Dit verhaal is gebaseerd op de prompt; “Ik was nooit bang voor de duisternis”
Ik was nooit bang voor de duisternis, als kind verstopte ik me altijd op de meest donkere plekjes zodat niemand mij zou kunnen vinden.
Wat is er veranderd?
Nu vermijd ik de duisternis zoveel als ik kan. Zodra de lichten uitgaan, zie ik de monsters die zich verbergen in de duisternis. Het licht is veilig, niemand kan me dan iets aan doen.
Tijdens een stroomstoring, vielen alle lichten uit. Er waren geen kaarsen in huis, dus ook geen licht. Met een volledige stilte kun je geritsel horen, schaduwen fluisteren. Misschien is het tijd om terug te kijken naar de oude ik, iemand die niet bang was voor de duisternis.
Het is tijd om eens te kijken, wat zich in de schaduwen verbergt.
”Hallo?”, geen antwoord, maar het gefluister valt stil. Ik zie een weerkaatsing, zijn het ogen?
De duisternis komt dichterbij en groeit, mijn lichaam verstijfd. Gegiechel is het volgende dat ik hoor. Er komt een lichaam uit de schaduw, met een knuffel, – die ik al jaren kwijt was – zo eng lijkt de schim helemaal niet.
Ik was dus nooit bang voor de duisternis, omdat er blijkbaar dus ook vriendelijke schaduwen bestaan.