stelsel
de waargenomen sterretjes
in deze
duizelingwekkende werkelijkheid
van oneindige werkelijkheden
doven nooit voor de blinden
de antropocentrische redenen
om in het geheel van het al
die ene hand waar te nemen
onvoorwaardelijk
de waarheid daarnaar te kneden
als zijn wij uit klei getrokken
als berokkend leed gepleisterd
op platonische rotswanden
uitgerekend
uitgetekend
als een uitbrekend virus
vermenigvuldigd
en wiens schuld is dat dan?
- onbegrensde recursie
uit de woordenwolk van gemeenschappelijkheden
komt een beeld naar voren van het verschil
tussen mensen en andere dieren
het maken van vuur en gereedschappen
voor het maken van gereedschappen
om gereedschappen te maken
die gereedschap maken
en vuur
dus
het vermogen om een activiteit
op zichzelf toe te passen, en
dat proces eindeloos
voort te zetten
te herhalen
dat
dat denken over het denken
en daaroverheen daarover
nog weer nadenken
wat dan leidt tot
de wetenschap
technologie
de kunst
ethiek
wat intrinsiek
in zich draagt
vernietiging
uitputting
escalatie
deze relatie
van de tragiek
en het hysterisch
lyrische van ons brein
is poëtisch alleen
maar een fijne
traktatie
- aspiraties van een nitwit
het heeft geen zin om nu nog weg te kruipen
in een hoekje met je potlood en je aantekenboekje
want de zekerheden zoek je onder versleten beelden
-uit het verleden nog wel
er is geen duizend-dingen-doekje langs dwingende
drang of anti-bloedstolling door vals gezang voor
dag- en nachtblinde non-vlinders te verzinnen
-zeg dan maar wat ‘zij’ vinden!
wat vaststaat [althans] voor jou ga jij niet
onderzoeken noch nogmaals rond laten zingen
-in welke hoeken van wat zou dat moeten?
omdat niks goeds jouw roestvastgegroeide
overtuigingen verdringen zal
wat je ook geloof noemen kan
maar daardoor wordt het
nog minder relevant
aldus dé Kant, want
moraal, een gedeeld verhaal dus
plicht en esthetiek zijn de tonen
maar ook een kus, die de muziek maken
zijn de muren en daken van de huizen
waarin wij wonen, wat wij leven plegen
te noemen onder het zoemen van de vele
in verscheidenheid toenemende genre-
en genderkleuren, wat je mag betreuren
het gaat allemaal toch gebeuren
dus, vergane bladzijde
niet zo zeuren
- ‘zweten zul je; jij!’
alle perspectieven die je hebt ingenomen
de wolken tot op het bot binnenstebuiten
gekeerd tegen onmogelijke stellingnamen
alle berekende lettergrepen ingeklonken
tussen de straatstenen als open wonden
-waar jíj zo snel mogelijk vandaan wilde!
alle trillingen uit verledens klinken door
in flinke wortels als verborgen verzinsels
gegrond verbeten op zich laten wachten
alle vormeloosheid met zich meeslepend
of de terugtrekkende zee heeft nagedacht
over het naderende einde van de dromen
- proces; als een zwaan
altijd het volledige besef
van het totalitaire lichaam
van die eerste zwijgende seconde
van elke nieuwe dag
tot die allerlaatste ronde
door het verfijnde lijf
voor de nacht
dagelijks
de eindigheid inwrijft
van iedere vingerkoot
die deze woorden doopt
daar verklede waarheden
grens- en renteloos voorschoot
uit een verscheidenheid aan vezels
schreeuwt
door de poriën leeg-
loopt
als veredelde kratermonden
rook
als signaal voor wat komen gaat
lava dadelijk
stromend door centrale delen
des stelsel
met sterren en troebel zicht
één draai om de as
en dan
fantastisch licht
als een zwaan
opstaan in overvloedige mist
als matig verdicht beeld
maar onverzadigbaar
gortig
voortjagende vleugels
zonder zonde
der vreugdeloze beteugeling
bedonderd
- voor een breder publiek
een gedichtje neerpennen
om die ene jazzkenner te jennen
van een bepaalde generatie
-hij dacht al,
waar is ‘ie gebleven? maar
daar wordt hij niet door gedreven
of zo’n meisje uit een zeikerig wijsje strikken
dat al zo vaak opgehaald is [..]
dat het verhaal moeilijk te slikken zal zijn
voor een breder publiek, -in ieder geval
zijn unieke lezers
-met een onbestemd gevoel voor tragiek
er zijn tal van bladeren gevallen
want deze herfst doet niet onder
aan wat men kan verwachten van
kleuren die bospaden besmeuren
regen die ‘tegen heug en meug’
betekenis in deze content geeft
en de populariteit van context
opleeft of buiten kaders breekt
de preek zal verzonnen worden
doch zonder in zonde te leven
als dat klein gebleven wonder
gesjeesd en om de dooie donder
door niemand eronder te krijgen
voor wie men dreigend op wil
staan van ‘luie stoelen’ met stom
klapperende ongepoetste tanden
maar daar gaat het hem niet om
hij wil meer dan dom vermaak
verder boven bonenstaken uit-
steken naar onhaalbare kronen
als één der zonen van Narcissus
de kus van de dood overlevend
de overdreven wolken sussend
elk ongeblust verlangen gevend
- Chautauqua II; Phaedrus
‘de werkelijke universiteit is niets anders
dan het eeuwig voortbestaande complex
van de zuivere rede’ *
wij vertoeven in het paradijs
laat ons daar beginnen
niet te midden
van de mensen
noch in de stad
doch in de zuiverste natuur
alsnog in de schaduw der platanus gelegen
op dit heetste uur
van deze bijzondere dag
als de krekelzang de tijd
voortstuwen mag
langs de liefdeloze minnaar
als dienaar voor het leven
als vast gegeven
niets meeslepends
geen gevaar
maar liefde is begeerte
zweren op schoonheid
mooie lijven
zwijmelen bij Eros
verblind door lust
ziekelijk verlangen
ten koste van
de
tot object verengde beminde
echter
in de glimp van de idee
van dat ultieme schone
de herinnering aan die zee
in de ogen van de ware liefde
*aldus Phaedrus in ‘Zen; en de kunst van het motoronderhoud’, Robert M. Pirsig
- a-mythisch
wederom was ik ironisch genoeg
met dat paradoxale sarcasmesausje
en een vleugje cynisch seniorisme
ondeugdelijk aan het verengen
tot de heksenketel ronkend rookte
de tovenaar dronken van weemoed
a-mythisch achterbleef als lyrisch spook
echter wist de ‘wizard of blizzard’ niet goed
noch eenieder met mij in het bloed
waartoe hij/zij/hen diende te bestaan
behalve als vaandeldrager mee te gaan
in het alfanumerieke peloton (der kwalitatieve werkelijkheid)
met wassen vleugels langs de Heilige Helikon
op weg naar de muzische godenzon
ooit klom ook ik ‘strucked by a star’
aan de hand van Bragi met zijn harp
uit die rampzalige modderpoel omhoog
droog gedacht achter de oren
verloren verlangens weer voelend
niet bang voor mijn bedoelingen
noch die van andere stokers
- responsief gekwetter der (zee)vogelstand
laten wij het geheel eens vanuit de lucht bekijken
zodat het hoge water onze lippen niet bereiken kan
en als het dan zo vast staat dat dit zangzaad niet goed is
dan wil ik ook weten hoe het gaat met onze gebroeders
of dat het gebroed gezond en wel de winter doorkomt
-dit alles terzijde voordat ik werkelijk problemen opsom
van boven ziet alles er keurig netjes en opgeruimd uit
al daalt de temperatuur en is de wintertruitijd vol gaande
door dat geknutsel met garen van te diepe betekenissen
zijn knopen in het onontwarbare geheel snel ergernissen
dan kunnen we gaan pingpongen met poëtische waarheden
besteden we kostbare datacentrumruimte aan schuimlagen
geslagen en opgespoten roomeilanden op weidevogelei-basis
waar de kaas is gegeten en clichés stranden onder zandpoten
zonder concrete verbinding aankloten en verdwazing afroepen
dezelfde vormen uitpoepen ongeacht het voorgeschotelde zaad
de taal als dadendrang van zij die gewaande wangen toekeren
eeuwig herhaalde gezangen als belegen veren doen wederkeren
van de here en de goden tot de duivelse zoden in het spokenbos
de veelkleurige trossen gaan los op woeste wateren der piraterij
zij die alles zeiden
- ook ik mag hopen
misschien is dit niet de plek
nooit het juiste moment om
tegen alle verhoudingen in
de grote bek die op en neer
door deze en gene verweten
en dikwijls gebezigd wordt
uit of in naam en/of namen
van de hogere waarden dan
die van de andere of anderen
waarmee de strofen gekruist
de verzen te gebald worden
over woorden van meer of
minder reikende strekking
uit de dekking naar voren
te treden in vele zinsneden
van illustere volksmennerij
en zagerij van anti-canto’s
autodidactische testidiotie
die in de schoot te werpen
van mededichters en brave
lezers om enige verlichting
aanstekelijk mee te geven
dat
wij allen slechts mensen zijn
onder een zon zonder welke
wij nooit tot leven kwamen
op de draaiende aarde waar
wij op gemaakt en geboren
worden onder verre sterren
ongeacht de bron waardoor
dit überhaupt ontstaan kon
zullen wij de wereld zelf
met onze eigen bloedende
handen uit het gewauwel
der goochelaarsmouwen
ter meningencircussen
zonder onderbouwingen
moedig willen heroveren
om te toveren in de hemel
waarop ook ik mag hopen