Het gebeurde op een donderdagavond in café Het Sloe in Arnemuiden.
Meneer Heistek verspeelde tijdens een pot biljart zijn rechteroog door op zijn keu te vallen.
‘Hij stond net op het punt te pikeren,’ zei Kees die achter de bar stond. ‘Hij boog te ver voorover. Ik hoorde iets knappen, alsof iemand een doppinda kraakte.’
‘Het kwam doordat iemand te hard lachte. Heistek keek geërgerd om en verloor zijn evenwicht,’ zei Henk. ‘Ik zie het nog voor me. Eerst die keu rechtop, toen een graaiende arm, en daar lag-ie naast het biljart.’
Na het ongeluk droeg meneer Heistek een zwart lapje. Hij bleef komen op donderdagavond en ging aan hetzelfde tafeltje zitten. Bestelde pils.
De eerste weken durfde niemand ernaar te vragen. Toen vroeg iemand voorzichtig:
‘Hoe is het eigenlijk gebeurd?’
Meneer Heistek keek naar de biljarttafel. Naar de ballen, de keus in het rek.
‘Ik stond voor,’ zei hij.