Ze liggen op het tapijt in Nicks kamer. De muziek staat zacht, een baslijn die onder hun woorden doorloopt.
Zijn moeder roept beneden dat het bijna tien uur is.
Hij roept terug dat hij het heeft gehoord, zonder zijn ogen van Lena af te halen.
Zijn hand glijdt onder haar haar en hij schuift dichterbij, tot zijn mond bijna de hare raakt, terwijl haar vingers aan de rand van haar coltrui plukken, keer op keer, en ze haar blik langs zijn schouder laat glijden.
‘Gaat het?’
Ze knikt.
Hij buigt zich voorover. Zijn lippen raken haar wang.
Op de trap kraakt de vijfde trede. De deur staat op een kier.
Lena draait haar gezicht weg.
Hij haalt zijn hand terug en veegt hem langs zijn broek.
Ze gaat rechtop zitten en strijkt haar trui glad.
‘Sorry,’ zegt ze.
Hij rolt op zijn rug en kijkt naar het plafond, naar de donkere plek waar hij gisteren een mug doodsloeg.
‘Laat maar,’ zegt hij.
Ze staat op, pakt haar jas van de stoel en steekt haar armen in de mouwen.
Hij reikt naar zijn telefoon en zet het volume hoger. Het geluid vult de kamer, trilt in de vloer onder hem.
Lena trekt de deur open en glipt de gang in.
Hij blijft liggen.