Strakgespannen linnen rond,
geweven in een vast patroon,
draden donkergrijs en zwart
door mijn droeve, broze hart.
~~~
Getrokken door een scherpe naald,
gewreven en stevig afgehecht.
Neergang in wrede herhaling,
lussen in een kettingsteek.
~~~
Mijn beeltenis in de wevershand,
vervorming van het canvas blank,
het linnen rond dat niet meer past,
ontlussing die teder volgt,
het anker volledig los.
Zachte draad van genade groot,
wording van een nieuw patroon,
onlosmakelijk beeld van de wevers Zoon.