Babéra Bokorból door R. van de Struik; ‘spiegelgedichten’
(apr&mei 2026)
APRIL
Gezamenlijke Leegte Esther Bevillia – Eenzaam landschap
Bodembedekker Esther Bevillia – Hoge bomen
De wereld ontvouwde zich Nathan – Eenzame wegen
MEI
Op de oprit stranden julius dreyfsandt zu schlamm – Over de drempel springen
La misère orange Beau van Zweymeltael – Blauwe rapsodie
Laatste dodenoffer J.M.C. – Eerste Levensbehoefte
Saaie stilte Gerhard Burgers – Unieke toon
‘gewoon eventjes’ Katty Wijns – Niets is eeuwig of altijd
Goot Gerhard Burgers – Bank
vulkanen Van Xanten – Merapi
Omgeploegd Barbara – Overwoekerd
Voortdurende onwetendheid Nathan – Zeldzame kennis
Toen & Heden J.M.C. – Toekomst of Verleden…, 5 juni 2026
Gruwelvloek Van Xanten – Zinnenwens
Celeritas Ralameimaar – Lente
===
Gezamenlijke Leegte
Daar werd met zoute lippen gezoend
gericht op zijn geketende lijf
die jaren van smuilen en buigen
vervreemd in de gedeelde leegte
bleven de wrede kauwtabletten
weg van rustgevend bladgeritsel
stuitte zij op zijn verharde huid
Zij wierp alles met verve van zich af
de afschuwwekkende werkelijkheid
met vulgaire viswijventrekjes
daar stond zijn getrainde lichaam te zweten
daar lagen de nachten van zijn waarheid
Zij zouden op afstand blijven tot in oneindigheid
toen was hij daar maar nu blijft hij hierbij
===
Bodembedekker
Het lag er aan
of hij er tegen kon
hoe lang de stilte
nu weer zou bestaan
Hij wilde regen
én de zon
als bodembedekker
geslagen in de orde
der kameleons
Zijn ironische tronie
in oneindige gladheid
standvastig
zo gestreken dat
zij hem onderschatte
De bekende woorden
die zouden vallen
voordat zij de deuren
wederom liet knallen
De herinnering aan
zo’n kille kus
nooit meer kruipen dus
als bodembedekker
===
De wereld ontvouwde zich
De wereld ontvouwde zich voor jou
in wat vrijheid heten mag
ik voorvoelde jouw gaan
overmoedig
zelfvoldaan
Toen op vaste bodem –
invoelend
een simpel mens
onverhoopte dromen
Eén herinnering voedt nu eenzaam vuur
waar verbinding gezocht wordt
Wij zijn nergens meer te bekennen
nooit meer als licht
wat wel schijnen
zal
Jij zit klem in ressentiment
opgesloten en verwaarloosd
Het slachtofferschap blijft hangen
je draait er omheen
Lawaai biedt de rust
die je nodig hebt
===
Op de oprit stranden
Juist als ik de hemel wil betreden
staat mijn verleden te trappelen
mijn vastgeroeste ziel en zaligheid
de weidsheid van eeuwig sappelen.
Reeds lang komt wijsheid van buiten
in gevangenschap, een muur van het blijvende
of ik sta stil in de woorden
en betekenis, wat ik nalaat
is de leugen van die ene waarheid.
Vluchtig als hemelse leegte, dat verpakken
als ingebonden beperking van echtheid
terwijl God als één grote vergissing verdampt
verdwijnt de haat uit al zijn bevuilde harten.
===
La misère orange
Hij verzette zich destijds fel tegen mij
zoals bijna elke keer, datzelfde liedje
zeker, het zal wel weer blijven hangen
niks niet chillen, heart warming feesten
of daten, nooit meer op z’n Grieks of Farsi
als vogelnest voor eeuwig vleugellam
in beginsel blijft hij tegendraads
De nudistenbegrafenis viel dood
op z’n Fries
de Brabantse stervensdichter
zonder Prince’ verse worst, de rite petit
en sweet, leeg doorgeslikte misères
maar nooit meer oranje volières
wat blijft er over van onenigheid?
Maar goed, we zijn niet bij elkaar
voor antwoorden
op verloren schoonheid ‘voor het eggie’
en ik, sowieso, het ouwe tuinstekkie
jij bedoelt mij – ik fix helemaal niks
aanmatigend, de waardevolle vormen
de lezer leest door een bril van normen
van dunne stof of zelfverlakkerij
Hier is de kitsch met lage status, of toch
als lange tenen tegen teveel vrede
hij ging dus weer stevig tekeer
en ik wilde buiten naar binnen halen
in huiselijke sfeer, een volgestouwde kalkoen
geen honden die geen gewoon brood lusten
van die groenbemestende domkoppen
Deze kitsch met lage status blijft
zwijgen over hun stilstaande taal…
===
Laatste dodenoffer
De vrije tijd heeft hij kennelijk benut
op alle dagen die hij verspeelde
Natuurlijk is hij op zijn best
in de realiteit met zingeving
waar hij niet uittreden zal
om voor eeuwig hemels te leven
– hij wordt gek van wachten
Nu zijn ze eindelijk de hort op
hij en z’n ongebreidelde fantasie
afgezaagd kiezen tussen spareribs of vis
want het was zijn idee-fix
Zij hield nooit echt van hem
toch zou ze hem niet dumpen
al was het maar voor het gemak
de diamant was allang verpatst
Bovendien doorziet zij zijn verslaving
wat, als specialiteit, werkelijk haar talent is
waardoor de aandacht verschuift
naar dagelijkse levensbehoeften
persoonlijke verzorging
zonder moeilijk te doen
Steeds opnieuw
Zodat niemand zich zorgen maakt
hoeft te controleren of hij nog leeft
beschaamd herrie schoppen moet
om een zinnige reactie te krijgen
een glimp van zijn schim te zien
Want het is alsof hij er niet is
voorwaar geen wil meer heeft
geen verbinding met zijn gevoel
geen ik om op te reflecteren
Alsof hij doelloos afstevent
als een laatste dodenoffer
zonder bemachtigd avondmaal
===
Saaie stilte
voor aanvang van zijn afstomping
vervaagde in afstandelijk groen
haar opgeloste stoffelijkheid
in de ochtendlucht
iedere leugen blijkt echt
zij zal nooit wederkeren, verdomme
noch in dode lijve
en hij wankelt in saaie stilte
na haar lichtvertoon
die haat houdt hem in leven
zij doet wat zij wil
met of zonder kleren
voor zichzelf
en niemand anders
hij zou blind en doof zijn
de dood wint haar anonimiteit
uit zijn onverschilligheid
hij die niet rustig liggen bleef
in de volheid van het besef
===
‘gewoon eventjes’
Dat hij vertrok
hij ‘gewoon eventjes’ wegging
met voorbedachte rade
dat verzweeg hij
Maar nu
nu wil hij terug
Haar zal dat niet ‘gewoon
eventjes’ overkomen
Haar zal dat na zijn daden
nooit meer gebeuren
Maar zij
zij kneedde beelden uit zwarte gaten
liet de wereld los
pakte de laatste nachten in
ondergronds
verkocht ze als oplossing
voor de herfstzon
Haar denken stuurde haar daden
duwde doortastend
het voortslepende inslapen
in verzachtende twijfel
boven haar sterven
Maar nooit…
zolang het voortsleepte
gedurende dat etmaal
bevroor haar allerlaatste woord
ontsteeg zij herfstig het einde
de eindigheid
Buiten het lawaai van elke nacht
zij zou zichzelf nooit verliezen
zichzelf niet meer missen
===
Goot
Dit is jouw realiteit
zolang ik stil blijf staan
in wat niet echt mag heten
als meest plausibele tijd
[maar verdwenen is mijn dagpijn]
Nabijheid vervliegt uit gedachten
jij zwijgt bij de stilstand in de goot
blindelings volg je
jouw teruggekeerde ongeduld is groot
[noch komen hier je verwachtingen tot stand]
Kennelijk aarzel jij
mijn brein vlucht in antimaterie
wat geen korte dood ontloopt
inclusief bedacht worden
[de mijne zijn het zeker niet]
Jij weet niks meer te herleiden
nooit eens zonder harde zucht
nimmer het zwijgen of tot tien tellen
noch is mijn lijf ontfutseld
[ontvlucht]
===
vulkanen
Smelt het zand in je handen
geef de eilanden overvloed
verlang naar vuur
eer het struikgewas walmt
vulkanen in slaap vallen
onder de gordel ‘t ijzigste
die maan missende raket
of een gemaakte sweater
voor de leegte van de eilanden
de ander zijn ledematen
verbranden in de zichtlijn van
zo’n verreizende bron
===
Omgeploegd
Hier lig ik, leeggetrokken
grond die doorgeploegd werd
wachtend op weer nieuwe zaden.
Ik ben in mijzelf gekeerd
luchtig omgedraaid
in verhelderend licht
zonder rancune
onder het oppervlak.
Mijn bodem is behoorlijk bereikt
wat groeien wil bezwijkt
hier op en in mij
waardoor kunstmatige shit stromen moet
uit die spuiten van de mens.
Niet in mijn belang
noch voor het overleven van
een vlinder meer of minder
of wat je hier ook zou moeten kunnen vinden.
===
Voortdurende onwetendheid
Hallo vijand.
Alles is gewoon
verontrustend
als niemand anders
bestaat in een wijde omtrek.
Vrijwel geen vervroegde
nalatenschap
die luidruchtig is vergaan.
Hallo tegenpool.
Zij verdween
ongeveer omtrent
vóór of nadat jij te zien was
in werkelijkheid.
Het lawaai is
onverstaanbaar
uit haar handen geglipt.
Niet herinneringswaardig.
Hallo haat.
Als laatste dan
bleef jij uit beeld.
Welke leugens zouden sterven.
Ondanks haar
bleef jij steeds de waarheid,
die overbodig bleek,
onder de zon verblijvend.
Altijd weer zwijg jij,
voor haar, door jouw handelen.
Want de aanwinst blijft veel valser
dan de vragen
die voor eeuwig branden.
Toen stierf jij eens
in voortdurende onwetendheid;
wat jij denkt
over nooit meer samen blijven.
===
Toen & Heden
Niks loopt weg bij haar
in dit huidige heden
van volle schijnwerpers
en letterlijke rancune
door gedachten van macht
waar voor haar dood
precies op het einde
de rivier opdoemt
alsof zij nimmer
een enkeltje krijgt
Vanuit haar toen
doorgepakt en voldaan
ligt niets ongedaan
voor eeuwig te wachten
al daalt geen besef in
met de ramen opengegooid
waardoor zij niks komen voelt
en zij zwijgt: of nee, misschien
als zij het vooraf niet voelde
was dat dom geweest
Zij heeft geen verlangen
naar dat toen
als haar lichaam
kalmte ervaart
hier verblijft
zonder enige
ontevredenheid
en de dood sterft er
in vervliegende tijden
van toen en heden
===
Gruwelvloek
Gelukkig is zij niet geblokkeerd
geraakt door het ‘nigrum finem’
verstijfd, guur en vertroebeld
voorspelbaar als arme grond
enkel nijdige duisternis
jaagt wervelwinden rond
vanuit haar hoofd
als gigantische hagelstenen
stuiterend in Duitse Radler
die wat later smelten of
breken tussen witte tanden
– met de kater op fotoshoot
Vals en zoutig ploeteren
uitwassen der struiken
door haar nacht
de ochtend wacht af
in doodsangst
===
Celeritas
Ik tracht illusies te temperen
als bronnen van een kaalslag
de afschuwelijke consequentie
de kern van alle dingen raken
Ik delete sixpacks van haantjes
verwijder lijken tegelijkertijd
ontmantel enkelvoudig beeld
nog los van het sterfteverloop
Ik blijf bij onbegonnen drama
van een kleurenoorlog in spe
en zwijg tegen de voorouders
om mij maar klein te houden
Zoals verwacht ben ik blind
als de bron vrij van de illusie
geen resultaat of middelpunt
van dat nimmer onderdrukte
Of ik met hulpmiddelen vlieg
de herboren oudere wegvaag
vale kleuren van het verleden
onder mijn oppervlak verstop
De kiekendieven wiegen toch
op de bovenkant zwartgerand
als de golven van verhit water
en of kwakende kikkers praten