De thermosfles paste net niet in mijn jaszak.
Bij haar deur hoorde ik stemmen binnen. Ik belde toch aan.
Ze deed open, glimlachte kort.
‘Wat lief,’ zei ze, ‘maar mijn partner heeft net koffiegezet.’
‘Wie is het?’ riep een vrouw vanuit de huiskamer.
‘Iemand van kantoor,’ riep mijn collega terug.
Ik knikte, hield de fles even omhoog en draaide me om.
Thuis zette ik de thermosfles op het aanrecht. Middags draaide ik de dop eraf. Ik dronk uit de fles. Druppels liepen over mijn kin.