- proloog
ik blijf kijken in de bodemloze leegte
van de dagen en van de nachten
en zal moeten aanvaarden dat ik
mijn geluiden nodig heb
mijn woorden om de rust te bewaren
met klem op toon en stijl
en als ‘t moet de klanken
de kleuren en de grove streken
en zinnen op ‘t onbenoembare
hopen op de verlossing van akkoorden
en gedeelde gevoelens in ritmes
blijven schrijven door barricades
opstapelingen van verloren besluiten
geheelde verlangens van voorheen
en gekomen uit ‘t diepst zwarte
stort ik mij eindelijk weer op woorden
ik dacht Helikon en Olympus te moeten bedwingen
om de pijn te mogen bezingen
nu houd ik weer eens ‘n ander hart vast
ternauwernood gevonden tussen knusse kussens
waarin ik voorgoed verdwijnen zou
ik laat de bergen achter en mijn zicht
gericht op eindeloze gedachtes en ideeën
en probeer de sterren niet te vergeten
en natuurlijk de onversleten maan
ik schrijf en lees en schaaf en denk
en leef gestaag enigszins vertraagd
‘t woord versaagt niet in klank
kleur of vorm in onverwachte grepen
van letters die leven
‘t maakt mij niet uit
welke woorden hier staan
zolang ze in vrijheid geschreven
mogen bestaan
- misschien kan dit ‘n kerk zijn
misschien kan dit ‘n kerk zijn
in ‘t midden van de gemeende
woorden die ‘t vereeuwigen zal
of ‘n vestingwal tegen de tanks van de tijd
die te vroeg of later de rust doorzeven
met hun vooruitgesnelde nijd
dit durft ook voor de troepen uit
(‘t zijn de eerste klappen niet)
de waarheid te verbeelden
want ‘t tegendeel verspeelt de stem van de straat
dat nu en nooit niet de gevolgen overziet
van de algoritmische haat/praat
als die stem dit dan bezoeken kwam
op deze deuren bonken moest
en of zij in dit schuilen wou
zich verschonen van ‘t bloed aan haar banden
en gauw alle leugens met fluitjes en al
integraal verbranden zou
dan kan dit misschien die kerk zijn
als ‘n vangnet voor de gemengde
gevoelens die zij laten horen wil
- koning zaligmond; ‘n tarottaart
men neme één rustige handvol ideeën
bestrooi deze met zeeën van gelaagde
taal aangelengd met verzengend echte
gevoelens en beleving van levensengte
misbruik de geluide klokken en remix
door de ijdele verhalen van eerdaags
of sla generatie X uit verveling neer
maar
zij die ’t scherpst van de snede
vol in de bek gelezen hebben
weten
er is ‘n tijd van web, en
er zijn troefkaarten
‘Hij draait en waait en draait,
en al draaiend waait de wind weer terug’
de systematiek en metriek
de liefde voor karakters
symboliek in vreemde oorden
zoals hier intrinsiek ‘t daar
gedachtes tot hoogliederen
brachten als waren ‘t verlangens
of volmondiger verre woorden
dat
wat Pippi nooit gedaan heeft
haar toch nagedragen wordt
met natte sokken vechten tegen
’t sterke zwaard van ‘Pirate Lord’
we hebben de wind in de zeilen
nodig om blind vooruit te komen
te drogen wat in onze blote ogen
vermorzeld door fijne diepdromen
van voetafdruk naar pootjebaden
waarna in datacentra opgeslagen
alle beeldendaden herlaadbaar
lijken in digitale zeemansgraven
maar uiteindelijk zal alles verwaaien
liefde uitzaaien in nieuwere baaien
[de dood sleets graaien naar adem]
de tarottaart wacht wreed op tafel
onder dit bijzonder gerafeld kleed
gereed snel besneden te worden
echter ‘reeds’ smaakloos onbesteed
- zouden nachten spiegels brengen
als er even niks nieuws groeit
kan de lucht op adem komen
en de grond weer doorwaaien
verlichte wortels zelfs
maar
verwaarloosbaar
zouden nachten spiegels brengen
mochten de randen zwart blijven
als levenloze gaten zonder slagen
harde leerscholen
lijken
gewonde helingen
onbevredigend
de dode
herinneringen
begraven in permanent
aardedonkere archieven
verdwenen de dievegge
en de man van de baard
onder ‘t stof van sleets
gemak en verwondering
’t blijvende gebrek aan ’n wolkje
ontneemt de schaduw al lang
haar hang naar afvlakking
de kans ten volle te voeren
sowieso mogen vogels en slakken
dit voorjaar pakken wat ze willen
zodat er even niks nieuws bloeit
- herhaaldelijk
herhaaldelijk staat de man op
loopt naar de tuin en rookt
’s avonds ziet hij niks
van de planten
van bloemen
beestjes
toch legt hij zijn hoofd op ’t gras
op zijn knieën gezeten
de hond komt kijken
[’t zou ’n figuur kunnen zijn
in ’n schets van Van Straaten
of wellicht Kamagurka
zonder zonderlinge lange jas dan]
dan gaat de man naar binnen
zitten aan tafel
bedenkt
woorden in onderling verband
die verzanden in vergeefsheid
’t is ’t toegestane niks
dat zich schaamteloos voelen laat
in de bevrijdende leegte
van afgedane verwachtingen
de man staat op
loopt blazend
‘t nu
door de maan verdwaasde
schimmenspel van de tuin
in
herhaaldelijk
- ‘villa’
‘t licht heeft zich nog niet aan ‘t zicht onttrokken
als de droge lippen van deze dag
staan tot boven ’t aanvaardbaarste
dus belach dit (non)sentiment
voordat deze diep gegronde momentopname
op ‘n onaannemelijke lotsbestemming
‘als wortel opgepeuzeld’ wordt
onverkort
in de universa-incompletus-hutspot…
…gesproken over kruisplanten in kwaliteitsaarde
van ’n sporadisch architectonisch hoogstaande tuin
(man!)
gebakken ballen van grasgehakt
gestampte voorjaarskelkjesricotta
voorafgegane rododendronbonbons
drilpudding à la lamium purpureum
‘whatever’
zolang ‘t bier hier koud geschonken wordt
onverzadigbare zwarte blaadjes doorwaaien
de naalden honderden winden terugvinden
zwaaien de groene vingers breed begrijnsd
tot het ‘mothership’ gevlogen is
achter den einder van ’t aangezicht
- als Apollo voor ’t dicht
de pathetiek van poëzie
klinkt als juiste muziek
in ‘n openstaand gehoor
’t komt dus weinig voor
dat ’n heiligverklaring
van ’t één of ’t andere
an sich iets verandert
of toevoegt aan de kern
van wat ’t vermag te zijn
al rollend van de Helikon
verzonnen muzen of niet
verbond ’t woord liefdes
tot ’n stroom van beelden
’n zin gekregen hebben
in dit regelloos regelspel
van hoor- en wederkeer
weer meer geleden pijn
of slechts de schoonheid
’n wild maar keurig graf
alwaar ’t braafste paard
de berijder begraven had
kan zo’n voorbeeld zijn
want ook pure romantiek
en vieze humor verdienen
’n plek onder de poëtische
zon die altijd maar dreigt
onder te gaan of verdwijnt
achter de witte wonderen
die paraderen of verglijden
in blauwer blauwst blauw
of ’t donderen voorspellen
‘t flitsen en ’t koufront rond
de bijzondere kringloopbond
van water en lucht en licht
op de waardevolste aarde
en gedichten openingen
in deze klucht
of wat het leven ook wezen mag
- ik overspeel liever mijn ziel
ik overspeel liever mijn ziel
over randjes van ‘t toelaatbare
dan dat ik mijn tanden brand
aan uitgewoonde versspraak
of spaakloop in verleden taal
ik wil neodraken roosteren
zonder d’oude te verbrassen
want ik heb voetvegen nodig
met papier van de Shakespeare
in Komrijstront verkommeren
ik heb schijt aan schoenzolen
die passen als vingerafdrukken
in geeuweeuwen doordurende
armverzurende zelfbevlekking
alsof Hij boven de Kunsten staat
ik verkoop nog snel mijn hand
om de thematiek van de stand
en de aard van de poëzietaart
blijvend te kunnen versnijden
in ‘n reële lijdenswegverdeling
ik gun en verdedig de vrijheid
van verdichting en accepteer
enkel de grens van Artikel 1
dus ik leeg mijn zeven pensen
in zeven gelijke weke delen
ik zal ieder inzicht misbruiken
en omdraaien voor schrijfrecht
zodat Hij voor alles wetend is
dat ik mijn stem niet laat snoeren
maar als fraudeur blijf boeren
ik raad &co. wat hiphop aan
’n handje M&M’s binnen grijp
de snelheid van wederzijds gepis
en gezeik en van jij dit en jij dat
om de dag in je gat te dichten
- de kop boven ’t krachtenveld
zie mij als die ene tandeloze tijdmachine
vertragend in de zon staren naar ‘n bij
knagen op ’n kiertje in de werkelijkheid
om te schrijven met ’n levensbrede hand
zie mij als ‘n kraker van besloten loze verzen
om ze bewoonbaar te maken voor derden
zonder ayatollige bouwvoorschriften, door
ze over de kaders van voorvaders te liften
zie mij als ’n schone punker zonder hanenkam
[in beginsel juist ’n aantrekkelijke witte man]
die alle veilige thuisjes onder handen neemt
maar ook zichzelf en de eigenheid bevreemdt
zie mij als ’n Jezus zwevend over ’t leugenweb
en andere deugden tot zonden verwoordend
in ’n moordend boltempo over hordes stotend
zonder horten of gebonden manus scribo
[schrijvers’ handen!]
zie mij als ’n fragmentatiebom
de uitkomst van de laatste optiesom
om de gedichte wereld te openen
vanuit ’n realiteitsprivilege-zegen
ps.
classica potest manere, sed non
rejicis novissimum in antecessum
- De tandeloze tijd is een romancyclus van de Nederlandse schrijver A.F.Th. van der Heijden. Het thema is ‘leven in de breedte’ ; het vertragen van de tijd door het moment te verbreden in de herinnering.
- www.volkskrant.nl/boeken/historicus-christine-rosen-authentieke-ervaringen-zullen-uitsterven~b777ae86/; De authentieke beleving dreigt te verdwijnen, zo betoogt historicus Christine Rosen in The Extinction of Experience. Wat gaat daarmee verloren (spoiler: onder meer het handschrift, geduld en avontuurlijkheid), en zijn er manieren om dat nog te voorkomen?
- ‘classica potest manere, sed non rejicis novissimum in antecessum’, klassiekers mogen blijven, maar wijs het nieuwe niet op voorhand af.
- ‘t mortiferende stof
’n non-Salomon wil wind lachen
door oerdegelijke lyrische noten
te laten honken als zo‘n zeskoppig
liederenwerktuig van de rooie Esau
tot inzicht komen of inzicht krijgen
dat is de vraag als ‘t mortiferende
stof dreigt uit de ontzielende vulkaan
neer te slaan op ’n eenogige Plinius
want de ultieme onvastheid stolt
de dubbelrol van de onderwereld
schikt zich boven de twee broers
en de donder dolt van de Helikon
van desolate dichterlijke hoogvlaktes
waar ijdele en ijle luchten vermengen
tot post-narcissiaanse wervelstormen
die anti-Aperta volmondig verzwelgen
‘sit down, be humble’
- Salomon, boeken Prediker & Hooglied (‘Alles is ijdelheid en najagen van wind’)
- Zeskoppig, Skylla het zeskoppige zeemonster uit Griekse mythologie
- Liederenwerktuig, vrije vertaling uit het Hebreeuws van het woord ‘klezmer’
- Esau, de stamvader van de Edomieten uit Edom
- Mortiferende, verbastering van Latijn voor ‘dodelijk’
- Plinius, Gaius Plinius Caecilius Secundus, Plinius de Jongere heeft indirect geschreven over de uitbarsting van de Vesuvius ten tijde van Pompeï
- Ultieme onvastheid, Jupiter, de grootste (gas)planeet in ons zonnestelsel
- De onderwereld, Hades uit Griekse mythologie (na Zeus en Poseidon de derde wereldheerser)
- Helikon, de berg der muzen
- Aperta, April, komt vermoedelijk van het Latijnse werkwoord aperire, dat “openen” betekent. Een andere theorie stelt dat de naam is afgeleid van een woord dat ’tweede’ betekent, of van Aperta, een bijnaam van Apollo.
- ‘sit down, be humble’, Kendrick Lamar (2017)
- soms zou er ‘n verhaal moeten zijn
soms zou er ‘n verhaal moeten zijn
over ‘n raadgever die vulkaan werd
die woorden uitspuwt door ‘t vuur
uit ‘t hart van ‘t verleden verbrand
deze stroom zal ‘t vergaan behelzen
hels drukkend op de grote slagaders
in de halzen van kokende rivieren
waar vissen als mieren uitvliegen
andere dieren en wezensvreemde
schepsels die ’n soort bijrol spelen
verdwijnen in de wielen van later
vermomd als rondkolkend water
en de krater moet ‘t relaas helpen
als de goden de macht overnemen
bijvoorbeeld de lava laten stelpen
door om de kern heen te draaien
de zinnen in die tijd vastgezeten
vloeien nog vloeiender dan toen
wolken vervlogen onder Venus
en echte wijsheid bleek versteend
als ‘n rots tot volle wasdom komt
onder de voeten groeit als grond
als de aarde opgeworpen wordt
tot ’n nieuw leven kan ontstaan
daarvoor zou dat verhaal bestaan
over de vulkaan die raadgever is
die woorden uit ’t hart verbrandt
spuwt op ‘t verleden van ’t vuur
- verwarrend eclecticisme; Cernunnos
geslagen in ’t triootje heksenbollen
als toverbrouwsels in ’n beslagkom
kreeg hij zijn ronkende plagen niet
door die keeltjes gedouwd
er werd vlijtig gestookt
tot de stoom zou opstijgen
van de doorgekookte wrevel
[zes tepels
die rijzen in zijn verbeelding]
zijn hoorns trilden
door de overvloed
van zijn natuur
zijn jagende vingers
waaruit de voorspoed
alsnog
niet ontspruiten wilde
uit de wildernis zijner historie
verbonden in antimaterie
komt de diepste verzuchting dat
’n drievoudige godin geen opluchting is
maar ’n door Webb bevestigt zwart gat
en dat bovenaards
zo heeft hij ontdekt
geen leven is
maar gekte
- Cernunnos (‘de gehoornde’) was een Keltische god die in Gallië en Brittannië werd vereerd.
- De Gehoornde God is een van de twee belangrijkste goden in de neopaganistische religie van wicca. Hij vertegenwoordigt het mannelijke deel van deze duotheïstische religie, waarbij het andere deel vertegenwoordigd wordt door de vrouwelijke Drievoudige Godin.
- Eclectische heksen Eclectische heksen nemen van alle stromingen wat hen als individu het beste past.
- Antimaterie: materie die uit antideeltjes is opgebouwd
- James Webb-ruimtetelescoop (heeft buitenaards leven ontdekt in 2025)
- (paschae scripturae)
‘t was op ‘n toxisch geglazuurde zonnestraal
dat hij op vleugels van gesferoïdiseerde taal
tussen pfas-plassen als verstampte muizenissen
van easter-eggs met enige mazzel matses vond
die hij onder zijn tenenkaasvoeten bond en stond
tegenover ’n menigte flink gedaalde pisa-scores
en opgeschaalde hoogvliegers in zeer exclusieve
externaliseringsmode die ‘n paashazenlijk welkom
hate-n als ’n leger door NH(3) bescheten rammelaars
in hun eigen trapval van ‘t middelpuntvliedende egodal
verbeten zij zich op gespoten lippen als zandbanken
die ’t akwa dat uit hun helse monden liep spuiten deed
en ‘n bachdalse fluitklank ontluisterend grefobleek leek
vergeleken met de multivocale anticantate-asteroïden
die als fanaticiden o.a. gefruit over volle zalen cholera-
klagende incongruentieluiers dragende tricolore-focale
glazenblazende bbbboerenlullende pasportemonnee
vullende dierverstierende octrooierende stem(pel)machines
en huis- en uieruitmelkers gestrooid dienen te worden
de loslopende huiskatten die als vieze wratratten poezelig
‘t chocoladecellofaan voor de smoezeligste kinderjatten
rustig aan onder ’n plasmaboog van hoogwaardig ureum
op virologiemuseumniveau lustzinnig besprenkelen zullen
beamen benauwd miauwend de rapsodiërende viral-vaart
van de exponentieel mondialiserende humanarcistische
aard van ’t beest dat zich de la soul toe-eigent omdat ‘t vreest
dat ’t geheel niet meer is dan de wil der edele geslachtgenen
terwijl zij zich bekommeren om hun date-rate slash dikke reet
en ’t kommer en kwel van ’n real-life stel komkommerkwijl
likkende op likes-mikkende kindontwrikkende no-brainers
daar staat hij dan op sandalen van platte broden (zie 1ste strofe boven)
in mediterreinen steenovens gebakken schandalen overziend
de schanddaden en frauduleuze zaken uitgekiend de nobele prijs
voor desinformatie in discoballades en op el greco saladewijze goud
zien winnen langs zijige verhandelbare routes ondanks op handen
zijnde boetes overdragen op de zwakste schouders in zijn palmen
landend en teruggeworpen op de verstorenden der aarde als ware
hij ’n spiegelglad oppervlak waarop de zware waarheid ’t klare feit
onderscheidt van de nijd om altijd netjes binnen de lijntjes te schijten
- de schrijfsels
opperste en machtigste
hoor en voel de veren
met alle bijwerkingen
hoogstpersoonlijk
is er niemand met zo’n zelfde naam
in alles wat er is gedaan en ontstaan
vooral door meester(es) de zon
op dagen dat wij ’t licht mochten vangen
was ’t prachtig en krachtig
werd de naam gespiegeld
waren we blij met de maan en de sterren
graasden als schapen in ’n zwarte wei
voelden de schouderklopjes in de wind
de blauwe lucht of de wolken
die ’t leven door bleven geven
alsof dat goed was voor ’t later
onmisbaar als water
en ’t ging door met ‘t vuur
waardoor er licht was in donkere nachten
onverslaanbaar
sloeg ’t nog hoger aan dan de aarde
waarop geleefd werd
waarop leven was
en mogelijkheden gaf
juist ook als ‘t tegenzat
met weinig tevreden
tevredenen waren er weinig
maar gelukkig is de dood er nog
waar zelfs de liefste verzorger niet aan ontsnapt
ongeacht ’t gedrag bij leven
en alleen ’t proberen is al ’n beloning waard
’n hemel vol overdaad
voor iedereen
maar zeker voor diegenen
die wonden van anderen stelpen
helpen ’t zijn te verdragen
- bewerking van ‘De Geschriften’, Franciscus van Assisi
- ‘villa’ (2)
’t opgetrommelde beertje
(uit energetische analen)
maait de scherpe kantjes
ervan af
en ‘t zuigt ’t gras diep in
de zak
met geperverteerde vracht
ook is ’t vijgenblad te nat
om verdraaid in de wind
aangetrokken te worden
al herhalen de naalden
hun roterende ballade
met contrapunctie en appels
met noten collationerend
diep in de klankkombossen
sjorren bij ‘t vreemde gevogel
aan verdroogde herdersklossen
langs witter dan witte aquarium-
wanden en cortenstalen kasten
vol geleefde bladzijdes
en de andere kanten
van vergeten verhalen die
’t gezamenlijk verleden
verlaten hebben
- ‘golf van verminking’
ik stel mij
zo voor
’n dichter
in ’n kamer op ’n stoel aan ’n tafel
de blik gericht op de ruimte
in
en buiten
zichzelf
met zicht op ’n raam
of door
de wisselende drang
om op te staan
tegen de tintelingen
de ontwrichting van de wereld
tegen
’n achtergrond van muziek
of de schreeuwende stilte
(waartegen
ik niet bestand ben
al ga ik heen
op benevelde orkanen
en kus ik zeven zeemeerminnen
…
die wat mij betreft dan weer niet
genderneutraal hoeven te zijn;-)
- ‘Wave Of Mutilation’, door de Pixies (1989)
- Witregel is een term die gebruikt wordt om een regel in een tekst aan te duiden waar geen tekst wordt afgedrukt. Het is een manier om een tekst beter leesbaar en overzichtelijk te maken.
- lieve lente
je zonlicht brengt verlichting
in mijn dagen waar ik mijzelf
in stilte terugvind in gevoel
uitvergroot
leg ik dat bij jou te drogen
of laat ’t hangen in de storm
die ’t losmaken kan
waarna ik ’t alsnog laat smeulen
tot ’t allerlaatste restje
in rook opgaat
in definitieve sliertjes
welke ik dan vang
als ’n tovenaar van niks
om als vervreemding
(als sluikreclame dus)
te misbruiken in brouwsels
naar eigen believen
en eventueel gewin
dus zijn de nachten nu ook warmer
en de tuin inmiddels wel in bloei
zoemend en zeker
geen gebrek aan bijtjes
of vlinders
of ander diversiteitsgedoe
en ’t gras is heerlijk
om op te liggen
weg te dromen
in ’t licht van
jou
lieve lente
- tijdperk ‘na-de-lichtkrans’
weten welke ogen je zien wilt
in dit tweede leven na de dood
als tegenwicht voor al ’t lelijks
en ’t duurde even voordat de leeuw-
achtige echt in de luwte was verdwenen
en de leegte toch niet leeg bleek te zijn
zij die niet schreeuwt of verwart
maar luistert is de onbeschreven
status voorbij met ‘n frisse herstart
destijds nog verdrukt door de wolken
toen zuurstof geen lucht gaf maar angst
en ‘t geheugen alles vergat te onthouden
’t hoofd zo langzaamaan van sluimerstand af
bedrand na bedrand zijn uitgezeten
’t zand in brandende gewrichten doorstaan
de wolken en hun schaduw zijn verdwenen
de wilskracht en ’t doorzettingsvermogen
hebben de levenslust niet geheel opgevreten
morgen ’n wandeling in ’t mooiste stadspark
luisteren hoe haar stem klinkt tussen vogels
voelen hoe haar hart klopt in ’t ruisende gras
- (h)ex’nkaas
de verkeerd klinkende lente
zit verborgen in ’n boom
op de smet na te kauwen
ze probeerde zo hard
op klanken vertrouwend
gevoelens te verwoorden
die haar slaap verstoorden
die jarenlange winter is voorbij
eindelijk, dacht zij
dus alles mocht weer bloeien
toch?
de ware koekoeksbloem
’t Jakobskruiskruid
struiken als de laurier
langs de beken in ‘t dal
uitmondend in de rivier
en dat wat niet bloeien kan
kleedt zich uit in de zon
rolt blij door ’t raaigras
dat ooit glyfosaatvrij was
en zorgeloos groen
die grond is niet meer
voor wortels te vinden
maar gelukkig is ’t zaad
voor ’t kwaad was geschied
al dubbel en raak verschoten
de lente voelt zich afgewezen
overweegt haar warmte in te trekken
maar laat zich de les niet lezen
over hoe zij zou moeten klinken
daarom laat zij de mezen ondeugend
de driekoppige draken vermaken
met ‘n beminnelijk en glorieus geheugen
- waarom zou ik spreken over iets anders
waarom zou ik spreken over iets anders
dan de oevers en de rivier
de beken en de dalen van ‘t verdriet
’t vertier dat ook daar gepaard gaat
met de hemeltergende wolken en de zon
of de volgeschreven maan en die ellendige sterren?
waarom zou ik spreken over iets anders
dan de geneugten van de liefde
de pijn en de schade door de jaren
en ’t voortvarende van ’t wijzer worden
met de eindeloze goden in ’n strijd
of ’n uitgeknepen nimf en aanverwante (z)wanen?
waarom zou ik spreken over iets anders
dan de lotsbestemming van mensen
’t lied dat honderdduizenden jaren gezongen is
door de longen en de stemmen van de tijd
op de onuitputtelijke schouders van de taal
opgehaalde buidels vol ongevraagd lijden?
- ‘n heel klein feestje
‘n heel klein feestje
om toch ‘n keertje te vieren
dat wij daar voorgoed verbonden zijn
en ‘n half woordje dan
om de korte rokjes alsnog te vergeten
die ooit ‘t mooi weer speelden
toen daar nog
wilde bloemen bloeien wilden
en de vele beestjes ‘in copula’
(niet alleen wij)
met heus consent om de oren vlogen
de vlinders die daar niet slechts
op strakke onderruggen prijkten
zijn van kleurrijk imago gefaseerd
gemorpht tot nachtmotmerries
jouw gezicht was nooit dezelfde geweest
jouw handen hadden zich daar aangepast
aan ’n zekere mate van lijdend overleven
jouw lijf zou de schoonheid van die jeugd
gedragen hebben als vluchtig trouwjurkje
dus laten we ‘n heel klein feestje bouwen
voordat het ‘n nóg verder daar wordt
- de grens van haar zedelijkheid; als Aphrodite
als Aphrodite reisde door de Klassieke tijd
in de strijdwagen fier met de regenboogvlag
lachend gedragen door de zussenverenigingen
wilde haar vader, Zeus, daar niks meer van weten
de Archaïsche periode was voorgoed voorbij en vergeten
ook toen waren ‘t de typische oude mannen
die niet inzagen dat zij niks te zeggen hadden
over pijlen die Cupido afschieten zou op Sappho en Co.
of op welke Venusheuvel Ishtar die dag komen wou
godinnen werden er aan hun haren bijgesleept
er werd gedweept met Eros en Amor en Liefde
voor nimfen en Sirenen met of zonder benen
zij verdwenen vaak in vergetelheid of stierven
door de wraakzuchtige femicide van eega Hera
voor zwaktes van de opperzak der cis-gasten
vermomd als ‘album taurus’ heeft hij Europa misleid
wat op ’t altijd zondige Kreta ’t einde betekende
van haar maagdelijkheid en kinderlijke vrijheid
de godenstrijd met die voortdurende haat en nijd
over en weer daar kregen de mensen keer op keer
’t heen en weer van en ‘besuf’ mocht vader Zaus
als enige overblijven met ’n paar flinke updates
al bleef de data nog net zo ondoorgrondelijk
als ’t gedonder dat voorheen van de Olympus rees
hij probeerde vrouwen nog steeds schuldig te maken
aan ’t verzaken van mannen om zonder consent
vrouwen niet te achtervolgen of zomaar aan te raken
hij gebood zijn eigen ziekelijke machtsspelletjes te spelen
en de draaglast van kinderen over meerderen te verdelen
vele dochters werden weggegeven als waardeloze teven
voor de eer kregen mannen heerschappij voor ‘t leven
om dit Oudtestamentische zootje in te dammen
werd door ’t gajes onder leiding van J.C. in de kern
’n topidee terstond op ’n doorsnee nacht bedacht
hij zelf als aards gekroonde godenzoon op de troon
schrijf wat boeken en moeke schikt zich in de hoon
de driftig woekerende giftige boon die daaruit groeide
heeft de pest er goed ingeperst in ontbloeid Europa
dankzij de catastrofale Romeinse klerken moest Europa
haar schoonheid en vrijheid nogmaals strijdend versterken
na de mensonterende eeuwen onder Zijne Hogelijke Toorn
de onverwoestbare torens van ontkenning en ‘t gebrek
aan vermogen of verstek gaan van de wil tot ‘sapere aude’
wordt over de rug van doden tot op de dag van vandaag
beleden op ’t platteland en in de steden waar ’t heden
en ’t verleden van de godenstrijd om Europa samenvalt
dus als de boeren en de conservatieve ballen ‘t niet bevalt
dan worden de werkelijkheid en de vlaggen omgedraaid
wordt er haat gezaaid en nepnieuws geoogst als geloof
en zijn dezelfde eeuwenoude menstypes doof en blind
voor wat ’n kind niet aangeleerd maar afgeleerd wordt
als ’t haar/zijn/hen hart niet volgen mag als ’t aan Zeus
c.q. god lag omdat ’t op ’n zekere dag aan zijn voeten
verwacht wordt te knielen en al zijn schunnige hielen-
likkerijen op ’n rijtje heeft om zich te kunnen presenteren
als appetijtelijke lekkernij voor de benijdelijkste hoogheid
maar in werkelijkheid willen die foute mannen de vrouwen
en anderszins zogezegd onder hun angstige duimen houden
want ’t enige waarop zij vertrouwen is wat oude wijsheid
genoemd wordt in koude patriarchale jaknikkersculturen
waar de diepe structuren gebouwd zijn op ’t verbergen
van de tergende onzekerheid over de eigen seksualiteit
hier kan ’n diepslapende Doornroosje in ’n kort rokje
best ’n poosje liefkozend met ’n soort stokje geplaagd
in ’n gelaagd dromenland van stromend genot belanden
wat kan verzanden in ’n kansloze discussie over handen
die wel of niet over de grens van haar zedelijkheid brandden
- summarium Rerum Naturae
atomen zijn als letters
waarmee alles is gezegd
in codes geschreven
geen onsterfelijkheid
geen ziel
de dood is nihil
onze waarneming is feilbaar
liefde overgewaardeerd
er is geen godheid
maar atoomleer
‘Athena,
plaga venit,
de plaag komt!’
- Titus Lucretius Carus (99 v.Chr. – 15 oktober 55 v.Chr.) was een Romeins dichter en filosoof, bekend om zijn leerdicht De Rerum Natura.
- nýja lagið (nieuw liedje)
de fatale Bliksemschichten
als Speren wachtend op ’n Rij
de slapende Engelen van Týr
als zij ontsnapten aan hun Dromen
was ’t ‘endalok guðs’ Nabij
als zij de schromelijke Liefde verlieten
’t Bloed voelden stromen en waadden
in de Rivieren als Aderen
door Moeder Aarde haar Huid
uit de Bergen als haar Borsten
de Daden van ’n luid Verlangen
verdwaalden als Wolken in de Dalen
’t Gemoed verloren aan de Wateren
in de volgespookte Fjordverhalen
als in ‘t Land gestoken Dolken
waar de ‘englar’ ontwaakten
en de Overwinning uit Walhalla’s Wrok
opsteeg uit de ijzigste Gronden
- nýja lagið: nieuw liedje
- endalok guðs = einde van de goden
- svefn-g-englar = slapende engelen
- Týr = god van gerechtigheid in de Noordse mythologie. Zoon van Odin en Frigg
- Hún Jörð = moeder aarde
- sigur rós = overwinning steeg
- Odin is de oppergod of alvader in de Noordse mythologie. In de vroege mythologie is wrok een belangrijk thema. In het Walhalla ontvangt Odin alle eervol gesneuvelde en uitverkoren strijders.
- voltooide Tijd
tussen de Tanden van ’t Heden
knarst ’t Zand van ’n Verleden
bij de Opgravingen kortgeleden
bleken de Kostbaarheden verdwenen
of ze hebben er nooit gelegen
ik zit om gedegen Onderzoek verlegen
op de Muur van Herinneringen
prijkten Schilderingen van fijne Tijden
de Zon en lachende Gezichten
ik had daar niet met grote Zoeklichten
op af moeten rijden
ik had die minuscule Kans
op ’n onbesmet Beeld
van me af kunnen laten glijden
en de Zegeningen van ’t Lijden
tellen
één voor één
de Korrels van dat Toen
vertrouwd blijven herkauwen
- Hocus Pocus Focusverschuiving
de Querulant in Optima Forma
kwam achter de Coulissen
op de Poppenspeler af
gebeend
‘blijven uw Motieven wel zuiver
het Volk blijft graag
gespeend van uw Huiver!’
de naar binnen buigende Bogen
van ’t Theater van de onmogelijke
Dromen als Ribben die breken
onder zeer geanimeerde Handen
zullen de Omkeringen als Duinen
de Vloed aan Wensen doen wreken
de Poppenspeler repliceerde
‘ik ben ‘t Hart
dat zich niet fijnknijpen laat
dat geen Baat ziet in ‘t rondpompen
van steeds hetzelfde Bloed
hoe zeer de Kritiek daar ook om vraagt’
’t Zicht draait hij om
- wachten op Eos
de Donder knalde door de Cloud
’t was aan Zeus wel toevertrouwd
de Aarde te laten schudden en beven
de Kuddes sloegen toch wel op Hol
de Malden stroomden vol
Vulkanen begonnen alvast te roken
allen vreesden ‘n verzengende Tsunami
en niet iedereen was nu al Zen genoeg
om te vallen als ’n ware Anagami
Klotho stond op voor de angstige Menigten
en spon en spon als ’n Spindocter van Aton
tot de Chardonnays en zelfs de Teslaclans zich verenigden
Lachesis hield de Rechtstaat voor ieders Neus
en haalde daarmee ’t Lot uit Handen van Zeus
de Wet blijft ’t Enige dat de Keus bepaalt
volgens Atropos bleef alles bij ’t Oude
men verandert Niks aan de Stront die komt
als de Boeren maar konden doen wat zij wouden
voordat Zeus de Aarde zou verbranden
hield Moira hem deze Trias voor
gedragen op Nyx’ en Themis’ Handen
’t is wachten op Eos met haar Tengels
groenrood over de Horizon loerend
op ’t Einde van Zeus en de Hadesbengels
- Landingsplaats voor Legenden
naast de Tempel ligt ’n Pad
de Berg op
waarvandaan hij ’t Leven kan overzien
de Verten en Vlaktes
zich laven kan aan zijn Liefdes
voor ’t Landschap
en de Diepte
van Verdichting
de Afdaling
langs de Rivier
de Rijen Bomen
als vertrouwde Gezichten
de lokkende Velden
met zwijgende Bloemen
waar ’t Verhaal
verwaait
in ijdel jagende Vlagen
de Zon die alsnog
valt
achter ’n groeiende Horizon
doch de ene Schaduw
langer
na-ijlen doet
dan de Anderen
maar hij zwiert voort
langs ‘t gekozen Pad
dus vannacht wacht hij
op zijn Noorderlicht
en morgen richt hij zich weer op
de zwarte Tuin
waar hij met ’t Hert op Schildpadstand
zijn Zinnen zet
op ’t lijdende Gras
naast de Tempel
- relatieve Quanti
de machtige Regennacht
is één groot Zwart Gat
waarin ‘t Zijn wellicht
de Singulariteit omvat
’t ultieme Middelpunt
waar alles samenkomt
maar Niks waarneembaar is
rondom de Horizon
de onbeantwoordbare Vraag
van ’t Licht
dat niet wederkeert
als ’n fysisch Fenomeen
de Regen verdwijnt
als ‘n Hand draait
en de Ogen besluiten
’t Licht weerschijnt
in ’n nieuw Licht
in Verhouding tot
’t wankel Evenwicht
van ’t geopende Zicht
op de doorlopende Lijn
de Beleving van Zijn
en ’t Idee van Verbinding
met de Zijnslijn van ‘n Ander
Ik vraag me weleens af of onze oerknal niet de ‘achterkant’ van de singulariteit van een zwart gat is. Oftewel: achter elk zwart gat, met singulariteit (niet alle zwarte gaten zijn ook daadwerkelijk zwarte gaten; en niet elk zwart gat heeft een singulariteit), bevindt zich een nieuw universum. En alle universa plakken als ‘zeepbellen’ aan elkaar vast; de wanden van al die bellen zijn doorzichtig, die wanden ontstaan door de quantum-fysische verschillen tussen de verschillende universa.
- Akis II; in de wind geslagen
‘ik ben slechts de stuurman
van eenvoudige komaf
en toch raad ik jullie af
matrozen, om deze jongen
aan boord te nemen
na de avonturen aan wal
in de chaos zonder zeden
de reden is heel simpel
ik wimpel jullie niet af
met ’n laf en onaf betoog
maar door mijn oogharen
zie ik in de versufte jongen
duidelijk ’n god gedrongen
wachten om los te breken’
de matrozen luisterden niet
en al snel nadat ’t schip
de veilige haven verliet
ontwaakte de jongen
en wilde terug naar land
zo snel mogelijk ’t zand
tussen zijn tenen voelen
de matrozen beloofden hem
zijn stem serieus te nemen
hemel en aarde te bewegen
zonder omwegen te keren
proberen tegen de wind in
scherp te manoeuvreren
(in ’t echt negeerden ze hem)
wijnranken als tentakels
op steroïde schoten uit zee
om ’t solide schip als geheel
gedwee stil te leggen en hij
ontpopte zich tot Dionysos
met Thyrsusstaf en Lynxen
en Tijgers en straffe Panters
iedereen behalve één
sprong woedend in zee
als dolfijn verder levend
maar Akis bleef kortstondig
bevend alleen met Dionysos
achter op ’t gehavende schip
echter kreeg hij weer grip
met ’t stuurwiel in zijn handen
zette hij zijn tanden in taken
ten dienste van Dionysos
kwam zo los van ’t verleden
en wat nog te gebeuren stond
zou hij betreuren als hij kon
vanonder de rots van ’t heden
- dubbeltje op z’n kant
vanuit ’n simpel leventje
met ’t goede genenpakket
en de sporadische deukjes
die klapjes op de billen
de vertogen woorden
knuffels die verdwenen
één of twee gebroken
botten en jonge harten
tien tellen onder water
god die toch niet bestond
of de wind waardoor
de vakantie niet doorging
of kou onder de lakens
als de winter inbreekt
achter besloten deuren
vanuit zo’n luxe leventje
is de wereld niet te zien
of de waarde van verdoving
en de benodigde kracht
voor nachten in tunnels
en de dagen uit ’t zicht
voor oordelen van mensen
vanaf de geboorte gehoorde
verwijten voor ‘t zijn
dat doorzettingsvermogen
om te kunnen overleven
verslijt versnelt de tijd
vanuit ’n besmuikt wiegje
de uitgekotste goot in
spartelen tot de dood wint
vanuit de valse illusie
dat succes ’n keuze is
en ellende eigen schuld
gevoeld in de onderbuik
- over die randjes (op het strand)
het was zo lang geleden
in het verre verleden van de jeugd
dat
zij niet met afgeschoren haren
maar met een plastuit
heel gratuit
en hardcore met Aussie-broekies
van het balkon had gezeken
het zou plezant kunnen zijn
zo had zij natuurlijk gehoord
om in het water
op mijn schouders gezeten
juist omdat die handeling niet vertrouwd is
even lekker haar pis te laten lopen
onder de brandende zon
malse lijven garend
bakkend van verlangen
waar mijn handjes niet heen gleden
toen ik haar rug insmeerde
over die randjes
daar worden vandaag
op háár kantoren
de hoge score
aan lage schaven en blaren gevoeld
en door het gekletst natuurlijk
tegen elkaar
tussen de dijen en de billen
terwijl de barbecue nog heter werd
van buiten naar binnen
(ik zag Venus marmer zweten)
het schurende zand
het zweetzout
kon het vurige willen niet stuiten
de rode huiden
als gevolg van
opgelaaide hitte
ontkennen niks
het was zo lang geleden
- ‘zij heeft gehoord’
moedervlekken schitteren
als sterren
op haar hemelse lichaam
zij vormen beelden
bewegend
door mijn handen
onder een deken
van kussen
vervaagt ons zicht
in één
moment
van zijn
- hard realisme
de zoetste vruchten
de helderste sterren
een prachtige maan
ogen glinsteren
borsten smelten
elkaar verstaan
wenselijkheden
rustig bekeken
stemmen tevreden
alles in rust
zodat de kust
van Peloponnesos niet overspoelt wordt door lyrische redes
deze liefde sust
de onrust
maar blust de wil niet
- Verschoond tarwe
De tijd is rijp als ‘t koren in ’t veld
gloeit in zo’n zakkende zomerzon;
de strengen glijden langs jouw huid,
broeiend op platgestampte twijgen.
Jouw zwijgen verdwijnt in de stilte,
je rilt als ’t allerfijnste kaf in de wind;
als vlegels dansen jouw oogleden mee
met ’t draaien van de wereld in ’n zee
van tranen die als graankorrels stuiteren
op jouw wangen, uit dorsend verlangen,
naar de lang gewenste voldoening.
Op weg naar ’t waarlijke geluk
van ’t zuiverste meel
voor ons broodnodig ritueel.
- Gorgo Medusa
Langs rotsen in de rivier van mijn eigen tranen,
baant ’t bloed zich gelauwerd ’n weg
door mijn wanen;
als stoker van deze frontaal
brandende wijn,
en de pijn die ’t goed doet
onder volgers van Perseus’ sterrenzege,
verblijf ik halverwege.
Tussen partijen in
zoek ik de ruimte voor uitzondering,
voorbij de grens
van strijdende berijders
van stokoude paarden, zwakke zwaarden.
Met de vaart van ‘n snelstromende rivier
schakel ik van ‘t komende
naar ’t verleden
van plezier en verdriet,
naar monsterlijk lijden
wat achter mij ligt,
en niet in ’t verschiet.
Resten van bloedbaden en bange nachten,
toen Medusa nog dacht
dat zij als laatste lachte,
komen op als dromen in helder Sanskriet.
Ik kan die verhalen eindelijk verdichten,
vertalen naar oplichtende
en bezwarende zinnen,
sinds ik mijn ware aard heb aanvaard:
dichter
met ’n vlammende pen als schild.
Zij met slagtanden,
bronzen handen,
vleugels van goud
en/of slangenharen,
die je veranderen in steen,
komen hier niet meer doorheen.
- afdalen in de luwte
tot ’t laatste beetje lucht
zuchtte ik door en door
ook al was ’t te laat; voor
mijn vervagende ogen, ik
stoorde mij aan de trilling
van ’t licht, – rechte lijnen
golfden om de kromme heen;
mijn leden bleken geen maten
meer, maar zij rilden mee met
‘t versagen der natuurwetten;
de zwaartekracht had mijn hart
verkozen, mijn longen zogen
zich ongewoon heftig vol; mijn
hoofd kon niks meer bijbenen,
er verschenen engelen in wit;
aan draadjes in ’n kamer hing
ik, bloed droop door de vlijtige
warme handen, ’t verband dat
onder juiste omstandigheden…
de regelmatige slag klaarde op
als ’n zomerdag na harde regen
tot mijn laatste snik, de druppel
die vallen zal, tik ik door; door
de tijd en muren, om en om alle
afgebrokkelde structuren heen;
nieuwe verbindingen kweek ik,
breek dit monster in honderden
hanteerbare klontjes ongemak af;
ik houd mijn adem in,
als ’t helpt.
- waardige helden
hoe de zeeën als thuis-
komen voelen kunnen
over de boeg slaande
golven een verwachting
van het volste leven
de zeilen voor de strijd
gehesen, voorbereid op
wat het ergst te vrezen
valt; kluizen van eilanden
geroofd op ijkpuntjacht
van eer voor ongepolijste
en veelkleurige piraterijen
met dubloenen en betovering
gevulde galjoenen
door de gaten in de mazen
vooruitstrevende voldoening
op dek ontdekt talent
om scherp op voorbedachte
wind te sturen, kanonnen
vuur en zwaard, donderbus
hij, zij, hen die over de kaperen varen
met baarden of zus of zo
zullen zeeslagen winnen
het water ontginnen
vanaf de valrepen
ree!
(voor J.)
- K.
ik
ja ik
ik draag
op handen
in gedachten
grootse schatten
van geluiden
en geuren
ik kleur
als ik
vraag ik
bekomen
van schellen
van beschouwing
van mijn schouders
vervallen sterren
al uitgefaseerd
gelaten neer
ik veer op
voor mij
voor ik
ja ik
ik ja
draag mij
voortdurend
door de nachten
de levensgrachten
machtig verheven
boven gedachten
om onverzacht
te belanden
in handen
van mij
die ik
ja ik
ik
- weldadig post-paganisme
‘Van Mars af, man!’ heb ik het wel gezien,
fabulerend langs de bezongen rivieren: zij,
die onomstreden zou kunnen zijn, zweeft –
als er geesten geweest waren, hongeriger
dan de jonge wolven, ik zou zweren, als
vlees door mijn klauwen glippend, daar
waar wij als poëtische sterren imploderen,
in elkaars spectrale achtergrond vervallen;
tussen het riet en de dodde van de eeuwig
gebonden waterkant duikt de meerkoet weg
als zij struikelend het leven komt verlichten.
gestrande vergezichten vertroebelen in betere,
gestut in onbezeten grond; spreekwoordelijk:
Nyx wordt door Eos op haar mooie smoeltje
geslagen, druipt staartloos terug naar Chaos.
Op plaatsen waar de sterren en goden samen-
komen, geklonterde planeten eventueel, ook
daar zouden wij gemeenplaatsen ontcijferen
langs haar abstract rechte lijnen der wetenschap,
waar ik vrijschrijvend analyse pleeg en reduceer,
abstraherend in de menselijkste dromen op aarde.
- de toehoorder
het zou mij toch moeten lukken
met de druk van jouw meelezende ogen
die mijn tikkende vingers niet horen
een poging tot een droge constatering te doen
ik ben verliefd
heel veel meer is daar niet voor nodig
zoals overbodige tierelantijntjes of slingers
fantastisch bloeiende wingerds van ijdelheid
overschrijden al snel de limiet van zoetsappigheid
jij bent verliefd
iets hogers kan ik niet bereiken
wellicht kunnen we het statistisch proberen te vangen
of we gaan gewoon los met onze verlangens
hoe dan ook wil ik jou en jouw behoeftes verrijken
- De schrijvende hand
De schrijvende hand
die kan geloven;
al was het maar in vrolijke magie,
de betovering van zwevende woorden
over hooggespannen,
door koren gezongen verwachtingen,
florerende zinnen
die de liefde zelf meer beminnen
dan de waarheid dragen kan.
Het wikkende hoofd
dat loslaten kan
en rollen over heuvels der fantasie;
gekanaliseerde dubbele ladingen
in nauwkeurig geplaatste,
tot in de puncties verzorgde, muzen:
worstelend in de modder,
rollend door verf en klodders
achterlatend in verzen.
Dit levend gedicht
mag betreuren
wat het onderweg heeft laten liggen;
de verbraste kansen aan minnaressen,
zo welgevormd
als zij eindigen konden
in sonnetten, in nachten verzonken,
als beelden verbonden met geesten
uit verzonnen verledens.
- Duiding van de dag
Een ochtend die mij rustig voorkomt,
niet stuiterend op de stoep van de dag
zich op komt dringen als ik mijn ogen
amper heb kunnen openen
om bij het eerste licht op te vangen
wat van de nacht nog overgebleven is.
Uit de dromen gezeefd meegenomen
naar het wezen van dit leven,
de beleving van de eigen pijn
tegen een achtergrond van verlangens
en het bange vermoeden van mislukken
van de dagen die nog over zijn.
- de wrangheid schreeuwt
deze woorden
met een laatste krachtsinspanning
neergelegd
volgens de strenge leer van één stratenmaker
zodat dit pad
vloeiend voor jouw ogen zich verdiept
tot de onuitputtelijkheid van de bron
van beleving tot gevoelens
zich begeven in de omgeving
van de hand die mij wel
degelijk vastpakt
meteen herpak ik mij
zelf
met één voet boven de
goot
als wolk
blijven zweven
zonder te vergeten
zonder de zinnen
te leggen als tegels
in sentimentele strakheid
de ware wrangheid schreeuwt
in doodgezwegen talen
en de betekenis wreekt zich al
onder te verwachten verhalen van
met fake-pathetiek overladen
onvermogen
der gelogenstrafte daden
en de ontgoocheling
die volgt
op deze woorden
- Nattigheid van weleer
Met dikke ouderwetse zomerdruppels
daalt de regen op mij neer;
het bospad herinnert aan het zwembad
waar een zij
ooit, als eerste keer
voor mij,
mij,
met haar borsten als gouden tempels,
naar een nog onbekende wereld
verleidde,
met haar.
Zij wilde
vette Vlaamse frieten uit een zak.
Onze handen
aan het hete papier vastgeplakt;
het zand
onder de rand van haar bikinibroekje
vermengde
met de mayo aan mijn vingers.
Onze trek
verdampte als zonnebrand
in die ene hittegolf
van toen.
Ik herken de Gulden Snede in details
van brekende wolken,
een doorbakkende zon,
uit de schoot van herinneringen:
dringen in trekpleisters,
op een angstaanjagend vol balkon,
luidkeels zingend door
de zandsteenkerken
in ooievaarspoep gedrenkt.
Vroeger was het ook heel heet hoor!
En nat
kon het zeker worden.
- Leben nach der Flucht
De aarde bleef zijn ogen
het licht ontnemen, zijn
mond vullen, zolang hij
boven zijn hoofd groef
naar een ingedaald leven;
sterker dan elke zwaarte:
de menselijke kracht, met
vingers dromen te toveren,
om overal boven te komen.
Vanmorgen zag hij nog
grond onder de riemen
van zijn nagels, terwijl
haar welving vergleed
onder zijn eeltige handen;
als bevroren beekjes
in het dal, de krassen
van de ruwe randjes
in haar ijskoude huid.
Maar spijt kent hij niet,
-denkend aan de zeeën,
buitelend als een storm-
vogel op de bevrijdende
wind uit tientallen kelen.
De gave van hoogvliegen,
het gevaar van diep vallen:
pas in de wolken tevreden,
met zicht op alles beneden.
- ‘a theory of mind’ (geen spijt)
Soms moeten stemmen schreeuwen
om over eeuwen van ongehoord zijn
aan te komen in de vervreemde oren.
Soms druipen de zinnen van bewezen
formules en wordt zonder scrupules
niet verwezen naar het origineel.
O wee!
Soms gaat ’t om de flow,
de metriek,
als een diashow
op de villawand
(lees mijn biblio
nog een keer,
if you please!),
maar wel aan de kant
waar de zon
de sfeerbeelden
niet nogmaals
verzieken kan.
Dit alles vraagt iets van jou,
als beheerder van jouw denken:
de vaardigheid tot verbeelding,
‘a theory of mind’; een
de-ranking van de sterren
aan dit eindeloos firmament
van figuren in stijl en stijlen,
premature, bij te vijlen,
ijdele documenten,
en soms
ornamenten van prachtige vakkundigheid
en/of
intrinsieke kracht.
Maar vaker,
en dat geldt zeker ook voor mij
en mijn alter-ego-gerei,
is het zacht gezegd
middelmatigheid wat
de klok slaat
op onze heilloze zoektocht
naar genialiteit.
Of:
in ieder geval de hoop op
geen spijt.
- Uitlekgewicht van Beelden
Streken op het Doek, Woorden
op een Rij, de Noten die ik raak,
beginnen de Keel uit te hangen
van hen die naar strikte Kaders
verlangen. Het Uitlekgewicht
van Beelden, het versterven
van de Zinnen, het nagalmen
van mijn Stem; de Gevolgen
van het loslaten, duiken in zelf
gegraven Gaten: Nalatenschap
zonder Noodrem. Zowel mijn
Nageslacht, als al het Andere
wat ik voortgebracht heb, bewust,
of in één doorgehaalde Nacht, mag
op eigen Benen staan. Met Kunst
heeft dat niks te maken, hooguit
met het raken van een Gevoel. En
als je doorhebt dat dat niet gebeurt
in dit Gedicht, snap je wat ik bedoel.
Maar wees niet getreurd: er komen
nog voldoende Dagen om aan alle
Behoeftes en Vragen Aandacht te
geven, mee te leven met prachtige
Veldslagverslagen annex Lanterfant-
dagen in de Zon; klaag vooral over
wat ik tot nu toe allemaal verzon.
- A.F.
als je gewoon vooraan begint
met een ‘acte de présence’
wat niks anders is dan
de dans in eenvoud
van enkelvoudig
vrij vergeven
of je neemt het heel serieus
als pretentieus ingesteld
persoon met een wil
van blinkend goud
en stoutmoedig
fijne streken
hier hoeft geen einde te zijn
aan de richtingloze weg
en zouteloos geveins
als walmend hout
in oeroud woud
lijkbleek blijkt
dan is ‘fatalisme als futiliteit’
begrijpelijkerwijs zover
over de hittegrenzen
van mens en cloud
dat flauwiteiten
nijd leveren
- Aan Rala; Tegen mij opkijken
Je liep zo hard je kon,
alsof je sneller wilde
dan de zomerzon klom.
Over de stilte der sloot
schenen jouw ogen op
de schrijnende vlakte
rust te vinden; bla’ren
ontfutselden geluid uit
iedere rappe voetstap.
Krijsende en joelende
blagen, een loslopende
hijger op vier poten,
de vrouw met de riem
riep luid op tot bevel.
Je verstond het wel,
de blik op je gezicht
met strakke kaaklijn;
het afgeworpen juk.
Je keek ook toen ik,
zoekend naar mijzelf
op de bodem van het
leven, bleef staan aan
de rand, op de grond
met losse handen. Bro!
Jij kon mij niet redden,
daarvoor was jij te licht,
dwarrelend buiten bereik.
- Een drive als Thor (‘eclectische twintigers’)
Als ik lucht heb,
zal ik vliegen op vleugels
die ik er in volle vaart bijboetseer;
de teugels van het steigerend verstand
laat ik rijkelijk vieren,
evenals de tranen
welke mogen bloeien in de blijdschap om te leven.
Als ik niet gebonden ben aan rampspoed,
aan godengeklaagde vetes, ben ik,
met een drive als Thor,
de kwiekste van de ‘eclectische twintigers’;
als mijn hart klopt,
dan klopt het dat jij
maakt dat alles klopt,
en kloppen wij
met Mjöllnir in het hart
van de huidige tijd.