door R. van de Struik; ‘afpelperiode’
(bloemlezing apr-jun 2026)
met: Stoker, R.E.N.S., Laurent de Buisson, (Bengt), Cornelis P. Turner, R. Delarbusto,
Junior & Simone de B.
APRIL
- Stoker – uit zijn hart/soms zou er een verhaal moeten zijn
- R.E.N.S. alternatief voor…
- Laurent de Buisson – à Godinne
- Stoker – onder de bloemen
- Laurent de Buisson – ‘Aperta, Kyparissos!’
- Stoker – voorwaartse rust
- R.E.N.S. afpelperiode
- Laurent de Buisson – Achter de dichter staat
- R.E.N.S. gevouwen hengsten
- (Bengt) – De Ketting
MEI
- Cornelis P. Turner – Dit zou een ochtend zijn
- Laurent de Buisson – Klassiek Toneel
- Laurent de Buisson – poème nature
- R.E.N.S. geen celdeling
- Laurent de Buisson – vezelbever
- R. Delarbusto – stormbreker
- Stoker – Het Oneerlijke Verhaal
- Delarbusto – fotosynthetische praaldans
- R.E.N.S. god(in) van de overdrijving
- R. Delarbusto – hij zag de man liggen
- Laurent de Buisson – Het geluid van de uiterwaarde
- R.E.N.S. antiforisch mineraal
JUNI
- Stoker – recht-door-zee-procedé
- Laurent de Buisson – Ooit lig je ergens
- R.E.N.S. één van die dagen
- Laurent de Buisson – De Afbrokkeling
- R.E.N.S. het vaste patroon
- R.E.N.S. poëtisch drijfzand
- Laurent de Buisson – Antigif
- R.E.N.S. pijnboomschrammen
- Junior – ik hang aan de toppen (revisie 2012)
- R.E.N.S. Achtpoot
===
Stoker – uit zijn hart
soms zou er een verhaal moeten zijn
over een raadgever die vulkaan werd
die woorden uitspuwt door het vuur
uit het hart van toen te verbranden
de stroom zal dat voorval omvatten
hels drukkend op de grote slagaders
in kale halzen van kokende rivieren
waar de vissen als mieren uitvlogen
en andere dieren als wezensvreemde
schepsels die een soort bijrol speelden
verdwenen in de grillen van een later
vermomd als rondkolkend wielwater
de krater moest het echec doorzien
voor godinnen de macht overnamen
onder meer door alle lava te stelpen
doorgaand rond zijn kern te draaien
stromen als de tijd witheet verleggen
die vast vloeiender gloeide dan onder
Venus wolken vervlogen en wijsheid
versteend als rots tot wasdom kwam
onder de voet gegroeid als wat aarde
opgeworpen zodat het nieuwe leven
bloeien kon door het bestaansverhaal
over de vulkaan die de raadgever was
woorden verbrand uit zijn hart spuwt
op dit heden van ontheiligde vuurtjes
===
R.E.N.S. alternatief voor…
Hier een ander beeld te schetsen,
eentje naast wat in werkelijkheid
door het zwart van nachten speelt;
de verleiding van vervormingen,
bestormingen van de muzenberg,
namen als maskers tegen tijding.
Als ik de waarheid spreken zou,
mijn gezichten wou openbaren,
de opgebouwde mist wegblazen;
als verdichter openen voor haar,
op gevoel de richting laten gaan,
vrede vinden door heldere ogen.
Gedachten herkennen in spiegels,
ongetemde angsten tussen zinnen,
klimmen als de zuiverste zangstem;
hoger reiken boven de bewolking,
de vleugelslag die er niet toe doet,
vrije handen over haar laten stromen.
Dat vereeuwigen als een schilderij,
als verfijning van tegendraadsheid,
contradicties in de verbondenheid;
klassiek gebracht in wilde kleuren,
als stille achtergelaten gebeurtenis,
buiten de kneedbaarheid gebleven.
===
Laurent de Buisson – à Godinne
Terwijl haar handen
over lijnen glijden
aan steile wanden
landen mijn passen
op tweeërlei paden
in pure plassen
verblijden onze harten
in eigengereide sprongen
als perfect passende parten.
In dat lichte drijven
ook ganzen
rotte, grauwere
zwaangasten
kleine brantajongen!
En verborgen blijven
de dagen
koude, sombere
razende
daar wij verlangden
naar deze schreeuwende aalscholvers
vergeten eendennamen
dit gakkend gezang aanhorend
onze benen samen hangend
over één kant
scherend
komt het overgevlogen
dat dromen van
chillhoekjes
in de zon.
===
Stoker – onder de bloemen
Na een staarwedstrijd
met de Narcissus onder de bloemen
besloot ik mij te verzoenen
met een opkomende viool
in twee kleuren stond zijn tulp
bloemrijk open-
gebroken
toen lieflijke margrietjes
voorbij kwamen gevlogen
‘Xanthippe!’
zou geroepen zijn
door de stinkende gouwe
maar het bleek zijn gele neef
een rouwende hoornpapaver
met een hekel aan filosofie
te wezen
niet te verwarren met
de blindverklaarde dovenetel
in dezelfde kleur
Zowel ijzerhard als wilde cichorei
zouden hier graag bij zijn
maar we blijven bij de feiten
onder andere
geen anjers
Wel de netelige kwestie der
paardenbloemen
bramen
brandnetels beminnen de lucht
waarvan gevlekt longkruid baalt
mijn blaassilene/koekoeksbloem
te hoge promillages haalt
om hier nog verzoend
voet aan de grond te zetten
wortel te schieten
in mijn domein
De margrieten zijn inmiddels
zorgvuldig uitgegraven
door de Canis Dalmaticus
met lang haar
vandaar dat we ze vliegen zagen
===
Laurent de Buisson – ‘Aperta, Kyparissos!’
Aan die ene boom
zag ik ooit gewoon
de onschuld hangen
als dat laatste blaadje
vergeten om te vallen
klaar voor het nieuwe licht
van die aangebroken lente
de wind verried
iedere aanwezigheid
een verijdeld takje
met gemak waargenomen
liet het hert stoppen
mijn hart sneller kloppen
we konden gelukkig zijn.
Als wolvenkind
gebonden aan de verrukkelijke jacht
bracht ik dagen door
in doornstruiken
brandend in de zon
geklommen of hoogstaand
duikelend over de einder
ik dacht aan zijn gewei
ons vrije leven
de onmisbaarheid van lucht
adem als een gegeven
toen in mijn beleving
het onbekende verscheen
op speerworpafstand.
Mijn hand greep
als meerdere eerdere keren
instinctief de juiste stand
om deze prooi te vangen
tussen jonge bla’ren
en die ene van vorig jaar
stond mijn avondeten klaar
de honger van mijn ogen
bedroog mijn heldere blik
aan scherpte van de focus
of de speerpunt ontbrak niks
noch kon de ontluikende lente
een uitgestoken hand bieden
tegen dit kiene precisiewerk.
Het zwerk viel daar exact
samen met de compactheid
van de kracht van verdriet
de opwellende wolken
losbarstende donder
flitsen van onze dromen
getroffen in het hart
van mijn geliefde hert
droop het bloed
door mijn ziedende handen
waanzin kwam reeds naderbij
ik zag zijn gewei
ons voorbije leven
de onmisbaarheid van lucht.
Wat eerst nog tragisch klonk
als zucht in de verte
begon vormen aan te nemen
van Apollinische proporties
in zijn zweem van driestheid
zou ik geheid aansterken
als hij mij liefhebben mocht
als ongebreidelde fantasie
mijn dierbare hert gestorven
de precisie werd hem teveel
mijn strot vulde zich met vergulde tranen
onder die ene boom
waar ik ooit gewoon
de onschuld hangen zag.
===
Stoker – voorwaartse rust
De stille streling wervelt op zonnestralen,
sterfte en leven breken uiteen
vanaf het begin, als lijnen,
kussende tederheid in bedrieglijke rillingen,
grof als versteende watten.
Zanderig geritsel stijgt op over smalle heuvels,
arrogant doorslaande wortels waarvoor de dieren vluchten,
bekoeld, elk individu,
wijd verspreid omdat al onhaalbaar is,
verhullende en verliesgevende gronden;
onder de rust in het soortenconsortium
pauzeert de adem als voorwaartse.
Onduidbaar zal de onzijdigheid zelve
consolideren tot die wezenlijkheden,
onduidbaar zal het stoffelijke dwalen
door alle verinnerlijkte landschappen.
Ik loop de foetus uit te hangen
op water ontsproten uit bergen,
op water als denkbeeldig construct,
en stenen stijgen op,
schreeuwen als dierhoeven,
zachtwitte dompelpoeltjes aanhorend,
in vacuüm getrokken werelden,
gewatteerde oneindigheid;
na het strakgetrokken verband der soorten
stokt de adem met voorwaartse stuwkracht.
===
R.E.N.S. afpelperiode
Dit kan niets anders zijn dan een grens
een stadsmuur waarbuiten het leven blijft
een afpelperiode die ruimte nodig heeft
een bittere beet door verzuurde smaakpapillen
een proces dat de vertraging juist versneld
een projectmatige verstilling die stijfheid zoekt
een zo laat mogelijke tel voor vrije gedachten
een subtiel samenspel van zintuigelijke wanorde.
Dit moet dan wel een overgangsritueel omvatten
een uit tralies opgetrokken vereeuwigd rookgordijn
een kookwekkerachtige overtuiging van de waarheid
een gelijkmatig verstrooide zoetgebakken vluchtigheid
een doel dat de acceleratie vaststaand afremt
een hervonden flexibiliteit voor middelmatige erupties
een zo vroeg denkbaar voelen van de gecorrumpeerde tijd
een absurd eenmanskunstje binnen theoretische kaders.
===
Laurent de Buisson – Achter de dichter staat
Achter de dichter staat deze waargenomen
wereld van blazende zwanen, openslaande
deuren, zo’n hemel die niet opbeuren wil
ingedroogde beeksluizen, de neerbuigende
hengstenhalzen, het grote rode mierenbal
de bever buiten het dal, de uiterste waarde
stronken, gebroken modder, opvliegende
eenden, gekwetter, zwart-witte koeten die
drijven, zelfs de paardenbloemen verstijven
hondsdraf, de dravende dalmaat, op takken
de gehakkelde aurelia, door de koeienstront
verder glijdende laarzen, neuzen bezerende
meidoorns, kreupelhout kraakt, wisselende
wind; de rivier; steken in het verstierende
lijf verbleken niet onder de bedrieglijke zon.
Achter de dichter staat als gevouwen knoop
de vrouw met liefde tot in het duizendvoud.
===
R.E.N.S. gevouwen hengsten
Als wij gevouwen hengsten
om stilte binden
in gepersifleerde dracht
van heimweeïg weefgetouw
en stapvoets benen naar vergrassing
zien wij bloedende merries druppelen
als overwonnen levensdoelen
in verdwenen beenderen
en eelt schrapend
van verrijkende gedrochten
De onsterfelijk puur gelaten
tekeningen of
doordrongen liederen
als overgebleven maankreten
bij gekunstelde toevalligheid
deze vulkanisatie van tempels
in babbelziekelijkheid
en vervagende dynamiek
der bezorgende kletskriebels
paden onzer gevoelens voeden
===
(Bengt) – De Ketting
De ketting rammelde aan alle kanten
nauwelijks zichtbaar als die was
geen tekenfilmveil echter
geen slijptol kwam er aan te pas
om al dat opgelegde via
omleidingen te beslechten
oneigenlijke schuld af te schudden
geduld en standvastigheid na
sinds het prille begin te zijn bedrogen
te streven naar niemand tekort doen
maar het keramieken bord is wel degelijk gebroken
door een overdaad aan nalatigheid
===
Cornelis P. Turner – Dit zou een ochtend zijn
Dit zou een ochtend zijn
geweest als zovelen
waar jij nog even bleef
liggen in onze warmte
jouw gevoel langzaam
uitgloeien moest
en ik alweer zocht
naar juiste woorden
Dit kon zo’n dag worden
die heel anders liep
daar jij niet opstond
maar verhit liggen bleef
de adem vertraagd
uitblazen zou
toen ik nog zocht
naar een goede zin
===
Laurent de Buisson – Klassiek Toneel
de opkomst van vele personages
persiflages op uitgevoerde werken
versterken opgeblazen verwachtingen
vanachter verwilderde coulissen
waar verliezen diep worden doorleefd
de wave het theater bijna verlaat
het kwaad als scène verschijnt
of wegkwijnt in een akte die rijpt
geen splijtende dialoog die de vloer aankan
geen masterplan dat een reprise haalt
maar een falende-redactie-vergadering
daar de waardering onder leden keldert
hier geldt evenzeer de wet van het doek
de zoekende hitte van de felste volgspot
tot en met de doorlooptijd van problemen
de lemen muren waardoor actrices horen
wie zij bekoren en wie het gezelschap verlaten moet
wat de ruggengraat uit dit stuk snijdt
men belijdt wat men niet waarmaken zal
als tal van eenvoudige zaken ontbreken
zoals steekhoudende redenen van weigering
de ontheiliging van een zinderende ingeving
de zingeving en het bloed dat stromen moet
zonder vromere grenzen dan de paus wenst
===
Laurent de Buisson – poème nature
Ook als wij de vogels zouden verstaan
de bloemen begrijpen, het beest in ons verslaan
de rijpe vruchten der bomen en hun dromen doorzien
al het klaterende water onze diepste dorsten lessen laten
het gif uit onze aderen persen, deze grond waarop wij leven
teruggeven aan de aarde onder onze voeten
ons heilige moeten gunnen diep tussen wortels weg te zinken
in krioelende modderpoelen, om ons niet langer te bezoedelen
uit die onreine bronnen te drinken, maar uit de lavende nerven van bladeren
en laat ons sterven naar natuurlijke gebruiken
als stof voor de bodem, en beestjes die met miljoenen
op hun doel af onder en uit struiken zullen kruipen
al zouden wij pijn van vlinders voelen, alle bijen bijeen brengen
onze beste bedoelingen, noch ons verengde maakbaarheidsdenken
zullen de wereld een toekomst schenken
===
R.E.N.S. geen celdeling
geen celdeling
noch metabool gerommel
‘the devil has left..’
het lichaam
de tempel van de geest
geen suikeropname
noch stoute weefselfoutjes
‘die linke Seite..’
van ’t gelaat
die in schoon daglicht blaakt
dan de achterzijde
van het onderste deel
‘respirer à travers..’
hupsakee
naar het bovenste mee
alsook de rust op de rug
door nuttige koeling
‘tu bene facis..’
het ongecontroleerde
lijkt ten einde
raad
laat ons drinken
op de normalisatie
van uw adronale sap
dit leven beklinken
===
Laurent de Buisson – vezelbever
oeverzwaluwen zwieren
natuurlijk
laag over het water
de lepelaar waant zich
een ware Jezus
met zijn poten diep in de drab
een uitstrekkende zwaan kijkt toe
hoe ik hier rondstap
langs rietsigaren onder de rook
van de mens en talloze
boterbloempjes voor mijn neus
gedrapeerd
een meidoorn weer
en rollend door de klavertjes
zie ik daar toch vier
vergeet-mij-nietjes opdagen
met als grootste gevaar
de grazende koeien
de stemmige paarden
de vlaaien
en ergens daar
een vezelbever die mij aanstaart
alwaar ik ga
stel dat die steltlopertjes
mij waren
en wij in deze maand
blaren op handen dragen
van de watermuntthee
– of chai
zoals de Portugezen
geleerd hebben te zeggen
rozenbottels
daargelaten
voor de smaak
===
R. Delarbusto – stormbreker
Achter de verhalen van vervaagd behang
en onder het vale gangkleed geveegde
naar de ronde tafel waaraan gegeten moest
en zou worden
van de breekbaarste borden
beladen onder het gewicht van verledens
door de steden van weleer
en de graven ten lande
Het waren de kauwen
en de meeuwen evenzeer
zij schreeuwden het uit
door de jaren heen
voorafgaande aan dit
beklagenswaardige
wat voor de aardigheid
nog een bestaan gelijken wil
De wind die geen woorden voordroeg
nooit door muren heen joeg
maar draagbalken
die stevig genoeg kraakten
of veerden als ribben
van baleinwalvissen
waardoor het gissen bleef
welke storm alles breken zou
===
Stoker – Het Oneerlijke Verhaal
Té bont zal hij het nu niet maken
het blauwspectrum laat hij
derhalve -kortstondig-
buiten beschouwing
want hij heeft al zoveel kleuren bevuild
vergelende tanden gezet in allerhande
goden en (half)dode taalwichelaars
vuurrode tussendoortjes
vuile-handen-hapjes als zandstrooiers
uitgestreken smoelenschotels van de dag…
‘Een zon die net niet doorbrak
of een opgeschorte traan die viel
op zo’n verwaarloosbaar schilderij
van een helbestormende tragedie
over het verval van de schoonheid
gebed
in een vrolijkmakende doodstrijd’
…een aha-erlebnis of vijfhonderddrieënzeventig
en overige nooddruft
gebrande handen
herhaaldelijk
afgelikte vingers
aan een verscheidenheid
aan historisch te noemen vrouwen
traktaten en monologen
mannen van -twijfelachtig- statuur
mausoleumwaardige kandidaten
bij elkaar gefabuleerde praatgraaggroepen
in zeeën van bloemenkransen dansend
over cirkelredeneringen walsend
onder bomen opzettende bomen
een voortmijmerende maan [zonder hoop!]
die de betekenis van het bedrieglijke licht doorzag
en alles veranderde.
Wat hem bracht
wat hij nooit had verwacht
dat hij daar ooit komen zou
waar hij zich op dit moment bevond
boven het plafond van zijn dromen
[uitgestegen als een ware Icarus
zou de jaloerse classicus beweren]
de warmte radicaal absorberend
turbulentie kerend in zijn voordeel
geleerd door overdadig gehobbel
in luchtzakken van het algehele
gekrakeel uit zijn verleden.
Hij glijdt omhoog
en naar beneden
als en wanneer
hij dat wenst en wil.
“Niks prikkelt meer tot poëzie
dan de aan- of afwezigheid
van elke vorm van urgentie.”
===
R. Delarbusto – fotosynthetische praaldans
Ik heb nooit begrepen waarom
een watermolen geen wieken heeft
want dan zou het de wind
een handje kunnen helpen
om de bladeren van bomen te laten ratelen
waar ik dan bij wegdromen kan
met mijn voetjes bungelend in de beek
die op zijn beurt in gang gehouden wordt
door het draaien van het rad
dat meelift op de wind
zodat het water gezwind langs de wortels omhoogklimt
door de stevige stammen
en door de takken als klamme handen
eindelijk de ratelende bladeren bereikt
alwaar het
in een fotosynthetische praaldans
verdampt
dat zou ik mooi vinden
===
R.E.N.S. god(in) van de overdrijving
Broeder in de zeemansliederenkunst
het is een gigantisch genot
in de razende en dwaze winden
die wij dagelijks alleen
en gezamenlijk creëren
waardoor de zeilen bloemig bollen
onze woorden als schoenerbrikken
door de rollende golven prikken
Deze zelfingenomenheid
vindt enig aftrek binnen de geëigende
veilig welgestelde kringen
– alsof de ‘ring van vuur’ een uitweg zag
door de muren van de ondergrondse wereld
penetrant
– een bovennatuurlijke redenering
die elk verhaal rondbreien kan
Vicieus of
serieus ingewikkeld
(a-)pretentieus zal ik altijd blijven
Als protagonist zal ik moeten beginnen
met de vele goden te rangschikken
naar kracht en uithoudingsvermogen
zodat ik mijn dagen duiden kan
aan de hand van welke god
op dat moment
het dichtst bij mij staat
– helemaal gelijk zullen wij nooit zijn
de slimmere goden
zullen dat maar al te goed begrijpen
Als er nog geen god(in) van de overdrijving bestaat
– iemand die voortdurend een trede overslaat
naar het superlatief van een hellend zwart gat
de ladder des levens verder uitrekt
dan men ooit eerder voor mogelijk hield
die achteloos tachtig sloten tegelijk
bedenkt en overspringt
in één stokloze nanoseconde
dreigende ketens temt
door zijn poten slechts uit te rekken
die de eeuwige beweging
van de zee en de horizon
tot stilstand brengt –
dan zou ik zeker bereid zijn
om voor die rol te solliciteren
en zo er andere kandidaten zijn
zullen zij wegkwijnen in de schaduw
van mijn grootste overdrijving
===
R. Delarbusto – hij zag de man liggen
hij zag de man liggen
meesterlijk omschreven
in benarde omstandigheden
en kon zich direct
met hem identificeren
het waren simpele woorden
waardoor de situatie
tot in detail getekend werd
in een paar zinnen
kwam alles heel hard binnen
het knabbelen van de zee
het verscheurde lichaam
de zon die langzaam klom
hoe traag de dag verloopt
als er geen hoop meer is
je ziet hem huiveren
in denkbeeldige gedachten
en herkent het duistere
waarin hij wegzinken zal
en juist op dat moment
glimlach jij
===
Laurent de Buisson – Het geluid van de uiterwaarde
..en als je héél goed luistert
hoor je het fluisteren
van de vergeet-mij-nietjes
het zuchten
van de boterbloemen
in de verstikkend hete zon
..de koekoek roept niet
naar het nest, maar
om mij te attenderen
op de paraderende
Canadese kuikens
en de knobbelzwaan
die zijn kop in het water steekt
..het zoemen van mensen
en van die dingen
irritant op de achtergrond
wringt met het natuurlijke
van de bijen die vrij zijn
als zij mij ontwaren
..de vleugels van de vlinders
kleuren mijn oren verder in
===
R.E.N.S. antiforisch mineraal
Wij dwalen
over het oude pad van woorden
en alle vertakkingen nadien
Wij wankelen, zwemmen of zinken
– er is al zoveel taal
welke zin hebben wij nog toe te voegen
in het opgespoten land happen
de wanen opvolgen
onze visie op schoonheid delen?
Wij genieten
op dit versleten pad vol beelden met
een glimp van slijtage en verval bovendien
maar het zal geen water zijn onder onze voeten
als wij het niet drinken als klare wijn
wij er geen brood in zien om vissen te vangen
Wij zwichten, leven of vallen
‘de wereld is opgetekend geraakt
door een overdaad aan lege handen’
===
Stoker – recht-door-zee-procedé
één is tot niks in staat
nooit zal hij anderen zien doen
horen zwijgen in een vacuüm van geluid
de hand leggen op de geëigende buikspieren
boven de distributie uit banden smeden
op de hete markt der anonieme tegenstemmen
anders dan punten in een grafiek ervaren
twee wil zeker kunnen vliegen
om vervaarlijk te jagen
op onderliggende straten
en altijd overstromende plannen
die klippen als cliffhangers ontberen
maar de ratten nog immer ontzien
ook al hangen zij smachtend in de touwen
door een overvraging en enige nattigheid
maar samen kunnen één en twee
de wildste lijntjes kleuren, – alsof
weerstand een state-of-mind vertegenwoordigt
in tijdoverstijgende stappen
die te nemen zijn
als ondergelopen ideeën leeggepompt
prompt tevoorschijn getoverd
in heksenkringen ontbolsteren
zij die geen aanvliegroutes nodig achten
blijven opstijgen
tegen alle verwachtingen in
===
Laurent de Buisson – Ooit lig je ergens
Ooit lig je ergens
in het volle zicht, onbevattelijk en stijf
je zal geen krimp meer geven
je lacht niet, nee, er is alleen nog niks
je lijf, jouw zijn ervaart niets meer
Ooit lig je daar dan
zoals de dingen nou eenmaal gaan
klinken er gedichten over schoonheid
liederen over liefde? – verdriet
en pijn die altijd komen kijken
Ooit zal iemand terugdenken
aan dit hier en nu
ploeterend en/of kussend op lava
stromen tangoënd sussend langs
honderdduizenden overwegingen
Ooit kunnen fijne herinneringen
houvast bieden, zekeringen blijken
boven de diepe afgrond
zo het leven ook kan verschijnen
doch aan dat alles komt een eind
Ooit rouwt iemand om jou
ondanks enig gemiep en gedoe
in welke verwikkelingsfase dan ook
is het enige wat er nog toe doet
wat hier en nu wél is gezegd
Raak elkaar niet kwijt
===
R.E.N.S. één van die dagen
struinen over de kleidijken
en kijken naar het groeien
van het mos op de bunkers
horen hoe de polder zoemt
en gakt onder de zindering
van het boomloze zonlicht
de van hitte trillende verte
waarin de reeën verdwijnen
en die paar schepen per dag
ook daar al de zilverreigers
en vele zwierende zwanen
die dikwijls tranen trokken
kon ik toen verder kijken
vanuit dat daar naar heden
had ik zoveel meer geweten
===
Laurent de Buisson – De Afbrokkeling
Dit is niet de eerste keer
dat zijn nagels hem helpen
zich uit een gat te graven
Vogels met oranje snavels
orka’s en één bruinvis
worden hem toegeworpen
als onvoorziene vergezichten
dientengevolge
komt alsnog de afstand
in hemelsbrede zin
‘nicht in Frage’
tot ijsberen
Hij loopt rond en keert terug
naar de kern waar alles begon
en blijft aanvangen
bij het rode velours
de blauwe bank
de hond aan zijn voeten
de versleten ruggen
de leegte die zich vult
met onuitgesproken gedachten
en andere lezingen omtrent
het gruis aan zijn handen
de afbrokkeling
van zijn versteende gestel
als altijd één
op zekerheid gestolde
broze illusieloosheid
en weigerende stilte
===
R.E.N.S. het vaste patroon
..en daar gaan we weer
volgens het vaste patroon
met dezelfde handelingen
die tot vervormingen leiden
van het binnenvallende licht
de geluiden die een buiten verraden
en het ondoorgrondelijke gevoel
om spoedig doorkropen te worden
dat zenuwslopende leger is gereed
hun nagels geslepen
dreigend gedoopt in het zoutste zuur
voor een extraordinaire ervaring
en de enige muur die ter beschikking staat
is een spiegel die moet worden opgericht
een strijd van gif tegen gif
een vuur dat vurig bestreden dient
in de tijd die zojuist heeft toegeslagen
vertraagt de klepel op de voorgrond
in het luchtledige van dit lagedrukgebied
brandt de hoogte angstaanjagend
===
R.E.N.S. poëtisch drijfzand
Juist op zo’n moment
wanneer die simpele penseelstreek
een verbijsterend schilderij wordt
de rauwe klei zich vormen laat
in hypersensitieve handen
tot een dieper verlangen
als klanken het oerritme overstijgen
het gezang de lentezon omlijst
een o zo fijne verschijning verdwijnt
en het hart niet meer stoppen kan
met bloeden en weer opbloeien
omdat elke bron inwisselbaar is
Alleen
wanneer de wolken mogen verdampen
en de vissen broodnodig verdeeld zijn
pas dan verkrampen onze naakte voeten
op dit ijskoude pad
van spekglad poëtisch drijfzand
===
Laurent de Buisson – Antigif
De ingevallen gelaatstrekken van een maan:
de senioren mokkend in ouderwets chagrijn,
een glyfosaatveld aan haat ten onder gegaan
(doornen van de duinvariant, als snijtanden,
tekenden en sneden de kleding, hun huiden
als flinterdunne herinneringen op stranden);
deze seizoensluwte brak hun schone hemden,
alles was klaar, drijfzand zoog aan hun voeten,
zij waren het niet die ruwe meeuwen temden.
Hij zweeg, met zijn handen vol van waarheid,
vrijheid om te vergeven, een grotere rijkdom
dan al het fruit op de savanne tijdens paartijd;
duister viel voorzichtig op de pot met gouden
lemniscaten, geuren en smaken van elke stad
zwerven rond voeten, deze hogere gebouwen
kraken tragere zonnestralen in ontnuchterend
eerlijke schaduwen. “Drink dit dicht, vervuild
door het afzichtelijkste licht, zo verontrustend
is dat niet”, de vogels zongen in schraal mineur.
Een miniatuurmeer, opgevuld met plastic lelies
waar bijen op stukvliegen; een ware mitrailleur
waarvan de vonken uitstekend sprongen op hen,
geen spatscherm of slabbetje – zonder de redding
voor hun verloren geesten te halen: zij zijn Zen!
Over lelijkheid mag hij niet spreken, onderwijl
moet hij zich wel bekommeren om andermans
stront; de stal is geen plek voor een natte dweil,
het is om te huilen. Als een vegetarische schotel
het beest in je losmaakt, jij op de vleesgeworden
illusieloosheid crasht, over de top hotel-de-botel,
dan rest hem niks anders dan het sterkste antigif.
===
R.E.N.S. pijnboomschrammen
Eeuwig ploetert hij door
dit verschraalde woud van
terging en pijnboomschrammen
het zweet gutst hem van het hoofd want
hij zal zich dit godenleven lang niet
zomaar laten kennen
soms probeert hij zelfs te vliegen
tegen zijn eigen wijzere weten in
En de wind die
dreigt of zwijgt van alle kanten
zoals hij immer gewend is geweest
– alhoewel verleidelijke tongen
hem bij tijd en wijle wel bereiken
blijft hij naar behoren kijken
maar geen god of mythische berg
kan hem in dit stadium nog helpen
als zoon van zal hij het bloeden moeten stelpen
===
Junior – ik hang aan de toppen
ik hang aan de toppen
van gebogen zilversparren
en eindelijk vliegen kegels
door de zomerse wolkenlucht
als ik dan toch loslaat
houd ik alle vogels tegen
met mijn uitgestoken handen
waai ik de wind zonder zuchten
langs het speelse wuifgeboomte
als ik dan toch aanhoud
blijf ik zweven boven het aards
kruipend, sluipend ongedierte
(met wel zes deugden, geloof ik)
en hun zeer zware schaduwen
als ik dan toch doorschijn
mag iedereen de regen zijn
en zij die ik vergeten ben
het gedonder
===
R.E.N.S. Achtpoot
Mijn hoop en fantasieën
strekken zich
als eindeloze tentakels uit
over de bodems der oceanen
waarvan ik alle restjes
en overblijfselen
van levens en verworpen
ideeën schraap
ook tegendraads
gedraaide schelpen
restanten
van gênante eenvoud
waarvan iedereen walgt
evenals
de gezonken scheepsonderdelen
uit oorlogen
die nooit hebben plaatsgevonden
Doordeweekse
en doorweekte krantenkoppen
laten hun inkt vloeien
door getijden
woorden zinken
in hun eigen wijze diepte
of liggen plat
met hun nalatenschap
op het wad te spartelen
happend naar een lucht
die zo snel verandert
dat van een windrichting
geen sprake meer kan zijn
Gelukkig gaat de zon onder
in het beste geval