Vervolg van Sjoemelzaad (3/7): Intimidatie
In het vorige deel leek het erop dat de Grondwet buiten werking was gesteld. Eén van de pilaren van de Grondwet is de vrijheid van meningsuiting. Ik had waarschijnlijk niet goed opgelet toen er een grondwetswijziging had plaatsgevonden. Rechercheur Flessentamboer verraste mij door mij opgewerkt censuur op te leggen.
Ik heb het er zelf naar gemaakt. Inderdaad heb ik verschrikkelijke gebeurtenissen beschreven. Ooit gaf ik een beschrijving van de Slag van Waterloo. Dat was een rommelig zooitje. Maar ik kon kennelijk probleemloos over die verschrikkingen schrijven. Andere koek bleek het te zijn toen ik commentaar leverde en mijn ongevraagde mening gaf over krankjorume gebeurtenissen. Wat mij over de streep trok om er over de publiceren was, dat tot mijn stomme verbazing de goegemeente de meest idiote dingen accepteert. En maar zwijgen uit angst voor een proces aan je broek. Ik heb er zo een de pakken gekregen. Naast het aspect vervelend biedt het ook de nodige inspiratie.
Een opiniestuk inzake hoe slecht mensen met onder andere kritiek omgaan is van de auteurs Guus Dix en Jelle de Graaf. Het staat op www(dot)bnnvara(dot)nl: “Criminaliseer de boodschapper, negeer de boodschap” (d.d. 23 januari 2024). Veel eerder schreef William Shakespeare over hetzelfde item: “Don’t shoot the messenger” . Iemand met een scherpere opmerkingsgave dan gemiddeld kan agressie oproepen. Je moet je kop houden!
Rechercheur Flessentamboer was geen bedreven lezer. De satire in mijn teksten was hem volledig ontgaan. Van iemand in wiens vak waarheidsvinding de richtlijn is mag je enige opmerkzaamheid verwachten. De inhoud van wat ik schreef over zaadroof en misleiding van een donor deed deze politieman niets. Hij deed gewoon plichtmatig zijn werk. En zoals het er naar uitziet een beetje meer. Een beetje teveel!
Tussen zijn (intimiderende) eerste telefoontje en het tweede gebeurde er iets spectaculairs. Jostie heeft aan die “iemand van het OM”, zijn superieur, verslag uitgebracht over zijn kordate optreden. Te weten het opleggen van censuur. Die iemand, Rietje dus, zal zich rot geschrokken zijn. Vanuit haar juridische achtergrond realiseerde ze zich, dat zij beiden opeens te maken hadden met een gevalletje schending van de Grondwet. Als die ambtsovertreding tijdens de procedure tegen mij boven water kwam konden zij fluiten naar glansrijke carrières. Flessentamboer had zichzelf als het ware in de hoek geschilderd door mij een ondertekende lijst van te censureren teksten te verstrekken.
Die aangifte moest voor hun eigen veiligheid per se verdwijnen. Voor seponeren ontbrak hen de bevoegdheid. Die ligt in hogere echelons zoals bijvoorbeeld een (Hoofd)officier van Justitie en een rechter. Voor het zoekmaken van bekeuringen draaiden destijds bepaalde medewerkers van Justitie de hand niet om. Er moest dus een uitweg bestaan!
Bij de overheid raakt wel eens meer iets zoek. Denk aan de beruchte verdwenen fotorolletjes met bewijsmateriaal over de verschrikkingen in Srebrenica tijdens de Balkanoorlog. Dat gebeurde op een beveiligde afdeling van het Ministerie van Defensie. Zou zoiets binnen het instituut van Justitie ook kunnen? We zullen het zien in het
Vervolg: Sjoemelzaad (5/7) Een raadselachtige verdwijning