- ik zie de sterren alweer voor me (2013-2025)
ik zie de sterren alweer voor me
flikkeren zonder ware betekenis
toch ontlokken zij mij woorden
gespeend van ieder hel begrip
als ‘t meezit vallen er ‘n paar
en kan er wel gesjoemeld worden
met de overtuiging van mijn ongeloof
en toch
zal ook ik naar de bloemen kijken
[door andere ogen waargenomen
als diepgewreven vegen]
indien
zou ook ik knielen
om te spelen in ‘t zand
en kastelen bouwen op de rand
van de wereld van oneindigheid
ik zie de korrels alweer voor me
- R.E.N.S. lieve lente
je zonlicht brengt verlichting
in mijn dagen waar ik mijzelf
in stilte terugvind in gevoel
uitvergroot
leg ik dat bij jou te drogen
of laat ’t hangen in de storm
die ’t losmaken kan
waarna ik ’t alsnog laat smeulen
tot ’t allerlaatste restje
in rook opgaat
in definitieve sliertjes
welke ik dan vang
als ’n tovenaar van niks
om als vervreemding
(als sluikreclame dus)
te misbruiken in brouwsels
naar eigen believen
en eventueel gewin
dus zijn de nachten nu ook warmer
en de tuin inmiddels wel in bloei
zoemend en zeker
geen gebrek aan bijtjes
of vlinders
of ander diversiteitsgedoe
en ’t gras is heerlijk
om op te liggen
weg te dromen
in ’t licht van
jou
lieve lente
- R.E.N.S. gevoelloosheid
ik waardeer de ledige cirkels
gebouwd op wrokkige grond
waar polderkoppen zingen
in ‘t dagelijks lommeren
dat is de ‘status vitae’
en steeds vitaler de weerklanken
Freudiaans ‘as fuck’
moordend en plunderend
zonder pijn in ‘t hart
‘my name is nobody’
als ‘t wilde dier dat heur haar verloor
onbekend met platonisch geluk
maar bezeten door gevoelloosheid
aanbid de omtrek
van ieder silhouet
- R.E.N.S. de gin (in Dmaj7sus9)
de fles is nu helemaal leeg
die kan de glasbak in
dan is die ook weg
BAM
de bijbehorende glazen staan nog ongebruikt
in de kast met de piepende deuren
‘t koolzuur knispert in de oren
ze fluistert lieve woorden
[ik weet ‘t
dit is niet echt]
ze fluistert lieve woorden
woorden die ik graag wil horen
maar ik weet ‘t
‘t is niet echt
dit laatste glas gaat langzaam
veel te langzaam
zoals dat soms gaat
gewoon
niet om ’t één of ander hoor
niet dat jij denkt dat ik steeds denk
aan haar ofzo
waarom denk je dat?
ben je dronken?
geloof je alles wat je leest?
’t glas is nu wel echt leeg
niet half leeg
geen halfslachtig gedoe leeg
’t is klaar leeg
morgen weer ’n nieuwe gin
en tonic erin
- R.E.N.S. antiheld; ‘n verzetje
zou ik ooit ook lyrisch kunnen schrijven
over mijn verloren liefdes, hoe hun lijven
destijds kronkelden als zij zich bevrijd
voelden, in mijn armen verzonken?
’t kan dan de regen zijn op ’t tentdoek
of de plakkende benen, de blote ruggen
onder mijn verzoekende vingertoppen
de vanzelfsprekendheid van lekkere billen
op weg naar ’t toilet, terugkerende borstjes
tegen mijn borstkas, de fijne kleine kusjes
in mijn hals, hun haren tussen mijn tanden
wakker worden in ’t midden van de nacht
met ’n gevoelloze arm onder hun prachtige
hoofden, zwaar van hun verborgen dromen
hun gezichten die versmelten van dichtbij
de ogen lopen over zoals zij in de gedichten
als twee helften één kunnen worden met mij
in vluchtige doch ontwrichtende fantasieën
- R.E.N.S. tijdperk ‘na-de-lichtkrans’
weten welke ogen je zien wilt
in dit tweede leven na de dood
als tegenwicht voor al ’t lelijks
en ’t duurde even voordat de leeuw-
achtige echt in de luwte was verdwenen
en de leegte toch niet leeg bleek te zijn
zij die niet schreeuwt of verwart
maar luistert is de onbeschreven
status voorbij met ‘n frisse herstart
destijds nog verdrukt door de wolken
toen zuurstof geen lucht gaf maar angst
en ‘t geheugen alles vergat te onthouden
’t hoofd zo langzaamaan van sluimerstand af
bedrand na bedrand zijn uitgezeten
’t zand in brandende gewrichten doorstaan
de wolken en hun schaduw zijn verdwenen
de wilskracht en ’t doorzettingsvermogen
hebben de levenslust niet geheel opgevreten
morgen ’n wandeling in ’t mooiste stadspark
luisteren hoe haar stem klinkt tussen vogels
voelen hoe haar hart klopt in ’t ruisende gras
- ganzenei II (voor S.C.)
’t is ’t park waar deze keer
onder beelden uit onze jeugd
’n ganzenei op ’t gras achterblijft
uitgekomen kuikens zwemmen rond
de ouders plonzen in de vijvers
waar wij beiden zinnen zoeken
om niet af te wijzen
maar af te leiden van
onoverkomelijke verlangens
‘n zangvogel begeleidt
ons tafereel
met de grootste zorgvuldigheid
- R.E.N.S. (h)ex’nkaas
de verkeerd klinkende lente
zit verborgen in ’n boom
op de smet na te kauwen
ze probeerde zo hard
op klanken vertrouwend
gevoelens te verwoorden
die haar slaap verstoorden
die jarenlange winter is voorbij
eindelijk, dacht zij
dus alles mocht weer bloeien
toch?
de ware koekoeksbloem
’t Jakobskruiskruid
struiken als de laurier
langs de beken in ‘t dal
uitmondend in de rivier
en dat wat niet bloeien kan
kleedt zich uit in de zon
rolt blij door ’t raaigras
dat ooit glyfosaatvrij was
en zorgeloos groen
die grond is niet meer
voor wortels te vinden
maar gelukkig is ’t zaad
voor ’t kwaad was geschied
al dubbel en raak verschoten
de lente voelt zich afgewezen
overweegt haar warmte in te trekken
maar laat zich de les niet lezen
over hoe zij zou moeten klinken
daarom laat zij de mezen ondeugend
de driekoppige draken vermaken
met ‘n beminnelijk en glorieus geheugen
- R.E.N.S. hier (locatiegeneralisatie)
onder de wolken
zonder goden
kruip je niet
door de modder
leer je lezen
en schrijven
met ‘t vuur
in je schenen
en schoppen
onder je hol
dat stinkende
beetje tegenwind
of zo‘n vleugje
rinkelend geraas
van ‘n nitwit
of ‘n hekjesnerd
als je niet binnen
lijntjes opfleurt
verandert daar
niks nie’ aan
alleen ’n dwaas
(‘caseum caput!’)
zou daar hyper-
poëtisch-gezwind
van ondersteboven
aan ’t plafond
in ’n spiegelspook-
huis gaan hangen
dichters leven in duizenden liederen
kliederen de wanden vol beelden
verwilderen de laatste strohalmen
in traag doorrookte fake-psalmen
- R.E.N.S. mij; totaal aan gort (1)
laten we beginnen in de takkeherrietijd
die snoeihard nasuist en de nu verguisde
millennianachten geleden stofwolkfeesten
op industrieterreinen in dit logistiekland (4)
de snelheid vloog rap door de grootneuzen
verstopt als de hoekjes van de zware mist
waarneembaar in flitsen van zilver en gloed
voorgoed door de gesloten oogleden heen (8)
de kop in grof beukende systemen verzonken
langs trillende welwillende g-gillende groeven
als verwarrende armen in ’n draaikolk bonken
en de bruistabletten in ’t uiterst intiem innerlijk (12)
die tralies zijn verbogen op water en brood
waarna ’t ruimteschip door Marsman kwam
vlammen in ’t centraal zenuwstelsel hakten
en doorzakten in de door waanzin gedreven (16)
geschreven verzen rond de kern van Lombok
onder nog te vangen sterren en de kerkklok
te verslaan en de Venus te zien transformeren
de slangen te vervangen door stevige benen (20)
waaruit de funderingen groeiden als boomwortels
in dynamische gronden waar zonden goed gedijen
en ’t lijden in tegendraadse decibellen vertolkt
als contrapuncties verspreidt in vrije veelzijdigheid (24)
op die melodische golven werd vaste grond aangevlogen
maar ’t vliegen bleef lokken en alsof ’t geschreven stond
brak ‘n vleugel op weg naar nog hogere verwachtingen
‘n lamgeslagen landing die niet verdoofd kon worden (28)
en de opvolgende vlucht naar ‘t Oosten van lang geleden
om ’t herstel na ’t lijden te versnellen in ‘n afgelegen oord
zo de eerste beschikking in één volmaakt woord kon komen
onder vastgestelde sterren en voldoende opgetelde dromen (32)
maar ‘à Romania’ zou ‘t zonachtige grensgeval verschijnen
die tegelijkertijd ook alles in ’n schaduw kon laten verdwijnen
de topbergen en angstaanjagendste verdwaasde dalen kwamen
als woeste orkanen bekwaam door de levende tijd heen jagen (36)
- R.E.N.S. mij; totaal aan gort (2)
de loden pijl werd lang gedragen wat ’t verlangen deed schragen
de zwijgende waarheid kwam opdagen en hakte vragen door
de zeven plagen die uiteindelijk verslagen moesten worden
die toebehoorden aan ‘t schaduwrijk van ’t onoorbare leven (40)
alle mythen kunnen in de heksenpot gemieterd worden
samen met de afwisselend hemelse en helse betoveringen
de rampen werden veroveringen van ’t helder denken
troebele glazen lieten zich volschenken uit flessen vol leegte (44)
de verleidelijke getijden onder die verwoestende orkaan
die zelfs de mondigste vulkaan aan ’t sputteren zou krijgen
de montere bedwinger van bergaura’s op Spartaanse wijze
ging gebukt onder de fleurigste veelkleurige dagafwijzingen (48)
‘n gebouwd paleis langs oevers in regenbogen geverfde watten
maar voor ratten is de zooi nooit mooi en voltooid genoeg
[daar zijn geen tennisballen tegenop te smashen
al was de beste seks soms met ‘n matchpoint te vergelijken] (52)
en ook ’n droom stort in als de fundering niet gedragen wordt
waaroverheen ‘n felle lichtkrans de adem vertraagd stokte
daar was niet meer tegen op te bidden of te overbieden
‘et lux (56)
exivit’
dertien minuten zijn niks in ’t geheel van de oneindigheid
en voor de aardigheid zou ’n tunneleffect niet hebben misstaan
maar na dat niks waande de schaduw zich kortstondig (60)
bezorgd en begaan alvorens de rivieren verder stroomden
’t water en de zon met de wolken hun dansje weer droomden
ook de beste bedoelingen als doorgefokte paarden opstoomden
daarmee waardevolle angst voor waarlijke wolven afroomden (64)
en dat alles vraagt om abstraherende woorden zoals akkoorden
in verschillende liederen andere kleuren kunnen krijgen
en ’t weinige dat van de werkelijkheid overblijft
heeft al de neiging ’t voorstellingsvermogen te overstijgen (68)
want aan onnodig hijgende honden wordt hier niet gedaan
als de goden worden voorgebonden is dat zonder overdrijven
omdat de ware aard van ’t verhaal opschrijven onherroepelijk
als onfatsoenlijk en ongeloofwaardig door ‘t leven zou gaan (72)
- R.E.N.S. waarom zou ik spreken over iets anders
waarom zou ik spreken over iets anders
dan de oevers en de rivier
de beken en de dalen van ‘t verdriet
’t vertier dat ook daar gepaard gaat
met de hemeltergende wolken en de zon
of de volgeschreven maan en die ellendige sterren?
waarom zou ik spreken over iets anders
dan de geneugten van de liefde
de pijn en de schade door de jaren
en ’t voortvarende van ’t wijzer worden
met de eindeloze goden in ’n strijd
of ’n uitgeknepen nimf en aanverwante (z)wanen?
waarom zou ik spreken over iets anders
dan de lotsbestemming van mensen
’t lied dat honderdduizenden jaren gezongen is
door de longen en de stemmen van de tijd
op de onuitputtelijke schouders van de taal
opgehaalde buidels vol ongevraagd lijden?
- Mephistopheles; de lastermaaier
steeds weer wordt ’t gebrek aan liefde aangehaald
en de onenigheid over de ware aard van ‘t beest
of ’t licht waar niet van gehouden wordt
’t leer van Faust viel inderdaad zwaar op de maag
traag uitlekkend in ’t vochtig donkerste van de aarde
waar zijn leven op kleiborden begonnen moet zijn
daar mocht de lastermaaier zijn oorsprong vinden
‘als stamme er aus dem ersten anonymen Buch’
aldus joeg de wind langs ’t weefsel van ‘t hartgelach
wie onterecht voor drinkebroer wordt aangemerkt
‘potest mori in die regis’ op de stoep voor ‘n kerk
(die niet hielp bij ’t wederopstandingshandwerk)
die val is omgebogen naar ’n duivels zachte landing
van de ‘mort fine’ door de beestverruimende morfine
in de huichelende branding van de vergetelheid
geraakt
- R.E.N.S. tegen heug en meug (Ladon)
al die goden stijgen soms
naar alle honderd koppen
tegelijk
en dat alleen
om ’n stel nimfen te helpen
bij ’t kwijten van hun taak
de delicieuze onsterfelijkheid
onbereikbaar te houden
voor gewone stervelingen
en andere sneue godelingen
die zo nu en dan rondjagen
in mytherse verhalen of sagen
Herakles moest helemaal uit Almelo komen
om de tuin van de Hesperiden te beroven
bij de dromende gifspuiers in de Betuwe
en zo de beloofde elfde zege in te boeken
nimfen doen toch altijd hun kluwending
de slang lag te lachen in ‘n bloemenkring
van de draak is nooit één kop vernomen
of de forse torser van de wereld toen
door Herakles bedrogen moest worden
zal voor altijd de ronde blijven doen
- R.E.N.S. anti-canto I: ‘geluidszweep’
explosiedrietal dat garagedons
en de Oriënttonale ‘hidjaz’
op woestijnwijze simuleert
heersers of de koningen over
de groene moedermelkplaneet
van Orange tot kosmische doden
help hun eigen Musis Sacrum
als creatie van toendrasteen
trias alcoholica voor Frankie
plus de heksenvingers’ fietstax
langs Willems hamburgerwacht
op de begraafplaatshoerenheide
de psychische laatste rust plaatst
voor dikwordende zonneroom
te solideren bij ‘t doorkoken
heer koe in de hoektandtempel
van de Oslo-oorzaak of ‘t duifvel
en dus de almachtige blauwtjes
ratt’n en dolk’n als ouderling’n
reeds boudere luchthardlopers
o zeeën, o zee, zee en, o zo één
- ‘Ik loop liever door brandnetels dan dat ik poëzie lees, laat staan schrijf. Wie durft dat nog? Dit is dus geen poëzie. Dit is een vaarwel aan de dichters, de ex-vernietigers van hemel en aarde. (1 juli 2001) (uit: anti-canto 12; ‘Anti-canto’s en De Astatica’ door H.H. ter Balkt; 2004 de Bezige Bij)
- R.E.N.S. anti-canto II: ‘als ’t van Marietje mag’
op deze gejatte tabula rasa
vermomd zonnige scrupules
de goden in klei
inbeelden
in de contrawind hagunnan
bij De Ander stonden de sterretjes
’t wenen ‘closer’ dan ’t schateren
dito data
de dato
donderdag de derde
quam hij voorgelogen
wijdbeens als ‘n feit
strijdwagens dragen
‘pluie de pleurésie’ pleurde
en ’t geurde naar groen gras
(dit is geen pleonasme meer)
zwarte duku in ‘n sneeuwwit
gespreide rozenbedjesgrijns
’t mocht ‘t smeulen niet velen
- Maria (Marietje) d’Hane-Scheltema is een van de productiefste vertalers van Oudgriekse en Latijnse teksten in het Nederlandse taalgebied. Daarbij toont ze een duidelijke voorkeur voor poëzie. Sinds 1959 vertaalde ze onder andere werk van de Griekse auteurs Aeschylus en Aristophanes en de Romeinse auteurs Claudianus, Juvenalis, Ovidius en Vergilius.
- R.E.N.S. anti-canto III: ‘Hydra’s tractate’
zelfs de poëzie scheurt
bij benauwd neobloed
negen/tien gloedkoppen
kleuren honderd vragen
gelaagde godenweidsheid
kwakende nachtschapen
verraden om lichtvoeten
bezeten hielen op dreef
zout zand zeeft handen
tot de tanden overladen
staande ontwapening en
vleesvervangersverleden
matige kantelpunttriggers
in zangerig vogelondertal
geautomutileerde vingers
of de ontbrandingsmodule
in finaal onmogelijk heden
vastgeklonken onder ’n rots
- R.E.N.S. ‘n heel klein feestje
‘n heel klein feestje
om toch ‘n keertje te vieren
dat wij daar voorgoed verbonden zijn
en ‘n half woordje dan
om de korte rokjes alsnog te vergeten
die ooit ‘t mooi weer speelden
toen daar nog
wilde bloemen bloeien wilden
en de vele beestjes ‘in copula’
(niet alleen wij)
met heus consent om de oren vlogen
de vlinders die daar niet slechts
op strakke onderruggen prijkten
zijn van kleurrijk imago gefaseerd
gemorpht tot nachtmotmerries
jouw gezicht was nooit dezelfde geweest
jouw handen hadden zich daar aangepast
aan ’n zekere mate van lijdend overleven
jouw lijf zou de schoonheid van die jeugd
gedragen hebben als vluchtig trouwjurkje
dus laten we ‘n heel klein feestje bouwen
voordat het ‘n nóg verder daar wordt
- R.E.N.S. subcultuurtje
allen gekleed in ’t zwart
met oogschaduw en lijntjes
diep diep in de ondergrond
vervlogen langgerekte haren
in ijlige rook meegezogen
en rammelden droge koppen
staccato-hoogmis-dienende
klappen op ‘schmutzige’ vliezen
tinnitueuze aanrandingen
gehoorverbrandend decibellevel
verschroeiende vergroeide
baarden en bakkesen
grauwgeblakerde tattooplaten
als mouwen van kippenvel
vrouwen die niet bang waren
‘t buitenste been voor
en daardoor was er geen
op de ‘dancefloor’ zeker nie’
zoals ik ’t dee’
of jij
in ’n ver verlee’
(ik was je bijna vergeten
jij bent er niet bij geweest)
dan lonkte Aphrodite maar naar mij
met van die typische godinnenogen
alsof ze mijn bloed verdroogd opzogen
maar ’t was ’t malende kabaal van Thor
met hardstenen vuisten slaande dader
linksvoor in de ode aan de Dode Zeezaal
waar hij mij fataal de strot doorsnee’
in zo’n portaal naar excellentie
’t totaal tonale gebrek aan lichtheid
heerst geen angst voor schaduwkanten
maar de liefde voor verduisterend vuur
- R.E.N.S. waterige woorden (hydratatie)
als dichter zwem ik door de wateren van Sarasvati
haar stroom voert mij langs de droomdiepe poelen
van kennis en de ellenlange slootjes van de kunst
in zijtakjes van retorische rivieren vind ik muziek
en plassen vol poëtische druppels waar de boeken
spatten op de buien en stromen van kletterletters
de aardse diploma’s zijn doorweekt en waardeloos
als papier in woeste regenstormen van de realiteit
waar tijd de grootste vijand is van de innerlijke strijd
om de golven van woorden door kanalen te dwingen
die de zeeslagen tussen goden en minderen vertalen
zich soms in ondoorwaadbare steengemalen verhalend
van watertrappelen tot forse schoonzwemcapriolen
gespetter of gespartel tegenover dartelend plonsen
waterpoloënd tussen dolfijnen en sirenen verslaand
met als onhaalbaar doel ’t verdrinken in de oeroceaan
waar de woorden in de meest elementaire vorm staan
zoals ik ze nimmer van mijn natste vingers aflikken zal
- R.E.N.S. Lethe(r)lijk
’t is ’n feit dat ik in ieder geval ’n beetje
van de rivier van vergetelheid gedronken heb
aan de bar van Thanatos wel te verstaan
de vraag is of ’t zin heeft gehad
om zonder ziel of belastende voorkennis
dat Mnemosyne-doctrine-shotje
in één keer achterover te slaan
‘t was blijkbaar ook niet de bedoeling
las ik pas later over dat dodewater
om ’n mix of combi te fixen
ik herinner me niks
maar mezelf kennende
heb ik er daar ’n extreme puinhoop van gemaakt
en daardoor de Petruspoortcode gekraakt waardoor
ik inmiddels weer in staat ben om door te hebben
wat de consequenties zijn van mijn gulzigheden
en de gevolgen van ’t vermogen me aan te passen
aan de meest onalledaagse omstandigheden
‘vivus sum
iterum’
daar heb ik geen Meta m’Ovidius voor nodig
dat schud ik zo uit m’n Tom Adams’ mauw
al is die wel wat nauw voor MacGyver-trucjes
of om ’t transdwergenteam in te verbergen
(‘t zijn nu dus kabouters)
dat louter Lucretius’ Rerum Natura vereert
na Doornroosje
(die b#@ch die hun hart te hard had bezeerd)
‘sed bene
alioqui’
zelfs zoiets eenvoudigs als de oneindigheid
moet ik getrouw ombouwen tot ‘n tegenstrijdigheid
van ’n werkelijkheid die met de waarheid samenvalt
in ‘n exotheotische anticlimax van ‘t niks
ook dat is ’n feit
- R.E.N.S. de grens van haar zedelijkheid; als Aphrodite
als Aphrodite reisde door de Klassieke tijd
in de strijdwagen fier met de regenboogvlag
lachend gedragen door de zussenverenigingen
wilde haar vader, Zeus, daar niks meer van weten
de Archaïsche periode was voorgoed voorbij en vergeten
ook toen waren ‘t de typische oude mannen
die niet inzagen dat zij niks te zeggen hadden
over pijlen die Cupido afschieten zou op Sappho en Co.
of op welke Venusheuvel Ishtar die dag komen wou
godinnen werden er aan hun haren bijgesleept
er werd gedweept met Eros en Amor en Liefde
voor nimfen en Sirenen met of zonder benen
zij verdwenen vaak in vergetelheid of stierven
door de wraakzuchtige femicide van eega Hera
voor zwaktes van de opperzak der cis-gasten
vermomd als ‘album taurus’ heeft hij Europa misleid
wat op ’t altijd zondige Kreta ’t einde betekende
van haar maagdelijkheid en kinderlijke vrijheid
de godenstrijd met die voortdurende haat en nijd
over en weer daar kregen de mensen keer op keer
’t heen en weer van en ‘besuf’ mocht vader Zaus
als enige overblijven met ’n paar flinke updates
al bleef de data nog net zo ondoorgrondelijk
als ’t gedonder dat voorheen van de Olympus rees
hij probeerde vrouwen nog steeds schuldig te maken
aan ’t verzaken van mannen om zonder consent
vrouwen niet te achtervolgen of zomaar aan te raken
hij gebood zijn eigen ziekelijke machtsspelletjes te spelen
en de draaglast van kinderen over meerderen te verdelen
vele dochters werden weggegeven als waardeloze teven
voor de eer kregen mannen heerschappij voor ‘t leven
om dit Oudtestamentische zootje in te dammen
werd door ’t gajes onder leiding van J.C. in de kern
’n topidee terstond op ’n doorsnee nacht bedacht
hij zelf als aards gekroonde godenzoon op de troon
schrijf wat boeken en moeke schikt zich in de hoon
de driftig woekerende giftige boon die daaruit groeide
heeft de pest er goed ingeperst in ontbloeid Europa
dankzij de catastrofale Romeinse klerken moest Europa
haar schoonheid en vrijheid nogmaals strijdend versterken
na de mensonterende eeuwen onder Zijne Hogelijke Toorn
de onverwoestbare torens van ontkenning en ‘t gebrek
aan vermogen of verstek gaan van de wil tot ‘sapere aude’
wordt over de rug van doden tot op de dag van vandaag
beleden op ’t platteland en in de steden waar ’t heden
en ’t verleden van de godenstrijd om Europa samenvalt
dus als de boeren en de conservatieve ballen ‘t niet bevalt
dan worden de werkelijkheid en de vlaggen omgedraaid
wordt er haat gezaaid en nepnieuws geoogst als geloof
en zijn dezelfde eeuwenoude menstypes doof en blind
voor wat ’n kind niet aangeleerd maar afgeleerd wordt
als ’t haar/zijn/hen hart niet volgen mag als ’t aan Zeus
c.q. god lag omdat ’t op ’n zekere dag aan zijn voeten
verwacht wordt te knielen en al zijn schunnige hielen-
likkerijen op ’n rijtje heeft om zich te kunnen presenteren
als appetijtelijke lekkernij voor de benijdelijkste hoogheid
maar in werkelijkheid willen die foute mannen de vrouwen
en anderszins zogezegd onder hun angstige duimen houden
want ’t enige waarop zij vertrouwen is wat oude wijsheid
genoemd wordt in koude patriarchale jaknikkersculturen
waar de diepe structuren gebouwd zijn op ’t verbergen
van de tergende onzekerheid over de eigen seksualiteit
hier kan ’n diepslapende Doornroosje in ’n kort rokje
best ’n poosje liefkozend met ’n soort stokje geplaagd
in ’n gelaagd dromenland van stromend genot belanden
wat kan verzanden in ’n kansloze discussie over handen
die wel of niet over de grens van haar zedelijkheid brandden
- R.E.N.S. summarium Rerum Naturae
atomen zijn als letters
waarmee alles is gezegd
in codes geschreven
geen onsterfelijkheid
geen ziel
de dood is nihil
onze waarneming is feilbaar
liefde overgewaardeerd
er is geen godheid
maar atoomleer
‘Athena,
plaga venit,
de plaag komt!’
- Titus Lucretius Carus (99 v.Chr. – 15 oktober 55 v.Chr.) was een Romeins dichter en filosoof, bekend om zijn leerdicht De Rerum Natura.
- R.E.N.S. zilveren raket
fluister tegen me
tijdens dit woordenkuurtje in de regen
waar ik niet bedank voor de grote tranen
maar ’t valse janken van de wolven toesta
met mijn gitaar als ‘n zegen-
instrument voor onbekend
Sirenenwerk van sloeberbands
in uw neo-Amsterdamse uurtjes
(ook ‘n veeg teken)
de remmende suikerslaap skippend
als ik door nachtkrochten glippend
met ratten uit de onderbuikwereld
samen gedoemd de doorsmeulende
struik in besmuikte vormen uithang
terwijl ik de zilveren raket zo lang
berijd
en ’t feit dat ik niet stoppen kan
al naar gelang er ‘n brandend gat
in ’n onvermelde binnenzak zit
zou ik wel willen dat zij mij voedt
met zoetgebakken luchtkusjes
als de bloederigste Lexalentijn ooit
maar ik zal verder niks meer zeggen
over mijzelf
of over haar in ‘t bijzonder
wees eens lief
- Sonic Youth – Silver Rocket (1988)
- Spectres – Sink (2015)
- My Bloody Valentine – Feed me with your kiss (1988)
- The Afghan Whigs – Be sweet (1993)
- R.E.N.S. ‘t wahre Evangelium; ‘n zondeloos Gebed
ick nehme nieht deel aan ‘t rennen der Ratten
om dat stumpfe Idee dat man erst moet lij’en
voor man leben mag (of alles op magst geben)
voor iets of iemand kommt om man te bevrij’en
eten en drinken en schlapen moet
al ‘t andere ist Kultuur, zo onnodig Gedoe
(iets met IJdelheid en de Jacht van Winnetou
of dat was de winderige Tao van Pooh)
‘t geht nieht om Geld of God
behalve in schlechte Verhalen
door bedrogen Menschen verteld
en geloven ist gene vrije Keuze
maar ‘n Mangel aan Weten
en Waardigheid om menschlijk te leben
om dat opgelegde Defaitisme der Menschen
eindlijk te verschlaan
moeten we niet weiter
maar gansch wiet terug de Tijd in gaan
voor ‘t Verzinsel der Goden
en de Doden die Stemmen kregen
dan geht ’t daar om
of du ‘n Hartz raken kannst
om weem du zijt
en niet om weem of wat du kennst
of met Wederhaling van heilige Bronnen
die voor du zijn verzonnen
weil du niet zelf na hoeft te denken
wat du uit dein Hartz schenken wil
probier erst maal in eigene Woorden
‘n Zin aan dit Leben te geben
voor du weder die verruckte Non-Spraak
der schmoetzige Mannetjes gedreven nakwaakt
de Facten der Geschiedenis zijn gebuchstaafd terug te lezen
(daar hoef je in wezen geen Gymnasiast voor te zijn;-)
en als du ‘n weinig na kannst denken, hebst du nergens voor te vrezen
- R.E.N.S. grijs gebied (voor ijsberen)
met de pootjes in de fijnste sneeuw
zoals ’n leeuw in de hitte pitten kan
kan er ook gewatertrappeld worden
tussen de ijsschotsen van verlangens
’t is zo fijn om alles weg te wuiven
met de grote gevoelens te schuilen
achter metaforen
en als dat niet lukt
boos doses metamorfoses te strooien
alle fijngesneden plakjes van ’t hart
worden apart onder de loep genomen
zodat waanzin niet kan wegstromen
of met doorstaan leed wordt verward
- Grauzone – Eisbär (1981)
‘Ich möchte ein Eisbär sein
im kalten Polar,
dann müsste ich nicht mehr schrei’n,
alles wär so klar.
Eisbären müssen nie weinen.’
- R.E.N.S. ’n aubade voor de onvermijdbaarheid van ’t goddelijk lijden
(de bedelstafloner Rubus skriet: ‘de goden zouden wel ’n onsje minder mogen
ze maken te vaak paardensprongen als vallen voor ontzagwekkendheid’)
Rubus
’n god verbruikt z’n zet, hij zinspeelt op jouw fout
en ’t is nog steeds zo dat zijn zet de status quo behoudt
Kultus
’n god is voor ’n potje schaakmatten te laf en afwachtend te noemen
wit eerst, opgevolgd door de zwarte, niks om hem voor te roemen
Rubus
hij moet ’n loper opgeven, pijnlijk in z’n (pi)onvermogen
flirtend met z’n damesleven als hij in ‘n val wordt gezogen
Kultus
’n god is voor ’n potje schaakmatten te laf en afwachtend te noemen
wit eerst, opgevolgd door de zwarte, de strijdklok zal snel zoemen
Rubus
’t blijft bij schijnbewegingen, ‘n ontbrekend plan-de-campagne
de paarden verdienen meer zegeningen, ’t valt me godsgruwelijk tegen van je
Kultus
’n god is voor ’n potje schaakmatten te laf en afwachtend te noemen
wit eerst, opgevolgd door de zwarte, zijn patstelling is niet te verbloemen
- gebaseers op ‘Ballade von der Unzulanglichkeit menschliches Strebens’ door Bertolt Brecht (1898-1956)
- R.E.N.S. nýja lagið (nieuw liedje)
de fatale Bliksemschichten
als Speren wachtend op ’n Rij
de slapende Engelen van Týr
als zij ontsnapten aan hun Dromen
was ’t ‘endalok guðs’ Nabij
als zij de schromelijke Liefde verlieten
’t Bloed voelden stromen en waadden
in de Rivieren als Aderen
door Moeder Aarde haar Huid
uit de Bergen als haar Borsten
de Daden van ’n luid Verlangen
verdwaalden als Wolken in de Dalen
’t Gemoed verloren aan de Wateren
in de volgespookte Fjordverhalen
als in ‘t Land gestoken Dolken
waar de ‘englar’ ontwaakten
en de Overwinning uit Walhalla’s Wrok
opsteeg uit de ijzigste Gronden
- nýja lagið: nieuw liedje
- endalok guðs = einde van de goden
- svefn-g-englar = slapende engelen
- Týr = god van gerechtigheid in de Noordse mythologie. Zoon van Odin en Frigg
- Hún Jörð = moeder aarde
- sigur rós = overwinning steeg
- Odin is de oppergod of alvader in de Noordse mythologie. In de vroege mythologie is wrok een belangrijk thema. In het Walhalla ontvangt Odin alle eervol gesneuvelde en uitverkoren strijders.
- Conflicten tussen Angsten
’n Heksenkring dreigt als ’n lopend Vuurtje
’t open Zicht walmend te verdichten
tot deze Tra met dat Kwaad is afgeladen
in de Taal van hen / niet te versmaden / wel te verstaan
Kloven verbreden als Zinnen van Versvaalt of Kleitablet
incorrect nagewauweld wonderloos vervliegen
door hun Vormeloosheid wederom falen in de Strijd
in de Taal van hen / waarvoor men lijdt / wel te verstaan
dwars door de Generaties lopen de slopende Angsten voor ‘t Niks
voor de Verleidingen van natuurlijke Vrijheid en ’n goede Genotsfix
en de Zegeningen van de aardse Liefde en zotvozende Geilheiditis
in de Taal van hen / doen ze of ’t er niet is / wel te verstaan
ik zou Vandaag weer mee kunnen gaan op de Rit naar ‘de Hemel’
of iets in die geestige Spiritwrevel (ik heb ’n geregeld Retourtje)
maar ik had geen Zin in zo’n Coupé volgestouwd met ‘n Doorsnee
dat ’n Enkeltje van hier naar die Zee van ‘t Onmetelijke Niets
tijdens hun enige Leven iets te egocentrisch
en plezierig voor ogen was gezegend
in de Taal van hen / zijn ‘t Zijn Wegen / wel te verstaan
ik heb dus niks te vrezen
- R.E.N.S. de Generatiewisseling van de Wacht
ik bekijk de nieuwste Gezichten
zie de Trekken in hun Gedichten
en hoop er Conflicten in te vinden
niet in de Zinnen zelf uiteraard
’n fijne Strofe is mij alles waard
maar in de Uitwerking daarvan
doe je Intrede als gevallen Engel
en barst uit in gelauwerd Kaarslicht
voel de Scheepsgenade droppelen
pijp je Kroningsdag tandenknarsend
donder stroboscopisch over ’t Landschap
en zie de glazen Schimmen gevuld
geen Pony zonder heur Hair
maar ’n Reliëf van Elektropositivisme
in ’t Zoeklicht van ‘n Whiskyvat
Naoorlogse generaties:
Babyboomers (1945-1960);
Generatie X (1961-1980);
Patatgeneratie (1970-1985);
Xennials/Microgeneratie (1977-1983)
Generatie Y/Millennials (1981-1996);
Zillenials (1992-2002);
Gen-Z (1997-2012);
Generatie Alpha (2013-nu)
- R.E.N.S. voltooide Tijd
tussen de Tanden van ’t Heden
knarst ’t Zand van ’n Verleden
bij de Opgravingen kortgeleden
bleken de Kostbaarheden verdwenen
of ze hebben er nooit gelegen
ik zit om gedegen Onderzoek verlegen
op de Muur van Herinneringen
prijkten Schilderingen van fijne Tijden
de Zon en lachende Gezichten
ik had daar niet met grote Zoeklichten
op af moeten rijden
ik had die minuscule Kans
op ’n onbesmet Beeld
van me af kunnen laten glijden
en de Zegeningen van ’t Lijden
tellen
één voor één
de Korrels van dat Toen
vertrouwd blijven herkauwen
- dagspot op het blogplot
er zijn dagen
waarop ik de wereld
niet verdragen kan
dat vingers breken
zonder uitleg
mensen die smeken om genade
waardoor ik wel verzadigd raak
als uitweg rechtvaardig is
als wreken dat loont
- Oekiboeki – I; De Belofte
Ik neem de wereld voor mezelf,
in grote gulzige happen,
ik slik de hele bimbam door
als de Bambix ’s ochtends komt.
Gevoed door een gezichtsloze moeder,
geen benen om door het leven te komen,
omdat de vader ze had meegenomen,
alleen gericht op de wereld.
De wereld die hem een gezicht gegeven had,
die wereld,
die ik nu voor mezelf nemen zal,
met de belofte van zijn benen.
- Oekiboeki – II; Golfslag van een Ander
Het is echt wel lekker,
op de golfslag van een ander,
genieten van de zeeën.
Ik voel me een westerwind,
ik voel me heer van de piraten,
ik voel me een daad vol verlangen.
Ik kan niet wachten,
laat dit avontuur beginnen,
verwachtingen over ginder uitkomen.
Door minder dan het maximale,
als marges nog oprekbaar zijn,
bereik ik nooit dat fenomenale.
Maar het is nog wel lekker,
op die sterke masten,
vertrouwen in de zeilen.