Hekel
Ik ben al 63 jaar op deze aardbol. Waarvan ik er 42 heb gewerkt als een paard. Enkele jaren heb ik
geslapen tot nu toe, enkele jaren op het toilet doorgebracht, enkele jaren voor televisie en enkele
jaren voor mijn hobby’s.
Ik heb aan vele dingen eigenlijk een hekel. Ik heb een hekel aan winkelen. Ik haat bedden
opdekken. Ik haat mensen die denken dat ze grappig zijn en het helemaal niet zijn. Ik heb een hekel
aan snobs, aan ministers en andere politieke delinquenten, aan werken had ik ook een hekel,
patatten schillen haat ik ook en eigenlijk had ik ook een liefde/haatverhouding met mezelf.
Al deze info even terzijde gelaten er is één ding wat ik het meest haat op aarde, gaan winkelen in
de supermarkt. En zeker als mijn vrouwtje erbij is. Als we bijvoorbeeld melk nodig hebben neem ik
halfvolle.
“Zeg schatteke, zouden we niet beter magere pakken i.p.v. halfvolle, we moeten allebei toch een
beetje vermageren”,zegt ze glimlachend en kijkend naar mijn dikke buik.
Ik zet de halfvolle melk terug weg en neem de magere.
“Maar wacht is, is dat wel een goed merk, dat is het huismerk en dat drink ik niet zo graag, laat ons
maar een bekend merk nemen oké?”
Ik zet de magere melk weg en neem het bekende merk dat al gauw drie keer zoveel kost . De vrouw
lacht tevreden.
We hebben ook kaas nodig. Ik neem belegen.
“Neen sjoeke, dat is niet goed voor de cholesterol “, zegt ze.
“Neem die light maar die daar ligt!”
Ik gooi de belegen ongeveer terug op zijn plek en neem de light.
“Je weet toch dat dat helemaal geen licht geeft hé”, zeg ik al grappend.
Ze lacht niet.
We komen aan de groenteafdeling. Ik wil wel spruiten voor vanavond, zij neemt bloemkool. Ik wil
enkele bananen, zij neemt appelsienen, ik wil voor morgen gebakken aardappeltjes, zij neemt
patatten om te koken. Inmiddels kook ik ook bijna. Ik zie de andere klanten achter hun karretje
lopen en het volladen met van alles en nog wat, vooral van alles dan!
En zo belanden we aan de vleesafdeling, ik heb al een lekkere steak vast, de vrouw komt op me af,
knikt van neen en neemt magere kip. Ik zie de lekkere worsten en wil ze nemen maar de vrouw
geeft me een licht duwtje en zegt neen.
Ik kook bijna over.
En net als ik bijna overkook, komt er een winkelbediende voorbijgeraasd op zo’n elektrisch
palletdragertje en ik wordt bijna aangereden. ‘Sorry’ roept ze hard.
Ik kook nog harder. Dan,als ik net aan het kookpunt ben gekomen , naderen we de kassa, de
apotheose van het winkelen. Ik neem een kassa waarvan ik denk dat ik snel geholpen zal worden.
Het oude vrouwtje voor me heeft haar kar bomvol geladen.
Ik zie de bui al hangen.
Aan andere kassa’s staat het ook vol dus blijf ik maar staan. Het vrouwtje begint traag haar karretje
leeg te maken en legt alles op de band. De kassajuffrouw scant traagjes, het oude vrouwtje blijft de
dingen uitladen alsof het een bodemloze put is. De bui hangt nu boven me.
Uiteindelijk na een kwartier heeft de oude dame alles op de band gelegd. Ik heb geen plek om onze
artikelen er achter te leggen. Een bus meneer proper en een groot pak wc papier verhinderen me
dat !
Dan staat het vrouwtje voor de kassajuffrouw en laat die rustig alles scannen. Het vrouwtje begint
in haar handtas te rommelen op zoek naar betaalmiddelen denk ik, intussen stapelen aan de andere
kant van de kassa haar artikelen zich op. Ik begin het op mijn heupen te krijgen.
I.p.v. de dingen terug in haar karretje te leggen en buiten alles in te laden, haalt ze uit haar handtas
enkele bij elkaar geknoopte lege plastic zakjes. Traagjes opent ze het eerste en stapt op haar
artikelen af. Ik hoor ze bijna denken ‘ zou ik die melkfles nu op de aardbeien leggen of niet’. Ze
twijfelt en kijkt mijn richting uit alsof ik het antwoord weet.
Ze begint rustig alles in te laden in de zakjes en plaatst die in de lege winkelkar, achter mij staan
zo’n twintig volle karretjes met mensen aan. Sommigen kijken me boos aan alsof het mijn fout is
dat het zo lang duurt.
Eindelijk na een kwartier heeft het vrouwtje alles in haar kar geladen. Haar knokige handen
verdwijnen weer in haar handtas. Even later haalt ze er een enorme portemonnee uit.
Die opent ze en ik zie het kleingeld al liggen. Ze moet 95 euro en negentig cent betalen. Ze begint
stukjes van 5 en tien cent op band te leggen. De caissière zucht en kijkt me wanhopig aan. Ik snap
haar.
Mijn hart begint sneller te slaan. Ze begint traag te tellen.
“Dertig, veertig, vijf en veertig of was het nu vijf en vijftig?”
Ze begint opnieuw te tellen, achter mij staan zo’n vijftig karretjes met mensen achter, er wordt
gekucht, gehoest en gezucht.
De caissière knikt vriendelijk naar mij. Het oude dametje is nog aan het rekenen. Ik word wanhopig,
mijn vrouw vindt het allemaal niet zo erg. Eigenlijk vindt zij niks erg. Zij neemt haar telefoon en
begint te facebooken. Ik word woest maar beheers me.
“Het is te weinig madammeke, je komt er niet!” zegt de caissière luid. Sommige jonge mensen
denken allemaal dat ouderen doof zijn, zoals ze soms schreeuwen tegen ouderen.
Het oude dametje kijkt me aan, alsof ik zou bijleggen, de oude troela !
En dan tovert ze plots een bankkaart tevoorschijn. Ik zucht en denk ‘oef’.
Ze steekt de kaart in de desbetreffende gleuf en tikt haar nummer. Het ding weigert haar kaart.
“Probeer nog is een keer madam, misschien slechte verbinding” zegt de kassamadam luid.
Ze probeert nogmaals en ze beseft dat ze haar nummer niet meer weet.
Ze neemt haar gsm uit de handtas. Een mastodont van een gsm waarschijnlijk nog een relikwie uit
wereldoorlog twee. “Ik zal mijn man bellen om het nummer te vragen oké?” zegt ze tegen de
ontvangstjuffrouw, die naar mijn gevoel lijkbleek ziet.
Ze drukt wat cijfers in op haar voorhistorische gsm.
“Hallo Achiel?”
“Ja ik ben het.”
“Emerance , natuurlijk, je vrouw !”
Het vrouwtje kijkt me aan en schudt haar hoofd “wie ben je zegt hij, de ouwe zot”.
“Ik ben het nummer van de bankkaart vergeten, kun je dat even doorgeven?”
De oude trol vraagt een stukje papier aan de bleke kassavrouw. Deze geeft haar een papiertje en een
stylo.
De oude dame houdt met een hand de gsm vast en met het andere zal ze het nummer opschrijven.
“Negen?!” roept ze en ze schrijft negen op.
“Drie?!” roept ze en schrijft ook dat op.
“Twee?” roept ze en schrijft het op.
“Zeven?” roept ze en schrijft het op.
“Tot subiet! Achiel”, “hoe wie ben ik?” “Je VROUW VERDOMME !” roept ze luid door de gsm en
smijt het ding boos in haar handtas.
“Kut ge dat nu geloven, hij kende me precies niet meer, wacht tot ik thuiskom dadelijk”.
Zo’n zestig mensen achter mij en achter hun karretje weten nu wat haar pinnummer is. Om zeker te
zijn zegt de vrouw het nog is hardop terwijl ze de nummer indrukt.
Eindelijk, halleluja praise de lord, dank u god, het machientje accepteert de betaling. De caissière
zucht, ik zucht, zo’n zeventig mensen achter mij zuchten. Het dametje maakt warempel aanstalten
om te vertrekken maar ze stopt weer en draait het hoofd naar de kassadame.
“Zijn jullie zondag open?” vraagt ze.
“JJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJJAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA!”
schreeuwen de 70 mensen achter mij.
Het oude dametje schuifelt weg, naar buiten.
Ik laad al onze artikelen op de band, zo snel mogelijk. Omdat ik het zo snel doe valt een karton
melk op de vloer en dat spat open.
“Godverdomme!” vloek ik.
De kassadame geeft me papier om het een beetje op te kuisen. Ik word zo rood als een tomaat.
“Moet U een ander karton hebben meneer?” roept ze. Zie ik er dan ook al zo oud uit dat ze naar mij
begint te roepen.
Even later schuifel ik de parking op met het winkelkarretje. En toeval of niet, de oude dame is alles
nog aan het inladen in haar wagen, die naast de mijne staat.
Ze ziet me aankomen.
“Erg hé meneer, al dat volk aan die kassa’s en dat je zolang moet wachten alsof wij , bejaarden,
zoveel tijd hebben!”
Ik voel me echt niet goed worden en gooi onze boodschappen in de koffer. Mijn vrouw doet het
karretje weg. Ik zeg goeiedag tegen de oude kwezel en stap in de auto.
Ik start de auto en wanneer mijn vrouw instapt scheur ik weg. De oude del zwaait nog. Ik zou zo
graag mijn middelvinger opsteken maar dan is mijn vrouw (AKA, also known as ‘the boss’)alweer
kwaad op me.
Dus wuif ik even en geef ik wat meer gas om mezelf te ventileren…
© yvespfgoudket. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar
toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.