Voor de lezer met een sterk historisch gevoel noem ik een jaartal. Dat is het jaar waarin de Schertsverhalen zich tot nu afspelen. Dat is circa 2003. In het toekomstige Deel 4 geef ik een toelichting die de onderlinge samenhang van al die verschillende verhalen uitlegt.
De geharde en ervaren lezer, niet onwillig om zich een beetje in te spannen bij mijn teksten, vraagt zich natuurlijk af wie ik na dat uitstapje in de groepstherapie (Schertsverhalen 2) tegen het lijf was gelopen. Om dat uit te leggen had ik op het eind van die vertelling net niet voldoende regels ter beschikking. Het formaat A4 is een beperking, die ik mijzelf opleg. Het verhaal was juist beland bij het moment dat ik mijn eerder op de middag gemiste afspraak alsnog tegen het lijf liep.
Ik was hem nooit eerder in het echt tegengekomen; een lichte opwinding maakte zich van mij meester. Eindelijk, eindelijk ontmoette ik deze rijke bron van inspiratie: Leen Snikkelorem. Als redacteur van het clubblad “Veren en Pluimen” (48 abonnees) was het mij een eer om hem eens te interviewen. Na vele pogingen was het me dan eindelijk gelukt om hem voor deze bewuste dag te strikken. In dat overzichtelijke gebouw waar ik, pechvogel, per ongeluk in een therapiegroep belandde. Zie Schertsverhalen 1. Maar nu was er gerechtigheid.
Eigenlijk onnodig om uit te leggen wie Leen Snikkelorem is, want hij is wereldberoemd in de wereld van houders van hoenders, cavia’s en algemeen kleinvee. Ik hoef u het belang ervan niet uit te leggen. Maar voor de enkele onwetende onder u: in de wereld van houders van hoenders, cavia’s en algemeen kleinvee is hij een legendarische grootheid. Leen wint jaar in jaar uit de hoogste prijzen op tentoonstellingen van hoenders, cavia’s en algemeen kleinvee. Hetzij met zijn hoenders, hetzij met zijn cavia’s en anders wel met zijn kleinvee.
Geen idee wat hij in dat gebouw deed. Maar het leidde tot de ontmoeting waar ik zo naar uitkeek. Het moest hem goed naar den vleze gaan, want hij bleek in een knappe wagen te rijden. Ik ontdekte dat toen Leen zo aardig was om mij in zijn auto een lift te geven. Onderwijl kon ik het interview zo goed en zo kwaad als mogelijk houden.
Leen kon heel onderhoudend het onderwerp veefokken bespreken. Hij legde de finesses uit van de toepassing van genetische variabelen. De juiste stippel op de juiste verentooi van een Siberische Trompetgans en de ideale scheiding in het rughaar van een Mongools Biggetje. Fascinerend temeer omdat het mensdom met het mensenfokprogramma daar onvoldoende aandacht aan schenkt.
Hij raadde me aan om eens te praten met een zekere Ben. Eveneens thuis in het beweeglijke veld van het fokken. Een zegen voor de mensheid. Je zou hem een ethische zaaddonor kunnen noemen. Hij sprenkelde namelijk niet – zoals sommige van zijn kompanen grootschalig deden – sperma in het rond. Heel doordacht stelde hij zijn unieke DNA selectief ter beschikking.
Ik wist toen nog niet dat Ben de kostelijke inspiratiebron voor talloze verhalen zou worden. Evenmin wist ik dat – als je de verhalen opschrijft – er bij het OM en Politie vooringenomen functionarissen kunnen zitten, die je zonder enig bewijs en feitenvrij voor de rechter willen slepen. Volgens mij hebben we het op deze plek daar wel eens over gehad.
Maar waar is Ben?
Wordt vervolgd met: Schertsverhalen 4.