R.E.N.S. door R. van de Struik; ‘bloemlezing 2025’
- proloog
- herhaaldelijk
- ‘villa’
- als Apollo voor het dicht
- soms zou er een verhaal moeten zijn
- (h)ex’nkaas
- een heel klein feestje
- nýja lagið (nieuw liedje)
- voltooide tijd
- dubbeltje op z’n kant
- ‘zij heeft gehoord’
- verschoond tarwe
- duiding van de dag
- ‘Leben nach der Flucht’
- een drive als Thor
- non-ornithologie
- reprise; polyphonique voor J.B.
- L.I.E.F.D.E.
- asla na asla
- realiteitserfenis
- vertraagde regen
- B.O.O.M.
- aanbodsverrijking der waardencultuur
- als… Grote Geelstaart
- het is maar een gedicht
- ze noemen hem Sjors; de gitaarman
- je mag
- epiloog; in vrijheid geschreven (april)
- proloog
ik blijf kijken in de bodemloze leegte
van de dagen en van de nachten
en zal moeten aanvaarden dat ik
mijn geluiden nodig heb
mijn woorden om de rust te bewaren
met klem op toon en stijl
en als het moet de klanken
de kleuren en de grove streken
en zinnen op het onbenoembare
hopen op de verlossing van akkoorden
en gedeelde gevoelens in ritmes
blijven schrijven door barricades
opstapelingen van verloren besluiten
geheelde verlangens van voorheen
en gekomen uit het diepst zwarte
stort ik mij eindelijk weer op woorden
ik dacht Helikon en Olympus te moeten bedwingen
om de pijn te mogen bezingen
nu houd ik weer eens een ander hart vast
ternauwernood gevonden tussen knusse kussens
waarin ik voorgoed verdwijnen zou
ik laat de bergen achter en mijn zicht
gericht op eindeloze gedachtes en ideeën
en probeer de sterren niet te vergeten
en natuurlijk de onversleten maan
ik schrijf en lees en schaaf en denk
en leef gestaag enigszins vertraagd
het woord versaagt niet in klank
kleur of vorm in onverwachte grepen
van letters die leven
het maakt mij niet uit
welke woorden hier staan
zolang ze in vrijheid geschreven
mogen bestaan
- herhaaldelijk
herhaaldelijk staat de man op
loopt naar de tuin en rookt
’s avonds ziet hij niks
van de planten
van bloemen
beestjes
toch legt hij zijn hoofd op het gras
op zijn knieën gezeten
de hond komt kijken
[het zou een figuur kunnen zijn
in een schets van Van Straaten
of wellicht Kamagurka
zonder zonderlinge lange jas dan]
dan gaat de man naar binnen
zitten aan tafel
bedenkt
woorden in onderling verband
die verzanden in vergeefsheid
het is het toegestane niks
dat zich schaamteloos voelen laat
in de bevrijdende leegte
van afgedane verwachtingen
de man staat op
loopt blazend
het nu
door de maan verdwaasde
schimmenspel van de tuin
in
herhaaldelijk
- ‘villa’
het licht heeft zich nog niet aan het zicht onttrokken
als de droge lippen van deze dag
staan tot boven het aanvaardbaarste
dus belach dit (non)sentiment
voordat deze diep gegronde momentopname
op een onaannemelijke lotsbestemming
‘als wortel opgepeuzeld’ wordt
onverkort
in de universa-incompletus-hutspot…
…gesproken over kruisplanten in kwaliteitsaarde
van een sporadisch architectonisch hoogstaande tuin
-man!
gebakken ballen van grasgehakt
gestampte voorjaarskelkjesricotta
voorafgegane rododendronbonbons
drilpudding à la lamium purpureum
‘whatever’
zolang het bier hier koud geschonken wordt
onverzadigbare zwarte blaadjes doorwaaien
de naalden honderden winden terugvinden
zwaaien de groene vingers breed begrijnsd
tot het ‘mothership’ gevlogen is
achter den einder van het aangezicht
- als Apollo voor het dicht
de pathetiek van poëzie
klinkt als juiste muziek
in een openstaand gehoor
het komt dus weinig voor
dat een heiligverklaring
van het één of het andere
an sich iets verandert
of toevoegt aan de kern
van wat het vermag te zijn
al rollend van de Helikon
verzonnen muzen of niet
verbond het woord liefdes
tot een stroom van beelden
een zin gekregen hebben
in dit regelloos regelspel
van hoor- en wederkeer
weer meer geleden pijn
of slechts de schoonheid
een wild maar keurig graf
alwaar het braafste paard
de berijder begraven had
kan zo’n voorbeeld zijn
want ook pure romantiek
en vieze humor verdienen
een plek onder de poëtische
zon die altijd maar dreigt
onder te gaan of verdwijnt
achter de witte wonderen
die paraderen of verglijden
in blauwer blauwst blauw
of het donderen voorspellen
het flitsen en het koufront rond
de bijzondere kringloopbond
van water en lucht en licht
op de waardevolste aarde
en gedichten openingen
in deze klucht
of wat het leven ook wezen mag
- soms zou er een verhaal moeten zijn
soms zou er een verhaal moeten zijn
over een raadgever die vulkaan werd
die woorden uitspuwt door het vuur
uit het hart van het verleden verbrand
deze stroom zal het vergaan behelzen
hels drukkend op de grote slagaders
in de halzen van kokende rivieren
waar vissen als mieren uitvliegen
andere dieren en wezensvreemde
schepsels die een soort bijrol spelen
verdwijnen in de wielen van later
vermomd als rondkolkend water
en de krater moet het relaas helpen
als de goden de macht overnemen
bijvoorbeeld de lava laten stelpen
door om de kern heen te draaien
de zinnen in die tijd vastgezeten
vloeien nog vloeiender dan toen
wolken vervlogen onder Venus
en echte wijsheid bleek versteend
als een rots tot volle wasdom komt
onder de voeten groeit als grond
als de aarde opgeworpen wordt
tot een nieuw leven kan ontstaan
daarvoor zou dat verhaal bestaan
over de vulkaan die raadgever is
die woorden uit het hart verbrandt
spuwt op het verleden van het vuur
- (h)ex’nkaas
de verkeerd klinkende lente
zit verborgen in een boom
op de smet na te kauwen
ze probeerde zo hard
op klanken vertrouwend
gevoelens te verwoorden
die haar slaap verstoorden
die jarenlange winter is voorbij
eindelijk, dacht zij
dus alles mocht weer bloeien
toch?
de ware koekoeksbloem
het Jakobskruiskruid
struiken als de laurier
langs de beken in het dal
uitmondend in de rivier
en dat wat niet bloeien kan
kleedt zich uit in de zon
rolt blij door het raaigras
dat ooit glyfosaatvrij was
en zorgeloos groen
die grond is niet meer
voor wortels te vinden
maar gelukkig is het zaad
voor het kwaad was geschied
al dubbel en raak verschoten
de lente voelt zich afgewezen
overweegt haar warmte in te trekken
maar laat zich de les niet lezen
over hoe zij zou moeten klinken
daarom laat zij de mezen ondeugend
de driekoppige draken vermaken
met een beminnelijk en glorieus geheugen
- een heel klein feestje
een heel klein feestje
om toch een keertje te vieren
dat wij daar voorgoed verbonden zijn
en een half woordje dan
om de korte rokjes alsnog te vergeten
die ooit het mooi weer speelden
toen daar nog
wilde bloemen bloeien wilden
en de vele beestjes ‘in copula’
-niet alleen wij
met heus consent om de oren vlogen
de vlinders die daar niet slechts
op strakke onderruggen prijkten
zijn van kleurrijk imago gefaseerd
gemorpht tot nachtmotmerries
jouw gezicht was nooit dezelfde geweest
jouw handen hadden zich daar aangepast
aan een zekere mate van lijdend overleven
jouw lijf zou de schoonheid van die jeugd
gedragen hebben als vluchtig trouwjurkje
dus laten we een heel klein feestje bouwen
voordat het een nóg verder daar wordt
- nýja lagið
de fatale bliksemschichten
als speren wachtend op een rij
de slapende engelen van Týr
als zij ontsnapten aan hun dromen
was het ‘endalok guðs’ nabij
als zij de schromelijke liefde verlieten
het bloed voelden stromen en waadden
in de rivieren als aderen
door Moeder Aarde haar huid
uit de bergen als haar borsten
de daden van een luid verlangen
verdwaalden als wolken in de dalen
het gemoed verloren aan de wateren
in de volgespookte fjordverhalen
als in het land gestoken dolken
waar de ‘englar’ ontwaakten
en de overwinning uit Walhalla’s wrok
opsteeg uit de ijzigste gronden
- nýja lagið: nieuw liedje
- endalok guðs = einde van de goden
- svefn-g-englar = slapende engelen
- Týr = god van gerechtigheid in de Noordse mythologie. Zoon van Odin en Frigg
- Hún Jörð = moeder aarde
- sigur rós = overwinning steeg
- Odin is de oppergod of alvader in de Noordse mythologie. In de vroege mythologie is wrok een belangrijk thema. In het Walhalla ontvangt Odin alle eervol gesneuvelde en uitverkoren strijders.
- voltooide tijd
tussen de tanden van het heden
knarst het zand van een verleden
bij de opgravingen kortgeleden
bleken de kostbaarheden verdwenen
of ze hebben er nooit gelegen
ik zit om gedegen onderzoek verlegen
op de muur van herinneringen
prijkten schilderingen van fijne tijden
de zon en lachende gezichten
ik had daar niet met grote zoeklichten
op af moeten rijden
ik had die minuscule kans
op een onbesmet beeld
van me af kunnen laten glijden
en de zegeningen van het lijden
tellen
één voor één
de korrels van dat toen
vertrouwd blijven herkauwen
- dubbeltje op z’n kant
vanuit een simpel leventje
met het goede genenpakket
en de sporadische deukjes
die klapjes op de billen
de vertogen woorden
knuffels die verdwenen
één of twee gebroken
botten en jonge harten
tien tellen onder water
god die toch niet bestond
of de wind waardoor
de vakantie niet doorging
of kou onder de lakens
als de winter inbreekt
achter besloten deuren
vanuit zo’n luxe leventje
is de wereld niet te zien
of de waarde van verdoving
en de benodigde kracht
voor nachten in tunnels
en de dagen uit het zicht
voor oordelen van mensen
vanaf de geboorte gehoorde
verwijten voor het zijn
dat doorzettingsvermogen
om te kunnen overleven
verslijt versnelt de tijd
vanuit een besmuikt wiegje
de uitgekotste goot in
spartelen tot de dood wint
vanuit de valse illusie
dat succes een keuze is
en ellende eigen schuld
gevoeld in de onderbuik
- ‘zij heeft gehoord’
moedervlekken schitteren
als sterren
op haar hemelse lichaam
zij vormen beelden
bewegend
door mijn handen
onder een deken
van kussen
vervaagt ons zicht
in één
moment
van zijn
- verschoond tarwe
de tijd is rijp als het koren in het veld
gloeit in zo’n zakkende zomerzon
de strengen glijden langs jouw huid
broeiend op platgestampte twijgen
jouw zwijgen verdwijnt in de stilte
je rilt als het allerfijnste kaf in de wind
als vlegels dansen jouw oogleden mee
met het draaien van de wereld in een zee
van tranen die als graankorrels stuiteren
op jouw wangen, uit dorsend verlangen
naar de lang gewenste voldoening
op weg naar het waarlijke geluk
van het zuiverste meel
voor ons broodnodig ritueel
- duiding van de dag
een ochtend die mij rustig voorkomt
niet stuiterend op de stoep van de dag
zich op komt dringen als ik mijn ogen
amper heb kunnen openen
om bij het eerste licht op te vangen
wat van de nacht nog overgebleven is
uit de dromen gezeefd meegenomen
naar het wezen van dit leven
de beleving van de eigen pijn
tegen een achtergrond van verlangens
en het bange vermoeden van mislukken
van de dagen die nog over zijn
- ‘Leben nach der Flucht’
de aarde bleef zijn ogen
het licht ontnemen, zijn
mond vullen, zolang hij
boven zijn hoofd groef
naar een ingedaald leven
sterker dan elke zwaarte
de menselijke kracht, met
vingers dromen te toveren
om overal boven te komen
vanmorgen zag hij nog
grond onder de riemen
van zijn nagels, terwijl
haar welving vergleed
onder zijn eeltige handen
als bevroren beekjes
in het dal, de krassen
van de ruwe randjes
in haar ijskoude huid
maar spijt kent hij niet
-denkend aan de zeeën
buitelend als een storm-
vogel op de bevrijdende
wind uit tientallen kelen
de gave van hoogvliegen
het gevaar van diep vallen
pas in de wolken tevreden
met zicht op alles beneden
- een drive als Thor (‘eclectische twintigers’)
als ik lucht heb
zal ik vliegen op vleugels
die ik er in volle vaart bijboetseer
de teugels van het steigerend verstand
laat ik rijkelijk vieren
evenals de tranen
welke mogen bloeien in de blijdschap om te leven
als ik niet gebonden ben aan rampspoed
aan godengeklaagde vetes, ben ik
met een drive als Thor
de kwiekste van de eclectische twintigers
als mijn hart klopt
dan klopt het dat jij
maakt dat alles klopt
en kloppen wij
met Mjöllnir in het hart
van de huidige tijd
- non-ornithologie
wat voor een vogel ik was en
waarvoor ik werd aangezien
toen ik arriveerde op dit nest
nog steeds zittend op de rand
waar ik geland ben met zicht
op de andere vleugelachtigen
en zandstrooiers in eigen ogen
die vastlopen in het raddraaien
uit hun duimgezogen vermogen
soms stijg ik even op en cirkel
rond stromen die altijd komen
vanuit de vermorzelde dromen
die het leven van ieder in zich
gedragen heeft met het geloof
het licht in de toekomst te zien
voorbij die fantasie ontwaar ik
kansrijke velden verwondering
in de vorm van bloeiende taal
één vogel die ons allen bezingt
- reprise; polyphonique voor J.B.
mijn gebroken stem
poogde jouw hoogte
blijkbaar te bereiken
‘jouw licht breekt door de wolken
als ik mijn ogen open
schitter jij als het lichtste loof
dat ratelt in vertraagde wind’
met Marsman in gedachten
wandelde hij
over verbrede kleidijken
alwaar ijdele populieren
met rukwinden mee bleven waaien
als het koren op de tredmolen
wat altijd uit de bocht vliegen zal
jouw passie, verzet en strijd
in de dans, de zang en je lijf
tegenover de vele woorden
tot daden geworden denken
van heersende verwildering
als jij langs de velden loopt
vliegt hij erop uit
als jij de stilte verbreekt
weet hij al hoe die ruikt
maar als jij loskomt van jouw schaduw
vind je het dan erg
als ik ‘m gebruik?
ik wil ook in die wereld komen
waar de bomen naar me kijken
zonder dat
zal ik
de zoveelste stem
in een illuster rijtje blijven
- L.I.E.F.D.E.
even tussen alle moeilijke woorden door
soms lijkt het wel een ontsnappingskamer
voor vergevorderd levenskunstenaarschap
wil ik slechts de aandacht vestigen op het
volgens mij meest wezenlijke bestanddeel
van tevreden toekijken tot uiterst gelukkig
zijn in het dagelijks leven, het afscheid van
de zomer die nooit eerder zo groots scheen
zal dit gegeven niet veranderen; ik kruip
ik worstel door de meest ranzige stront
ik slinger als wie jij wil dat ik wezen zal
en val uit hogere toppen dan verstandig
bleek, om de neus der gewisse ondergang
voor een kort moment te behoeden, waar
angst of vrees niet meer waarde hebben
weinig tot niks zinnigs bijdragen, alleen
vragen oproepen over eenzaam geleden
uren, dagen, weken, maanden, jaren…
ik wilde gewoon even iets over de liefde
te berde brengen in overduidelijke taal
- asla na asla
op zwarte vingers tilt hij de dag
over de grens van verwachting
de trage tijd gebrand in zijn lijf
dat altijd maar weer lucht vereist
terwijl zij naakt ligt te wachten
hopend op zijn warme woorden
valt van de maan niks te vrezen
vanonder deze deken van regen
rook kringelt slechts moeizaam
door de verstilling van de nacht
in het licht van de kleinste lamp
glijdt zijn hoofd van het hakblok
het opgelaaide vuur ziet zijn ogen
op gebrandmerkt kachelglaswerk
spiegelen in vervliegende eenheid
van de verhitte gedachtenstromen
met de kool als een vereenzelviging
van schuldbevinding en het gevolg
dat door de spijlen van haar bodem
eindigt in de bak van de ondergrens
- realiteitserfenis
olifant van porselein
in dit betonnen paradijs
te grabbel gegooid
als levenswerk dan
vanuit die aangemeten rol
van alle wegen van
de weerstand
dit hoofd
van ieder kwartier
in beelden van de wind
als rups
langs de staalrand
teruggekeerd weer
ben ik hier
druppelsgewijs
- vertraagde regen
al het fijne dat ik met mij draag
elke blijk van verlangen, ieder
vleugje van een spoor op weg
naar een toekomst na vandaag
gezekerd door het vrije denken
de klimgordel in de dagelijkse
wanordelijkheden en plagen
vlagen verstandverbijsterende
misdragingen der vaste grond
met een verleden van bergen
ervaring met de diepste dalen
verhalen uit de smerige goten
langs lange afhankelijkheden
hard bestreden zwarte gaten
het verzwaarde hart op handen
gedragen in vertraagde regen
zonder enkel gebleken zegen
tegenslag als warmhouddeken
wegens het gebrek aan degelijk
onderbouwde redenen voor
het leven naar de kromme regels
van deze of gene nieuwerwetse
in hippiekleren ouwehoerende
goeroe-uithangende lomperik
zonder allemans compassie
zonder aangereikt acceptabel
kompas, maar met grote fabels
in de trant van de oneigenlijke
schuld en de ferme bestraffing
misvormende verwachtingen
tekort aan empathische cellen
te weinig vingers om te tellen
maar in mijn hoofd schreef ik
altijd mee met de golven van
de zeeën die zich schreeuwend
openbaarden, nader verklaarden
door de klappen op de donders
te laten volgen, strandde alles
op de kust van het kabbelende
gemoed van mijn bewustzijn
ondanks uitputting doorjutten
naar deze overgebleven restjes
eigenheid, nabij de bevrijding
van de diepte van de wateren
- B.O.O.M.
lang
kan ik zitten kijken naar
deze boom
in ernstige verkleuring van de herfst
vol
twijfel nog hangende
en
al afvallende bladeren
vergeeld
of
als fout oranje tuimelend
naar
vuil bruin
waarbij zij doorrotten
in
de meest ranzige plassen
jonge
zwakkere twijgjes
trillen maar mee
in elke opgeblazen wind
om niet direct te breken
of
af te vallen
om
mee te gaan
in
onwelriekende modder-
stromen die
van zuiverheid dromen
reeds
oudere takken die dreigen
knakken steeds makkelijker
in dit snelveranderend klimaat
aangetast door de vraat
van vlug vluchtende verschijningen
in de geest van plagen
waaraan tekorten in celmembranen
vooraf waren gegaan
of
opgevolgd door onberekenbare getalen
et
cetera
vice
versa
door
dan maar naar de dragende stam
gegroeid in de verklarende jaren
gedragen als verinnerlijkt geraakte
afgeronde ringen des tijds
wat vrijheid aan de takken gaf
zodat de bloei tot wasdom kwam
en al het blad als goud shinen kon
-in het ideale plaatje dan
toen
de wortels zich wortelden
door de haartjes haarfijn
de grond doorgrondden
vonden zij daar
de aarde
waarin
in beginsel
alles vóór ons
begon
- aanbodsverrijking der waardencultuur
maak een businesscase van vlinders
een pretpark waar je de bijtjes ziet
in hun natuurlijke habitat
zonder opgedirkte muurbloempjes
of andere stadse fratsen
waar mensen in de rij gaan staan
voor diversiteit met eigenheid
de vrijheid om eigengereid te zijn
niet als kostenpost of terreinverlies
maar als aanbodsverrijking der waardencultuur
die kiezen voor het werkelijke verhaal
in een taal die eerlijk wereldlijker is
en wél degelijk
op fatsoen en weten gefundeerd blijkt
maak groen het nieuwe goud
houd het met trots tegen je borst
laat je hart het schaamrood vervangen
droom en verlang
wees kinky als je wilt
in natuurlijke tinten
kleur de wereld in
alle gezindten kunnen meedeinen
danwel over gespleten zeeën
langs de dolgedraaide drie-eenheden
danwel over de eigen wijze meren
in opgedroogde kwatrijnen
hasjhandig beschreven verschijningen
bevrijd de aarde van verijdelde zonden
maak van de toekomst een verdienmodel
schotel ons de schoonheid voor
maak een businesscase van vlinders
- als… Grote Geelstaart
als een Atlas die de wereld niet meer torsen kan
als een onkusbare prinses in deze modderpoel
als een vergaloppeerde pony in de onbestaanbare stad
als een inhoudsloze boodschapper van alle goden los
als een To-To in het bos van boos geworden dromen
als een uitgefaseerde donder- & bliksem-winterstorm
als een vorm verzand in onwelluidend leiderschap
als een ander lichaam mogelijk was…
als een steen der wijzen van de Helikon gerommeld
als een Grote Geelstaart op jouw bord beland
als de sterkste schouders de aarde vallen laten
als de ingedutte liefde het vuur niet langer blust
als de steekvlieg de poort tot Olympus bewaakt
als de zielenwegen der reizigers eindigen in niemandsland
als de onbeminde schoonheid onbenoemd blijft
als de overkoepelende beschermer zijn eigen eed verraadt
als de geveinsde krankzinnigheid geen oorlog vermijdt
als de mitochondriën als broncodes herschreven zijn
als de muze de lotsbestemming der alchemist verandert
als de muzikale ‘zeitgeist’ in Noviomagus landt
- het is maar een gedicht
mijn poëzie verdraagt de werkelijkheid niet meer
zinnen breken onder druk
van echt leven
alleen woorden kunnen de scheuren nog schragen
zo beklagenswaardig grauw
als alles is
was het maar de herfst
die de wereld verkleurde
maar het is een lentezon
die alle hoop verbrandt
lang voordat de winter
überhaupt
keurig een beurt krijgt
een stevige depressie zou ons goed doen
met fikse kou in de lucht
handen die al verschralen
ingedroogde lippen
ze barsten
bij enkel de aanblik
van eindeloos ijzige kilte
huiver niet
stop met bibberen
laat de doorgeslagen fantasie
dezer zelfbenoemde verdichter
uw heilige solopad niet hinderen
de verwaarloosbare toekomst
onzer kinderen
niet besmeuren
met betreurenswaardige taal
het is maar een gedicht
- ze noemen hem Sjors; de gitaarman
hoe ze me noemen
kan me gestolen worden
het gaat om de akkoorden
de melodische lijnen
de bekoring van het oor
niet om die lamme duinmannen
noch om blij wuivende wijven
doch voor zuinige bierzuipers
gebruikte servettenschrijvers
benarde-situatie-verblijvers
bezorg ik mijn liederen
bekorend in diepere lagen
van overspoelende klanken
als golven van de hoorbare
zee der onverzoenlijkheden
ik vervang licht verteerbare noten
door hard krakende uitbraken
met droogkokende moten
als maten onderbroken
door de fijne netten
der refreinen
en polyfone coupletten
maar de meesterzet bewaar ik
tot het einde de waarheid ontsluiert
als de laatste klandizie naar buiten kuiert
mompel ik opzettelijk lui
‘ik ben de deinende zee’
in dat muzische idee
voel ik mij thuis
- je mag
je mag honderden keren vragen
of een veelvoud daarvan klagen
je mag verwachten tot je zweeft
door lichtheid niets herinneren
je mag vergeten waarvan je wist
dat de vergissing niet gelogen is
je mag blij kijken op feestdagen
tussen kaarsen en gesprekslagen
je mag vrij schrijven dat je leeft
langs diepere kloverij bezinnen
je mag onthouden wat je vergat
waar je nooit helemaal naast zat
- epiloog; in vrijheid geschreven
hij is blijven kijken naar de verlangens
achter de daden en in woorden
en heeft aanvaard dat hij
zijn geluiden en stilte nodig heeft
zijn onbezoedelde ruimte
om in rust te leven
te lezen en te schrijven
om lucht te krijgen in poëzie
hij heeft die klotebergen te vaak bedongen
zijn hart keer op keer kapotgezongen
zijn longen ernstig verbrand aan liefde
maar hier heeft hij zijn thuis gevonden
heeft hij zijn kerk verzonnen
onder dit dak blijft hij
onder deze sterren en de onverbeterlijke maan
waar hij talloosheid kan laten ontstaan
hij schrijft en leest en schaaft en denkt
en leeft gestaag steeds minder vertraagd
en de woorden blijven bestaan
uit de letters die alles overleven
het maakt hem niet uit
welke zinnen hier staan
zolang ze in vrijheid geschreven
mogen vergaan