Stel je een kijk op geloof voor. Ik zeg niet dat het goed of verkeerd is. Al deden zij dat mijn hele leven wel. Maar misschien moet ik bij het begin beginnen. Hallo ik ben Sophia ik ben nu 28 jaar oud. Mijn verhaal begon natuurlijk veel eerder. Op mijn 14e om precies te zijn.
Ik woonde in Kerkhoven Hier regeerde de heer. En dat deed hij door zijn dienaren. En als God vrezend mens luisterde je naar die dienaren. Dit waren de priesters. En alleen zij kende het heilige geschrift. De bijbel. En zij alleen kende de wil van de heer. Wij de ‘gewone’ mens diende hen te gehoorzamen.
En als je dat niet deed. Nou dan zou de heer je straffen. Fouten en vragen tolereerde de heer niet. Als je een fout maakte Branden je in het vragenvuur per fout duizend jaar. Dit vuur zou je dan reinigen om zo schoon in de hemel te komen.
Dat geloofde mijn ouders in ieder geval. En fouten kocht je af. Met aflaten. En met biechten ik was voor mijn vader een vierde kind. En het eerste meisje. Ik had drie broers. Maarten van 16. Johannes van 18. En Peter van 22. Peter was een half broer. Mijn vader was eerder getrouwd geweest. Maar hij was niet gescheiden hoor. Nee. Scheiden is een gruwel in de ogen van de heer.
Nee Peter zijn moeder had na zijn geboorte hevige bloedingen en de dokters in de stad besloten haar moederschoot te verwendere om haar in leven te houden. De priester. Vond dat zij haar huwelijkse plichten niet meer kon voldoen. Een goede vrouw krijgt kinderen. Dus meer dan een.
Wat had mijn vader aan een vrouw die dat niet kon? Wat had de heer aan haar? Nee ze moest maar bezinning vinden in het dienen van de heer. En dus intreden als non. De pastoor en de priester hadden van een pauselijke gezand toestemming gekregen om mijn vader een nieuwe vrouw te bieden. Dit was mijn moeder. En al snel werden mijn broers en ik geboren. En daar hield het niet mee op. In de jaren na mij kreeg mijn moeder. Nog 2 zoons. Mijn broertjes. Willem van nu 12. Noah van 10 en mijn zusje Adeline van nu 7. Mijn moeder was na een tijd sukkelen in gezondheid nu in verwachting van haar 7e kind. Ze hoopte een meisje.
Zonen brachten aanzien. Status. Dochters. Tja die brachten andere mannen binnen zo dat rijkdom van het gezin zou worden vergroot. En mijn vader zou kiezen wie Line en ik zouden trouwen. Ik zou op mijn 18 moeten trouwen en gelijk een kind krijgen. Dat is waar ik voor diende. En eerlijk. Tot deze leeftijd vond ik dat gewoon. Dat was zo als het was.
Het meest trots was vader op Peter. Hij was tot priester gewijd. Al vermoede ik dat hij dat meer deed zo dat hij niet hoefden te trouwen met een vrouw.
Maar wat veranderde mijn kijk nou op het geloof? Dat is wat jullie willen weten. Er kwam een nieuw gezin in ons dorp. Dat gebeurde bijna nooit. 90% van ons dorp woonde hier al generaties lang. Ik denk zelfs dat als je stambomen uitploos we allemaal wel ergens bloedbanden hadden bij elke familie.
Dit was een gezin van een moeder. Een vader. En 3 kinderen. 2 zoons en een dochter. De dochter had mijn leeftijd. Ze waren wel katholiek. Maar toch anders. Joyce. De dochter van het gezin was een vrolijke lieve meid. We werden al snel vriendinnen. Toen ik haar vroeg of haar moeder nog meer kinderen zou krijgen lachte ze hard. “Nee joh. Jimmy Nico en ik zijn genoeg voor hun hoor.”
Dit was vreemd. Maar 3 kinderen? En hun priester vond dat niet alarmerend? Joyce was licht wat mijn vader wild noemden. Ze zat op school een dorp verderop. Daar had ze vriendinnen. Maar ook vrienden. Ze was bevriend met jongens! Dat kon ik me niet voorstellen.
Ze vertelde Me ook dat ze geen huisvrouw wilde worden. “Sophitje als ik van school ga wil ik dansen, zingen en acteren. De weide wereld in.” Dit was rebels. Radicaal zelfs. Tenminste in mijn opvoeding toch. “Volgende maand hè. Is er een auditie. Voor een toneelstuk. Moet je doen joh. Dan kun je zo enorm veel leren.” Riep Joyce. “Maar. Mag dat wel van de heer?” Vroeg ik. “De priester zegt dat vrouwen er zijn voor kinderen. En dus hun jeugd spenderen in ’training’ daar voor..” Joyce rolde met haar ogen. “Welke bijbel heb jij gelezen?” Vroeg ze.
“Wat bedoel je? Gelezen.” Vroeg ik haar verbaasd. “Nou kijk.” Ze pakte uit de kast van haar ouders een bijbel. Het stond er zelfs op.” Ze bladerde er door heen. “Ja de
geboden.” Ze las ze voor. Ik kende ze wel. natuurlijk kende ik ze maar hier stonden ze in het Nederlands! “Een Nederlandse bijbel?” Vroeg ik verbaasd. “Ja natuurlijk we wonen niet meer in 15 zoveel de bijbel is in bijna elke taal te krijgen.” Zei Joyce. Dit was verbijsterend voor mij. In de weken die volgde las ik haar bijbel. Het meeste wat er in stond kwam niet overeen met wat de priesters mij vertelde.
Ja volgens die van Joyce was 7 kinderen het meest wenselijk. Maar aflaten? Die stonden er niet in. Haar vader vertelde me dat het fenomeen aflaten achterhaald was. Hij geloofde dat je de jaren in het vage vuur afkocht door goede daden te verrichten. Mensen te helpen. En ja toch wel biechten als je een zonde was begaan. Maar Waarom mocht een jonge vrouw als Joyce geen dromen hebben buiten het huis verzorgen? Hij vond het prima als ze toneel speelden.
Want dat deden ze in de ouden tijden voor ons toch ook? En de Roma’s die vaak streng katholiek waren traden toch ook op? met muziek en waarzeggerij? “Is dat niet ketterij?” Vroeg ik “wel nee. Zij dienen op hun manier de heer. Met hun eigen gewoontes.” Zei hij. “Is hoe ik geloof dan verkeerd of zijn hun dat?” Vroeg ik. De man glimlachte. “Ik zie geen manier van geloven als goed of slecht lieve kind. Wij geloven op onze manier. Jij op de jouwe. Ik weet niet wie gelijk heeft. Weet jij dat wel?” Vroeg hij.
Wist ik dat? Ik was opgevoed met het idee dat priesters Gods wil begrepen en die predikten. En het geloof van de vader van toch wel mijn beste vriendinnetje. Week dan wel licht af. Maar was in de basis hetzelfde. Hij vond nieuwsgierigheid, dromen, plezier. En spelen geen zonde. Hij vond dat die dingen bij het leven hoorden.
“Als de heer niet wilt dat wij deze dingen konden Sophia. Dan had de heer deze dingen niet aan ons gegeven. Dat is wat ik geloof.” Zei hij. Dit vond ik heerlijk. Ik wilde meer weten. Meer leren. Want leren dat was geweldig. Maar thuis en op school keken ze daar anders naar. Leren was een gruwel. Je moest leren lezen en schrijven omdat de wet dat vond. Deze was door het lutheranisme aangetast. Maar meer dan leren lezen schrijven en huishouden. Nee dat was niet voor een vrouw.
Acteren? Dansen? Zingen? Nee werktuigen van de duivel! Net als vrolijkheid. Spelen . Vragen stellen. Dat deed je gewoon niet!
In de weken die volgden, ging ik na school naar Joyce. We maakten huiswerk. Keken tv. Iets wat ik nog nooit had gedaan. En we kletsten. Ze vertelde wild enthousiast over de auditie van de volgende week. “Ik heb Teddy Kreuk gevraagd. Hij is de regisseur. Je mag mee komen,” zei ze. Ik vond het een spannend idee. Echt een avontuur. Ik wilde ja zeggen, maar voordat ik dat kon, kwam dat bekende stemmetje in mijn hoofd: ‘Je vader vindt dat vast niet goed.’ Ik zuchtte. “Dat mag vast niet van mijn vader,” zei ik teleurgesteld. “Hij hoeft het niet te weten, tenzij je een rol krijgt,” zei Joyce.
“Joyce, schat, dat is niet netjes,” zei haar moeder streng. “Maar mam, ze mag niks van haar ouders. Niet eens een mobieltje,” riep Joyce. “Ik praat wel met haar moeder. Gaan jullie het nou maar gewoon vragen,” zei ze stelliger. “Ga dan eerst met haar moeder praten,” vroeg Joyce smekend. “Toe, mama?” zei ze, haar ogen groot trekkend. “Nou goed dan,” zei haar moeder.
“Kom, dan gaan we verder met Baantjer kijken,” riep ze. Na een uur of twee kwam haar moeder weer terug. “Nou, als jij en Joyce jouw vader zo ver krijgen, mag je van je moeder meedoen. Ik heb uitgelicht dat het een educatief toneelstuk wordt,” zei ze. Joyce sprong op. “DANKJE! DANKJE! DANKJE!” riep ze. “Kom,” zei ze snel en trok me mee.
Op straat vertelde ze over alle acteurs die zouden komen. “Dan komt vast Lucas wel, en Allan, en ik denk ook wel Ans, en Frits,” somde ze op. “Ik hoop ook dat bij de kinderen Jasmine en Abel komen, en o ja, misschien Lieze,” riep ze. “Mogen kinderen ook meedoen?” vroeg ik. “Ja, en volwassenen. 50+’ers, soms werken er wel meer dan 90 mensen aan een stuk. Maar dat zijn de professionele stukken, hoor. Ik dacht hier een stuk of 50,” zei ze.
We kwamen bij mijn huis aan. “Laat mij het woord maar doen,” zei ze. We stapten binnen. “Waar was jij?” vroeg mijn vader. “Bij Joyce thuis, vader,” antwoordde ik. “Meneer, ik ben bang dat ik mijn regisseur iets heb beloofd,” zei ze. “Hij zocht nieuw talent voor de auditie volgende week. En nu heb ik verteld over Sophia, en hij heeft haar per ongeluk ingeschreven,” zei ze. “Dat is niet heel slim, dan,” zei hij. “Nee, nee, dat klopt. Maar ik vertelde dat aan Sophia, en zij vertelde me dat plichten nakomen heel belangrijk is. En ja, dit zou een plicht breken,” legde ze uit.
Vader keek bedenkelijk. “Wat voor toneelvoorstelling is het? Toch niet iets ketters, hè?” vroeg hij. “O nee. Het gaat over de oorlog en het gevaar dat verschillende geloven vormen. Want volgens mijn vader was dat de grootste reden. Als wij allemaal het katholieke geloof aanhingen, net als u en mijn familie, dan zou er geen haat zijn,” zei ze. Ze was een vakkundig actrice. Nog een uur of drie kletste ze op mijn vader in.
Haar manier van overhalen had effect. Ik mocht voor één keer auditie doen en meespelen, als het al zover zou komen. Maar dat was alleen omdat hij ons besef van beloftes en plichten nakomen prijzenswaardig vond. “Zou Sophia dan ook bij ons mogen logeren? Dan is ze u niet tot last en kan ik haar voorbereiden,” zei Joyce. Ik dacht even dat ze te ver was gegaan, maar papa was in een goede bui en stemde in. We pakten snel wat kleding uit mijn kast en gingen naar haar huis.
“Dit is wat jij aan moet?” vroeg ze, terwijl ze al mijn kleding zag. Ik knikte. “Je krijgt wel wat van mij voor de auditie, hoor. En ik zal je haar en make-up doen,” zei ze enthousiast.
De week vloog voorbij. We hadden gewinkeld en geëxperimenteerd met wat voor make-up en haarstijlen me zouden staan. De ochtend van de auditie waren we tot in de puntjes verzorgd. Ik droeg een spijkerbroek. Voor het eerst in mijn leven droeg ik een broek. Een zwart T-shirt en gym schoenen. Mijn vader zou me meteen vertellen dat ik me fatsoenlijk moest aankleden en de troep van mijn gezicht moest halen. Ik had lichte foundation op, zo noemde Joyce het, lichte goude oogschaduw en mascara. Ze had mijn haar
opgestoken. Het leek nu een lichte vulkaanuitbarsting. “Zo, we zijn er klaar voor,” zei ze.
Joyce en ik werden naar de auditie gebracht door haar vader. De ruimte was gevuld met mensen van alle leeftijden. Van ouderen tot kinderen van een jaar of acht. Joyce rende naar een groepje jongeren en begon er meteen mee te kletsen. “Kom je, Sophia?” riep ze. Ik bleef wat op afstand. De meeste van de jongeren waren namelijk jongens. “Kom op!” riep ze en trok me de groep in. “Nou, dit zijn Danielle,” zei Joyce, die me een jong blond meisje wees. “Zit bij mij in de klas. Ze zingt te veel,” zei ze plagerig naar het meisje.
“Dit is Melinda,” zei ze, wijzend naar een lang blond meisje met blauwe ogen. “Dit is Allan,” zei ze tegen een wat oudere man die achter ons stond. Hij had bruine ogen en een vriendelijke glimlach. “En ik ben Lucas,” zei een jonge man. Hij had wild bruin haar en blauwgrijze ogen. Je kent ze wel van die bijzondere ogen die in het ene licht grijs lijken en in het andere licht blauw. Hij had een vriendelijke glimlach. “En hoe heet jij?” vroeg hij.
“Nee, laat me raden,” riep hij vrolijk. “Hmm, Nina. Nee, nee, Seraphina. De vuurengel,” zei hij. “Met jouw vuurrode haar en heldere blauwe ogen moet jij wel een naam met vuur hebben,” zei hij glimlachend. Ik bloosde. “Ik heet Sophia,” zei ik bedeesd. “Sophia Johansdochter,” knikte hij. “Kom je uit IJsland? Daar heten ze ook allemaal vader’s dochter,” glimlachte hij weer. “Nee, daar zijn jouw haren te vuurrood voor,” zei hij, een streng van mijn haar strelend. Dit gaf me een rilling door mijn lichaam.
“Goed dan,” zei een korte man die de zaal binnen kwam. Hij had bruin piekkend haar en was een jaar of twintig. Hij had een vriendelijke glimlach die zijn bruine ogen liet glimmen. Hij was waarschijnlijk een halve kop groter dan ik, en ik was niet echt lang. “Ik ben Niels de Lange. Ja, ik weet het. Ik doe mijn naam geen eer aan,” zei hij lachend. “Ik ben de assistent van de regisseur,” voegde hij toe.
“En waarom komt de regisseur zelf niet?” vroeg Allan lachend. “Hij is vast bang voor jou,” plaagde Niels. “Zou ik ook worden,” antwoordde Allan. “Goed dan,” riep Niels. “Ik deel scripts uit. Jullie hebben een uurtje om alle teksten door te lezen. Daarna deel ik jullie in groepjes in en geef ik jullie een rol. Die mogen jullie dan 20 minuten oefenen. En daarna speelt elk koppel dat samen speelt voor de anderen,” legde hij uit.
Hij deelde boekjes uit. Deze boekjes bevatten drie vellen met teksten. Ik las ze gretig door. Na een half uurtje merkte ik dat de meeste teksten al wel licht in mijn hoofd zaten. Nog een half uur later riep Niels dat we weer bij elkaar moesten komen. “Goed dan,” zei hij. “Even kijken. Joyce en Kim.” “Jullie zijn Veerle en Stientje,” zei hij. Joyce knikte en ging bij een jonge vrouw zitten, ongeveer 22 jaar oud, met bijna zwart haar en donkerbruine ogen.
Hij noemde steeds willekeurig namen op en de rollen die hij wilde dat ze zouden spelen. “Lucas en…” begon hij, terwijl hij nadenkend keek. “Ja, Sophia. Jullie spelen Mert en Saartje,” zei hij. Lucas kwam weer bij me staan. “Zijn we klaar mee. Want dat zijn de hoofdrollen,” zei Lucas.
Een kwartier repeteerden we samen. “Het is tijd,” riep Niels. “Joyce en Kim, durven jullie te beginnen?” vroeg hij. Joyce knikte. “Oké, iedereen naar de tribunes,” zei hij. Na een minuut zat iedereen, Niels glimlachte. “Begin maar,” zei hij.
Joyce stond op, samen met de jonge vrouw. “Moeder!” riep ze uit het niets en rende naar haar toe. “Is het waar?” vroeg ze. “Is vader…” De jonge vrouw sloeg een arm om haar schouder. “Het is waar. De Duitsers hebben vader meegenomen,” zei ze. “Waar is hij nu?” vroeg Joyce. “Dat weet ik niet, Stien, maar ik vrees dat hij naar een werkkamp is,” zei Kim. “Maar hij is niet Joods,” riep Joyce, die prachtig verschrikt speelde. “Ja, dank je wel, ga maar zitten,” zei Niels.
Een paar uur lang speelden twee-tallen. Daarna waren Lucas en ik aan de beurt. Nerveus liep ik het podium op. “Saar,” hoorde ik Lucas ineens zeggen. Hij liep naar me toe. “Moet je echt weg?” vroeg ik, zoals in mijn script stond. “Ik ben soldaat. Ik moet gaan,” riep Lucas. “Maar de wereld is nu onzeker, Mert. Wat als je wat overkomt? Niemand weet van ons,” riep ik. Het voelde even gek. Het voelde alsof ik Saar even werd, en dat Lucas Mert was, mijn stiekeme geliefde, een jonge soldaat die het land tegen de oprukkende Duitsers zou moeten beschermen. “Wat als jou wat overkomt? Wie zal me dat dan vertellen?” zei ik.
Lucas grolde onder zijn shirt en deed alsof hij een ketting afdeed. “Dit,” zei hij, terwijl hij mijn hand pakte. “Dit is een teken van onze liefde.” Hij liet een onzichtbare,
denkbeeldige ketting zakken in mijn open hand. “Draag hem, en als ik niet terugkom, toon deze aan mijn vader. Hij zal je alles vertellen,” zei hij. “Hij sloot mijn hand en liep een paar stappen van me weg. “Wat er ook buiten gebeurt,” zei hij dramatisch, “wat mijn lot zal zijn.” Hij keek me recht in mijn ogen aan. “Mijn hart zal altijd aan jou
toebehoren.” Hij stapte weer dichterbij en sloeg zijn armen om me heen. “Vergeet nooit dat mijn hart de jouwe is, Saar.” Hij streelde zijn hand door mijn haar. Weer voelde ik die rilling door mijn lijf gaan. Hij keek me aan en, zoals het script wilde, boog hij naar me toe. “Ik zal vechten voor jou, mijn Saartje, voor ons.” Hij kwam dichterbij. “En als het lot mij goed gezind is, mijn liefste, dan kom ik terug en trouw ik jou.” Zijn gezicht nu maar een centimeter van de mijne.
Voordat hij nog dichterbij kon komen, riep Niels dat hij genoeg had gezien. Een daverend applaus brak uit en de meeste mede-auditanten stonden voor hun plek. “Als die geen rol krijgen, maak ik helemaal geen kans,” hoorde ik Allan roepen. Lucas boog speels. “Dank u, dank u. Kaarten zijn te koop bij de balie,” riep hij grijnzend. “Ik ben hier nog de hele dag,” vulde hij aan.
Hij pakte mijn hand. “Buig even,” zei hij. Ik deed wat hij vroeg. “Dames en heren, ik presenteer u Sophia.” Iedereen juichte even enthousiast voor me. Dit voelde geweldig. Ik wilde dit vaker voelen. “Genoeg geklierd, Lucas. Ga eens zitten,” riep Niels. Lachend gingen we op de tribune zitten. “Goed dan. Er is ook een vertellersrol. Deze zal alles aan elkaar praten, een soort derde hoofdrol. Ik wil jullie vragen, groepjes van drie te vormen. Jullie schrijven een verhaaltje en spelen dat drie keer. Elke keer is de ander de verteller en de andere twee de spelers. Jullie hebben 30 minuten,” legde hij uit.
De rest van de auditiedag ging voorbij in oefening en gezelligheid. Ik vond het bijna jammer om aan het eind terug te gaan naar Joyce’s huis, omdat dat betekende dat het over was. Bij Joyce douchte ik en kleedde me om in mijn eigen kleren. “Ik hou je sterrenoutfit wel hier,” zei Joyce. Ik glimlachte. “Bedankt, Joyce. Dit was fantastisch,” zei ik. “Ik had je eigenlijk niet mee moeten vragen,” zei ze. “Hoezo?” vroeg ik. “Je hebt te veel talent,” zei ze. Ze glimlachte daarna plotseling. “Nee, ben je gek? Dit was superleuk. En jij gaat zo’n rol krijgen,” zei ze. Ik glom van opwinding toen ik thuiskwam.
“Dat was leuk zo te zien,” riep Peter. Ik knikte. “Geweldig.” Ik rende naar papa. “Dank u wel. Dit was een geweldige ervaring,” zei ik. Hij knikte. “Een keer, hè, Sophia?” Ik knikte. “Waarmee kan ik helpen?” vroeg ik. “Koken? Stofzuigen? Bij het huiswerk van de kleintjes?” riep ik. “Rustig maar,” riep moeder. “Zou je willen koken vanavond?” vroeg ze. “Natuurlijk,” riep ik.
Ik begon meteen, zachtjes liedjes zingend. Nou ja, ik begon zachtjes.
De dagen na de auditie mocht ik het huis niet uit, behalve voor school en de kerk. Mijn vader vond dat ‘dat uitstapje’ iets te veel invloed op me had gehad. Ik snapte niet waarom. Ik deed alles wat ik moest doen. Hield me aan de regels.
“Papa vindt je te vrolijk,” zei Noah pesterig. “Het is dat Peter zei dat vrolijkheid ook een gift van God kan zijn. Anders moest je naar het klooster!” riep hij en rende weg.
Te vrolijk? Ik deed mijn best om rustig te zijn. Adeline kwam naar me toe. “Soophiaaa,” zei ze. Zo sprak ze mijn naam altijd uit. “Mag ik ook teneel gaan spelen?” vroeg ze.
“Toneel, Lientje,” verbeterde ik haar. De Heer was streng, zelfs versprekingen konden als aflaatfout dienen. “En nee, ik denk het niet,” zei ik, bij haar neerknielend.
“Waarom?” vroeg ze.
“Omdat ik het ook maar één keer mocht,” zei ik.
“Mag je dan niet terug?” vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. “Ik denk dat ik geen rol heb,” zei ik licht droevig.
“Vind je dat vervelend?” vroeg Lientje.
Ik knikte. “Een beetje. Ik had het leuk gevonden,” zei ik.
“Maar meisjes mogen toch niets leuk vinden van God?” vroeg ze.
Ik glimlachte. “Je hebt vast gelijk,” antwoordde ik zuchtend.
“Moet papa nu weer een aflaat kopen, omdat jij iets leuk vond?”
Ik haalde mijn schouders op. “Weet ik niet,” zei ik.
“PETER!!!” gilde mijn zusje en rende naar onze oudste broer.
Na een minuutje kwam ze terug. “Volgens Peter heb je niets fout gedaan,” zei ze.
“Dat is fijn, Lien,” zei ik. Ik liep bij haar weg en keek uit het raam, me verzoenend met mijn verdere lot.
In de verte zag ik mensen lopen. Zij konden dit leven ook. Ik zag Joyce in de verte. Ze leek enorm opgetogen. Ze sprong juichend op en neer. Ze omhelsde iemand die ik net niet zag. Ik draaide me om en keek het huis in. Ik dacht even aan Lucas en zijn bijzondere ogen. Hij zou wel mee mogen spelen. Hij was zo goed. Ik keek weer uit het raam. Joyce kwam mijn kant op met een man. Hij had een lang, ovaal gezicht, kort stekeltjeshaar. Hij stak een flink stuk boven Joyce uit. Hij droeg een zwarte jas en een kleurrijke sjaal. Zijn bruine ogen glommen vriendelijk.
Bij ons huis hielden ze even stil. Ik liep weg van het raam om te gaan helpen met de lunch. Maar voor ik daar kwam, werd er aangebeld.
“Noah deed open,” hoorde ik.
“Oh, hoi Joyce!” riep Noah. “Is dat je opa?” vroeg hij. De man was duidelijk mee.
“Nee joh, hij is jonger dan mijn vader,” zei ze.
“Waarom zijn jullie hier?” vroeg Noah. Hij was nieuwsgierig, iets wat mijn vader gevaarlijk vond.
“Ik wil even met je zus en je ouders praten,” zei de man.
“Welke? Ik heb twee zussen,” zei Noah. “Sophia die groot is, en Adelientje die klein is.”
Ik draaide me om. De man knikte. “Dat is mooi. Ik bedoel Sophia,” zei hij. Achter hem stak Joyce haar duim naar me op.
Noah liet de man binnen.
“PHIAA! PAPAA! MAMAAA! EEN MENEER!!!” gilde Noah.
Ik moest wachten tot vader me riep voor ik naar ze toe mocht. Hij kwam wat chagrijnig de kamer in met mijn moeder.
“Sophia, Noah, hoe vaak moet ik je dat vertellen? Ik word nog eens straatarm van jou. Nou, schiet op, wegwezen! Om vergiffenis van je fouten bidden, jij,” zei hij, terwijl hij Noah wegduwde.
“Sophia, kom hier,” riep hij. Ik gehoorzaamde.
“Goedemiddag. Het spijt me dat ik zomaar kom,” zei de man, mijn vader zijn hand aanbiedend.
“En u bent?” vroeg hij zonder de man zijn hand aan te nemen.
“Mijn naam is Teddy Kreuk,” zei hij, mijn aandacht er gelijk bij trekkend. Dit was de regisseur.
“Wat komt u doen?” vroeg vader.
“Ik kom Sophia een rol aanbieden in mijn toneelstuk. Ik en mijn medemakers waren erg onder de indruk van haar talent,” zei hij.
Ik onderdrukte mijn blijdschap. Ik had een rolletje! Het zou vast iets als ‘wandelaar nummer vijf’ zijn, maar ik mocht meedoen.
“Liever niet,” zei vader.
“Johan, je hebt het beloofd,” herinnerde mijn moeder hem. “En een belofte breken zal de Heer als een grote fout zien,” voegde ze toe.
Vader zuchtte. “Goed dan. Wat zal ze spelen?”
“Ik wil haar de rol van Sarah aanbieden. Ook wel Saar of Saartje.”
Mijn mond viel open van verbazing. Dat was de vrouwelijke hoofdrol.
“Het is handiger als ik contact kan hebben met Sophia, rechtstreeks. Ik begrijp dat u het woord van de Heer interpreteert met de leer dat moderne snufjes fout zijn,” zei Teddy.
“En u vindt dat zeker fout?” zei vader.
Ik was bang dat mijn rol op losse schroeven stond.
“Natuurlijk niet. U heeft groot gelijk in de meeste dingen,” zei hij.
Vader glimlachte.
“Ik heb het mijn vader gevraagd,” brak Joyce in. “En hij vindt het prima dat de komende weken Sophia bij ons logeert. Dan zal hier niets ontwricht worden, en kan Sophia rustig repeteren en kan meneer Kreuk rechtstreeks contact hebben. Mijn vader heeft een huistelefoon,” zei Joyce.
Ik wist dat ze jokte. Ze hadden alleen allemaal een mobiele telefoon.
Vader keek naar mijn moeder. “Ik vind het moeilijk. Hoe weet ik dat er geen invloeden bij komen die ik niet wil?” zei hij.
“Ik zal elke zondag terugkomen voor de kerk. En natuurlijk ga ik naar school, vader. Zij letten daar wel op,” zei ik, mijn hoop verbergend.
Vader keek even bedenkelijk. “Als ik maar iets hoor dat er verandering is in jouw toewijding aan de Heer!” beet hij.
Ik knikte.
“Als ik dat hoor, kom jij terug en speel jij niet meer mee!” beet hij.
Ik knikte. “Ja, vader,” zei ik, mijn ogen afwendend, hopend dat hij niet zag hoe blij ik was.
“Dan mag jij met Joyce mee.”
Ik glimlachte zwakjes. “Dank u, vader,” zei ik.
“Dan gaan wij maar,” zei Teddy. Hij nam Joyce weer mee.
“Ga je spullen maar pakken,” zei vader.
Ik knikte.
Boven in mijn kamer kwam Peter naar me toe. “Je bent gelukkig, hè?” zei hij. “Ik zie het in je ogen.”
Ik knikte schuldbewust.
Hij legde een hand op mijn schouder. “Vader is te ouderwets,” zei hij net boven fluistertoon. “In deze tijd mag jij gelukkig zijn als meisje. En mag je dingen doen als dit. En vrienden hebben. Zelfs verliefd worden,” zei hij.
Ik keek hem geschokt aan. Hij was priester, dat mocht toch niet?
“Kijk niet zo naar me,” zei hij. “Veel plezier, hè,” zei hij en liep weg.
Verbijsterd liep ik mijn kamer in en pakte twee koffers. Na de lunch vertrok ik naar Joyce.
Ze stond me al springend op te wachten.
“De hoofdrol!!!” riep ze. “Jij hebt gewoon de hoofdrol!” sprong ze.
“Ik ben de verteller!” riep ze.
“Weet je al wie er gaat spelen?” vroeg ik.
“Nee, morgen ontmoeten we de hele cast,” zei ze.
“Ik kan niet wachten!!!” riep ze enthousiast.
“Hé!” riep ze, haar kledingkast opentrekkend. Er hingen allemaal nieuwe dingen.
“Allemaal voor jou,” zei ze. “Dan hoef je die interessante kleding alleen op school en in je kerk aan,” giebelde ze.
De volgende dag was een zaterdag. We maakten ons vroeg klaar. De moeder van Joyce vlocht mijn haren prachtig in en deed mijn make-up.
“Iets minder duidelijk dan vorige keer, maar hé,” zei ze.
Ik glimlachte. Ik genoot van elk moment in dit huis.
“Wat gebeurt er vandaag?” vroeg ik hardop.
“De eerste lezing. Iedereen krijgt het script, en dan gaan we om een grote tafel zitten en het een paar keer gewoon aan elkaar voorlezen. We ontmoeten de rest en zien wie wat speelt,” zei ze.
Na het ontbijt werden we weer naar dezelfde zaal gebracht. Er was nog niemand; we waren duidelijk iets te vroeg. Joyce leidde me rond door het hele gebouw om vervolgens op de enige bureaustoel te gaan zitten die er stond.
“Die is eigenlijk van Teddy, maar ja, had hij maar op tijd moeten zijn,” lachte ze even. Ze sloeg haar hand op de tafel. “En nu aandacht!” riep ze grinnikend.
Allan kwam binnenlopen. “Ah, wat leuk. De twee dynamootjes zijn er,” zei hij. Al gauw vulde de zaal zich met mensen. Iedereen zocht een plekje. Als laatste kwam Lucas binnen. Ik merkte dat ik dat heel leuk vond. Zijn ogen ontmoetten de mijne. Hij glimlachte naar me.
“Ik was al bijna bang dat je er niet zou zijn,” zei hij, me in mijn ogen aankijkend.
Niet veel later kwam Teddy binnen, gevolgd door Niels en een blonde vrouw genaamd Melinda.
“Goed, dan,” riep Teddy. “We hebben vanaf nu vijf maanden,” zei hij. “Laten we beginnen.”
Hij deelde boekjes uit. “Dit zijn jullie scripts. Wees er zuinig op.”
Iedereen knikte instemmend.
“Rolverdeling. Jullie weten allemaal jullie eigen rol. Stel jezelf eens voor als je karakter,” zei hij.
“Laten we beginnen met Allan.”
Glimlachend stond Allan op.
“Goed dan,” begon hij. “Gute Abend, ich bin Heinrich, dein obergröße Führer.”
Hij keek om zich heen. “Dan doe ik het zo. Ik ben Heinrich, nazi-officier.” Hij ging grijnzend weer zitten.
“Kim,” zei Teddy.
“Hallo, ik ben Rachel, een Joodse onderduikster.”
Zo stelde iedereen zich voor.
“Hallo, ik ben de verteller,” riep Joyce enthousiast.
“Aangenaam, ik ben Saartje,” zei ik op mijn beurt.
De ogen van Lucas begonnen te glimmen. “Aangenaam, Saartje,” zei hij. “Ik ben jouw stiekeme geliefde, Mert.”
Ik merkte dat ik het stiekem heel fijn vond dat ik de hoofdrol zou delen met Lucas.
Vier uur lang lazen we het script door. Iedereen zei zijn eigen teksten. Na vier uur namen we even pauze om het vervolgens nog vier uur te doen. Daarna gingen we naar huis. Uitgeput vielen Joyce en ik in slaap.
Weken volgden waarin we elke zaterdag samenkwamen en gewoon het script lazen. Na een maand kregen we drie weken vakantie, en zouden we zelf moeten gaan leren. Mijn ouders besloten zes weken op vakantie te gaan met het hele gezin, maar na aandringen van Joyce’ moeder hoefde ik niet mee, zodat ik kon blijven oefenen.
“Zullen we anders Lucas vragen om te komen repeteren?” vroeg Joyce op een mooie zomermiddag. “Met zijn drieën kunnen we het veel beter,” zei ze. Ik zag dat wel zitten. Ik vond het prettig om in zijn gezelschap te zijn.
Ik knikte. “Goed dan,” zei Joyce grijnzend.
Na een uurtje werd er aan de deur gebeld.
Joyce sprong op. “IK GA WEL!” riep ze, en rende de slaapkamer uit die we deelden.
Na een paar minuten kwam ze luid kletsend terug met Lucas. Hij glimlachte naar me. Ik voelde, zoals altijd, mezelf dan een beetje warm worden.
“Ik heb je Mertje gevonden, Saartje!” riep Joyce grinnikend.
We repeteerden uren.
“Ik wil jullie liefdesscène zien!” riep Joyce ineens.
Lucas kleurde acuut rood.
Joyce lachte hard. “Durf je dat niet, Lucasje?” zei ze grijnzend. “Of vind je haar ook als Sophia leuk?”
Hiervan kleurde Lucas helemaal.
“Oehhh,” riep Joyce. “Ik heb gelijk, hè?” riep ze. “Luuk en Sophia!” begon ze, maar hield snel op.
“Maar kom op, die moeten jullie repeteren,” zei ze.
Lucas stond op en pakte mijn hand.
“Jij kiest oorlog over mij?” riep ik, in mijn script spiekend.
“Natuurlijk niet,” zei hij en knielde bij me neer. “Maar als niemand vecht tegen de Duitsers en hun Jodenhaat, dan…”
Ik keek hem aan. “Dan wat, Mert?” zei ik.
“Dan zal het slecht aflopen. Ook met jou,” zei hij emotioneel.
“Ik ben geen Jodin meer, Mert,” antwoordde ik.
“Dat weet jij, en dat weet ik, maar dat weet de wereld buiten niet.”
Hij zuchtte dramatisch. “Begrijp het dan, Saartje. Ik vecht voor jou!”
Hij stond weer op en trok me zachtjes overeind. “Ik vecht zodat we na de oorlog samen kunnen zijn.” Hij boog, zoals het script wilde, naar me toe. En heel kort vonden zijn lippen de mijne.
“NEE!” riep Joyce. “Neeee, die kus moet met meer passie, Lucas!” zei ze grijnzend.
“Doe het dan zelf, als je het zo goed weet,” beet hij speels.
“Teddy gaat het ook zeggen, hoor!” riep Joyce.
“Dat zal best. Maar tot de echte repetities zal ik het zo oefenen, Joyce.”
Ze keek wat gepikeerd. “Flauw, hoor.”
Ik lachte zachtjes.
We repeteerden nog weken. Daarna hadden we vakantie en moest ik die periode terug naar mijn ouders. Mijn broertjes pestten me enorm. Vader hield me in de gaten. Volgens Peter was dat omdat er in het dorp geroddeld werd dat ik mijn geloof had verloochend, en dat die Joyce een sloerie was die elke dag een jongen thuis uitnodigde.
Op school werd ik ook enorm in de gaten gehouden. Volgens mijn docent was ik veranderd.
Ja, dat was ik ook wel een klein beetje. Ik was vrolijker, en daardoor wat uitgaander. Iets wat mijn lerares “druk” noemde. Ik vond het wel meevallen. Ik repeteerde gewoon tussen de lessen door de liedjes van de musical. Daar was toch niets verkeerds aan?
De ochtend van de première brak aan. Bloednerveus liep ik rondjes door Joyce haar kamer. “Doe is rustig joh. Chiiil.” Riep Joyce. “Wat als ik mijn tekst vergeet?” zei ik. “Of wat als ik val en mezelf voorschut zet?”
“Dan sta je weer op en doe je alsof het erbij hoort. En tekst komt vast goed. Als je het vergeet, dan helpen de anderen je wel. We zijn een team, Sophia. We willen het allemaal goed doen,” zei Joyce. Dit kalmeerde me iets.
“En als je het echt niet meer weet, zoen je Lucas gewoon,” plaagde ze. “Ik zag wel hoe je naar hem keek,” zei ze. Ik voelde mezelf rood worden. “En misschien nog belangrijker.” Ze kwam voor me staan. “Ik zag hoe hij naar jou keek.”
“Ik mag geen vriend,” zei ik. “O. Nou. Daar verzinnen we wel wat op. Kom, gaan we ons klaar maken.” Het stuk zou een maand lang gespeeld worden en ik had de hoofdrol in elke show. Avonden en matinees. Vandaag was er alleen de avondvoorstelling. En er was een gala na de voorstelling. Dus hadden Joyce en ik gisteren een outfit gekocht, waarvan mijn vader meteen naar de kerk zou rennen om aflaten te kopen.
Het was een donkerpaarse jurk met glitterdetails in het lijfje en de rok. Het had een laag uitgesneden decolleté. Niet te laag natuurlijk, maar volgens Joyce zou het de jongens flink warm laten krijgen. Ik had bij passende hak schoenen erbij en een glanzend haar sieraad.
We hadden de grootste lol bij het uitzoeken van onze gala-outfits. Ik was benieuwd hoe de anderen eruit zouden zien en hoe zo’n gala zou gaan.
Na de lunch vertrokken we. Allan stond al klaar in zijn kostuum. Een oud nazi-uniform. “Guten Mittag,” zei hij plagend. “Pas op, Saartje, hij komt je arresteren,” riep Joyce plagend en omhelsde hem. De verdere middag ging op aan kostuum aantrekken, make-up opdoen, haar stylen, mijn pruik opzetten en notities doornemen. Wat was er last minute aangepast?
Maar het was ook reuze gezellig. Joyce liet me niet toe mezelf te verstoppen in een hoekje. Ze trok me de drukte in. Een halfuur voor het begin riep Teddy ons bij elkaar in een kring. “Ok, kijk even goed de kring rond,” zei hij. Ik keek iedereen rond. Iedereen zag bleek van de zenuwen. “Met deze groep mensen gaan we het doen,” zei hij. “Dat wordt een bende.” grapte Allan. “Interessant om te weten hoe jouw brein werkt, Allan. Maar zullen we ons concentreren?” vroeg hij licht grijnzend. “Jawol,” zei Allan grinnikend.
“Goed dan. Jullie worden de komende maand belangrijk voor elkaar. Leer elkaar kennen. Sluit vriendschappen. Misschien wel voor het leven. Leer van elkaar. Maar belangrijker: geniet met elkaar van deze ervaring.” Er viel even een stilte. Ik voelde heel even iemand zachtjes in mijn hand knijpen.
Niels liet ons nog een concentratieoefening doen. Hij zei een woord en de groep zei het tegen over gesteld met een gebaar. Bijvoorbeeld: Niels zei ‘deur’ en maakte een
sluitgebaar. Dan moesten wij ‘raam’ zeggen en onze armen naar boven doen, alsof we een raam opendoen. En ter ere van het stuk was er een oorlog waarbij je een
denkbeeldig geweer vasthield. De andere zei ‘vrede’ met je vingers in een V.
Na de spelletjes was het tijd. Ik stond bij de ene deur van de zaal, Lucas bij de andere en joyce stond aan de overkant. Ik hoorde haar deur open gaan, wat voor ons het teken was om de coulissen in te lopen en ons te verstoppen.
“Welkom dames en heren. Het is vroeg in de ochtend, 9 mei 1940. Alles is nog vredig. De bakker bakt rustig zijn brood.” Een jonge man genaamd Sam liep langs me met een deegbak vast en zijn kleding onder het bloem. “De krantenverkoper prijst zijn nieuwsdragers aan.” Berent, een jongen uit mijn dorp, liep het podium op met een karretje vol kranten. “Extra, extra! Lees er alles over! Duitse invasie rukt verder op!” riep hij.
“Nederland weet nog niet wat er hen te wachten staat in minder dan 24 uur.” Ik hoorde Joyce rondlopen op het podium. “Nederland denkt immuun te zijn voor de Duitsers. Want wij zijn toch goede vrienden?” zei Joyce. “Maar de volgende ochtend… ja, daar hield het dromen wel op.” Ik hoorde haar stappen en al snel van vier kanten mensen rennen.
“Heb je het gehoord?” riep een van hen. Het was een vrouw die ik kende als Jans. “Ze zeggen dat de Duitsers Limburg binnengevallen zijn,” riep ze. Het groepje vrouwen gaven een kreet. Dat was het teken voor Lucas, Johan, Mark en Martin om het podium op te gaan.
Ze lachten luid en maakten grappen. “Ze zeggen hè dat de Moffen deze kant op komen,” riep Johan. “Laat ze maar komen. Ik jaag ze zo weer terug naar Moffeland!” riep Martin, die dronken speelde. “Kom op, Mert, niet zo serieus joh,” zei Marc. “Wat als ze echt komen? Onder schat ze niet hè. En ook hun leider niet,” zei Lucas. “Wat zouden jullie doen als ze echt verder oprukken?” vroeg hij.
“Dat is een vraag die tot op de dag van vandaag relevant is,” zei Joyce. “Wat zou je doen als een vijand binnen dringt?” Ze liet een stilte vallen. “Nou? Wat? Zou je vechten? Of vluchten? Of nog een optie: voeg jij je bij de vijand, omdat je het met ze eens bent of te bang bent om ertegen in te gaan? Want als je niet kunt verslaan, kun je er maar beter bij horen.” Ik hoorde haar weer draaien. “Maar deze vragen waren voor een groep mensen niet eens een optie. Voor hen was het devies: vluchten of onderduiken.”
Dan kwam een groepje mensen op die de beruchte ster droegen. “Maar wat als je familie Joods is? Maar jij hebt je afgezet tegen dat geloof. En met steun van je ouders heb je dat achter je gelaten. Ben je dan wel veilig? Of achtervolgt het geloof van je ouders je nog steeds in deze duistere tijden?” Joyce liep naar achter en ging zitten op een bankje.
Ik moest nu Lucas’ karakter ontmoeten. Ik haalde diep adem. “Willen de heren nog iets drinken?” vroeg ik. Lucas’ ogen vonden de mijne. Zijn vrienden klierden en bestelden hun zogenoemde drankjes. “Mert, wil jij niets?” vroeg Johan. “Ik denk dat hij wat wil drinken met de serveerster,” grapte Mark. “Houd je kop,” beet Lucas. “Ik wil wel wat bier,” zei hij en glimlachte.
Op dat moment renden Allan en een paar anderen het toneel op met nepgeweren, gekleed in oude Duitse uniformen. “Stil!” brulde hij. “Zie daar, mit den schönen Beinen!” riep hij. Kim liep angstig naar hem toe. “Kook mal, meine Kameraden. Eind jeudin. Is zei niegt om op te bressen, ja?” riep Allan. “Und zie daar,” beet hij naar mij. “Zind zou ook jeudin?” Ik moest doen alsof ik hem niet verstond. “Versteed du mich niet?” zei hij. “Spreekt ze Duits?” ik schudde mijn hoofd. “Shade,” riep Allan. “It’s das nicht sund? Also zei jeuds seit ubergroßerführer?” zei Joop. “Ja, abba, we kunnen er Spaß mee hebben.” Lucas stapte voor me.
“Vuile mof, blijf met je poten van haar af, hoor je?” beet hij naar Allan. “Kook mal. Die kleine jongen die meighen beschermen. It’s ze dein bruinden dan?” vroeg Allan. “Hij vraagt of je mijn vriendin bent. Wat moet ik zeggen?” zei Lucas. Ik moest doen alsof ik stom heftig was geslagen. “Nou, und.” zei Allan. “Gaat je geen reet aan,” zei hij. “It’s ze jeudin?” vroeg Allan weer. “Hij vraagt of je Joods bent,” legde Lucas uit. Ik schudde mijn hoofd. “It’s das nein? Zie zind niecht Joods?” vroeg Allan opnieuw. “Was het niet duidelijk genoeg?” vroeg Lucas. “Ze schud toch nee, dus is ze niet Joods, sukkel,” beet Lucas.
Hij pakte mijn hand. Tintelingen schoten door mijn lichaam. “Kom, ik haal je hier weg,” zei hij en samen liepen we de coulissen in.
Scènes gingen voorbij waarin we het leven in de oorlog vertelden. Na een uur was het tijd voor de liefdesscène. “Ik moet vechten, Saar. Voor het land, maar ook voor jouw vrijheid.” Ik pakte zijn handen. “Ik ben geen Joodse meer.” Hij keek me in de ogen. “Dat weet jij. En dat weet ik, maar de moffen niet. Dus moet ik vechten,” zei hij.
“Maar Mert, wij zijn geheim,” zei ik. “Wat als het slecht afloopt? Wie vertelt dat aan mij?” vroeg ik zo dramatisch als ik kon. “Wie vertelt mij of jij gepakt wordt?” Hij keek weg, maar keek me daarna weer aan. “Ik moet vechten, Saar.” Hij streelde mijn pruik.
“Maar vergeet dit nooit.” Hij keek me weer aan. “Mijn hart behoort jou toe, Saar. Ik hou van je. En mocht ik terugkomen, dan trouw ik je.” Hij kuste me, maar niet zoals in het script: een korte theaterkus. Ik voelde zijn tong mijn mond ingaan. Mijn hart bonkte hevig. Vlinders vlogen wild in mijn lijf. Heel kort beantwoordde ik zijn kus.
Joyce stapte bij ons. “Hier splitst het verhaal van onze geliefden. Saartje wordt al snel gezocht. Gelukkig weet ze dat op tijd en duikt ze onder. Ze verblijft twee jaar lang op een boerderij, verscholen achter een schilderij. Waar ze dagelijks nieuws krijgt van de heer des huizes, een krant. Maar nieuws over Mert? Nee, dat zal haar nooit bereiken.” Ik stapte, zoals afgesproken, weer in de coulissen.
“Wij weten wat er met Mert is gebeurd,” begon Joyce. “Mert vecht en vecht, alles om zijn Saartje en het land te bevrijden. Maar in 1944 wordt hij gearresteerd en al snel overgebracht naar het gevreesde Auschwitz-Birkenau, het vernietigingskamp.
Mert komt terecht in een barak waar verzetsmensen worden vastgehouden. Hij wordt daar uitgehongerd, vernederd. Maar een gedachte houdt hem sterk: zijn liefde voor Saartje.” Mert stapte ook de coulissen in. Ik moest me snel in het oranje hullen.
Een oude jeep reed het podium op en de beroemde Amerikaanse muziek klonk door de speakers. “Het is 5 mei 1945!” riep Joyce. Van alle kanten kwamen mensen het podium op. Ik volgde een paar seconden later. “Het is groot feest in het hele land. De Duitsers zijn verslagen! Nederland is vrij!” Joyce keek om zich heen. “IK ZEI, NEDERLAND IS VRIJ!!” iedereen joelde luid.
“Geen onderdrukking meer, geen angst. Nederland is een vrij land. We mogen zijn wie we willen, geloven wat we willen. Reden voor een feest, toch?” vroeg ze.
“Ook wij zijn wat streng geweest tegen vrouwen die verkering hadden met Duitsers. En verraders worden in de cel gestopt. Maar daar zullen we het niet over hebben,” zei ze. “Want hoe het feest niet geldt voor hen die in de ogen van de net bevrijde Nederlander het niet waard zijn, is het ook geen feest voor Saartje.”
Ik liep naar het midden van het podium. “Mert is waarschijnlijk niet teruggekeerd uit Auschwitz. Want wees eerlijk: bijna niemand keerde terug uit die helse plek.” Joyce zucht.
“Saartje rouwt. Ze is ervan overtuigd dat haar Mert is gestorven.” Joyce liep naar me toe. “Maar niet alleen Mert is niet teruggekomen. Haar ouders en broertje zijn allemaal gestorven, ieder apart in verschillende kampen. Haar moeder aan ondervoeding, haar vader aan difterie, en haar broertje is vermoord in de gaskamers.”
Ze keek me aan. “Een nieuw leven opbouwen kan niet. Daar is geen geld voor. En ze wordt niet warm ontvangen door haar oude buurt. De spullen van haar ouders, die veilig zouden zijn bij de christelijke buren? Ja, wel veilig, maar geëigend door diezelfde buren. En wat van haar ouders en hun erfenis? Dat is vergeten. Haar erfenis? Een mooi huis en bezittingen? Nee.”
Ze stapte naar voren. “Bezittingen worden door de notaris vastgehouden. Erf-pacht is niet betaald. En het huis? Dat wordt bewoond door keurige mensen. Die wil ze er toch zeker niet uitzetten? En het huisje waar ze met Mert woonden?” Ze keek me weer aan. “Verwoest. Het enige dat over is, is een half verbrande foto van Mert.” Gebroken vertrok ze naar de grote stad en vond daar de bakker.
Allan stapt weer het podium op, nu gekleed als bakker. “Hij heeft medelijden met de jonge vrouw. Hij neemt haar in dienst. En ze mag kosteloos boven de bakkerij wonen om te kunnen sparen voor de erfpacht. Dit kost haar nog eens drie jaar. Maar dan is Saartje rijk.” Ik stapte naar Joyce. “Rijk? Ja, misschien in geld?”
Ik draaide naar het publiek. “Ik had alles weer: de meeste spullen van mijn ouders, dat keurige gezin? dat verhuisde en voor een mooie prijs verkochten mij, Mijn ouderlijk huis. Maar rijk? Ja, in bezit. Rijk in geld. Maar wat is rijkdom?” Ik keek het publiek in. “Nou? Wat is rijkdom?” Niemand antwoordde. “Rijkdom was dat simpele appartementje, waar mijn moeder me bezocht en mijn gordijnen afkraakte omdat ze te modern waren.”
Ik draaide me een kwart slag. Jans, die mijn moeder speelde, stond in een spot. “Waar mijn broertje me pestte met het feit dat Saartje verliefd was.” Floris stapte de spot in. Hij was van de jeugdcast. “En waar mijn vader me stiekem geld gaf, want zijn kleine meisje moest wel voldoende geld hebben.” Martin stapte het licht in.
“Maar rijkdom was vooral de liefde van Mert. Maar nu zonder hem, ben ik misschien vermogend, maar niet rijk. Sterker nog. Ik voel me armer dan de armste. Want zei hebben vaak liefde.” Met tranen in mijn ogen stapte ik weer de coulissen in.
“Hoe is het Mert vergaan, willen jullie vast weten?” zei Joyce. “Dat zal ik je vertellen.” Ze ging in het licht staan. “Zwaar verzwakt beleefde hij de bevrijding iets anders. Hij werd verzocht in de bittere kou te gaan lopen en dat te blijven doen, terwijl Polen langs de kant berouw toonde.” Een paar acteurs staan net voor de coulissen. “Weer hebben das niecht gewust.” schreeuwden ze. “Angstig doen ze niets,” vertelde Joyce.
“Maar een kilometer of tachtig verder valt Mert te uitgeput om verder te gaan.” Ik hoorde Lucas zich op het podium gooien. “Gelukkig liep er net een behulpzame kruidenier die de jonge Mert oppikte. Waar hij samen met anderen langzaam aansterkte. Na drie jaar keerde Mert terug naar het dorp, hopend daar Saartje aan te treffen. Maar wat hij vond, was een puinhoop waar ooit zijn appartement stond.” Even valt er een stilte.
“Waar Saartje moest vechten om een leven te herbouwen, werd Mert als held ontvangen. Hij kreeg hulp om zijn leven weer op te bouwen. Na nog eens een jaar zette hij een eigen bedrijf op: hij werd schilder.” Door een gat in de coulissen zag ik wat ze op het podium deden. Lucas, Johan en Mark deden hun uiterste best om in de lucht te schilderen.
“Het is januari 1950. De wereld is weer gewend aan de vrede. Het land is gestaag weer op gang gekomen. Saartje werkt hard, nog altijd bij de bakker, waar ze nu zelfs de chef is van haar eigen kleine bakkerijtje om de hoek van haar huis. Want ja, rijkdom hebben is leuk, maar het moet je de rest van je leven onderhouden.”
Ik stap weer het podium op. “Vandaag is de grote opening van het bakkerijtje. Ballonnen en slingers overal. Naar de buitenwereld toe is Saartje gelukkig. in haar werk en een vrolijke jonge vrouw. Maar van binnen rouwt ze al vijf jaar, om haar familie en om Mert. Ze weet niet dat hij terug is gekomen.”
Mijn bakkerijtje wordt binnen gereden en ik doe alsof ik versgebakken brood neerleg, glimlachend, maar met moeite mijn droevige ogen houdend.
“Mert is na een lange week schilderen een dagje vrij. Zijn moeder, waar hij nu weer tijdelijk woont, vraagt hem een paar broden te kopen bij dat nieuwe zaakje dat een openingsaanbieding heeft. En ja, na de oorlog is alles zo duur,” vertelt Joyce.
“Hij stapt de rijk versierde zaak binnen. Niemand staat achter de balie.” Verteld Joyce. Ik stap naast het decorstuk. “Hallo? Is daar iemand?” vraagt Lucas. Ik stap de zaak weer in, mijn ogen naar beneden gewend.
We speelden de hartverwarmende reüniescène, waarin Mert Saartje ten huwelijk vraagt en ze samen in haar huis gaan wonen. Daarna was het tijd voor het applaus. Het publiek gaf een staande ovatie. Eerst bogen de kinderen, vervolgens het ensemble, daarna de grotere rollen, daarna Joyce, en tot slot Lucas en ik. Het voelde geweldig. Mensen vonden mij goed.
Na het applaus was het snel omkleden in onze gala-outfits. Ik keek rond. Floris droeg een smaakvol donkerrood pak met een stropdas, dat hij dan weer verkeerd had gestrikt, maar dat vond hij artistieke vrijheid. Allan had een half-Hawaï shirt aan met glitters erop, maar wel een nette broek. Joyce droeg haar smaakvolle zwarte jurk met glimmende spaghetti bandjes op haar schouders. Martin droeg een langer blauw pak, met een wit overhemd en een donkerblauwe stropdas.
Lucas droeg een zwart pak met een wit overhemd en een zwart glimmend strikje. Teddy had ook een zwart pak aan, met een stropdas, waarmee hij van tevoren twintig minuten ruzie had gehad, tot Jans hem goed had gedaan. Die in een gouden jurk was waarin ze echt het meest opviel. maar op een goede manier. Niels droeg een groen pak met een strikje aan een elastiek, omdat die dingen zo moeilijk te strikken zijn, aldus Niels.
We werden teruggeleid naar de zaal, waar een fotograaf en genodigden klaarstonden. De rest van de avond was gevuld met dansen, zingen en gek doen. Rond een uur of twaalf vond Teddy het genoeg. Morgen middag en avond zouden er weer voorstellingen zijn.
De maand van optredens was sneller voorbij dan me lief was. Ik was in het halve jaar dat we repeteerden en de maand speelden veel van de groep gaan houden. En nu moest ik ze weer loslaten. Het moeilijkste had ik het om Lucas los te laten. Mijn hart bonsde zo luid als ik hem zag. Ik was geloof ik verliefd. Wat natuurlijk een groot probleem was. Ik mocht niet verliefd zijn. Ik moest trouwen met wie mijn vader koos.
We stonden samen in de kring voor de laatste keer. “Kijk goed naar elkaar dit keer,” zei Teddy. “Dit is de laatste.” Hij viel even stil. “Er zijn vriendschappen gesmeed. Banden gevormd. Zo te zien zelfs liefdes ontstaan.” Zijn ogen rustten een seconde op mij en daarna op Lucas na die woorden. Ik voelde mezelf rood worden, maar ook emotioneel. Na vandaag zou ik mogelijk de meeste van de groep nooit meer zien.
Ik voelde tranen in mijn ogen. Gelijk daarna voelde ik Lucas zijn armen om me heen. Maar niet alleen de zijne. Luttele seconden later voelde ik meer armen. Binnen no time stonden we in een knuffelgroep en iedereen had tranen in zijn of haar ogen. “Nou zeg,” riep Allan die de tranen uit zijn ogen veegde. “Mijn moeder nog zo beloofd dat ik niet zou gaan huilen.” Hierom lachte iedereen even.
“Emoties zijn goed hè,” zei Teddy. “Nou jongens, nog een keer alles geven.” Niels stapte naar het midden. “Ik wil iedereen hier bedanken.” Hij keek de ruimte rond. “Bedankt voor het beschikbaar stellen van jullie talent en jullie tijd. Jullie zijn een voor een kanjers. En een voor een hebben jullie enorm talent. Jullie hadden overal kunnen spelen, maar kozen voor hier, voor dit moment.” Zijn stem vulde zich met tranen bij zijn laatste woorden.
De laatste voorstelling liep als een trein. Alles ging goed, alsof alle puzzelstukjes ineens op hun plek lagen. Aan het einde stonden we voor nu de allerlaatste keer bij elkaar. Teddy had een nep stokbrood gepakt van de bakkerijset en hield die boven zijn hoofd alsof het de wereldbeker was. “Ik kan maar één ding zeggen,” zei hij duidelijk geëmotioneerd. “Dit was geweldig!” Hij keek de groep rond. “Een belofte,” zei hij. “Dat we er weer allemaal zijn de volgende keer, of dat in ieder geval proberen.” Iedereen juichte en knikte. Ik verborg me in de hoek.
“Wat is er?” vroeg Lucas. “Ik kan die belofte niet waarmaken,” zei ik bedroefd. “Waarom niet?” vroeg hij. “Ik mocht van mijn ouders maar één keer meedoen,” vertelde ik. “Daarna nooit meer.” Hij sloeg zijn arm om me heen. “Maar ze zien jou toch stralen op dat podium? Want dat is wat je doet. Je straalt.” Ik haalde mijn schouders op.
“Ik vond jou al prachtig toen ik je voor het eerst zag. Die prachtige felle bos Roode krullen. Je sprankelende grijze ogen. Je witte huid die afstak tegen de zwarte kleding die je droeg. Maar op dat podium,” zei hij. “Op dat podium straal jij als een ster..” hij streelde mijn wang.
“Wat zeg ik, als de poolster. Dan ben jij oogverblindend mooi.” Hij kuste me zachtjes. “Als ze dat niet toe laten, zijn het in mijn ogen vreselijke ouders.” Ik glimlachte zachtjes. “Ik ben een meisje, Lucas,” zei ik. “Ja, nou en?” zei hij. “Een meisje moet voor het huis zorgen, voor de kinderen. En belangrijker: een meisje mag niet iets doen voor haar plezier,” zei ik, terwijl ik mijn ogen afwendde.
“Hoe leuk ik dit ook vond, en hoe lief ik jou ook vind,” zei ik, terwijl tranen over mijn wangen liepen. “Het eindigt hier.” “Nee,” zei Lucas, terwijl hij zijn hoofd schudde. “Nee, het eindigt niet hier. Waar een wil is, is een weg. En ik wil jou.” Hij kuste me diep.
“Zo lang je vader het niet weet,” zei Joyce. “Wat? Zo lang je vader niet van jullie weet, kan hij het niet verbieden,” zei zij. “Eind volgend jaar word jij 18, dan kan hij je niet meer tegenhouden.” Ik stond op. “Dan zie ik hem een jaar niet,” zei ik.
“Tuurlijk wel,” grijnsde Joyce. “Lucas is een vriend van mij, en jij toevallig ook. Mijn beste vriendin zelfs.” Ik keek haar aan. “Ja, dus?” vroeg ik. “Ja, moet ik het echt zeggen?” vroeg Joyce dramatisch. Na een paar seconden zuchte ze.
“Jij komt gewoon bij mij op bezoek. En ja, dat ik dan mijn goede vriend Lucas heb uitgenodigd, dat kan jij toch niet weten?” zei ze. “Dat is liegen,” zei ik. “Nee, dat is een geheim hebben. En zo toch naar je hart kunnen luisteren.”
Ik keek Lucas aan. Als ik hem zag, fladderden de vlinders weer door mijn buik. Ik wilde hem niet verliezen. “Ok,” zei ik, instemmend. Hij zoende me diep. Daarna trok hij me het feestgedruis in.
De volgende dag was het terug naar normaal. We hadden afgesproken dat ik twee weken niet zou komen bij Joyce, zodat Lucas niet opviel dat hij er alleen was als ik over de vloer kwam. Ik vond dat wel een spannend idee, een geheim vriendje.
Die twee weken kropen voor mijn gevoel voorbij. Ik deed mijn taken in huis, ging naar school, deed braaf mijn huiswerk en hield me zo gedeisd mogelijk. Het viel mijn vader zelfs op dat ik beter mijn best deed.
Hij vond dat ik de regels weer dagelijks moest horen, want voor al dat plezier voor een vrouw niet kon. “Dus, Sophia, als je 18 bent, is het over. Dan kies ik een geschikte man en ga je je eigen gezin stichten,” zei hij. Ik knikte, maar ik wilde vooral weer naar Joyce. Ik miste de hele groep al verschrikkelijk, vooral Joyce en Lucas.
Eindelijk, op de tweede vrijdag na het stuk, mocht ik na school naar Joyce, omdat huiswerk maken bij haar thuis beter ging. minder afleiding. Ik rende na school naar haar toe. Ik moet de deur er bijna uit gebonsd hebben.
Haar vader deed open. “Ik dacht al, waar blijft ze,” zei hij grijnzend. Hij stapte opzij. Ik stormde de trap op. Boven zat alleen Joyce. Ook al was ik heel blij haar te zien, was ik licht teleurgesteld.
“Lucas kon niet,” zei ze. “Hij moest met zijn ouders naar kasten kijken.” Ze zei ‘kasten’ wat raar hard. Ik ging op haar bed zitten. “Jammer,” zei ik, terwijl ik mijn teleurstelling probeerde te onderdrukken. “Maar wel leuk om je weer te zien,” zei ik, terwijl ik haar omhelsde.
Ik sloeg mijn boeken open en maakte het beetje huiswerk dat ik had. “Dat schrijf je verkeerd hoor,” hoorde ik achter me. “Nee, dat doe ik niet, Luc…” Ik draaide me om bij het horen van zijn stem.
Grijnzend keek hij me aan, zijn ogen glinsterend van plezier. “LUCAS!” Ik sprong op van het bed. Ik hoorde mijn boeken vallen, maar het kon me niet schelen. Ik omhelsde hem. “Ik heb jou zo gemist.”
Ik voelde zijn armen zich om me sluiten en zijn lichaam dicht tegen het mijne. “Ik jou ook. Elke dag leek wel een jaar.” Hij kuste me. Nog een minuut of vijf genoot ik van zijn armen. Daarna sprong Joyce tussen ons in. “Ik ooook, ik ooook! Ik wil ook een kusje,” riep ze. Lucas kuste haar speels op haar wang. Ik volgde zijn voorbeeld. Dramatisch sloeg Joyce haar arm om ons heen. “Oh, twee kusjes, nog wel, wat een rijkdom.”
Weken volgden, en al snel werden het maanden. Ik voelde steeds meer voor Lucas. Ik ging ook daardoor steeds vaker na Joyce, ik hoorde ze in het dorp wel roddelen. Hoe het niet fris was dat ik er zo vaak kwam, en dat die knul steeds vaker leek te komen. “Ze zeggen dat hij de vriend is van de dochter van die nieuwe,” hoorde ik. “Maar waarom is Johan’s dochter er dan ook altijd bij? Ik vertrouw het niet hoor,” riepen sommigen. Het kon me niet schelen.
Het werd met de dag spannender. Ik zat weer bij Joyce, en zij had zoals gewoonlijk Lucas uitgenodigd. Mijn ‘stiekeme’ vriendje. Zoals altijd, als ik hem binnen zag lopen, bonkte mijn hart harder. Hij liep naar me toe en zoende me. Het gevoel van zijn lippen op de mijne en zijn tong die de mijne vond, liet mijn huid tintelen, mijn hart maakte telkens een sprongetje en mijn hoofd sloeg op hol.
“Wanneer word jij 18?” vroeg hij. “Over een half jaar,” zei ik. Hij glimlachte en kuste me op mijn wang. “Dan haal ik jou hier weg,” zei hij. “Ik word elke keer als ik je zie, verliefder op jou.” Hij kuste me weer.
“Mijn vader keurt dat nooit goed,” zei ik. “Wat kan jouw vader mij schelen,” zei hij, terwijl hij mijn haar streelde. Elke aanraking stuurde elektriciteit door mijn lijf. En met elke dag dat ik hem zag, werd dat heftiger. Misschien voelde ik wel precies hetzelfde als hij deed.
“Ik ga even boodschappen doen met mijn moeder,” riep Joyce, en ze liep weg. “Dan moeten wij daar maar gebruik van maken,” zei Lucas. Hij zoende me diep. Na een paar seconden voelde ik zijn handen op zoek gaan naar de rand van mijn shirt. “Je bent zo enorm mooi,” zei hij, en kuste me weer. Zijn kus werkte hypnotiserend en zijn aanrakingen lieten mijn huid tintelen van genot.
Hij wist mijn T-shirt uit te trekken en kuste mijn hals. Het voelde bijna verslavend. Zijn handen gleden zachtjes over mijn huid. Ik giebelde even toen hij mijn navel kietelde. “Ik ben zo gek op jou,” fluisterde hij in mijn oor, voordat hij me weer zoende.
“SOPHIA!!” hoorde ik ineens. Het klonk als mijn vader. Ik schoot omhoog en trok de deken van Joyce’s bed om me heen. “Vader!” zei ik verschrikt. “Wat… wat doet u hier?” vroeg ik. Hij keek woedend.
De lucht in de kamer werd ineens zwaar. “Ik wist het,” bulderde hij. “Ik wist dat jouw vrijheid geven zou leiden tot goddeloos gedrag!” beet hij. Lucas stond nog altijd dicht bij me. “Zie wat de duivel je laat doen,” zei hij. Ik sloeg mijn ogen neer. “Dit kost mij een fortuin aan aflaten! Jij kleine Jezebel!” Hij stapte nog dichter naar me toe. Maar nu greep Lucas in.
“Nog een stap dichterbij, en dat zal je bezuren,” riep hij. Terwijl hij voor me kwam staan. “Opzij!” beet mijn vader. “Jij duivels gebroed!” riep hij hem toe. “Opzij, of help mij, heer, ik zal je uitschakelen. Slaaf van Belzebub.” De vader van Joyce rende binnen en greep mijn vader vast. “Niet in mijn huis!” riep hij. “Dit is tussen mij en mijn kind.” Beet mijn vader en rukte zich los. “Kom mee, Sophia!” brulde hij.
“Liefde is in het oog van de heer toch heilig?” vroeg Lucas. “Ik houd van uw dochter, meneer,” zei hij. Vader snoof sarcastisch door zijn neus. “Liefde is een beproeving,” zei hij.
“En liefde die niet goedgekeurd wordt door de vader, is een gruwel in de ogen van de heer!” Lucas knikte. “Wat moet ik doen?” vroeg hij. “Wat moet ik doen om goedkeuring te krijgen van u en de heer?” vroeg Lucas. “Ik doe alles,” zei hij. “De heer zag hoe jij mijn kind wilden bezoedelen! Niets zal deze liefde goedkeuren,” zei mijn vader. “Kom mee, Sophia!” zei hij, en trok me mee.
Hij trok me de ijskoude straat op, met alleen nog mijn rok en bh aan. “Laat het dorp je schande maar zien!” beet hij en duwde me voor uit. Ik hoorde Lucas nog om me roepen, maar ik moest mijn vader gehoorzamen. Onderweg naar huis spuwde hij bijbelse teksten mijn kant op. Thuis aangekomen duwde hij me de woonkamer in. “De riem,” zei hij. Mijn broertje liep de kamer uit en kwam minuten later terug met mijn vaders leren riem.
“Smeek vergiffenis aan de heer,” riep hij. “Vergeef mij, hemelse vader,” zei ik. Ik voelde de eerste slag van het leer op mijn huid. “Ik heb de zonde van lust in mijn hart
toegelaten,” zei ik. Weer voelde ik het leer mijn blote huid raken. Ik slaakte een zachte kreet. “Vergeef mij, vader,” riep ik weer. “Vergeef mij voor de liefde die de duivel mij liet voelen.” Ik voelde tranen over mijn wangen lopen, die niets te maken hadden met de pijn van mijn huid, maar alles met de pijn in mijn hart.
Na een kwartier vergeving te hebben gevraagd, vond mijn vader het genoeg. Mijn huid was rood en ruw van de slagen van de riem, maar niets was erger dan de pijn bij de wetenschap dat ik Lucas nooit meer zou zien.
Deze eenzaamheid duurde een half jaar. Ik mocht alleen nog maar naar school, naar de kerk en weer terug. Peter probeerde het nog wel om mijn vader tot inkeer te laten komen. “Wat als de heer deze Lucas op haar pad heeft gebracht?” vroeg hij dan. Vader bromde dan dingen dat de heer geen Jezebel van zijn dochter zou maken, en dat als de heer hem stuurde, deze jonge man beter zou gedragen.
Het kon me met de dag minder deren. Ik zag Joyce soms nog wel, op straat als ik naar school liep met mijn broertjes en zusjes. Dan zwaaide ze. Ik glimlachte dan altijd even. Maar meer was het contact met mijn beste vriendin niet. Lucas zag ik niet meer, al lag er eens een briefje in mijn lade op school waarop stond dat hij geen spijt had en dat hij me miste. Het deed pijn om die woorden te lezen, maar niets was zo vreselijk als mijn 18e verjaardag.
Ik werd gewekt door mijn vader, die een doos op bed zette. “Maak die maar open,” zei hij. Toen ik die opende, zat er een habijt en een kapje in. “Je vertrekt direct,” zei vader. “Dus trek maar aan!” Ik gehoorzaamde en liep de trap af.
Vader lachte breed. “Kijk, kinderen,” zei hij trots, “jullie zuster zal vanaf vandaag de heilige vrouw van de heer worden.” “Vader?” riep Peter. “U wilt dat ze het klooster ingaat? Terwijl zij in staat is lief te hebben en de heer kinderen te schenken?” vroeg hij. “Absoluut,” riep vader. “Achter klooster muren kan de duivel haar niet meer verleiden,” riep hij.
Verslagen liet ik me meevoeren. En iedereen die we op straat tegenkwamen, werd verteld hoe ik de juiste keuze had gemaakt. We reden uren, maar eindelijk stopten we voor een ouderwets klooster. Vader bracht me naar binnen. Daar stond een strenge oude vrouw onderaan een trap. “Sophia, neem ik aan?” vroeg ze. “Jawel, abdes,” zei mijn vader.”Al gekleed, zie ik. Mooi.” Ik knikte.
“Wij zorgen voor haar. U kunt gaan,” zei de vrouw. Mijn vader knikte en liep de deur uit.
(Oog punt Lucas)
Ik zat op Joyce haar bed. Ik voelde me ellendig. Voor de sfeer had ik mijn broertje Jonas meegebracht. Hij en Joyce leken het goed te kunnen vinden. Ik voelde me vooral verloren. Ik miste Sophia. En niemand leek te weten of mij te mogen vertellen waar ze was.
Ik kon aan niets anders denken dan haar mooie ogen, haar vurige karakter dat omlijst werd door haar vuurrode haren. Haar schoonheid. Haar levenslust. Jonas had me het laatste halfjaar al dikwijls verteld haar te vergeten. En misschien had hij ook groot gelijk. Maar ik kon haar niet vergeten.
“Heb jij nog iets van Sophia gehoord?” vroeg ik. Joyce schudde haar hoofd. “De laatste maand heb ik haar ook niet meer in het dorp gezien,” zei ze. “Ze bracht altijd haar broertjes en zusjes naar school. Maar dat doet haar moeder nu,” zei ze.
“Zouden ze haar wat hebben aangedaan?” vroeg ik. Dat was wel mijn grootste angst. Dat ze die mooie lieve Sophia hadden gedood. Joyce schudde haar hoofd. “Nee,” zei ze. Ze legde haar arm om mijn schouder. “Dat denk ik niet. Ik ga eens roddelen.” Zei ze. “Als ik wat hoor, dan bel ik je.”
De weken die volgden, keek ik op elke straathoek, bij elk stoplicht, elke spoorovergang. Maar nooit zag ik haar. Mijn vader begon me ook te zeggen dat ik dat meisje maar moest vergeten. Hij had makkelijk praten. Hij was niet verliefd op het meest onvergetelijke meisje dat er bestond .
Na nog eens een maand begon ik aan mijn opleiding. Ik begon een regieopleiding. Ik wilde van entertainment mijn werk maken. Maar dan wel iets dat meer stabiliteit bood dan acteren. Dat wilde ik alsnog wel blijven doen, maar meer als hobby.
De lessen gingen wel. En ik gooide me er volledig in. Tijdens mijn lessen kon ik de gedachte aan Sophia uit mijn hoofd zetten. Dan brak mijn hart even niet in duizend stukjes. Elke cursus greep ik aan. Er waren dagen dat ik om 9 uur begon en om 10 uur ’s avonds pas klaar was. Maar dan lag ik ’s nachts weer in bed met haar in mijn gedachten. Mooie lieve Sophia. Die me in vuur en vlam had gezet.
Op een zondagochtend werd ik uit mijn bed gebeld. Ik hoorde Jonas in de kamer naast me kreunen in protest. “Ja, met Lucas,” zei ik. “Met Joyce.” Ik ging rechtop zitten. “Wat is er? Wat heb je gehoord?” vroeg ik. Er was maar één reden dat ze me zou bellen. “Waar is ze? Zeg dan wat,” begon ik. “Als je rustig wordt, kan ik dat ook,” zei ze.
“Ja, ik luister,” zuchtte ik. “Volgens half de roddeltantes in het dorp hier zit Sophia in een klooster,” vertelde ze. “Waar? Welk klooster? Hoe lang al? Kan ik haar daar nog weghalen?” Ik hoorde mijn spervuur aan vragen. “Sorry,” Ik hoorde haar zachtjes grinniken. “Waar? Geen idee. Welk klooster? Zie vorige antwoord. Hoe lang al? Ik denk sinds ik haar niet meer heb gezien. En of je haar nog weg kan halen? Dat weet ik niet. Dat zou nog wel eens moeilijk kunnen worden, zo niet onmogelijk.”
Joyce zuchtte. “Ik had je meer hoop willen geven, Lucas. Maar het ziet ernaar uit dat je haar echt achter je moet laten.” Ik bedankte haar en hing op. Een uur lang kon ik niet meer dan huilen. Ik hoorde de deur van mijn kamer niet eens open gaan. Voor ik het doorhad, zat mijn moeder naast me.
“Is ze gevonden, jonge?” vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. “Wat is er dan?” “Ze… hebben… haar… in… een… klooster… gezet,” wist ik hevig snikkend te vertellen. “Ik ben haar kwijt, mam,” zei ik. “Het mooiste, leukste meisje dat ik ooit heb gekend.” Ik voelde mijn hoofd haar schouder raken. En zoals ze dat deed toen ik klein was, streelde ze mijn haar.
“Huil maar, jonge,” zei ze. “Dit doet pijn. Ik weet het. Huil het eruit,” zei ze, zo als ze zo vaak had gedaan. “Ik ben toch… volwassen,” snikte ik. “En dan mag je niet huilen?”
vroeg ze.
Ik schudde mijn hoofd. “Jij bent zo gek op dat meisje, Luuk. Ik denk zelfs dat, als ze niet in een klooster was verdwenen, je misschien wel met haar was getrouwd.” Dit bracht nieuwe tranen in mijn ogen. Ik was zo dol op Sophia. Nog een halfuur zat mijn moeder op bed en troostte me. Het voelde even alsof mijn wereld verging.
Ik besloot me te storten op mijn opleiding. Deze zou me de komende 6 jaar zoet moeten houden. In die tijd zou ik haar toch kunnen vergeten? Maanden verstreken en haar vergeten lukte niet. Als ik mijn ogen sloot, zag ik haar mooie, lieve gezicht.
Na een halfjaar begon ik met schrijven aan een idee voor een film. Over een jonge vrouw die twijfelde of het kloosterleven wat voor haar zou zijn. Mijn hoofdrol zou vertolkt worden door Joyce, die inmiddels verkering had met mijn broertje.
In dezelfde tijd ontmoette ik ook een jonge vrouw. Haar naam was Yara. Een enorm lieve meid, die mij uit mijn depressie haalde. Ze had rood haar, grijze ogen. Ze was lief, grappig. We hadden ongeveer drie maanden een relatie. Maar na die drie maanden begon ik haar te vergelijken. Ja, ze was leuk. Maar Sophia was leuker. Ze was knap. Maar Sophia was beeldschoon. Sophia’s levenslust was groter. Haar ogen waren bijzonderder. Kortom, Yara was niet Sophia.
Mijn project begon vorm te krijgen. Maar het beschrijven van het leven van een non lukte maar niet. “Waarom ga je niet langs kloosters? Wie weet zie je haar wel,” zei mijn broertje. “Wat bedoel je?” vroeg ik. “Ik weet dat je haar nog steeds mist, ook al is het anderhalf jaar nu,” zei hij. Ik haalde mijn schouders op. “Ik heb toch een vriendin gehad,” zei ik.
“O ja, ja, die was ik bijna vergeten, Lucas,” zei hij. “Rood haar, grijze ogen.” Hij keek me aan. “Aan wie doet jou dat denken?” vroeg Jonas. “Mijn ex, dat zeg ik net,” beet ik hem. “Welke ex?” zuchtte ik. “Yara,” zei ik. “Is dat nou omdat je het niet weet, of omdat je haar niet als ex rekent?” vroeg mijn broertje. “Waar heb je het over?” vroeg ik. “Over Sophia,” zei hij. Ik zweeg even, omdat ik zelf niet wist wat ik voelde.
Ik wilde over haar heen zijn. Ik wilde haar vergeten. Maar elke keer als iemand haar naam noemde, vlogen de vlinders weer en brak mijn hart weer in duizend stukjes. Hoeveel ik haar ook wilde zien als mijn ex-vriendin, iemand in het verleden waar je ooit van hield, kon ik dat niet. Ik was niet over haar heen. En waarschijnlijk zou ik dat ook nooit worden. Een gedachte die zowel mooi als verschrikkelijk was.
Ik besloot al snel dat Jonas gelijk had. Om de karakters van de nonnen goed neer te kunnen zetten, moest ik met ze praten. Hun gewoontes leren kennen. En misschien, heel misschien, zou ik haar nog een keer kunnen zien. Dat was wel waar mijn hart het meest van verlangde.
Om zo veel mogelijk kloosters te kunnen bezoeken, stuurde ik het idee rond dat ik in een van de kloosters wilde filmen. En, als het mocht, ook met een stel nonnen filmen. Uit authenticiteit. Ik meende het ook wel. Maar het was ook deels een dekmantel om haar te vinden. Haar, mijn film in te krijgen, zodat ik meer tijd met haar had dan alleen een keer weer zien.
Het eerste klooster dat me contacteerde, was zeer gastvrij. Ze boden me aan om een paar nachten door te brengen in het klooster, in de conciërgeslaapplaats. Ik nam het uit beleefdheid aan. Na elke non gesproken te hebben, wat me twee dagen kostte, vertrok ik weer naar huis.
Hier was ze dus niet. Het tweede, derde en vierde klooster dat ik bezocht, waren ook wel gastvrij, maar hun novice mocht ik niet spreken. Dat deed me het meest aan Joyce’s karakter denken.
Het was moeizaam werk. Doordeweeks ging ik naar school, en in het weekend bezocht ik klooster na klooster. De ene wat gastvrijer dan de andere. Maar in geen enkel klooster vond ik haar. Het was al snel een jaar dat ik zocht. mijn scenario vormde meer en meer, maar ik besefte dat het niet meer om mijn script ging. Het ging om Sophia. Haar één keer zien. En mogelijk nog een keer in mijn armen voelen. Dat was mijn doel.
Hier en daar had ik wat kortstondige relaties. Maar meer voor mijn lijfelijke behoefte. Sophia bleef de enige diep in mijn hart. Ze Leken allemaal licht op haar. Maar geen van hen liet me voelen wat ik bij Sophia voelde.
Een jaar werd twee, en twee werd al gauw drie jaar. Mijn opleiding zat er half op. Ik leerde zo veel. hoe ik plots beter kon uitwerken, hoe ik beelden Sprekender kon laten maken, hoe ik soms de mooiste beelden uit andere mooie beelden moest zoeken. En hoe ik het niet alleen kon.
Ondertussen bezocht ik nog altijd elk weekend kloosters. Er waren er nu nog twee over. Maar mijn energie en hoop waren op. Ik kon niet meer kloosters bezoeken. Het deed me te veel pijn. Elke keer hoopvol op de stoep staan. En dan weer teleurgesteld, want ze was geen van de nonnen.
“Wat als ik die laatste twee nou doe?” vroeg Jonas. Hij pakte de foto naast mijn bed. Dit was een van de foto’s van het moment dat ik haar al die jaren geleden had ontmoet. Het was de fotoshoot van het toneelstuk. We waren samen op de foto. Ik had haar op mijn rug, haar armen om mijn nek. Ik herkende de stralende jongen niet meer die ik in die foto zag.
Hij was verliefd. Ja, dat was ik ook nog altijd. Maar hij mocht het zijn. Hij had het mooiste meisje dat hij kende op zijn rug liggend. Ze had haar armen om hem heen. Hij voelde als een andere versie van mij. De ideale versie. Want zij was er. “Laat die maar staan,” zei ik tegen mijn broertje.
“Dat is haar dus,” zei hij lachend. “Ik heb die foto 1000 keer zien staan, maar heb er nooit op gelet.” zei hij “Ze is wel knap, ja. Maar zo oogverblindend als jij haar beschrijft, nee, dat zie ik niet,” voegde hij toe. Ik haalde mijn schouders op. “En Luuk, waar heb jij hem gelaten?” vroeg Jonas. “Waar heb ik wie gelaten?” vroeg ik. “Nou, hem,” wees hij op de foto. Ik haalde mijn schouders op. “Ik ben er toch nog gewoon” zei ik.
“Nee,” zei hij. “Nee, dit hè.” Zei hij terwijl hij de foto tonend. “Dit was mijn broer. Vrolijk. Grappig. Ook heel irritant. Op het vervelende af.” Ik keek weg. “En jij hè. Ja, jij lijkt op mijn broer. Maar je bent niet echt meer vrolijk. Ja, je hebt je momenten. Vaak als ik je bezopen heb. En ja, je kunt licht irritant zijn. Maar je pit is weg. Je ziel.” Ik stond op en liep naar het raam. Ik wilde niet horen hoe veranderd ik was. Ook al wist ik het wel. Ik wilde het niet horen.
“Doe maar, Jo,” zei ik. “Bezoek ze maar. Ze zal er niet zijn. Ze is er namelijk nooit,” zei ik. “Ik moet me neerleggen bij het feit dat ze weg is. Dat Joyce de verkeerde heeft gesproken. Ze zit niet in een klooster. Ze is of dood, of inmiddels gelukkig getrouwd.” Ik draaide me weer naar hem toe. “Ik zal deze film maken. En daarna? Ach, daarna zal ik films maken die niets met haar te maken hebben. Ik zal het nu toch echt moeten accepteren. Ze is weg.” Ik bevocht tranen. Het verlies van die ijdele hoop was bijna te veel. Maar het moest. Ik moest haar loslaten. Hoeveel ik ook nog altijd van haar hield.
Sophia
De eerste dag werd ik om 6 uur al uit mijn bed gehaald. Het was zondag, dus tijd voor de kerk. Mij werd gezegd dat ik achterin plaats diende te nemen. Mijn mond moest houden en gewoon gehoorzamen.
Ik zweeg en knikte. Ik zocht mijn plaats gauw op. De noviceleidster knikte instemmend. Tijdens de dienst keek ik om me heen. Het was een rijk versierde kerk. Veel mooi houtsnijwerk. Prachtige goud ingelegd versieringen. Glas in lood ramen. De banken waren ook van mooi houtsnijwerk. Maar zaten zoals alle kerkbanken gewoon rot.
Al gauw vulde de kerk zich met gelovigen. De een nog netter uitgedost dan de ander. En als een dolle over elkaar fluisteren. Wiens kind beter was. Wiens kleding mooier. De pastoor predikte over naastenliefde. En hoe de Heer stond voor de liefde. En dat hij altijd de mens gaf wat die verdiende. Hij eindigde met dat als je de behoefte had aflaten te kopen, ze de komende week weer beschikbaar waren.
Daarna liep de kerk weer leeg. De abdis bedankte de pastoor en we gingen weer. Het was mijn taak om voor de lunch de tafel te dekken. Dat betekende 40 borden neerzetten, veertig lepels. Omdat we weer pap zouden eten. 40 waterglazen.
Ik voelde steeds de ogen van zuster Angela in mijn rug prikken. “Wat is er?” vroeg ik. “Niets hoor, ik observeer gewoon graag de mensen,” zei ze. “Jij hè. Jij verbergt iets,” voegde ze toe. “Ik weet nog niet wat. Maar ik kom er wel achter.”
Na de lunch was het middaggebed aan de beurt. En daarna had ik tijd voor mezelf. Ik liep urenlang door de tuinen van het klooster. Om daarna te dineren met flauwe kippensoep. Dan was Het avondgebed aan de orde . Om daarna ons terug te trekken in onze cellen.
Mijn cel bestond uit een bed, een nachtkastje, een kledingkast, een stoel en een bureau. Het was allemaal oud. Het bed leek licht doorgezakt. Alles moest sober. Ik ging voor mijn bed zitten. Bidden was verplicht. “Heer,” begon ik. “Heer, ik smeek u. Laat me hem nog een keer zien. Heer, wat heb ik verkeerd gedaan? Ik wilde hem alleen liefhebben.” Tranen stroomden over mijn wangen. “Heer, alsjeblieft. Laat mij afscheid nemen. Ik weet dat verlangen een zonde is, Heer. Maar ik verlang naar zijn armen.” Ik keek omhoog. “Ik wil hier niet zijn, Heer. Ik ben hier gedwongen. Beloon alstublieft mijn devotie aan gehoorzaamheid. Alstublieft, ik smeek u. Ik wil Lucas nog een keer zien. Nog een laatste keer.”
Ik hoorde kloppen op mijn deur. Ik sloeg een kruis en droogde mijn tranen. “Kom binnen,” zei ik. Zuster Angela stapte binnen. “Ik hoorde je huilen.” Ik knikte. “Waarom toch zo veel verdriet?” vroeg ze. Ik durfde het niet te zeggen. Liefde was hierbinnen nou niet echt getolereerd. “Wie is hij? En waarom smeek je de Heer dat je hem mag zien?” vroeg ze. “Je hebt me gehoord?” vroeg ik. “Ja, maar vast ik alleen hoor,” zei ze.
“Ik mis mijn vriend,” biechtte ik op. “Je hebt een vriendje?” Ik haalde mijn schouders op. “Heb of had. Het doet er niet toe,” zei ik licht snikkend. “Waarom ben jij hier als je buiten een lief hebt?” vroeg Angela. “Omdat het van mijn vader moet. En ik moet hem gehoorzamen,” zei ik. “Dat klonk alsof je hier niet wilt zijn.” Ik knikte. “Klopt. Ik wil naar Lucas. Zijn armen weer voelen. Zijn kussen. Zijn warme stem horen. Kijken in zijn bijzondere ogen. Lachen om zijn lichte knotsgekheid.”
Angela sloeg een arm om me heen. “Klinkt heel verliefd,” zei ze. Ik knikte weer. “Ik wil hem nog een keer zien. Hem kunnen zeggen dat ik dit niet wil. Maar dat ik het moet,” zei ik. “Is dat je diepste wens?” Ik schudde mijn hoofd. “Mijn diepste wens? wil je die echt weten? Ik wil hier weg. Terug naar zijn armen. Ik wil hem liefhebben.” Ik voelde mijn tranen weer lopen. “Maar dat zal nooit meer mogen.”
Zuster Angela knikte zachtjes. “Misschien niet. Misschien wel. Maar laat je in de tussentijd toch niet zo breken.” Ze lachte zachtjes. “Wees jezelf. Schud de boel hier eens lekker op. Kan deze saaie grijze troep wel gebruiken.” Ik keek haar aan. “Hoe dan?” vroeg ik ” Simpel. Door jezelf te zijn. Ik hoorde je zingen. Ga bij het koor. God weet dat ze goede zangeressen nodig hebben.Maar vooral. Maak dit hier je speelplaats.”
Ik haalde mijn schouders op. “Hé, kop op. Het komt wel goed,” zei ze. Maar dat betwijfelde ik. Goed komen betekende voor mij samen zijn met Lucas. Ik zuchtte. Maar ze had ook wel gelijk. Als ik hier voor eeuwig vastzat, zou ik het naar mijn hand zetten. Ik zou mijn verdriet verbergen en er het beste van maken.
Ik besloot toen ik de volgende dag wakker werd dat ook maar te gaan doen. Ik kleedde me aan en liep naar de zaal. “Goede morgen allemaal!” riep ik overdreven. “Heeft iedereen goed geslapen? Of heeft de geest van het klooster jullie wakker gehouden?” riep ik.
“Zuster Sophia, zwijg en ontbijt.” Ik schoof licht grijnzend aan naast zuster Magdalena. “Is er echt een geest?” vroeg ze. Magdalena was een jonge non. Een jaar of 20. Ze was mollig, had een rond gezicht waar haar vriendelijke blauwe ogen wel het meest spraken. Al konden die de hint van het leven hier niet verhullen.
“Praat geen onzin, zuster Magdalena! Geesten bestaan niet,” zei de abdis streng. “Nou, we geloven toch allemaal in de Heilige Geest?” begon ik. “Is dat geen ‘geest’ dan?” Ik zag in mijn ooghoek zuster Angela grijnzen.
“Ik wil je straks even spreken, zuster Sophia,” zei de abdis streng klinkend. Ik knikte en ging zitten. “Dat had je niet moeten zeggen,” fluisterde zuster Magdalena. “Wat is het ergste dat ze kan doen? Me wegsturen?” vroeg ik. Ik merkte dat ik dat wel een prettig idee vond. weg gestuurd worden “Nee, erger. De stilteweek,” zei zuster Merel. “Dat is in je cel zitten en zwijgen, je mag alleen maar bidden,” zei ze.
Ik zuchtte zachtjes. Dat zou het wel worden dan. Dank zei mijn vader, zij zag me vast als een losbandige jonge vrouw. Met lood in mijn schoenen kwam ik haar kamer in. “Zuster Sophia,” zei ze streng. “Moeder abdis,” zei ik en boog mijn hoofd. “Ik denk dat je weet wat je fout hebt gedaan?” zei ze. “De Heer zijn naam besmeuren voor een grap.” Ze keek me aan alsof het een misdaad was.
“Dit vraagt om disciplinaire maatregelen.” Ik knikte. “Omdat je nog maar net bij ons bent, zal ik je een kans geven,” zei ze. “3 dagen stilte retraite.” Zei ze. “Dat betekent 72 uur in je cel. En niet spreken, alleen met de Heer.” Hier was ik al bang voor. “Je mag je gedachten ordenen door te schrijven.” Ze zei het alsof dat een enorme gunst was. “De 72 uur gaan nu in.” Ik knikte weer en vertrok.
In mijn cel lag al papier klaar en een oude vulpen. Ik keek door mijn kleine raam. Er zat zelfs een tralie voor om het gevoel van een cel echt te benadrukken. Ik pakte een papiertje en begon te schrijven.
“Aan mijn allerliefste.
Lucas. Ik weet niet of je dit ooit zult lezen. Maar het moet van mijn hart.
Ik mis je. Ik wou dat ik nog in je armen was. Maar dat is voorbij. Ik weet niet precies waar ik ben. Maar waar het ook is, het is te ver weg van jou. Ik wil hier niet zijn. Mijn vader heeft me hier gebracht en nu. Nu zit ik hier vast. Ver van wat wij waren. Ver van wat wij konden zijn. Ik wil dat je weet dat ik je mis. En dat ik van je houd. Vaarwel, mijn lieve Lucas. Dat jij maar gelukkig mag worden.
Voor altijd is mijn hart van jou.
Sophia.”
Ik stopte het in een envelop. Ik wilde dat hij wist dat ik niet vrijwillig vertrok. Maar werd gedwongen. Ik schreef een brief voor zuster Angela. Hopelijk kon zij de brief wegsmokkelen. Al snel hoorde ik geklop op de deur. “Kom maar binnen,” zei ik. Maar niemand kwam.
Na een half uur kwam de abdis binnen. “Je hebt stilte geschonden,” zei ze. “Dit levert je een extra straf op. Geen lunch vandaag,” zei ze. “Maar ik moet iemand toch binnenlaten?” vroeg ik. “Nu doe je het weer. Geen diner.” Ze vertrok kort daarna.
Of het de honger was. Of gewoon het gemis, zal ik nooit weten. Maar deze keer smeekte ik de Heer voor meer dan hem alleen zien. Ik smeekte hem mij hier weg te halen en me toe te staan om Lucas lief te hebben.
De drie dagen die volgden waren pure hel. Ik mocht geen woord zeggen en als ik dat toch deed. Dan was het weer een maaltijd die ik miste.
Hongerig maar niet gebroken liep ik na 3 dagen met opgeheven hoofd mijn cel uit. “Wat heb je nu geleerd?” vroeg de abdis. Ik gaf geen antwoord. “Zuster Sophia?” Weer gaf ik geen antwoord. Ik ging aan het ontbijt. “Zuster Sophia, ik vroeg je wat!” riep de abdis. “O,” zei ik. “Mag ik weer praten dan?” Ik proberend de uitdagende toon uit mijn stem te houden. “Ja, de drie dagen zijn over,” beet ze.
“Dus zuster, wat heb je nu geleerd?” Ik wilde geen antwoord geven, ik wilde haar niet het idee geven dat ze me aan het breken was. Maar ik wilde ook niet terug naar mijn cel. Ik zweeg nog even tot ik de abdis echt woedend naar me zag kijken. “Ik vroeg je wat,” beet ze me weer. “Ik heb geleerd de Heer te respecteren,” zei ik. Dit leek haar licht te vrede stellen.
Tijdens het tuinwerk van de middag trok ik zuster Angela met me mee. “Jij bent al beëdigd toch?” vroeg ik haar. Ze knikte. “Jij mag hier dus in en uit lopen?” Ze keek me vreemd aan. “Kun je deze het klooster uit smokkelen?”ik gaf haar Lucas zijn brief. “In deze brief.” Ik gaf haar de tweede brief. “Daar in staat naar wie die moet.” Ze keek me aan. “Hij is voor die Lucas waar je voor bidt hè?” vroeg ze. Ik wendde mijn ogen af. “Ik zal het proberen,” voegde ze toe.
Ik bedankte haar en ging weer aan mijn werk. Om daarna te eten en naar mijn cel te gaan. Om ’s avonds weer huilend te bidden naar de Heer. Zou dit nu mijn eindeloze en uitzichtloze leven worden? De zelfde sleur? ’s Morgens wakker worden. Werken. Eten, huilend bidden en slapen, dag in dag uit. Of was er misschien ergens verlossing van dit eenzame bestaan?
“Zweert gij celibaat en sober te leven?” vroeg de abdis mij terwijl ik voor haar knielde. “Zweert u Jezus Christus en God de Heer te gehoorzamen als hun dienares?” Ik voelde tranen in mijn ogen branden. “Dat zweer ik,” zei ik met tegenzin. “Dan benoem ik je tot non. Sta op, mijn dochter.”
Ik stond op en keek de kerk in. Mijn vader keek mij trots aan. Mijn moeder, broers en zussen waren ook meegekomen. De enige die ik miste was Peter. De nonnen van de gemeenschap klapten luid, maar niemand klapte zo hard als mijn vader. Het was hem gelukt. Niemand zou meer aan me komen.
Ik had me in de maanden ter voorbereiding op mijn beëdiging met hand en tand verzet, maar uiteindelijk had ik toegegeven toen mijn vader me vertelde dat Lucas een vriendin had. Hij was me dus vergeten. Dan had het leven buiten deze muren ook niet veel zin meer.
Of ik zou mogen vertrekken en trouwen met een volslagen vreemde, of ik zou hier blijven en tenminste deels mijn eigen keuzes kunnen maken. Ik begreep Lucas ook wel. Zuster Angela had me verteld dat ze betrapt was met mijn brief, en dat de abdis die voor haar ogen eerst las en daarna verbrandde in de haard. Hij had dus geen idee dat ik niet uit vrije wil uit zijn leven was verdwenen. Het deed alleen pijn, het idee dat hij een ander liefhad.
Het besluit om toe te geven aan de grillen van mijn vader ging niet zonder verdriet. Als ik geen non wilde worden, had hij een goede man voor mij gevonden. Althans, dat vond hij. Het was de veertigjarige zoon van de slager. Hij had genoeg geld en aanzien, zodat mijn transgressie vergeten en vergeven zou worden. Hij had hem drie weken geleden meegenomen naar het klooster om mij te leren kennen.
Hij was lelijk en grof, dus had ik me maar verzoend met het eenzame bestaan van non en besloten er het beste van te maken. Na de ceremonie werden we teruggeleid naar het klooster. Daar kreeg ik mijn nieuwe set regels te horen. Ik mocht deel uitmaken van het koor, als ik dat wilde. Ik mocht het klooster verlaten, maar niet het dorp. Ik mocht familie bezoek ontvangen en goedgekeurde vrienden.
Dat betekende dat ik geen contact mocht opnemen met Lucas of Joyce. Ik zuchtte even. Ze las vast mijn gedachten, want ik wilde heel graag contact met hen opnemen. De rest van de regels gold nog: verplicht ’s nachts bidden, verplicht naar de kerk, niet zingen in de hal en gehoorzaam zijn. Niet zingen? Dat zou ik zelf wel uitmaken. Ze mochten alles van me eisen, maar mijn creatieve geest zouden ze niet breken.
Ik meldde me de volgende dag al aan bij het kloosterkoor. Een gezette non met vriendelijke ogen begroette me. “Zuster Sophia, ik hoopte al dat je je bij ons zou aansluiten.” Ik glimlachte vaag. “Ja, we breken zo lekker de week, hè,” zei ze plagend.
Ze leidde me de repetitieruimte rond. “Dit is het koor. We zijn niet groot, hoor,” zei ze. “Zuster Maria is onze soliste.” Ze keek me grinnikend aan. “Ja, ongelooflijk hè, we hebben een zuster Maria. Zo zeldzaam,” plaagde ze. “Maar ze is al tien jaar onze soliste.” Ik knikte. “Maar ze moet elk jaar auditeren voor die rol in het koor, dus ook jij zou het ooit kunnen worden,” zei de vrouw enthousiast.
Ze stelde me de rest van het koor en de instrumentalisten voor. Het was een groep van twintig nonnen. “Nou, dan wil ik nu wel eens horen wat je kan. Zing voor mij eens een mooi kerkelijk nummer.” Ik besloot mijn oude favoriet te zingen: “God Rest Ye Merry, Gentlemen”. Ook al was dat een kerstlied, ik vond het fijn wegzingen. Ze keek me aan. “Wow,” zei ze. “Pas maar op Maria,” grapte ze.
De rest van de middag zongen we. Het voelde prettig om iets te doen wat ik leuk vond. Bij het diner praatte ik met zuster Angela, die mij ’s avonds in mijn cel bezocht. “Ik vertrouw jouw omzwaai niet,” zei ze. “Gisteren hoorde ik je huilen en smeken.” Ik haalde mijn schouders op. “Ik moet door. Zeker nu.” Ik keek haar aan. “Hij heeft een vriendin. Dus moet ik ook door.”
Ze knikte. “Is het moeilijk?” vroeg ze. “Een beetje. Ik wil dat hij gelukkig is, maar ik mis hem ook gewoon.” Ze knikte. “Dat gevoel ken ik wel, ja,” zei ze. “Vertel eens over hem. Ik weet alleen dat hij Lucas heet.” Ik keek haar aan.
“Wat heeft dat voor nut?” vroeg ik. “Geen, maar ik ben nieuwsgierig.” Ik glimlachte en vertelde haar over Lucas. “Dus je vader heeft je hierheen laten gaan omdat je verliefd was?” Ik knikte. “Een vrouw mag niet verliefd zijn,” legde ik uit. “Wat een onzin.” Ik haalde mijn schouders op en liep naar mijn raam.
“Ben jij ooit verliefd geweest?” vroeg ik. “Ja, ik ben verliefd geweest,” zei ze. “En mocht je dat zijn?” vroeg ik. Angela knikte. “Wat doe je dan hier?” vroeg ik haar. “Ik heb mijn redenen. Net als jij je redenen hebt om hier te blijven.” Ik keek haar aan. “Ik heb geen keuze.” Ik keek Angela weer aan. “Ik zou hier wel weg willen, maar…” Ik maakte mijn zin niet af en staarde weer naar buiten.
“Maar je hebt geen reden meer?” zei ze. Ik knikte. “Dus ga ik maar verder met mijn leven,” zei ik. “Door bij het koor te gaan?” vroeg ze. “Ik moest toch lol hebben?” vroeg ik. Angela knikte. “Ja, je hebt wel gelijk. En als koorlid mag je een radio hebben.” Ik glimlachte.
“Ik mag morgen de stad in om er een te kopen.” Het voelde een beetje raar dat een radio kopen als een enorme beloning voelde, maar het was wel zo. Ik kocht een simpele radio en gebruikte de hele middag om hem in te stellen.
Ik kwam langs een lokaal radiostation. Het nummer dat erop speelde, klonk wel fijn. Ik kon het niet benoemen, maar de zangeres, die flink hoog zong, zong iets over de zon die wakker werd en iets dat wegsmolt.
Na het nummer kwam er een dj: “Goed dan, zoals ik beloofd heb voor onze filmfans, heb ik een gesprek met een jonge leerling-regisseur. Vertel eens over jezelf.”
“Ik ben Lucas de Witte, 21 jaar oud. Ik ben leerling-regisseur. Wat wil je nog meer weten?”
Dj: “Je bent dus leerling, maar gaat binnen nu en een jaar een film realiseren. Vertel er eens over.”
Lucas: “Het is een film over een jonge vrouw die twijfelt of ze het klooster in wil. Aan de ene kant is daar haar streng religieuze opvoeding, en is het óf het klooster in óf trouwen met een vreemde. Aan de andere kant is daar de verboden liefde die ze voelt. De hoofdrollen worden vertolkt door mijn broertje en mijn schoonzus.”
Dj: “Hoe kwam je aan dit verhaal?”
Lucas: “Een kleine twee jaar geleden maakte ik deel uit van een theatergezelschap dat eens in de vier jaar een stuk opvoert. Dit was al mijn derde keer dat ik meedeed. Maar dit keer nam mijn nu schoonzus een meisje mee: Sophia. Een prachtig jong meisje. Rood, vurig haar. Mooie ogen. Prachtig karakter.”
Dj: “bespeur ik daar verliefdheid?”
Lucas: “Dat was ik, ja. Hopeloos en eindeloos. Een half jaar hadden we iets. Het beste half jaar van mijn leven. Na betrapt te zijn door haar vader verdween ze. Een paar maanden geleden vertelde mijn schoonzus dat ze had gehoord dat ze in een klooster zit.”
Dj: “Vertelt me niet waarom je dit verhaal schreef.”
Lucas: “Ik wilde haar vinden. Ik heb van klooster tot klooster gereisd, maar ze was in geen enkele. Mijn broertje haalde me over om toch deze film te maken.”
Dj: “Heb je haar ooit weer gezien?”
Lucas: “Nee. Ik heb Sophia nooit meer gezien. Ik heb nog een paar bezoeken staan. Als ze daar niet is, geef ik het op.”
Dj: “Je klonk zo verliefd.”
Lucas: “Liefde is loslaten. Ik kan niet eeuwig stil blijven staan voor haar, hoe mooi en spannend ze ook was. Ik moet door met mijn leven, hoe moeilijk dat ook is.”
Dj: “Dus over een jaar of wat je eerste film. Dat moet spannend zijn.”
Lucas: “Ja, best wel. Ook doodeng hoor: financiers vinden, marketing, een team samenstellen, acteurs aantrekken naast mijn broertje en schoonzus. Het is hard werken. Toen ik deze opleiding begon, dacht ik dat het simpeler zou zijn: op een stoel zitten en iedereen zeggen wat ze moesten doen.”
Het interview ging nog even door over technische dingen. Het voelde nog altijd licht pijnlijk om zijn stem te horen. Het was wel ergens een heerlijk gevoel dat hij van me had gehouden en dat hij het ook moeilijk had met doorgaan met zijn leven.
De volgende ochtend was er weer een repetitie. Ik kon er mijn gedachten niet helemaal bij houden. Zuster Maria leek dat heel prettig te vinden; dan zou de solopartij weer voor haar zijn.
Zuster Marlies liep naar me toe. “Kom eens mee,” zei ze. Ik liep achter haar aan. “Luister eens, meisje. Je bent een nieuwbakken non. Die hebben nog aardse dingen die ze binden. Ik snap het wel. Maar jij hebt zo’n enorm talent. Ik zou het zonde vinden als je dat vergooit.” Ik keek haar aan. Ze had wel gelijk. Ik moest het leven buiten de rug toekeren.
De maanden die volgden concentreerde ik me op het koor. Ik begon een band te vormen met alle nonnen daar. En voor ik het wist had ik elke zondag de solo. Onder aanmoediging van zuster Angela zong ik in mijn kamer mee met de radio, die nog steeds op hetzelfde station stond.
De abdis vond het verschrikkelijk. Ik vond het geweldig. Ik schepte er stiekem plezier in om de abdis boos te maken. Misschien was het omdat ik mijn eed onder dwang had afgelegd. Of omdat ik haar gewoon een naar persoon vond.
Het was moeilijk geweest om Lucas te laten gaan. Maar ik moest wel. Het verdriet dat ik voelde omdat ik nog altijd verliefd op hem was. Ik zou dat waarschijnlijk altijd blijven. Maar ik mocht er niets mee. Met de tijd die voortschreed vond ik mijn plek. Ik zong luid in mijn kamer of in de hallen. De abdes vond dat verschrikkelijk en noemde me vaak een emmer vol duivelse verleiding. Ik zag het ergens wel als een compliment. Ik voelde me hier absoluut niet thuis.
Zuster Angela was steeds vaker weg en kwam dan heel laat terug. Als ik haar er dan om vroeg, kreeg ik een dom smoesje. Ze had geheimen. Dat wist ik zeker. En het was spannender om dat te proberen uit te zoeken dan het dagelijkse leven hier.
’s Avonds voor het slapen gaan deed ik mijn radio zachtjes aan om naar muziek te luisteren. De stemmen op de radio herinnerden me aan de vrijheid buiten de muren. Ze hielden me bij zinnen. De liedjes hielpen soms wel en soms niet. Liedjes over liefde deden me nog altijd wel wat pijn.
Overdag was het ontbijten, werken, lunchen, zingen, dineren en daarna bidden. Ik was niet gemaakt voor het kloosterleven. Ik verlangde naar vrijheid. Ik wilde een eigen leven. Eigen keuzes. Acteren. Terug naar school gaan.
Wanneer was ik mezelf verloren? Was het toen ik mijn eed aflegde? Maar misschien was het al eerder misgegaan. Misschien verloor ik mezelf de dag dat ik 18 was. Of misschien zelfs nog eerder. De dag dat ik Lucas en Joyce voor het laatst zag.
Ik keek de andere zusters rond bij het ontbijt. Ze straalden rust uit. Sommigen wat gelatenheid. Zou ik ook zo worden? Of zou ik de rest van mijn leven voelen als een gekooid vogeltje dat heel af en toe uit haar kooi wist te ontsnappen, maar altijd weer gevangen zou worden? En dan haar vleugeltjes tegen de tralies drukkend, hunkerend naar de wereld buiten haar kooi.
Zuster Angela had een telefoon naar binnen gesmokkeld. Ze liet me regelmatig iets opzoeken. Op een ochtend was ik nieuwsgierig en zocht ik Lucas op. Ik kon weinig over hem vinden, behalve dat hij genoemd werd in de cast van een toneelstuk. Toen ik de castfoto opzocht, was het praktisch iedereen waar ik al die jaren geleden mee had gewerkt. Lucas sprong eruit. Maar niet op een goede manier.
Zijn ogen waren dof, zijn huid licht grauw. En de lach die mij altijd kippenvel gaf, was er niet meer.
“Wie zijn dat?” vroeg Angela.
“Mensen uit mijn verleden,” legde ik uit.
“Oh, je aardse connectie. Zit die knapperd van je er ook tussen?” vroeg Angela. Ik wees naar Lucas op de foto.
Ze knikte. “Knap. Maar een beetje met zijn ziel onder zijn arm,” zei ze.
Ik zuchtte. “Hij was vroeger zo knap. Zijn lach liet me tintelen. Zijn ogen waren zo mooi.” Ik keek Angela aan. “Heb ik hem dat aangedaan?” vroeg ik.
Ze glimlachte. “Vast niet.” Ze sloeg een arm om me heen. “Hij had toch een vriendin?”
Ik schudde mijn hoofd. “Dat zei mijn vader.” Ik voelde een traan over mijn wang glijden. “Wat als ik hem dit wél heb aangedaan?”
Angela keek me aan. “Dat heb je niet. Jij wilde dit niet, hè? Ik hoor je zo vaak om hem huilen. Nog altijd.”
Ik stond op. “Dat kan niet.”
Ze lachte zachtjes. “Tuurlijk, lieg maar. Maar ik hoor je wel,” zei ze.
Ze pakte de telefoon weer van me over en verstopte die in haar bed. “Ik denk dat je maar een tijdje niet op die telefoon moet kijken.” Ik knikte. Ze had gelijk. Het had me alleen maar weer laten twijfelen.
“Kom, dan gaan we dansen,” zei ze, me naar mijn cel brengend. Ze deed mijn radio aan en zette die lekker hard. We dansten een paar minuten, tot de abdes op mijn deur klopte.
“Zuster Angela. Zuster Sophia!” riep ze. Ze keek woedend van mij naar Angela.
“Dit was buitensporige vrolijkheid,” zei ze.
“Dat kan deze troep wel gebruiken,” beet ik.
“ZUSTER SOPHIA!” beet ze woedend. “Zuster Angela, stilteweek!” beet ze. “Zuster Sophia,” ze keek me woedend aan, “een maand. Met elk geluid komt er een week bovenop.”
Ze Rechten haar rug. “Misschien leert dat je eindelijk gehoorzamen,” zei ze, en vertrok.
Een maand stilte. Het idee beangstigde me. Een van de postulanten kwam mijn cel binnen.
“Zuster, ik moet uw radio meenemen,” zei ze.
Ik knikte, gaf een flinke draai aan de tuner en haalde hem uit het stopcontact.
“Hier is uw eten,” zei ze, een blad binnenbrengend met daarop een bordje met twee boterhammen met kaas en een groot karaf water met een glas.
Ik knikte naar de postulant om op mijn manier dank te betuigen. Ze glimlachte en vertrok weer.
’s Avonds bad ik. “Wat heb ik gedaan, Vader?” Ik keek naar boven. “Ik heb hem de rug toegekeerd. Me verzoend met dit bestaan. Waarom mag ik dan niet iets hebben? Gewoon een beetje plezier?” Ik zuchtte. Ik zou nooit het antwoord krijgen. Misschien had mijn vader gelijk en was ik gewoon een slecht persoon.
De maand in stilte brak me. Ik zag alleen de postulant, één keer per dag. Ik mocht geen woord zeggen. Ik mocht mijn cel niet af. Aan het einde van de maand kreeg ik een extra week omdat ik nieste. De abdes was erop uit om me te breken. En dit keer leek het haar te lukken.
Eindelijk, na vijf weken, mocht ik mijn cel af. Ik durfde bijna niets te zeggen. Of misschien was ik wel vergeten hoe dat moest.
Ik liep door de gangen van het voor mij nu o zo bekende klooster. Drie jaar alweer. Ik zou over twee dagen 21 worden. Mijn levenslust en nieuwsgierigheid begonnen te verdwijnen. Ik miste mijn leven buiten het klooster. Ook al was dat moeilijk. Ik had daar vrienden. En Lucas. Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
“Denk nou niet aan Lucas, zuster Sophia,” corrigeerde ik mezelf.
“Je moet boete doen omdat je om hem gaf.”
Ik liep weer door.
In de verte hoorde ik stemmen. Ik zuchtte. Ze gingen me niet klein krijgen! Ik slikte even en besloot vrolijk te gaan zingen. Dat vond de abdes verschrikkelijk. Er waren zelfs regels dat er buiten de mis niet gezongen mocht worden. Maar dat deed ik wel. Bij de trap waar de stemmen luider waren besloot ik naar beneden te glijden.
Onderaan de trap stonden een paar mensen. De abdes. Een jonge man die ik op de rug zag. Zuster Esther en zuster Angela.
“En hoe zouden wij kunnen helpen?” vroeg de abdes aan de man.
“Mijn broer wil een film maken over het klooster. Hij wil zoveel mogelijk kloosters bezocht hebben,” zei de man.
Hij klonk een beetje als Lucas. Toen hij zich omdraaide, leek hij ook op hem. Dit maakte me wat droevig. Ik miste Lucas vreselijk.
“Oh, hallo,” zei hij glimlachend. Ik bekeek de man goed. Hij was niet heel lang, had een ronde bril op, stekeltjeshaar, grijze ogen en een warme glimlach.
“Zuster Sophia,” zei ik en bood mijn hand aan.
“Sophia, zei je?”
Ik knikte. “Ja.”
“Interessant.” De man lachte even, alsof hij een grapje hoorde dat de rest niet hoorde.
“Ben jij toevallig opgegroeid in Kerkhoven?” vroeg hij.
Ik gaf even geen antwoord.
“Vergeef me mijn onbeschoftheid,” zei hij glimlachend. Hij stak zijn hand uit.
“Ik heet Jonas,” zei hij. “Jonas de Witte.”
Mijn hart maakte een gek sprongetje.
“Mag ik u wat vragen stellen, zuster?” vroeg hij.
Ik keek naar de abdes. Ze keek wat argwanend, maar knikte.
“Dat mag u,” zei ik.
Hij pakte voorzichtig mijn arm en leidde me weg.
“Jij bent dit hè?” zei hij, me een foto van mij en Lucas tonend op zijn telefoon.
Ik knikte. “Dat was ik ooit.” Zei ik droevig.
“Mooi. Ik moet van Joyce zeggen dat ze je mist.”
Ik keek hem aan. “Hoe ken jij Joyce?” vroeg ik.
“Ze is mijn verloofde,” zei hij blozend.
Ik glimlachte. “Ik mis haar ook,” zei ik.
Een kwartiertje stelde hij gewone vragen.
‘Wat mag je vertellen over hoe je hier leeft? Wat bewoog je om het klooster in te gaan? Wat mis je buiten de muren? Is het binnen de muren beter dan erbuiten?’
Ik beantwoordde wat ik kon.
Ik vertelde hem dat ik gedwongen was toe te treden. Dat het leven hier binnen voorspelbaarder was dan buiten. Soberder. Maar soms ook eenzaam.
“Wat mis je van buiten?” vroeg hij.
“Simpele dingen. Chocola bijvoorbeeld.”
“En liefde?”
Ik glimlachte. “Heeft hij je gestuurd?”
Jonas schudde zijn hoofd.
“Hij heeft opgegeven,” zei hij.
“Wat bedoel je?” vroeg ik.
“Al drie jaar zoekt hij jou. Maar zijn hoop was op,” legde hij uit.
“Vindt Lucas zijn vrouw dat dan niet erg?” vroeg ik.
“Zijn vrouw?” vroeg hij.
Ik knikte. Een man zo knap, lief, grappig, leuk en warm als hij, die zou de vrouwen voor het uitkiezen hebben. Ik voelde lichte jaloezie. Ik voelde dus nog altijd iets voor hem.
“Lucas zijn vrouw?” vroeg hij weer.
“Wie zegt dat hij een vrouw heeft?” vroeg Jonas.
“Daar ging ik van uit. Met zijn mooie ogen, lieve glimlach, en—”
Ik keek de man aan. “Alles wat hij te bieden heeft. Zijn ze vast niet bij hem weg te slaan,” zei ik.
“Misschien niet, nee. Maar hij wel bij hen. Hij heeft geen vrouw,” zei Jonas.
“Hoe kan dat nou?” vroeg ik.
“Hij is knap, lief, warm, spannend.”
Ik voelde Jonas’ ogen op me.
“Misschien. Ik ben zijn broertje, dus ik zie dat niet,” zei hij. “Maar hij heeft nooit de ware kunnen vinden.”
“Wat naar,” zei ik, mijn ogen afwendend. Ik kon het leven hier aan als ik kon vertrouwen op het idee dat hij gelukkig was daar ergens buiten.
“Hoe heb je me gevonden?” vroeg ik.
“Het was niet makkelijk. Luuk heeft twintig tot dertig kloosters bezocht. Maar jij was er niet. Hij was het nu zat. Gebroken hoop, denk ik.”
Ik wilde dit niet horen. Lucas moest gelukkig zijn. Dat ik hier rustig weg kwijnde vond ik prima. Maar hij—
“U moet gaan,” hoorde ik de abdes zeggen.
Jonas knikte. “Ik zal hem zeggen dat ik je gevonden heb.”
Ik knikte.
“Misschien tot ziens, Sophia.”
Met die woorden liet hij me achter met duizenden gedachten.
Weken slopen aan me voorbij. Lucas steeds dichter in mijn gedachten. Mijn gebeden waren weer smekend. Ik smeekte de Heer om Lucas dit klooster te laten kiezen. Nu ik zijn broer had gezien, miste ik Lucas weer. Ik besefte dat hij misschien uit mijn hoofd was, maar dat mijn hart hem nooit had laten gaan.
Na een maand hoorden we de abdis regelmatig mopperen in haar kantoor. “Wat is haar probleem?” vroeg ik. “Geruchten gaan dat een regisseur een film wil opnemen,” zei zuster Angela. “Echt waar?” vroeg ik. Ik voelde mezelf licht glimlachen. “Ook gehoord wie?” vroeg ik. “Nee, dat weet ik niet,” zei ze.
Na een week vertelde zuster Esther dat hogerhand het wel zag zitten. En volgens haar was het zo’n stichting die wilde filmen. White Star Films of zoiets. Ik was wat teleurgesteld. Ik had echt gehoopt dat het Lucas zou zijn.
Ik keek uit mijn raam. De abdis had inmiddels van de hogere te horen gekregen dat ze moest toelaten dat de film hier werd opgenomen. En dat, als er zusters waren die wilden, ze als figurant mochten dienen. Mijn kamer keek uit over de binnenplaats waar de crew druk bezig was.
Camera’s werden klaargezet, stoelen. Klapbordjes werden klaargelegd. Kleding. Een backstage-tent voor make-up, haar, geluidsmensen. Het was een drukte van jewelste. In de verte bij de poort zag ik een groep mensen kletsen. Ik keek weg. De vrijheid die ze hadden kon ik alleen nog maar van dromen.
Er werd op mijn deur geklopt. “Zuster Sophia?” hoorde ik een voorzichtige stem bij mijn deur. “Ja, kom maar.” Maria, een van de jonge postulanten, kwam mijn cel binnen. “Zuster Angela wilde dat u wist dat de regisseur vroeg om vijf figuranten vandaag, en zuster Angela dacht dat u interesse zou hebben,” zei ze. Ik knikte. “Dank je, Rietje,” zei ik. Ze vertrok weer. Ik wilde dolgraag figureren, even weer spelen.
Ik liep naar de binnenplaats waar een stuk of vijftien zusters stonden. Ik zuchtte. Ik zou wel niet mogen meedoen. Ik was nou niet bepaald iemand die eruit sprong.
Een man met een pet op waar ‘Director’ op stond, kwam de binnenplaats op. Hij ging achter een tafeltje zitten. Zijn assistente, een jonge blonde vrouw, had ons gezegd dat we ons daar als figurant konden inschrijven. Door het ingevulde formulier wat ze ons had gegeven in te leveren. Één voor één liepen de zusters langs hem.
Na een uur of twee was ik aan de beurt. Ik gaf hem mijn gegevens en wilde weglopen. Maar hij pakte mijn hand. Na een paar seconden verslapte zijn greep weer en liet hij me los. Hij ademde zwaar. “Is er iets?” vroeg ik. De man keek op.
Ik geloofde mijn ogen niet. Voor me zat Lucas. Hij glimlachte wat ongemakkelijk. “Hallo zuster. S… Sophia,” stotterde hij. “Hoe gaat het?” Zijn stem klonk iets anders. Zijn knappe gezicht was ouder, volwassener, maar nog altijd knap. Zijn vraag kwam nu pas binnen. Hoe ging het met mij? Ik wist het even niet.
Mijn gebeden of wensen, of hoe je dat ook wilde noemen, waren verhoord. Hij zat daar aan die tafel. Knappe, spannende Lucas. Minutenlang keek ik hem alleen aan. Met diezelfde vraag tussen ons. Hoe ging het met me? Tot een half uur geleden zou ik gezegd hebben dat het wel ging. Ik had het koor, ik was gezond, een dak boven mijn hoofd, eten op tafel. Dus het ging wel.
Maar nu? Nu wist ik het niet meer. Mijn hart bonsde luid, bijna oorverdovend. Mijn verstand fluisterde dat ik een non was en mijn hart iets deed wat niet mocht – namelijk verdrinken in zijn mooie ogen, hunkeren naar zijn armen en verlangen naar een kus.
Hij stond op en liep om de tafel heen. Ik slikte luid. Hij was niets veranderd. Slank. Een kop groter dan ik. Ja, hij had een klein stoppelbaardje laten staan wat hem volwassener maakte. En ook knapper. Zijn haar kwam net boven zijn oren, de rest was verstopt onder de pet die hij droeg. Hij kwam dichter bij me. Zijn aftershave drong mijn neus binnen. God, wat rook hij lekker.
Ik voelde mijn ademhaling versnellen. “Gaat het?” vroeg hij. Ik wilde iets zeggen, maar de woorden stierven in mijn keel. “Lucas, ik wil wat met je overleggen,” zei de blonde assistente. “Ja, Sanne, is goed,” zei hij en keek weer naar mij. “Leuk je weer te zien,” zei hij voordat hij omdraaide en wegliep.
Zuster Angela kwam mijn kant op. “Hey,” zei ze. “Gaat het een beetje?” vroeg ze. Ze trok me voorzichtig mee. “Sophia?” Ik schudde mijn hoofd. “Zeg jij het maar,” zei ik. “Ik weet het niet. Mijn hart bonst als een malle. Ik ben duizelig. Dezelfde strijd als toen ik hier kwam gaat door me heen. En hij lijkt niets meer te voelen, wat mij nog meer verwart. Dus als je denkt dat dat betekent dat het gaat, dan gaat het wel.”
Mijn ogen gingen weer naar Lucas. Hij was in gesprek met zijn assistente en wat cameramensen. “Wat is er met hen?” vroeg Angela. “Of wat is er met hem?” zei ze, mijn blik volgend. “Lucas,” fluisterde ik. “Je bedoelt dat? Nee!” zei ze. “Dat is de mysterieuze Lucas? Jouw ex?”
Ik keek haar aan. “Hij is geen ex!” beet ik. “Oh, sorry hoor. Ik wist niet dat het zo diep ging,” verontschuldigde ze zich. Ik schudde mijn hoofd. “Nee, het spijt me. Ik ben gewoon zo…” Ik kon de zin niet afmaken, omdat ik simpelweg niet wist wat ik voelde.
Hij kwam onze kant weer op. Toen zijn ogen de mijne ontmoetten, glimlachte hij, wat mijn hele lijf in vuur en vlam zette.
“Mag ik zuster Sophia even alleen spreken?” vroeg hij. Angela knikte en vertrok. Nu stonden we weer met zijn tweeën tegenover elkaar.
Hij wiebelde wat heen en weer. “Dat is lang geleden, Lucas,” zei ik, hopend de spanning te breken. “Regisseur dus. Dat is…” Maar wat het was, kon ik niet zeggen. Hij had zijn armen al om me heen geslagen en drukte me tegen zich aan. Ik hoorde hem zachtjes snikken. Ik sloot mijn armen om hem. Minutenlang stonden we in een innige omhelzing. Daarna was hij de eerste die losliet, met tranen in zijn ogen. “Sorry, Sophia,” zei hij.
“Ik had dat moeten bevechten.” Zijn hand vond mijn nek. Zijn duim streek zacht en liefdevol langs mijn oor. Het liet net als vroeger tintelingen achter. “Het spijt me,” zei hij. “Ik verlangde gewoon naar jouw armen.” Hij liep van me weg. Ik hoorde hem zachtjes huilen. Trillend van opwinding liep ik na een minuut of vijf weg.
Ik kon die nacht niet slapen. Het gevoel van zijn armen om me heen had alles teruggebracht. Het voelde comfortabel, warm en vertrouwd. Het voelde alsof ik daar hoorde. Mijn hart wilde weer gewoon Sophia zijn, dat jonge meisje dat verliefd was op die leuke, mooie, grappige jongen. Mijn hoofd had alleen oorlog aan mijn hart verklaard en herinnerde me eraan dat ik een non was. En die mochten dit niet voelen.
De volgende dag na de lunch liep ik door de gangen. Ik zag de deur bij het verouderde deel openstaan. Daar mochten we eigenlijk niet komen. Maar ja, als de deuropening openstond… Ik liep erheen. Bij de deur keek ik even om me heen. Toen ik niemand zag, stapte ik naar binnen. Zoals altijd gaf het gevoel van iets rebels doen me adrenaline.
“Dan is ze terug in je leven, en heb je haar in je armen, laat je haar gaan,” hoorde ik stemmen zeggen. “Nou, Kas? Waarom deed je dat?” vroeg dezelfde stem. “Omdat ze je niet meer dezelfde tintelingen geeft als je dacht dat ze zou doen?” Ik hoorde een zucht. “Nee,” zei Lucas’ stem. “Omdat ze me meer laat tintelen dan ooit tevoren. God, wat is ze mooi geworden.” Ik hoorde tranen in zijn stem.
“Jij vindt dat kleine ding in een habijtje mooi?” vroeg de eerste stem. Ik vermoedde dat het Jonas was. “Zo ongelooflijk mooi. En dan moet ik, als we klaar zijn, haar weer achterlaten,” zei Lucas. “Hoe ga ik dat in godsnaam kunnen?” vroeg Lucas huilend. “Ik dacht dat niet weten waar ze was het ergste was,” begon hij weer. “Maar dat weten en niet van haar mogen houden is erger.” Hij gaf een luide snik. Daarna hoorde ik voetstappen mijn kant op komen.
Ik kon geen kant op. Tot waar hun stemmen waren, zaten geen ruimtes om te verstoppen. Na een minuut kwam Lucas de hoek om. “Sophia!” De lucht tussen ons in werd zwaarder. Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed dat niet. Zijn broertje kwam een paar seconden later de hoek om. “Ah, kijk nou. Lucas’ lievelingsnon,” grapte Jonas. Lucas kleurde licht.
“Mevrouwtje de non, mijn broer zit met een dilemma,” begon Jonas, die naar me toe kwam. “Kijk, mijn grote broer hier gaat een film opnemen bij het klooster. Dat deed hij,” hij keek Lucas aan, “volgens hem om een meisje te vergeten. Heel zielig, want hij was stapelverliefd op haar. Maar ze verdween, ziet u,” vulde Jonas aan. “En nu heeft hij dat meisje weer gezien,” zei hij. “Houd je kop, sukkel,” beet Lucas. “Misschien heeft ze een antwoord voor je,” zei Jonas.
“Het probleem is,” ging Jonas onverstoorbaar verder, “hij is nog verliefder op dat meisje geworden.” Dit deed mijn hart meer bonzen. “Hoeveel Onze Vaders moet mijn arme, arme broer hier opzeggen om ervan af te komen?” Hij keek zijn broer aan. “Ik denk dat ze dat niet weet, Luuk.” Lucas bloosde en liep naar ons toe. “Vergeef mijn broertje, zuster,” zei hij. “Hij weet niet wanneer hij moet zwijgen.” Zijn hand maakte kort een beweging naar mij, maar hij bedacht zich. “Fijne middag verder, zuster.” Hij trok Jonas met zich mee.
Ik liep achter hen het oude gedeelte uit. “Mocht u daar komen, zuster?” vroeg de abdis. “Ik wandelde ondoordacht, mevrouw. Het zal niet weer gebeuren,” zei ik. “Je hebt de rest van de dag stilte-retraite verdiend, zuster.” Ik zuchtte en gehoorzaamde.
De woorden tegen zijn broer bleven nagalmen in mijn hoofd de rest van de dag en nacht. Slapen kon ik niet. Het achtergebleven gevoel van zijn armen stevig om me heen, alsof zijn leven ervan afhing, zat nog altijd als een echo in mijn hart. “Maar niet van haar mogen houden is erger,” hoorde ik in mijn hoofd nagalmen. Daardoor kon ik nauwelijks slapen.
De volgende ochtend vroeg begon het filmen. Ik was als eerste non uitgekozen om te figureren, dus zat ik in de make-uptent. De dames waren nog bezig toen Lucas binnenkwam. “Mag ik even wat tijd om iets met haar door te nemen,alleen?” vroeg hij. De dames knikten en vertrokken om ons privacy te geven. “Hoe voel je je?” vroeg hij. Ik zag duidelijk dat hij dat niet wilde vragen, maar niet durfde te zeggen wat hij werkelijk wilde.
“Alsof ik vier jaar terugga in de tijd,” zei ik. Hij kwam naast me zitten. “Ik heb de groep verteld dat ik je gevonden heb,” zei hij. “Was ik kwijt dan?” vroeg ik. Hij knikte. “Behoorlijk.” Hij keek me ineens aan. “Allan liet weten dat het minder leuk is zonder je.” Hij zuchtte. “Teddy had je graag weer gecast, maar wenst je geluk,” zei hij. “Heb je weer een grote rol?” vroeg ik. Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Sam de bakker. Die jonge knul die mijn broertje speelde de vorige keer,” legde hij uit.
Ik wist wie hij bedoelde. Het was toen een knappe jongen met bijna zwart, kort haar en sprekende bruine ogen. “Hij heeft de hoofdrol nu,” zei hij. “Leuk. Wens hem succes,” zei ik. Lucas glimlachte. Hij stak zijn hand naar me uit, maar die bleef halverwege hangen. Ik hoorde hem zachtjes zichzelf op de kop geven. Ik legde mijn hand boven op die van hem. Eventjes zaten we zo.
“Ik…” begon hij. “Ik moet…” stotterde Lucas verder. “Ik moet gaan,” zei hij uiteindelijk. Hij stond op. “Doe iedereen de groeten. En zeg maar dat ik ze mis.” Zei ik. Hij glimlachte. “Dat geldt ook voor jou,” zei ik hem aankijkend. “Doe nou niet.” Zei hij.”Wat?” vroeg ik.
“Naar me kijken. Dan kan ik je niet…” Maar wat hij niet kon, zei hij niet. Hij legde zijn hand op mijn hals en een paar seconden later vonden zijn lippen de mijne. Vonken gingen af in mijn hoofd, hart en huid. Zijn tong vond zijn weg mijn mond in. Nu gaf ik ook toe.
Ik zoende hem terug. Alles in mij kwam tot leven. Ik voelde zijn armen me dichter tegen hem aantrekken terwijl de zoen voortduurde. Ik wilde niet dat die ooit zou stoppen, want als de zoen stopte, was ik weer zuster Sophia, en niet gewoon Sophia die verkering had met de spannendste en mooiste jongen van het toneelstuk.
Ik voelde de tafel tegen mijn rug terwijl hij me nog altijd zoende. Het werd zelfs heviger. Hij tilde me op en zette me op de make-uptafel. Zijn handen baanden zich een weg over mijn habijt. Het voelde geweldig. Hij brak zijn zoen af en kuste mijn nek, om me een seconde later weer te zoenen. Ik hoorde ineens iemand zijn of haar keel schrapen. Zwaar ademend stopte Lucas onze kussen. Zijn broer stond grijnzend bij de deur. “Ja, Jonas?” vroeg Lucas, duidelijk geïrriteerd.
“Niets hoor. Maar ik dacht dat, als je die film hier nog wil opnemen, onzedelijk zijn met een non niet helemaal de juiste weg is,” zei hij grinnikend. “Ze is niet zomaar een non, Jonas,” beet Lucas. “Nee!” riep hij uit. “Nee, dat zie ik,” zei hij grijnzend. “Het is jouw Sophiatje. Het meisje waarom jij al bijna vier jaar liep te mokken,” grijnsde Jonas. Lucas zuchtte. “We gaan alvast beginnen,” riep hij tegen zijn broertje, en hij trok hem mee.
De make-updames kwamen al snel weer binnen. De een grijnsde een beetje. “Nou, zullen we je dan maar klaarmaken?” vroeg ze. Ze keek haar collega aan en gniffelde zachtjes terwijl ze een make-upkwast van de grond pakte.
Een paar dagen later mocht ik weer meedoen met Lucas zijn film Bij de lunch, ‘cut’ zoals hij dat noemde, liep hij naar me toe. “Mag ik je uitnodigen voor een hapje eten?” vroeg hij. Ik glimlachte en moet rood zijn geworden. “Ja, prima. Wacht, dan kleed ik me om,” zei ik en rende het klooster in.
Ik had de kleding die ik droeg toen ik hier kwam nog altijd. Ik kleedde me snel om en trok mijn kap af. Daarna liep ik terug naar de set. Lucas zijn ogen glommen toen hij me zag. Ik voelde me blozen. “Zeg Lucas,” hoorde ik Joyce roepen, “wij mogen vast ook mee,” zei ze. “Dubbel date?” vroeg ze. Lucas keek wat ongemakkelijk. “Ik ga alleen maar wat eten met een van mijn figuranten hoor,” zei hij.
Jonas grijnsde op de achtergrond. “Natuurlijk,” riep Joyce. “En jij wilt dat wij geloven dat je heel toevallig dacht: laat ik een figurante mee uitvragen. En die figurante is heel toevallig Sophia!” Lucas bloosde. “Nou, vooruit dan. Kom dan maar mee,” zei hij licht teleurgesteld.
“Ga jij dit aanhouden?” vroeg Lucas toen we de stad in kwamen. “Ja, ik heb niets anders,” zei ik. “Daar gaan we verandering in brengen. Kom.” Hij trok me mee een kledingwinkel in. Voor het eerst in lange tijd zag ik mijn haar. Het was piekerig en de dode punten maakten het pluiziger dan het normaal altijd was. “Zijn er voorschriften?” vroeg Lucas, me uit mijn gedachten halend. “Euh ja, bescheiden en donkere kleuren,” zei ik.
Hij keek me aan. “Jij hebt ook niet meer nodig,” zei hij. “Jij bent prachtig van jezelf.” Ik voelde mezelf rood worden. “Joyce, mijn lieve meid, geloof jij nog steeds dat mijn broer toevallig iemand uitnodigde?” zei jonas grijnzend. Lucas maakte een wegwerpgebaar naar zijn broertje. Na het shoppen, waar ik van Lucas een sierlijke zwarte outfit kreeg, bracht hij me naar de kapper om mijn haar mooi te laten doen, onder het mom van: misschien wil ik je zonder habijt laten figureren.
Na de kapper gingen we lunchen. Ik voelde me voor het eerst weer mooi, iets wat als non eigenlijk niet mocht. Maar het voelde geweldig. “Wat wil je eten?” vroeg hij. “Mag alles zijn.” Ik bestelde een broodje Surinaamse kip. Hij glimlachte naar me. “Dat had ik kunnen weten,” zei hij. De hele lunchpauze, die volgens mij langer duurde dan de bedoeling was, kletsten we met zijn vieren over vroeger.
Ik merkte dat ik niet meer terug wilde. Ik wilde mee met Lucas. Knappe, lieve Lucas. Maar dat kon niet. Hij had gelijk. We hadden elkaar niet meer moeten vinden. We zouden, als hij klaar was, weer afscheid moeten nemen. Ik keek daar nu al als een berg tegenop.
Na de lunch reden we terug naar het klooster. Mijn thuis kon ik het niet noemen. Nee, ik denk dat mijn thuis naast me in de auto zat en reed. Ik keek nog even naar hem. Zou ik hem echt weer kunnen laten gaan? Had ik een keuze? “Kijk het moois er niet van af, hè,” zei hij. Ik glimlachte. Hij hield duidelijk een oogje op me via zijn spiegels. “Heb jij iets moois dan, Luukie?” riep Jonas.
Lucas glimlachte in de spiegel. “Een klein beetje. Daarom moet ze het er niet afkijken,” riep hij zijn broertje plagend terug. “Hij heeft gelijk, Sophia. Dan ben je zo klaar namelijk,” kaatste Jonas terug. Ik voelde Lucas zijn hand op de mijne. “Blijkbaar vindt ze dat er meer moois is in mij dan in jou, Joon,” plaagde Lucas.
Ik had nooit zo’n band gehad met mijn broertjes en zusjes. Ik was meer een tweede moederviguur in hun leven geweest, en nooit echt een zus. Ik vond de relatie tussen Lucas en Jonas prachtig om te zien.
Een kleine twintig minuten later kwamen we weer aan bij het klooster. Met tegenzin stapte ik uit.
Zodra ik de auto uitkwam liep de abdis naar me toe. “Wat denk jij wel niet!” riep ze. “Wat heb je aan? En je haar?” Ze greep me beet en trok me mee. Halverwege stapte Lucas voor ons. “Laat haar los!” riep hij. “Ze moet leren dat kleding als dit…” Ze bekeek me van boven tot beneden. Ik droeg voor het eerst in drie jaar weer laarzen. Ik droeg een zwarte zijden rok die glom. Verder droeg ik een zwarte satijnen blouse waar een knoopje van los was.
“Kleding als dit, jonge man, zet mannen aan tot lustvolle daden. En een non behoort er dus niet zo bij te lopen,” riep ze. “Ik heb het voor haar gekocht. Ze liep in een kapotte broek en een shirt dat zo verwassen was dat iedereen haar zou zien als zwerver!” beet hij en trok me behoedzaam los van de greep van de abdis.
“En dat haar ook!” beet de abdis. Ik zag hier echt niet het probleem in. Ze hadden de dode punten geknipt en het gewassen. Mijn haar rook heerlijk en zag er netjes uit. “Is ze niet prachtig zo?” zei Lucas. Ik zag hem glimlachen terwijl hij naar me keek. “Ik vond dat ze dat verdiende,” zei hij.
“Ze hoort dat niet te doen!” riep de abdis. “Ze heeft al dit niet nodig.” Lucas zijn glimlach werd breder. “Daarin verschillen we niet van mening, mevrouw. Sophia is al prachtig van haarzelf, dus nee, ze heeft niets nodig om haar schoonheid te vergroten,” zei Lucas, zijn hand door mijn haar halend. “Ik wilde haar gewoon iets geven voor haar harde werk,” zei hij.
Ik voelde tranen achter mijn ogen branden. Zijn woorden klonken zo vol liefde. Liefde die ik ook voelde. Maar dat was iets wat niet mocht. Ik was het eigendom van de Heer. Ik mocht niet van hem houden. Ik zou uiteindelijk zijn hart weer moeten breken – en dus ook mijn eigen.
Het duurde maanden om de film op te nemen. Bijna elke dag vroeg hij of ik wilde figureren, zodat we stiekem konden praten. Of samen lunchen. En herinneringen ophalen. De laatste opnameweek kwam hij weer naar me toe. “Ik heb echt een non nodig,” zei hij. “Zou jij dat willen doen? Ik weet wat je kan.” Ik knikte. Ik wilde elke minuut met hem koesteren.
We liepen naar een blinde hoek van het klooster. Daar duwde hij me zachtjes tegen de muur, en voor ik kon schakelen kuste hij me. Duizend vlinders vlogen door mijn lijf. Ik kuste hem terug; ik wilde dit moment eeuwig laten voortduren.
“Het spijt me, Sophia,” zei hij. “Ik voel gewoon nog zoveel voor je. Maar je bent een non.” Ik legde mijn vinger op zijn lippen. “Ik ben hier omdat het moest van mijn vader, omdat ik verliefd was op jou,” zei ik. Hij kuste me weer. “Trouw met me, Sophia,” zei hij. Het klonk zowel spontaan als gemeend. Alsof het uit het diepste van zijn hart kwam. “Ik kan je niet uit mijn hoofd of hart krijgen, dus trouw met me.”
Ik keek weg. Ik had sinds ik hem ontmoette gedroomd over een huwelijksaanzoek van hem. En ook al voelde ik hetzelfde en wilde ik volmondig ‘ja’ schreeuwen, het mocht niet. Ik was ingezworen. “Lucas,” begon ik. Hij schudde zijn hoofd.
“Nee. Zeg maar niets,” zei hij. Tranen stonden in zijn ogen. “Zeg maar niets meer. Ik begrijp het wel.” Hij wilde zich omdraaien, maar ik hield hem tegen. “Ik zou wel willen. Niets liever zelfs,” zei ik. “Maar ik mag niet.” Hij kuste me. “Waar een wil is, is een weg.” Hij streelde mijn wang. “Ik wil jou, Sophia. Ik zal er alles aan doen om jou de mijne te maken,” zei hij en liep weg.
Ik keek hem na. Elke stap die hij zette leek hij een kilometer verder bij me vandaan te gaan. Ik zuchtte en draaide me ook om, om weer het klooster in te gaan. “Je houdt van hem,” hoorde ik achter me. Het was zuster Angela. “Nee,” zei ik, hopend dat ze me geloofde. Een non mocht geen aardse liefde voelen.
“Houd me niet voor de gek, zuster Sophia. Ik zag jullie zoenen,” zei ze streng. “Dat zag u verkeerd – hij kuste mij. We hebben een verleden,” verdedigde ik mezelf. Zuster Angela pakte wat uit haar habijt en gaf het aan mij. Het was een pasje.
‘Angela Verduyn’ stond erop. Maar opvallender: het was een politiepasje. “jij bent van de politie?” vroeg ik. Angela knikte”We hebben allemaal onze geheimen, zuster. En ik geloof dat de jouwe wereldse liefde is.” Ik liet mijn hoofd hangen. “Jij wilt op zijn aanzoek ingaan, hè?” zei ze. Ik knikte. “Heel graag.” Ik voelde tranen vormen. “Loop dan weg,” zei Angela stellig.
Ik keek haar verbaasd aan. “Ik meen het. Neem de chaos van het opruimen van die set en smeer hem.” Ze keek me recht aan. “Ik kan toch niet tegen mijn vaders wensen ingaan?” vroeg ik. “Waarom niet?” Angela keek me nog steeds strak aan. “Liefde tussen een man en vrouw is ook heilig,” zei ze. “Dat is uit The Sound of Music,” zei ik, licht oogrollend.
“Klopt als een bus. Maar het maakt het niet minder waar.” Ze legde haar hand op mijn schouder. “Als jouw God niet wilde dat het bestond, liefde tussen twee mensen, dan had Hij er wel voor gezorgd dat voortplanting dat niet nodig had gehad,” zei ze. Ik moest toegeven dat ze een punt had. De Bijbel vroeg om zeven kinderen. Nu zag ik die hoeveelheid niet bepaald zitten. Maar voor kinderen moest je met elkaar gemeenschap hebben – en dat deden de meesten toch uit liefde?
Ik keek naar Lucas. Hij gaf Joyce een aanwijzing, zijn schouders weer hangend. Jonas hield zijn broer en vriendin in de gaten. Mijn hart sloeg flinke slagen over. ‘Waar een wil is, is een weg,’ galmde door mijn hoofd. De wil was er – die was zelfs sterk. Zou weglopen de weg zijn?
Ik liep naar ze toe. “Sophia,” zei Lucas; zijn ogen verraadden verdriet. “Na vandaag zijn we klaar.” Hij kon de teleurstelling niet uit zijn stem filteren. Joyce keek me aan. “Ik ga je missen hoor,” zei ze. “Je weet me nu te vinden,” zei ik, licht gebroken. De laatste flinter glimlach viel van zijn gezicht. Het maakte hem minder knap. Was dat mijn schuld?
“Ja,” zei hij, duidelijk tranen bevechtend.
“Ik weet waar je bent.” Een traan ontsnapte uit zijn ogen. Hij liep weer naar zijn stoel. De rest van de dag gaf hij aanwijzingen, maar de passie was uit zijn stem en lijf verdwenen. Aan het einde van de dag stond hij op. “That’s a wrap,” zei hij. Het betekende dat hij klaar was met filmen. De cast en crew juichten luid. “Tijd voor een feestje!” riep zijn assistente. Lucas glimlachte zwakjes. “Ik niet hoor,” zei hij.
“ik.” begon hij. “ik ben niet egt in de bui voor een feestje.” Hij keek me aan en liep naar me toe. “Mag ik nog een knuffel?” vroeg hij. Ik knikte en omhelsde hem. “Ik zal altijd van je houden,” zei hij. “Het ga je goed.” Hij liet me los. Met tranen in zijn ogen liep hij van me weg om zijn crew te helpen met opruimen.
Elke keer als ik hem voorbij zag lopen, leek hij droeviger. Toen bijna alles was opgeruimd, stapte Lucas een busje in. Hij probeerde het te starten, maar dat lukte niet. Na een tweede keer zag ik hem op zijn stuur slaan. Daarna legde hij zijn hoofd op zijn stuur en zijn schouders schokten. Hij huilde – en zo te zien huilde hij flink. Ik kon het niet aanzien. Jonas stapte ook in. Ik zag hem een arm om zijn broer slaan, maar Lucas bleef hartverscheurend huilen.
Op dat moment maakte ik een keuze. Eén die alles weer zou veranderen. Ik trok mijn kap af en liep achter de laatste crewleden aan. Een van hen laadde nog wat vergeten spullen in het busje. Ik kroop er snel in zodat niemand me zou zien. Ik ging zitten op een paar stoelen die er stonden. Na een minuut of vier ging de motor toch aan. En snel voelde ik de zachte bewegingen van een rijdende auto.
Na een flinke rit stopten we. Ik wilde uitstappen, maar de achterdeur was vergrendeld. Wat als ik hier nog dagen of weken zou zitten? Wat zou er dan gebeuren? Maar op dat antwoord hoefde ik niet te wachten. De deuren gingen open. Lucas keek niet op. Zijn wangen waren nog nat van de tranen die hij had gehuild. Jonas stond bij hem. Ik verschanste me achter twee decorstukken.
“Had je echt gedacht dat ze mee zou komen, sukkel?” vroeg Jonas duidelijk plagend aan zijn broer. “Ik hoopte het,” zei Lucas. “Ik…” Hij zei niets meer. “We ruimen dit gewoon op, oké,” zei hij. “Ach ja, stoere Luuk kent geen pijn,” zei Jonas plagend. “Ik ken pijn, Joon. En dit keer is het even te veel.” Ik zag Jonas medelevend kijken. “Sorry,” zei hij.
Ze ruimden zwijgend uit. Ineens was de bus bijna leeg, behalve het decorstuk waar ik achter stond. Ze trokken het samen weg. Lucas keek de bus niet meer in. Jonas draaide zich om zodat hij de deur dicht kon doen, maar zag me. Hij glimlachte naar me en legde zijn vinger op zijn lippen.
“We zijn wat vergeten,” zei hij. “Nee hoor,” zei Lucas. “Alles is er.” “Nee echt, ik geloof een pop,” zei hij knipogend. “We hebben geen poppen…” Hij stopte midden in zijn zin op het moment dat onze ogen kruisten. “So… so… Sophia?” zei hij stomverbaasd.
“Wat doe jij daar nou?” vroeg Jonas. Lucas zuchtte. “Een echte vent helpt haar eruit!” Hij bood mij zijn hand aan. “Alsof jij altijd galant bent,” merkte Jonas op. Ik stond inmiddels op de grond. “Dames verdienen wat hoffelijkheid,” zei Lucas glimlachend. “O ja, vast,” begon Jonas. “Dames waar jij stiekem, of niet zo stiekem, verliefd op bent.”
Lucas maakte een wegwerpgebaar naar zijn broertje. Hij glimlachte naar me en legde zijn hand in mijn nek, zo dat zijn duim mijn oor raakte. Zo had hij me keer op keer aangeraakt in de slaapkamer van Joyce. Het gaf me nog dezelfde kippenvel.
Even zeiden we niets. Ik wist niet wat ik moest zeggen en hij duidelijk ook niet. Hij wendde zijn ogen ineens van me af en liet me los. “Het spijt me. Ik uhm…” Ik zag tranen in zijn ogen komen. “Ik moet niet goed opgelet hebben. Ik breng je zo wel terug,” hij snikte. “Zuster.” Hij sloot zijn ogen om niet in de mijne te hoeven kijken.
“Wat als ik dat niet wil?” vroeg ik. “Wat bedoel je?” Hij keek me bij die vraag nog steeds niet aan. “Ik wil niet terug,” legde ik uit. “Je bent een non, Sophia. Dat is je thuis.” Ik zag tranen langs zijn wangen lopen.
“Ik had mijn wens niet mogen krijgen,” zei hij. “Ik dacht dat jou nog een keer zien mijn gevoel voor jou zou sluiten.” Hij snikte luid. “Maar het heeft het alleen maar erger gemaakt.” Hij keek me weer aan, zijn ogen vol tranen. Daarna schudde hij zijn hoofd en wilde weg lopen. Bij de deur stond hij stil. “Ik wil dat je weet, Sophia.” Hij zuchtte en draaide zich om. “Dat ik van je hou.” Hij trok de deur open en liep eruit.
Jonas bleef achter. “Hij…” begon Jonas. “Toen jij verdween, dat heeft hem echt gebroken,” zei hij. “Ik denk dat hij bang is.” Ik knikte. “Ik wil niet meer terug,” zei ik naar de deur starend waar Lucas uit was gestapt. “Ik kan niet meer terug,” zei ik.
Lucas kwam teruglopen. Mijn hart sloeg wild. “Breng jij haar maar, Jonas.” Hij gaf zijn broer een sleutelbos.
“Ik… ik kan het niet.” Hij keek me aan. “Word gelukkig daar, hè,” zei hij. “Mooie, lieve, onvergetelijke Sophia.” Hij snikte weer. “Ik wil je vast houden. Maar dan kan ik je niet laten gaan.” Zijn hand gleed door mijn haar. “Zoals ik ooit als een ander tegen je zei. Mijn hart is voor eeuwig van jou.” Hij refereerde aan Mert, de rol die hij had toen ik hem ontmoette.
Dit werd me te veel. Ik wilde geen afscheid nemen. En om dat te laten zien trok ik mijn habijt uit en smeet het naast me. rillend stond ik in alleen mijn ondergoed. “Laat dit dan zien wat ik wil?” schreeuwde ik. “Ik wil niet terug, Lucas de Witte!” Ik pakte zijn hand en keek in zijn verschrikte ogen. “Ik wil jou.” Hij keek me verward aan.
Maar trok me tegen zich aan. Minutenlang hield hij me tegen zich aan. Daarna voelde ik zijn vinger onder mijn kin, zodat hij die kon optillen. En daarna zijn lippen op die van mij. Ik gaf me al snel over aan een van zijn heerlijke, eindeloze zoenen.
“Kun jij weg blijven?” vroeg hij mij, een badjas gevend. “Hoezo?” vroeg ik. “Je bent beëdigd. Kun jij bij mij blijven? Heeft dat geen gevolgen?” vroeg hij, mijn haren strelend. “Ik denk wettelijk niet. Maar kerkelijk natuurlijk wel.” Hij knikte en kuste me weer. “Ik houd zo van jou, hè,” zei hij tegen me. “Zo ongelofelijk veel. Wij vinden wel een manier om jou daar op elke manier weg te krijgen.”
“Maar eerst.” Hij stapte bij me weg en knielde. “Lieve Sophia,” zei hij, mijn hand pakkend. “Wil jij met mij trouwen?” Ik knikte. “Ja. Ik wil met jou trouwen,” zei ik eindelijk. Hij stond op en zoende me weer diep en eindeloos. “Dan ben ik vanaf nu de gelukkigste man op de wereld,” zei hij, me omhelzend.
“Ja, allemaal lief, leuk en schattig hoor,” riep Jonas. “Als het niet zo smerig was.” Grinnikend sloeg hij een arm om zijn broer. “Nu weer blij jongetje?” vroeg hij kinderlijk. “Nee.” Hij keek van mij naar Jonas. “Euforisch,” zei hij, mijn hand weer in de zijne
nemend. “Maar uhm, Luukie. Handjes boven de dekens, hè, ze is een non,” zei hij. Lucas knikte. “Tot we trouwen, daarna beloof ik je, Jonas, in de walvis dat ik dat zeker niet doe,” zei Lucas grijnzend. Jonas keek zijn broer smerig aan. “Te veel informatie,” zei hij.
“Wil je bij mij logeren? Of bij Jonas en Joyce?” vroeg hij.
“Met wat ik voel? En wat mijn lichaam me zegt dat ik met jou wil doen.. denk ik dat je beter bij Joyce kan logeren,” zei hij. “Mijn hele wezen wil jou.” Ik glimlachte. “Even apart dan?” vroeg ik. Hij knikte. “Lijkt me verstandig, mijn mooiste en liefste Sophia.” Zijn ogen glommen. Zijn houding was recht. Hij glimlachte. Man, wat was hij knap.
“Zal ik haar maar meenemen voordat je haar verder uitkleedt met die ogen van je?” riep Jonas plagend. “Een kusje,” smeekte Lucas. “Nog niet genoeg gehad, Luuk?” vroeg Jonas. “Ik heb drie jaar zonder haar gemoeten,” beet Lucas. “Nou, rustig maar, ik wist niet dat je kwaad werd,” zei hij.
Lucas’ wangen werden rood. Ik lachte zachtjes. ik voelde me zo thuis bij hem. Hij kuste me. “Ik kom je morgen halen, dan gaan we shoppen,” zei hij en kuste me weer. “Ja, dat waren er twee, Lucky Luke,” zei Jonas en legde zijn hand op mijn schouder. “Ik wil naar huis,” zei hij.
Ik knikte en volgde hem. Na een ritje van een kwartier kwamen we in het dorp aan waarJonas en Lucas waren opgegroeid. Jonas stopte bij een eengezinswoning. Deze had twee verdiepingen en was wit gepleisterd. De deur was zwart. Het had een kleine voortuin.
“Ben je niet bang dat ze van alles gaan roepen hier?” vroeg ik. “Ze kletsen maar een eind weg,” zei hij. “Jij maakt Lucas gelukkig. Ik heb hem niet meer zo zien glimmen in drie jaar.” Ik glimlachte naar hem. “Kom, gaan we Joyce de schrik van haar leven geven,” zei hij.
We liepen naar de deur. “Ik ga je eerst introduceren hoor,” zei hij. Hij opende de deur en liep naar binnen. “Ik heb een gast mee, Joyce,” riep hij luid. “O, wie?” vroeg ze vanuit de huiskamer.
Jonas knipoogde naar me. “Mijn toekomstige schoonzusje,” riep hij. “Wat bedoel je?” hoorde ik haar roepen. “Lucas’ verloofde.” Hij keek me aan. “En ik lieg geen woord,” fluisterde hij in mijn oor. Joyce kwam de huiskamer uit. “Wat een onzin, Jonas. Lucas wil alleen met Sophia…” zei ze boos. Ze keek me aan. “Trouwen,” vulde ze verbaasd aan.
Ze wist zich blijkbaar even geen houding te geven. “Wat komt ze doen?” vroeg ze. “Ze komt hier een tijdje logeren.” Joyce keek me vreemd aan. “Als ze zo als jij zegt met Lucas gaat trouwen, waarom is ze dan niet bij hem?” Ze keek me weer aan. “Ik ben blij om je te zien hoor, Soph,” zei ze. “Maar?” vroeg ik.
“Maar ik heb Lucas zien breken toen jij verdween.” Ze zuchtte. “Ik wil gewoon niet dat zijn hart weer breekt,” zei ze. “Ik heb zijn aanzoek geaccepteerd,” zei ik, mezelf
verdedigend. “Ja, en je wilt vast ook echt met hem verder,” zei ze. “Het klinkt of je me niet gelooft,” zei ik. “Dat is het niet, Sophia. Maar je bent een non,” zei ze. “Ja, dus?” Ze schudde haar hoofd. “Dan mag je niet trouwen.”
Ze keek van mij naar Jonas en weer terug. “Ik weet dat je het niet wilt, Sophia. Maar je gaat zijn hart breken.” Ze zuchtte weer. “Het is onvermijdelijk,” zei ze. En ze liep weg. Ik keek in de spiegel die ze in de hal hadden hangen. Had ze gelijk? Ik wilde niet dat ze gelijk had. Ik wilde bij het klooster weg. Ik wilde samen oud worden met Lucas. Maar kon ik dat wel?
“Ik zie je denken,” zei Jonas. “Wat als ze gelijk heeft?” zei ik. Hij schudde zijn hoofd. “Ik weet het niet, Sophia. Ik weet dat ik Lucas nog nooit zo heb zien stralen.” Ik keek hem aan. “En dat moet ik misschien weer bij hem weghalen.” Hij lachte. “Jullie vinden wel een weg om samen te zijn,” zei hij. “Denk je?” Hij sloeg een arm om me heen. “Hij was niet de enige die straalde,” zei hij. “Ik geloof niet in jouw Heer. Maar als Hij jullie scheidt, dan is Hij een sadist.”
Ik lachte zachtjes. Maar de angst was er nog. Jonas moet dat gezien hebben; hij sloeg zijn arm weer om me heen. “Maak je geen zorgen,” zei hij. “Kom.” Hij nam me mee de huiskamer in. Een gezellige kamer met donkere meubels en lichte muren. Een grote tv aan de muur.
Ik ging op een stoel zitten bij de deur. Door de reactie van Joyce voelde ik me niet helemaal welkom. Ze zat op de bank met een kop thee in haar handen. “Het spijt me,” zei ze. “Je hebt wel gelijk,” zei ik. “Ik had geen ja moeten zeggen.” Ik snikte zachtjes. “Maar…” Ze stond op en liep naar me toe. “Waarom deed je het dan?” Ik keek haar aan. “Omdat ik van hem houd.” Ik wendde mijn ogen af. “Omdat leven zonder hem niet meer ging. Het ging prima toen hij er niet was.” Ik lachte sarcastisch. “Nou ja, prima, het ging.”
Joyce knikte. “En toen zag je hem weer.” Ik zuchtte. “En toen kwam alles terug,” zei ik. “Ik had het anders moeten zeggen. Ik liet het nu lijken of je zijn hart wilt breken.” Ze kwam naast me zitten. “Ik ben gewoon bang,” zei ze. “Als hij je weer verliest, dan weet ik niet of hij dat overleeft,” voegde Joyce toe.
“En waarom zou hij haar weer verliezen?” vroeg Jonas. “Omdat ze een non is. Ze mag niet trouwen,” beet Joyce. “Weet je dat zeker?” vroeg Jonas. “Ja, natuurlijk, dat weet toch iedereen?” zei ze. “Ja, een non mag niet trouwen. Dat klopt wel,” zei Jonas. “Maar misschien weet iemand hoe ze van die titel afkomt.” We keken hem tegelijk aan. “Wat, ik ben niet alleen de knapste van de twee, hè,” zei hij.
“In welke spiegel heb jij gekeken?” hoorde ik achter ons. “Een lachspiegel?” plaagde Lucas. die bij de deur stond “Wat doe jij hier, Luuk?” vroeg Jonas. “Ik miste haar,” zei hij, terwijl hij naast me kwam zitten. Joyce keek bezorgd. “Wat?” vroeg hij, haar blik vangend. “Wat als ze terug moet?” vroeg ze.
“Ik heb het opgezocht. Ze hoeft niet terug als ze dat niet wil,” zei hij. “En alleen voor de kerk mogen we niet trouwen,” legde hij uit. “Dus?” vroeg Joyce. “Het kan me niet schelen of we trouwen of niet,” zei hij. “Zo lang ik dit nonnetje hier maar bij me heb,” zei hij, me in zijn armen nemend. “Jouw halfbroer is toch priester?” vroeg Jonas. “Ja, hoezo?” vroeg ik. “Kan hij niet helpen?” Ik haalde mijn schouders op. “Hij was het bijna altijd eens met mijn vader,” zei ik.
“Jullie kunnen het proberen. Hij stond meer aan jouw kant dan je denkt,” zei Joyce. “Wat bedoel je?” vroeg ik. “Hij vertelde me dat je in een klooster zat,” zei ze. “Hij hoopte dat we je vonden voor je beëdigd was.” Ze keek me intens aan. “Hij staat aan jouw kant.”
Jonas schraapte zijn keel. “Goed dan. Ik neem mijn broer hier mee de hort op,” zei Jonas en trok Lucas van de bank en vertrokken.
“Hoe is het met je?” vroeg Joyce ineens. Ze keek me aan. “Sorry, Sophia. Ik wilde gewoon mijn familie beschermen,” zei ze en ging bij me zitten. “Ik heb je vreselijk gemist.” Ze sloeg haar armen om me heen. “Wij gaan zo shoppen morgen,” zei ze zoals ze vroeger altijd deed. “Ik bedoel, in dat klooster werkt de non-look. Maar hier buiten niet,” plaagde ze.
Nog uren kletsten we zoals we vroeger deden. En haalden we herinneringen op. “De jongens hebben het naar hun zin,” merkte Joyce op. Het was inmiddels diep in de nacht. “Ik denk dat ik eens ga slapen,” zei ze. “Ja, je hebt gelijk.”
Ik werd wakker van het geluid van een deur. “Shhh. Anders wordt Joyce wakker,” hoorde ik Jonas zeggen. “Ja, kunnen we niet hebben, hè,” riep Lucas luid. “Nee, dan wordt ze boos joh.” Ze klonken allebei flink dronken.
“Ik ga slapen, Jonas,” zei Lucas. Al snel hoorde ik mijn slaapkamerdeur opengaan.
“Hey,” zei hij zacht. “Er ligt iemand…” Wiebelig kwam hij dichterbij. “Sophia?” Hij streelde mijn wang. “Nee,” fluisterde hij toen. “Nee, ik droom weer.”
Ik ging rechtop zitten. “Dag, mooie Sophia,” zei hij, terwijl hij klunzig op mijn bed neerplofte.
“Ben je daar weer?” Ik wist niet wat ik moest zeggen. “Wat zeg ik—natuurlijk ben je daar weer. Je bent er elke nacht.” Er glansden tranen in zijn ogen. “Tot ik wakker word.” Hij snikte.
“Wil je me een plezier doen, Sophia?” vroeg hij. “Wat dan?” vroeg ik zacht. “Maak me nooit meer wakker.” Hij keek me aan. “In mijn dromen zijn we samen.” Zijn hand vond mijn haar. “En ik mis je zo” ik keek naar hem.
“Dus alsjeblieft, Sophia… maak me nooit meer wakker.” Een traan rolde over zijn wang. “Want als ik wakker word, ben jij weer weg.”
Hij omhelsde me. “Ik wil eeuwig dromen nu, liefste. Hier mag ik bij je zijn.” Hij legde zijn hoofd op mijn schouder. “Waarom mag jij er alleen zijn als ik slaap?” vroeg hij. “Ik wil jou als ik wakker ben.” Hij haalde zijn neus op. “Ik houd van je, Sophia.”
Hij klonk slaperig. “Ga niet meer weg.” Met zijn hoofd nog op mijn schouder vielen zijn ogen langzaam dicht. “Blijf bij me.” Was het laatste dat hij zei voordat hij in slaap viel. Behoedzaam legde ik hem in het bed. Ik knielde voor hem. “Was jij zo eenzaam?” vroeg ik zachtjes.
“Je hebt geen idee,” hoorde ik fluisteren. Ik keek om. Joyce stond in de deuropening. “Hij is vaak blijven logeren. Vaak noemde hij in zijn slaap jouw naam. En elke ochtend hoorde ik hem zuchten. Want elke ochtend was jij er niet.” Ze zuchtte. “Dit is de eerste keer dat ik hem zo heb horen smeken,” zei ze. “Al betwijfel ik of hij dat niet stiekem elke nacht deed.”
“Ik slaap wel op de bank,” fluisterde ik naar Joyce. “Dat is oncomfortabel hoor,” zei Joyce. “O, vast minder oncomfortabel dan een doorgezakt bed voor drie jaar,”
antwoordde ik. “Ja, dat denk ik ook.” Ze keek me aan. “Slaap lekker,” zei ze en vertrok.
Ik keek nog even naar Lucas, die nog steeds rustig sliep. Ik streelde het haar bij zijn oor. “Slaap maar, Lucas. Ik ben er morgen nog steeds,” fluisterde ik zachtjes. Daarna sloop ik naar de bank om te gaan slapen.
De zon gleed al snel over mijn lichaam. Slaperig ging ik rechtop zitten. Ik was licht stijf van slapen op de bank. Het was blijkbaar nog vroeg, want nog niemand was er. Na een paar minuten hoorde ik gestommel op de trap. Gevolgd door Lucas die binnenliep. Het leek alsof hij de wereld op zijn schouders had liggen.
Zijn gezicht klaarde gelijk op toen zijn ogen de mijne ontmoetten. “Hey,” zei hij. Hij probeerde stoer te zijn. Ik glimlachte naar hem. “Kijk, dat moet je dus niet doen, hè,” zei hij. “Wat?” Hij liep naar me toe. “Glimlachen.” Hij knielde bij me neer. “Dan word jij zo mooi,” zei hij.
“Verschrikkelijke slijmbal,” hoorde ik Joyce roepen. Lucas glimlachte. “Absoluut, Joyce,” zei hij, mijn haar strelend. “Oh, ik had in bed moeten blijven,” hoorde ik Jonas roepen. Lucas glimlachte weer en stond op. “Jaloers?” vroeg hij, naar zijn broertje lopend. “Jaloers waar op?” vroeg hij. “Dat mijn aanstaande drie keer mooier is dan de jouwe.” Hij kuste me.
“Ik weet niet naar wie jij kijkt hoor, Cas, maar de mijne is mooier,” riep Jonas. “Juist. Sophia, voordat dit een wedstrijdje wordt tussen de twee broertjes hier, zullen wij eens gaan shoppen?” Ik glimlachte naar Joyce. “Ik zou wel willen, maar non hè. Geen geld.”
Lucas liep naar zijn jas en pakte er een pinpas uit. “Ik heb geld,” zei hij, die in mijn hand leggend. “Dat kan ik niet aannemen,” zei ik. “Je bent mijn meisje. Ik wil voor je zorgen.” Ik zuchtte. “Ik wil ook voor mezelf kunnen zorgen.” Lucas knikte. “En dat ga je ook kunnen. Maar nu wil ik je gewoon even verwennen,” zei hij, me omhelzend.
“Dat was te veel informatie,” zei Jonas lachend. “Ach, houd je mond,” zei Lucas zacht lachend. “Wat jij niet snapt, hè, Sophia,” begon Joyce. “Nu kunnen we hem arm shoppen.” Ze trok me mee. “Maar eerst ga ik jou in een van mijn outfits stoppen, want… ik ga niet winkelen met een non.” Ze keek me aan. “Niet lullig bedoeld.”
Weken waren verstreken. Waarin Lucas en ik besloten om mijn halfbroer om hulp te vragen. Hij zette me af bij de kerk. “Moet ik niet met je mee?” vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd. “Nee, ik moet dit zelf doen.” Met een paar keer diep ademhalen stapte ik uit.
Met droge mond en trillende handen liep ik de oude kerk in. Hier was ik opgegroeid.
Vader zou elk moment binnen kunnen lopen. Dat gevoel beangstigde me. Ik was nog effectief non en opgevoed om altijd gehoorzaam te zijn aan mijn vader. Ik keek om me heen. De vertrouwde houten bankjes. De sierlijke ramen. Het altaar. De kaarsjes in de hoek met daarnaast de donatiebak. Het biechthok aan de andere muur. En daarnaast de aflatenbalie. die nu ongebruikt leek.
Ik voelde een arm om me heen. Ik keek naast me. Lucas was toch naar binnen gekomen. “Dit kun je,” zei hij en kuste me op mijn wang. “Wat als Peter ons afkeurt?” vroeg ik. Lucas kuste mijn slaap. “Dan zoeken we iemand anders die ons wel kan helpen,” zei Lucas. “Of we vluchten en breken met het geloof,” zei hij. “Ik raak jou niet meer kwijt, Sophia.”
Met trillende handen klopte ik op de deur. “Hij is er niet,” zei ik een seconde later en wilde omdraaien. Maar Lucas stopte me. “Niet bang zijn,” zei hij, mijn haren strelend. De deur ging open en mijn broer stond voor mijn neus. Zijn gezicht was gelijnder dan de laatste keer dat ik hem zag. Hij was ouder geworden. Maar hij lachte vriendelijk naar ons.
“Dus de geruchten zijn waar,” zei hij geamuseerd. “Je bent echt weggelopen uit het klooster?” Hij glimlachte warm. “Ik wil trouwen, Peter,” zei ik. “Gelijk to the point,” antwoordde hij. “Kom binnen.”
Hij leidde ons de sacristie in, de privévertrekken van een priester. “Woon jij hier nou?” vroeg ik verbaasd, zijn beslapen bed ziend. Toen ik nog thuis woonde, zo’n 4 jaar geleden, wilde hij niet in de kerk wonen. Hij vond het prima thuis bij mijn ouders.
“Ik was het niet eens met vader toen hij je weghaalde,” zei hij. “Dus ben ik vertrokken de dag erna.” Hij glimlachte naar me. “Jij was altijd al anders dan de anderen. Levendig. Ondeugend. Grappig. Een honger voor het leven. En de liefde,” zei hij. “Jij was altijd mijn lievelingszusje. Ook al kan het niet, deed jij me denken aan mijn eigen moeder. Die is ook zo.”
Hij ging achter zijn bureautje zitten. “Jij wilt breken met je eed?” vroeg hij. Ik knikte. “Ik wil trouwen,” zei ik resoluut. “Nog altijd met die acteur?” zei hij, Lucas opmerkend. “Regisseur,” zei Lucas. “Nou ja, in opleiding dan,” vulde hij aan. “Goed, die artiest.” Peter grijnsde.
“Ik kan niet wachten dat aan pa te vertellen,” mompelde Peter. “Je bent beëdigd non, Sophia,” zei mijn broer. “Wat maakt dat nou uit?” briesde Lucas. “Ik houd van haar. Zij van mij en we willen samen voor altijd verder. Wat heeft haar leven als non daarmee te maken?” beet Lucas.
Peter ging achterover zitten. “Vurig.” Ik zag Lucas bozer worden. “Wat ik bedoel: in de kerk kan zij niet trouwen. Ze heeft een eed afgelegd. En de katholieken nemen die heel serieus. Als jij met haar trouwt, zal ze in de kerk en in het dorp en waarschijnlijk ook het jouwe met de nek worden aangekeken,” legde Peter uit.
“Dus? We kunnen niet trouwen?” vroeg Lucas. “Tuurlijk kunnen jullie dat. De wet maakt het geen sikkepit uit of je trouwt met een non of met een lid van lichte zeden,” zei Peter. “Maar?” hoorde ik in zijn stem.
“Maar dan zijn jullie of de buitenbeentjes in deze gemeenschap. Jullie hebben een paar opties. Je trouwt voor de wet en de gemeenschap haat jullie, of verhuizen en begin opnieuw. Maar als jullie hier willen blijven, is er 1 optie.”
Peter keek me aan. “En die is?” vroeg ik. “Je eed laten annuleren,” legde hij uit. “Maar Sophia, dat is heel moeilijk. Dat is een kerkelijk tribunaal bestaand uit je abdis, een hoog geplaatste lokale kanunnik en een gezant van de paus.”
Ik knikte. “Zij zullen je aanhoren. Lastige vragen stellen. Mensen ondervragen uit de omgeving. En dan neemt Rome een besluit. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet je door mij een aanvraag doen. Dan gaan verschillende mensen je dossier door.” Peter zuchtte. “Dit is een tijdrovend proces. Maar als het je lukt, dan zal hooguit vader je niet meer willen zien.”
Lucas kwam naast me staan. “Het is simpel,” begon hij. “Of zij raakt die eed kwijt of wij verhuizen en dan zie je haar nooit meer terug. Maar ik zal je zusje trouwen,” zei Lucas vastberaden. Peter knikte. “Het zal niet makkelijk worden. En ik kan niet beloven dat het ons lukt,” zei hij.
“Kun jij beloven dat je het probeert?” vroeg Lucas. “Ja. Dat wil ik jullie wel beloven. Ik zag altijd al hoe gelukkig jij mijn zusje maakte,” zei hij. “Ik was te jong om mijn moeder van dat eenzame bestaan te behoeden. Maar voor mijn favoriete zusje ben ik nog niet te laat.” Peter stond op. “Ik doe die aanvraag vandaag nog. Je hoort van me. Aannemend dat jullie samen wonen.” Lucas keek naar mij. “Ze logeert bij mijn broertje,” zei hij. “Nou ja, officieel dan,” zei hij rood wordend.
Peter lachte. “Ik snap het wel,” zei hij glimlachend. Het was wel waar. Lucas en ik woonden zo goed als samen. Ik was meer bij hem dan bij Jonas en Joyce. We hadden afgesproken te wachten met intiem zijn tot onze bruiloft. Dus meer dan gewoon samen tijd doorbrengen, kusjes en strelen was het niet. Maar het was tijd samen. En het was heerlijk.
Hand in hand liepen we de kerk uit. Toen we door de straat liepen hoorde ik al gefluister. Het kon me niet deren. Ik was bij Lucas. En wat er ook zou gebeuren, hij wilde met mij trouwen hoe dan ook. Ik voelde me zo sterk met hem. Alsof ik ijzer met mijn blote handen zou kunnen breken.
Maanden gingen voorbij. Op een mooie zomerse dag waren we in het park. Lucas had een picknick voor ons gemaakt. Hij zat op het kleed en ik lag met mijn hoofd in zijn schoot op het kleed. Lui en bijna ondoordacht streelde Lucas mijn haren terwijl we samen genoten van de warme zon. Ik voelde me volmaakt op dat moment.
“Daar zijn jullie.” Hoorde ik achter ons. Zuchtend ging ik rechtop zitten. “Wat is er, Peter?” vroeg ik. “Ik heb nieuws. Ik weet niet hoe we dit moeten zien, maar Rome heeft ingestemd op een tribunaal. Dit zal over een maand plaatsvinden,” zei hij.
Lucas stond op. “Wacht even. Dus zij hebben bijna een half jaar nodig om te ontdekken of ze wel naar haar willen luisteren, maar wij hebben maar een maand om het voor te bereiden?” Peter knikte.
“Maar ik had dit al verwacht hoor,” zei hij. “Dus was ik al bezig met voorbereidingen. Ja, stout hè? Ik moet eens bij mezelf te biecht gaan, geloof ik,” zei hij grijnzend. “O, dat wil ik zien,” zei ik plagend. “En hier dacht ik dat het kloosterleven je gehoorzamer had gemaakt,” zei Peter grinnikend.
“Kom maar met mij mee,” begon hij. “Dan bespreken we onze tactiek.” Hand in hand liepen Lucas en ik achter Peter aan. In de sacristie ging hij zitten en maande ons dat ook te doen. “Ik zal je advocaat zijn. Omdat dit niets met de wet te maken heeft, mag dat,” legde hij uit.
“Zij zullen er alles aan doen om of je te laten afzien van je eedbreuk of Rome het te laten verbieden. Ze zullen mensen laten aanhoren die kunnen bewijzen dat je non moet blijven,” legde hij uit. “En wat kunnen wij ertegen inbrengen?” vroeg Lucas. “Wij kunnen mensen vragen. Zoals die agente, Angela, die de aflatenhandel onderzocht. Joyce, jouw beste vriendin. Jou, Lucas. En we kunnen vertellen hoe jong je nog bent en dus dat je nog kinderen kunt krijgen.”
Lucas haalde zijn schouders op. “En wat is daar belangrijk aan?” vroeg hij. “De kerk wil meer mensen. Als zij kinderen krijgt, betekent dat mogelijk nieuwe gelovigen,” legde hij uit. “Weten ze dat ik niet gelovig ben?” vroeg Lucas. “Ga daar maar wel van uit, ja,” zei Peter. “En ga er maar van uit dat ze dat gaan aangrijpen.” Lucas knikte.
“Kunnen ze haar dwingen terug te gaan?” vroeg Lucas. Ik zag angst in zijn ogen. “Wel een beetje. Ze kunnen haar eed intact houden en haar met klem vragen terug te gaan. Maar Sophia kan besluiten daar geen gehoor aan te geven.” Lucas knikte naar mijn broer. “En dan?” vroeg hij. “Als Sophia besluit weg te blijven, kunnen jullie niet katholiek trouwen. En zullen jullie hier gehaat worden, zoals ik al eerder vertelde.” Lucas haalde zijn schouders weer op. “Zo lang ik haar maar bij me heb.” Peter knikte. “Ik ga dit zo hard bevechten als ik kan,” beloofde hij.
De maand voorbereiding vloog voorbij. Voor ik het wist was het de dag van de zitting. Gekleed in mijn habijt stond ik voor de deur. Peter vond traditionele kleding het verstandigste. Zo liet ik respect zien. Ik had de nacht niet bij Lucas geslapen maar was bij zijn broer en Joyce gebleven. Jonas had me de gehele dag al geplaagd met mijn habijt. Hij noemde me een mislukte pinguïn. Ik kon er wel om lachen. Maar nu in de gang van de kerk bonsde mijn hart luid van de spanning.
“U mag binnenkomen,” zei een onbekende geestelijke mij. Met knikkende knieën liep ik binnen. De kerk was omgebouwd. Op het altaar stond een lange tafel. Daaraan zat de abdis. De kanunnik van de regio. De aartsbisschop. En twee voor mij onbekende heren. Mijn broer zat in de voorste kerkbank. Twee banken achter hem zaten alle nonnen. Daarachter zaten Jonas, Joyce en Lucas. Aan de andere kant van het gangpad zaten mijn ouders, broers en zussen.
Zo te zien had ik er weer een zusje bij en was er een kind op komst. Verscheidene buren zaten ook aan zijn kant. Aan mijn kant zaten ook een paar mensen die ik herkende als mensen van het toneelstuk van jaren terug. Kortom de kerk was flink gevuld.
Ik liep naar Peter en ging naast hem zitten. “Allen staan voor de eerwaarde,” zei de man die me had binnengelaten. Iedereen stond braaf op. Een oude man in een priestergewaad met rode siersels liep naar de spreekstoel, hij maande iedereen tot zitten zoals een rechter zou doen.
“Ik begin maar direct. Zuster Sophia,” sprak hij. Ik stond op. “Ja, eerwaarde?” zei ik. “U wenst uw eed te breken?” Ik knikte. “Ja, eerwaarde, dat wens ik,” sprak ik uit. “Waarom?” zei hij. “Ik heb de eed nooit vrijwillig willen afleggen. Mij werd simpel duidelijk gemaakt geen keuze te hebben. Ik moest boeten voor de liefde in mijn hart,” legde ik uit. “Ga verder,” zei de man.
Ik slikte en vervolgde mijn verhaal. “Ik heb drie jaar geprobeerd een goede non te zijn. Met wat uitdagingen nagelaten. Maar toen de man waar ik liefde voor koesterde terugkwam in mijn leven veranderde dat. Eerst bevocht ik dat, maar…” Ik slikte weer. “Maar… zuster?” vroeg hij. “Maar toen hij mij ten huwelijk vroeg. Ja, toen kon ik niet meer blijven. Met andere woorden, eerwaarde. Ik wens te trouwen.” Ik nam diep adem. “En om dat te kunnen moet ik mijn eed breken.” De man keek me aan. “Gaat u zitten, zuster.”
Hij keek naar de andere kant. De abdis stond op. “Uw kijk, mevrouw,” zei hij. “Zuster Sophia spreekt van dwang. Maar ik was bij haar inhuldiging. Ze nam haar eed wetende dat ze vanaf dat moment in dienst van onze Heer trad. In mijn optiek vrijwillig,” zei ze en ging weer zitten.
“Eerwaarde, als ik mag?” zei Peter. “Spreek,” zei de man. “Ik wens Joyce De Waal op te roepen.” De man knikte. “Als u wenst,” zei de oude man. Joyce stond gelijk op en liep naar voren. “Start uw vragen,” zei de man. Mijn broer knikte. “Joyce. Jij kent Sophia al een tijd?” vroeg hij. “Ja, al sinds ons 16e, dus bij a 5 jaar,” zei ze.
“In die tijd zijn jullie goede vriendinnen geweest. Heeft zij ooit gesproken over het klooster in willen?” vroeg hij. “Nee. Ze wilde actrice worden. Toen ze Lucas ontmoette wilde ze samen met hem en mij films op gaan nemen. En het theater in,” zei ze.
“Dus dromen zat. Maar u wist hoe gelovig haar familie is. Zou ze dat kunnen, theater?” vroeg Peter. “Dat weet ik niet. Ik weet dat ze naar die vrijheid snakte. Haar vader geloofde de oude schriften. Wij nieuwere. Sophia wilde wel geloven maar op de manier van onze familie. Waar ze nog wel God kon eren maar ook haar dromen kon waarmaken. En vooral kon houden van wie haar hart koos,” zei Joyce. “En had haar hart al gekozen?” vroeg Peter.
Joyce knikte. “Ze viel als een blok voor mijn klasgenoot Lucas. En hij voor haar. Lucas vertelde mij zelfs dat zo gauw ze 18 was hij met haar wilde samenwonen. En misschien zelfs trouwen,” zei ze. “Waarom gebeurde dat dan niet?” vroeg Peter.
“Ze werd betrapt in haar liefde voor mijn nu zwager. Door haar vader. Verder weet ik niet. Ik heb haar daarna niet meer gezien,” zei ze. “U ziet het, eerwaarde. De wens om met de man die haar hart koos samen te zijn. Was er al voor haar eed.”
De vertegenwoordiger van het klooster stond op en stelde Joyce wat vragen over mijn zogenaamd onzedelijk gedrag. “Ze verborg haar zogenaamde grote liefde voor haar familie toch?” vroeg hij. “Ja. Maar wat had jij gedaan als je verliefd was geworden maar je van je vader niet eens naar jongens mocht kijken?” vroeg Joyce. De gezant van Rome leek te knikken. Joyce werd bedankt.
De vertegenwoordiger van het klooster riep mijn vader op. “Waarom bracht u uw dochter naar het klooster?” vroeg hij. “Om haar te behoeden. Ik had haar en die acteur gevonden. Hij betaste haar. Ik moest haar behoeden voor het leven als Jezabel,” zei hij. “Geen verdere vragen, eerwaarde,” zei de advocaat grijnzend.
“O maar ik wel,” zei Peter. “U noemde het betasten, hè?” vroeg hij. “Absoluut, hij had haar bovenkleding verwijd,” zei mijn vader. “Eerwaarde, mag ik zuster Sophia hierover opheldering vragen?” De oude man knikte. “Zuster. Was deze situatie ongewenst? Want als wij spreken over betasting is dat het geval,” zei hij. “O nee. Het was misschien iets te vroeg om elkaar zo toe te laten. Maar ongewenst was het niet. Het was eerder een opwelling van hartstocht,” zei ik.
“Dank u wel, zuster,” zei hij. “Was het niet dat u een half jaar na dit moment zuster Sophia zonder haar medeweten of zelfs goedkeuring naar het klooster bracht?” vroeg mijn broer. “Ze kreeg haar habijt. Ik denk dat ze het wel wist,” beet mijn vader. “Goed, ze wist het. Maar stemde ze in?” Hier antwoordde vader niet op. “U mag gaan,” vervolgde de oude man.
Nu was het de beurt aan Lucas. Hij liep naar voren. Toen hij langs me liep pakte hij heel snel even mijn hand. “Meneer De Witte,” zei de advocaat van het klooster. “U bent de heer in kwestie geloof ik,” zei hij. “Dat is meer een observatie,” zei Lucas. “Goed dan. U bent de man waar een beëdigde zuster mee wil trouwen. Gelooft u wel in de Heer?” vroeg hij.
“Nee. Maar ik geloof dat liefde belangrijk is,” zei Lucas. “U heeft toch na zuster Sophia liefgehad een zekere Yara Goodman?” zei hij. Lucas had me over zijn ex verteld. Ik schrok niet eens. “Ja. Men doet rare dingen als hij zijn enige echte liefde probeert te vergeten omdat ze volgens het dorp non is geworden,” begon Lucas. “Ik koos voor het proberen te vervangen van Sophia,” vulde hij aan. “Geen verdere vragen.”
Peter stond op. “Ik denk dat er meer aan die vraag zit, mijn waarde collega. U zei meneer De Witte om haar proberen te vervangen. Lukte dat niet?” vroeg Peter. “Dat kun je wel stellen. Yara was leuk. Maar Sophia? Sophia is zo veel leuker. En zo veel liever, mooier, grappiger. Kortom. Sophia is niet te vervangen,” zei hij mij aankijkend. “U zegt volgens het dorp was ze non. Hoe wist u dat dan zeker?” vroeg Peter. “Dat wist ik niet. Ik wist alleen dat ik haar nooit meer zag. Niet bij Joyce. Niet in het dorp waar ze woonde. Waar ik nu elke dag was. Gewoon om haar te zien,” zei Lucas.
“Wat deed u toen?” Lucas keek mij aan. “Ik ben regisseur. Scenarioschrijver en acteur,” begon hij. “Ik schreef een film over een jonge vrouw die twijfelde om non te worden. Zo dat ik bij wijze van research kloosters kon bezoeken,” ging hij verder. “Bezwaar,” riep de advocaat van het klooster. “Relevantie?” zei hij. “Lijkt mij helder, eerwaarde. Mag mijn vraag volledig beantwoord worden voor u bezwaar toewijst of afwijst?” zei Peter. De oude man knikte.
“Ga verder, meneer De Witte.” Hij knikte. “Ik heb twee jaar klooster voor klooster afgezocht binnen- en buitenland. Alles om haar te vinden. Mijn broertje Jonas hielp mee. Hij vond een klein klooster 4 dorpen verderop. Ik was moe. Mijn hart gebroken. De angst leefde dat ik haar nooit meer zou zien. Dus ging mijn broertje. Hij vond haar. Mijn enige grote liefde,” vertelde Lucas. “Ik heb mijn film doorgezet. Gewoon omdat ik haar wilde zien,” zei hij. “Bezwaar afgewezen, relevantie is duidelijk,” zei de oude man.
“Daar vroeg u haar ten huwelijk, was dat spontaan?” vroeg mijn broer. “Een beetje. Maar ik meende het. Ik hield van haar, nee ik houd van Sophia. Met alles in mijn wezen. Ik wilde haar niet weer verliezen. Dus ja, ik vroeg haar ten huwelijk,” zei Lucas. “Voordat het vraagt ga ik verder,” zei hij. “Ze vertelde me dat het niet mocht. Ze wilde wel trouwen maar haar eed hield haar daar.”
Hij zuchtte. “Ik respecteerde dat. Dus heb haar achtergelaten hoe veel pijn mij dat ook deed,” zei hij. “Hoe komt ze dan nu hier?” vroeg Peter. “Ik vond haar in mijn decorbusje. Ik wilde niet weten waarom ze daar was. Ik wilde gewoon bij haar zijn.” Hij zuchtte weer. “Ze accepteerde mijn aanzoek. We hadden zo makkelijk weg kunnen lopen. En daarna trouwen. Een nieuw leven. Maar Sophia wilde het netjes doen. Daarom zijn wij nu hier,” legde Lucas uit.
“Als Rome beslist dat ze haar eed mag worden geannuleerd met als voorwaarde dat u trouwt voor de kerk.” Peter kon zijn zin niet afmaken. “Dan trouw ik haar voor de kerk. Ik wil met Sophia trouwen. Als dat met jullie God moet dan doe ik dat,” zei hij. “En als Rome zegt nee?” vroeg Peter. “Dan vluchten we. Dan beginnen we ergens opnieuw. Ik zal met haar trouwen. Het liefst met goedkeuring van jullie belangrijkste persoon, maar zo niet? Dan trouw ik haar alsnog,” vulde hij aan.
De abdis schudde haar hoofd. Mijn moeder werd al snel geroepen door de tegenpartij. Maar al snel bleek dat een fout van hun kant te zijn. “Ik ben zeker niet tegen haar trouwplannen,” zei mijn moeder toen haar dat werd gevraagd. “Ze is pas 21. Als ze nu trouwt kan ze kinderen krijgen.” Ze keek me aan. “Ze wil uit eigen wil trouwen. Hoe vaak gebeurt dat in onze kerk? Mijn oudste zoon moest trouwen omdat zijn vrouw zwanger was. Mijn één-na-oudste zal nooit gelukkig zijn met zijn vrouw omdat hij tegen Gods wil niet van vrouwen houdt.” Ze zuchtte.
“Mijn zoon Willem moet van mijn echtgenoot trouwen met het buurmeisje. Hij kan haar niet uitstaan. Dan hebben we hier mijn oudste dochter, ze heeft een charmante jonge man zelf gevonden. Ze wil trouwen met deze man. Dat zal kinderen maken vergemakkelijken omdat ze van elkaar houden. Moeten wij dat niet belonen? Het enige wat ze tegenhoudt is die eed. Annuleer die en laat haar gelukkig zijn.” Peter glimlachte. “Geen vragen, eerwaarde.”
“U mag nog 1 persoon oproepen.” zei de oude pastoor. “Dan roep ik zuster Sophia,” riep Peter. Nerveus stond ik op. “Goed dan, ik geef het woord graag eerst aan mijn tegenstander, eerwaarde,” zei Peter. De man stond op en grijnsde. “Zuster Sophia. Ik heb mensen uit uw jeugd gesproken. Leraren, buren. De oude priester. Ze zeggen allemaal hetzelfde,” zei hij. “Mooi meisje. Maar recalcitrant. Wispelturig. En druk alsof de duivel met haar speelde.” Ik keek hem strak aan. “Hoe weten we of dit niet iets spontaans is waar je over een jaar weer klaar mee bent?” vroeg hij.
Ik wist dat ik nu sterk moest zijn. “Ik hou al vanaf mijn 16e van hem,” zei ik vastberaden. Ik wilde meer zeggen maar de advocaat brak in. “Allemaal mooie woorden. Maar alle zusters die ik sprak zeiden dat je daar nooit over sprak.” zei hij “Je hoeft een gebroken hart niet uit te spreken om het te voelen,” beet ik. “Een gebroken hart zoals jij dat noemt laat sporen achter in iemands gedrag,” zei hij.
“De zusters kennen mijn dagelijkse leven. De grapjes. De ondeugendheden. De levenslust die ik bezit. Maar zij hoorden niet mijn nachten. De nachten waar ik mezelf in slaap huilde, omdat ik de mensen thuis miste. Mijn broertjes. Mijn zusjes. Mijn vrienden. Maar vooral mijn grote liefde,” begon ik. “Zij hoorden niet mijn gebeden naar de Heer. Waarin ik hem smeekte dat ik van hem mocht houden. En als dat van de Heer niet mocht smeekte ik hem dat ik Lucas nog een keer mocht zien.” Ik keek naar Lucas. “Ik ben nooit gestopt met van hem houden. Dus kan ik u garanderen dat dit niet spontaan is.”
De man knikte. “Allemaal leuk en aardig. Maar er zijn geen bewijzen van, hè?” zei hij. Ik zuchtte. “Sorry dat ik onderbreek,” zei Peter. “Maar de bewijzen zijn er,” zei hij. “Per toeval lag de cel van Sophia naast die van zuster Angela. Waar wij nu van weten dat zij niet beëdigd was. Zij had ’s nachts opnameapparatuur draaien. En dat heeft verschillende gebeden van Sophia opgenomen,” zei hij. “Mag ik die presenteren?” De oude pastoor knikte.
Peter pakte een apparaatje en klikte dat aan de versterker in de kerk. “17 maart,” sprak de stem van Angela. “Observatie dag 15,” vulde de stem aan. Na een paar seconden hoorde ik mijn eigen gesnik. “Heer. Ik wijd mij tot u. Ik wil hier niet zijn. Maar ik zal gehoorzamen. Dit is uw wil,” hoorde ik mezelf zeggen. “Heer, ik smeek u, laat mij hem nog een keer zien. Ik houd van Lucas, Heer.” Ik hoorde een klik. “Observatie dag 40. 11 april.” Weer hoorde ik mijn gesnik. Maar nu was het dieper. “Ik kan Lucas niet vergeten, Heer,” hoorde ik mezelf onnatuurlijk hoog zeggen. Alsof ik hard huilde. “Heer, ik smeek u. Mijn eed is nog niet afgelegd. Laat mij van hem houden, Heer. Ik smeek u.” Peter klikte het apparaat uit. “Er staan nog een stuk of 20 van deze smeekbedes op. Maar ik denk dat het wel duidelijk is?” zei hij.
“Ze legt hier zelf dat ze niet in het klooster wil zijn. Maar zal gehoorzamen,” zei Peter. “Aandoenlijk hoor,” riep de advocaat van het klooster. “Dit was het begin. Wie zegt dat ze het al die jaren zo gevoeld heeft?” Peter tikte op het apparaatje.
“Observatie dag 500. 19 november,” klonk Angela’s stem. “Heer, wat was het nut van zijn broer sturen? Moet ik u meer smeken? Ik heb gehoorzaamd. Ik heb tegen mijn wil de eed afgelegd. En u straft mij door zijn broer te sturen? Ik mis Lucas zo, Heer. Mag ik hem nog een keer zien? Alstublieft. Ik begrijp dat ik boete moet doen. Daarom heb ik ook, al wilde ik het niet, de eed afgelegd. Ik vraag u, ben ik u niet genoeg gestraft? Nog een keer, Heer, ik smeek u een laatste keer! Mag ik Lucas nog een keer zien?”
Peter keek de ruimte rond. “Ze geeft hier meer toe. Het niet willen toetreden. Maar zuster Sophia is hier duidelijk zwaar overstuur. De kant van haar die ze verborgen hield. Om iedereen om haar heen gelukkig te maken,” zei Peter. “Maar vraagt u nu gerust door hoor.” De advocaat brieste door zijn neus. “Geen vragen meer, eerwaarde,” zei hij.
Peter liep mijn kant op. “Ik heb er een paar, zuster. Waarom liep u weg? U had zich duidelijk neergelegd bij uw situatie.” vroeg hij. “Ik liep weg omdat ik van mijn vriend houd.” Ik zocht Lucas’ ogen weer op.
“Omdat ik van hem houd. en als de Heer mij mijn wens geeft om hem nog een keer te zien. En mij dan ook nog eens beloont zodat ik hem lange tijd kan zien. Bedacht ik door een klein duwtje van zuster Angela. Dat zijn huwelijksaanzoek misschien een teken was van de Heer dat ik genoeg boete had gedaan en dat ik hem mocht houden.” Ik zuchtte. “Ik liep weg omdat ik zijn liefde wilde. Misschien is dat egoïstisch. Maar mijn hart schreeuwt om Lucas.”
Nu was het weer de beurt van het klooster om getuigen op te roepen. Ze begonnen met zuster Elisabeth. Een non van ongeveer 40, ze had een ovaal gezicht met bruine ogen en een spitse neus. Ze was een strenge non. Ze had haar oog op het overnemen van de baan van abdis als de huidige zou overlijden.
“Zuster Elisabeth,” begon de advocaat van het klooster. “Vertel over het dagelijkse leven van zuster Sophia,” vroeg de advocaat. “Tja, wat kan ik zeggen,” begon ze. “Ze leek niet bedroefd als we haar zagen. Ze was ondeugend. Zong tussen de missen door. Is betrapt in het verborgen gedeelte. En geen enkel moment leek ze er droevig onder,” zei ze. “En ineens is daar die filmregisseur en wil ze weg?” Ze keek me aan. “Ik vind het vreemd. Ik heb haar nooit over iemand buiten het klooster horen praten.” Peter stond op en liep naar haar toe.
“Zou het niet kunnen dat hij er wel altijd was. Maar dat ze dat verborg?” vroeg hij, hopend de situatie te redden. “Dan verborg ze dat extreem goed,” zei ze. Ze werd geëxcuseerd. De abdis glimlachte breed. Ze leek te denken dat ze nu zou winnen.
Na Elisabeth werd mijn oude juf opgeroepen. “Mevrouw De Bruin,” zei de advocaat. “Vertel ons eens over de jeugd van Sophia,” zei hij. “Ze was wispelturig. Vooral na dat ze die Joyce ontmoette. Ineens wilde ze acteren. Ineens wilde ze zingen in het schoolkoor. En huiswerk, begin daar maar niet over.” De advocaat leek in zijn nopjes. Nog een half uur ondervroeg hij mijn lerares. Die me compleet afschilderde als een losbandige wispelturige vrouw.
Ze ondervroegen nog een paar zusters. Die ook verklaarden dat als ik echt van Lucas hield dat ik het verborgen hield. Een van de zusters verklaarde zelfs dat ik Lucas gebruikte om weg te komen bij het klooster. Na nog een uur of 4 was het tijd voor de slotwoorden van beide raadslieden.
De advocaat van het klooster was eerst. Hij stapte naar voren. “Eerwaarde en zeer gewaardeerde gezant. Ik trek niet in twijfel of zuster Sophia wel of niet van de heer De Witte houdt. Ik trek in twijfel of zij wel vrij mag kiezen. Ze heeft de eed afgelegd. En daardoor koos zij voor een leven in dienst van de Heer. Ik vraag u goed te kijken naar de vraag voor u. Als zuster Sophia haar eed mag breken. Wat weerhoudt anderen dan van hetzelfde doen als zij even niet tevreden zijn met hun leven?” Hij keek de tafel langs. “Dank u,” zei hij.
Peter liep naar het midden. “Ik vraag u om te kijken naar de bewijzen. In haar eigen gebeden vertelt zij de Heer dat zij niet in het klooster wilde zijn. En dat haar eed ook niet vrijwillig was. Hoe zij gebukt ging onder verdriet. Wie zegt dat het Gods wil niet was dat het pad van deze twee elkaar kruisten?” vroeg hij.
“Het is niet om anderen aan te zetten hetzelfde te doen als dat Sophia wil. Het is haar te doen om vrij te zijn in haar keuzes. Voor het eerst in haar leven. En haar keuze leidt haar naar de aardse liefde. Bevrijd haar van haar eed. Want als God dat kan door hen samen te brengen. Waarom kan Rome dat niet?” Hij knikte kort. “Dank u voor uw tijd.”
We liepen al snel de kerk uit met geheven hoofd. Maar nog altijd voelde ik angst. Wat ging er nu gebeuren? “En nu?” vroeg Lucas. “Wachten, ben ik bang. De gezant zal de documenten van de hoorzitting meenemen naar Rome, daar de paus het laten zien. En hij zal schriftelijk uitspraak doen,” legde Peter uit. “Hoe lang duurt dat?” vroeg Lucas. “Weken. Tot maanden maar ga maar uit van maanden. De paus is niet zo snel,” vertelde Peter.
“En tot die tijd?” vroeg Lucas. “Tot die tijd geduld hebben,” legde mijn broer uit. “Moet ze weer terug?” vroeg Lucas angstig. Peter schudde zijn hoofd. “Nee. Nee, Sophia hoeft niet terug. Tenzij ze dat wil.” Ik schudde mijn hoofd. “Geen haar op mijn hoofd,” beet ik.
Peter glimlachte. “Dat dacht ik al. Luister, ik krijg de uitspraak. Ik zal jullie op de hoogte stellen.” Lucas keek mijn broer aan. “Als het negatief is?” vroeg hij. “Dan is zij in de ogen van onze kerk niet in staat te trouwen. Maar ze kunnen jullie niet tegenhouden. Ze wordt alleen geëxcommuniceerd.”legde peter uit “Geëxcommuniceerd?” vroeg Lucas. “Ze zal in de ogen van de kerk en onze dorpen een zondares zijn. En verkeerd,” legde Peter uit. “Daar kan ik mee leven,” zei ik. “Dat vermoedde ik ook al,” zei Peter lachend. “Ik zie jullie nog wel,” zei hij.
De weken en maanden die volgden deden we leuke dingen. Boswandelingen maken. Naar pretparken. Naar de film. Alles om maar niet aan de angst te hoeven denken die we beide voelden. De wat als de paus nee zei. Ik betrapte Lucas erop dat hij naar huizen keek in de grote stad. Hij had er dus niet veel vertrouwen in.
Als ik boodschappen deed keek niemand me aan en hoorde ik gesmiespel achter mijn rug. Het deerde me niet zo. Lucas was anders. Als hij meeging frustreerde hij zich mateloos eraan. Ik moest hem dan altijd wat kalmeren. Ik zei dan dingen als: “We hebben elkaar en we hebben een paar vrienden. Laat hun maar kletsen.”
Op de middag voor Kerst ging hij met me mee. Het was bitterkoud, een graad of -4. Hij wilde niet dat ik alleen zou gaan. Hij vond het eng als het glad was dat ik zou rijden. Een dikke laag verse sneeuw lag op de straten. Ik hoorde het gefluister al. Ook al was het koud. De roddelmoedertjes van het dorp waren toch buiten. Ik zag Lucas’ kaak spannen. “Laat ze nou. Ze hebben de hele dag niets anders te doen dan schoonmaken, wassen en voor de kinderen zorgen. Gal spuien door roddelpraatjes is het meest vermakelijke dat ze op een dag doen,” zei ik, zijn hand pakkend.
We liepen langs de winkels waar huisvrouwen hun laatste Kerstinkopen deden. Een groepje van vijf klitte bij elkaar en waren luid hun grieven over mij aan het uiten. “Onbeschoft,” zei er een. “Jij noemt dat onbeschoft? Het is je reinste ketterij. Liefde boven de Heer verkiezen,” zei een tweede hoofdschuddend.
“Nou wat je zegt. Voor heidenen zoals zij zouden folteringen weer ingevoerd moeten worden,” hoorde ik. Ik probeerde Lucas kalm te houden. “En zouden hekstests weer ingevoerd moeten worden!” beet de vijfde. “Op de brandstapel ermee!” riep de eerste. Dit schoot Lucas in het verkeerde keelgat. “Zeg dat recht in mijn gezicht,” beet hij. “Durven jullie niet, hè?” beet hij. De straat vulde zich al snel. “Stelletje lafbekken!”
“Kom, Lucas. We gaan boodschappen doen en dan naar Joyce en Lucas. Kom op,” zei ik. Even leek het hem te kalmeren. Hij knikte en maakte aanstalten om de supermarkt in te gaan. “Je hebt gelijk,” begon hij. “Ik ga lekker voor jou koken deze Kerstavond,” zei hij, mijn wang kussend.
“Kerst?” riep een van de omstanders. “Jullie willen Kerst vieren? Jullie verdienen de heilige feestdag niet,” beet dezelfde man. “Nee. Werktuigen van de duivel, dat zijn jullie!” riep een andere man. Al snel werden er sneeuwballen naar me gegooid. Die met de bal harder werden. Lucas probeerde ze voor me op te vangen.
Nog een minuut of tien probeerde ik weg te komen uit de vuurlinie. Maar elke keer stapte er iemand voor mijn vluchtroute. Na 3 minuten wist ik weg te komen. Tenminste dat dacht ik. Toen ik langs een heer liep van ongeveer 30 jaar voelde ik iets tegen mijn huid. Het deed pijn en leek mijn huid te scheuren. Ik greep naar mijn wang. Daarna stond Lucas in een flits naast me.
“NU ZIJN JULLIE TE VER GEGAAN!” schreeuwde hij. “Hoe durven jullie? DIT ZAL JULLIE BEZUREN!” schreeuwde hij. Ik legde mijn hand op mijn wang. De plek voelde nat. Toen ik mijn hand terugtrok zat die onder het bloed. “Haar met de nek aankijken. Roddelen en namen noemen tot daaraan toe!” bulderde Lucas. “Maar niemand. NIEMAND heeft het recht haar te verwonden!” Hij wilde iemand vastgrijpen maar een dorpeling hield hem tegen. Ik herkende hem als Leon. Een oude buur van mijn ouders. en de oude huisarts van mijn oude dorp
“Rustig,” zei hij. en trok ns een stukje verder op zichting zijn huis. Zijn dochter, een jonge vrouw iets ouder dan ik, legde een zakdoek op mijn wang. om het bloeden te stoppen. lucas maakte aanstalte om weer terug te lopen. “Ze zijn het niet waard,” zei Leon. “Sophia is gewond!” beet Lucas. “Ja. maar focus nu op wat Sophia nodig heeft en niet wat ze haar gedaan hebben,” zei hij. “Kom,” vulde Leon aan. “Ik kijk haar even na thuis. En daarna dineren jullie feestelijk bij ons,” zei hij. “Kom maar mee.”
Leon leidde ons naar een huisje midden in het dorp. Het was van rode bakstenen. Het had een verdieping. En ik telde maar 3 ramen. De voordeur was rood geschilderd en had nu een mooi versierde groene krans hangen. “Kom binnen,” zei Leon. “Kom eens hier, Sophia.” Hij haalde de zakdoek van mijn wang en pakte een vergrootglas. “Mooi, geen stukjes glas in de wond. Ik zal hem schoonmaken en verbinden. 2 weekjes en je ziet er niets meer van,” zei hij.
“Mooi,” brieste Lucas. “Maar Leon. Het dorp zal je nu buitensluiten.”vertelde ik “Ze doen maar,” zei hij. “Ze leren allemaal dat vergeving en mededogen bij hun geloof hoort. Maar allemaal te hypocriet om het ook echt te doen.” zei hij. “Ze haten je omdat je voor hem koos,” zei hij. “Ik begrijp het wel. Jullie kant dan hè. Zo als jullie naar elkaar kijken,” zei hij. “Geen heer zou daar tegen zijn.”
Hij pakte een wattenschijfje en deed er een doorzichtige vloeistof op. “Ik moet haar even pijn doen.” Hij legde het wattenschijfje op mijn wang. De snee prikte hevig. Lucas leek het daar moeilijk mee te hebben. Na het schoonmaken van de wond plakte hij er
pleisters op. Die ook prikten. “Het is even niet mooi. Maar het moet maar,” riep hij. “Wat als ze haar nou een litteken hebben gegeven?” vroeg Lucas woedend. “Het was een klein stuk glas die hij gebruikte, het is maar een huidlaag. Dat zie je niet meer zo,” zei Leon.
“Dat kunnen ze beter hopen,” riep Lucas. “Als ze er een litteken aan overhoudt heb ik een maat bij de politie!” Ik pakte zijn hand en kuste die. Dit kalmeerde hem een beetje. “Kom, we gaan eten en jullie vertellen me eens alles over jullie.” Het diner was gezellig. We kletsten, haalden herinneringen op. En aten het heerlijke gerecht wat Amethist, de dochter van Leon, had gemaakt. Op het hoogtepunt werd er op de deur gebonsd. “Blijf hier,” beval Leon.
Hij liep naar de deur. Na een minuut kwam hij terug, gevolgd door Peter. “Goedenavond samen,” zei hij. “Ach meneer pastoor, eet u toch mee,” zei Amethist. “Ach nee, het is heel vriendelijk maar ik heb al gegeten. Ik kwam dit aan mijn zus geven en de roddelpraatjes van het dorp vertelden me dat ze bij de oude dokter was,” zei hij grijnzend.
Hij gaf me een envelop. “Is dit?” vroeg ik. Hij knikte. “Het antwoord van Rome.” Met trillende vingers opende ik de gelige envelop. Er in zat een brief op dik gelig papier.
“Geachte zuster Sophia.” Ik ademde zwaar en las verder. bang voor het andwoord omdat ze begonnen met ‘zuster’ “Na lang beraad en zorgvuldig overwegen en het nakijken van uw dossier.” Las ik. “Is zijne excellentie de paus tot het volgende antwoord gekomen.” Ik likte mijn droge lippen. “Vanaf heden bent u gestript van uw eed!” Ik keek Lucas aan. “U bent vanaf het ontvangen van deze brief geen beëdigde non meer.” Tranen sprongen in mijn ogen. “U bent vrij om uw leven buiten het klooster te leven en uw huwelijksplannen voort te zetten. Hij wenst u veel geluk en vruchtbaarheid toe.”
Ik keek naar Lucas. “Ik ben vrij. We kunnen zonder problemen trouwen.” Ik keek de kamer rond. “Ik ben geen non meer!” riep ik uit. Lucas omhelsde me. “We kunnen trouwen!” riep ik nu luid uit. Hij zoende me.
“Peter. Zou jij ons de eer willen doen om ons huwelijk te voltrekken na nieuwjaar?” vroeg Lucas. “Ja natuurlijk,” zei hij. “Iemand die mijn zusje zo laat stralen? Die laat ik graag toetreden in mijn familie.” Lucas hield me met een arm dicht tegen zich aan. “Dank je wel Peter. Voor alles,” zei hij. “Maak haar gelukkig. Dat is de beste manier om me te bedanken,” zei hij.
Leon kwam bij ons staan. “Reden voor een groter feest dus.” Ik knikte. “Ja. Ik ben weer gewoon Sophia. En ik mag verliefd zijn op mijn verloofde,” zei ik Lucas aankijkend. Hij kuste me. “Gefeliciteerd,” zei Leon. “Wacht hier, ik ben zo terug.” Hij liep de deur uit.
Na een half uur kwam hij weer binnen. Hij werd gevolgd door Jonas en Joyce. “Ik dacht dit vraagt om een familiefeestje,” zei Leon grijnzend. Hij liep naar Amethist en leek wat te overleggen. “We hoorden dat er reden was tot feest?” vroeg Jonas. Lucas knikte en
nam me in zijn armen. “Sophia is met de zegen van Rome van haar eed verlost,” zei hij.
Het kostte Joyce even maar toen het ook bij haar binnenkwam sprong ze wild op en neer. “Oeehhh,” riep ze. “Dat betekent dat jullie met zijn zegen mogen trouwen?” vroeg ze. Ik knikte. “Gefeliciteerd,” riep ze ons in de armen springend. “Nu hè worden we zusjes,”
riep ze enthousiast. Ze keek naar Lucas. “Ja ach dat ik jou daar dan bij krijg. Als het dan moet,” zei ze plagend.
“Ik heb nog iets,” riep Leon. Hij kwam samen met Amethist naar ons toe. Hij pakte mijn hand en legde daar een sleutel in. “Wat?” vroeg ik. “Jullie verdienen een eigen plek. En ik mis mijn eigen huis. Waar Amethist geboren is, waar ik gelukkig was met haar moeder. in mijn eentje daar wonen kan ik niet meer. Maar met mijn dochter bij me is het geen probleem,” zei hij.
“Enige is dat jullie even moeten wachten tot al onze spullen weer in mijn oude huis staan,” zei hij grinnikend. “Nee. Dat is te veel,” zei Lucas. Leon schudde zijn hoofd. “Niks daarvan. Ik sta erop.” Hij keek om zich heen. “Het is niet veel. Maar voor een beginnend gezin is het genoeg.”
Ik omhelsde hem. “Dank je wel.” Hij keek de kamer rond. “Nou, waar wachten we nog op. We hebben wat te vieren!” De verdere avond was gevuld met gelach. Drank. En een spontaan sneeuwbaltoernooi. IJskoud, nat maar dolgelukkig ging iedereen terug naar zijn eigen huis.
Na een warme douche lag ik op Lucas’ schoot op de bank. “Wanneer zullen we eindelijk gaan trouwen?” vroeg hij mijn haar strelend. “Zo snel mogelijk,” zei ik. “We hebben genoeg tijd verloren.” Hij keek naar me. “We bellen morgen je broer,” zei hij. “En daarna gelijk het gemeentehuis om een afspraak te maken. Dan kunnen we over een maand voor de wet al trouwen,” zei hij.
Ik ging rechtop zitten. “Een maand al?” vroeg ik. “Te snel?” Ik schudde mijn hoofd. “Ik wilde eigenlijk zeggen. Bedoel je niet over een maand pas.” Hij lachte zacht en kuste me. “Dan is het wel eerst voor de wet en daarna pas kerkelijk. Als we Peter zich tot BABS laten benoemen is het 3 maanden.”
Ik kroop dichter tegen hem aan. “Peter wil het zo graag en het geeft mij de tijd om met Joyce een geweldige jurk uit te zoeken,” zei ik. “Kun jij nog zo lang wachten?” vroeg ik. Hij knikte. “Zo lang jij maar in mijn armen ligt kan ik wachten,” zei hij mijn haar strelend.
Een week na de brief die mij vrijheid gaf van mijn klooster leven stonden we in zo’n grote bruidswinkel. Joyce had een paar meiden van de toneelgroep meegenomen: Kaya, Elisha, Olesya, Kathy en Jans. Overal hingen jurken, de een nog mooier dan de ander. Een vrouw kwam al gauw naar ons toe. “Wie is mijn bruidje?” vroeg ze. Joyce duwde me naar voren. De vrouw bekeek me van top tot teen.
“Wij gaan jou mooi maken,” zei ze. “Laat het mijn zwager niet horen hoor!” plaagde Joyce. De vrouw lachte zachtjes.
“Waarom niet?”
Joyce lachte. “Omdat hij vindt dat ze niet mooier kan worden,” zei ze.
“Mooi zo,” riep de vrouw. “Dat hoort een verloofde te vinden,” zei ze glimlachend.
“Wanneer ga je trouwen?” vroeg ze.
“Over drie maanden,” zei ik trots.
De vrouw keek me vreemd aan. “O, een motje dus?” zei ze, licht minachtend.
“Nee, natuurlijk niet. We willen gewoon snel trouwen,” beet ik toe.
“Als u zwanger bent, moet ik het weten vanwege het doorpassen,” zei ze.
Joyce kreunde. “Ze is niet zwanger! Door moeilijke omstandigheden wist ze pas kort geleden dat ze kon trouwen. Dus veeg die veroordelende blik van je smoel, of ik haal hem eraf!” beet ze.
“Joyce!” riep Jans.
“Ik meen het. Ze denkt het allemaal wel even te zien in een paar seconden, maar wat weet ze nou helemaal?” beet Joyce.
“Rustig nou maar,” zei ik, van Joyce naar de verkoopster kijkend.
“Ik haal wel een collega,” zei ze.
“Goede keuze,” riep Joyce haar na.
Een minuut of vijf later kwam er een heer onze kant op. “O jee!” begon hij. De man was overduidelijk homoseksueel. “Wat een boze blikken! Hoe kan ik helpen?” vroeg hij. “Ik ben Jarno. En wie is mijn bruid?” vroeg hij. dit keer stak ik mijn hand op. “Ooh, je bent al prachtig! Als ik geen vriend had, meisje, ooh.” Ik lachte zachtjes.
“Vertel eens. Wanneer ga je trouwen? Met wie? Is hij knap? Heeft hij een broer die mij leuk zou vinden?” Deze man was een vat energie.
“Mijn verloofde heet Lucas de Witte,” zei ik.
“OOOH,” zei de jonge verkoper. “Dat is me toch een stuk!” riep hij.
“Ken jij Lucas?” vroeg Joyce verbaasd.
“Natuurlijk! Dat interview dat hij gaf bij het ontbijt-uur een jaar geleden, over zijn film. Ik krijg er nog kippenvel van.”
Hij keek me aan. “En dat is niet alleen door het verhaal,” zei hij zichzelf koelte toewuivend.
“Juuiiist,” riep Joyce.
“Maar is hij dan over die non heen?” vroeg hij. “Niet echt,” riep Kaya. “Nou, zeg maar gerust echt niet,” kirde Elisha. “Wat bedoel je?” vroeg Jarno. “Ons bruidje was tot een week geleden Zuster Sophia,” legde ze uit. “Jij bent het klooster uit gegaan? Voor hem?”
Ik knikte. “OOOH, wat romantisch!” gilde hij. “Vertel me alles,” zei hij. “En haar jurk dan?” vroeg Joyce. “Oh meid, we kunnen jurkshoppen en kletsen tegelijk toch?”
Hij nam ons mee naar een zitje. “Goed dan. Wat wil je voor een jurk?” vroeg hij.
Ik liet een foto zien van mijn droomjurk. Hij was A-line en spierwit.
“Oh nee, meid. Prachtig hoor, maar met jouw vuurrode haren past een iets andere kleur beter. Blush of champagne. Net niet wit,” zei hij.
“Wat als ze dat nou wil?” zei Jans.
“Dan koopt ze die. Maar ik raad aan: niet helemaal wit. Luister, ik pak er een paar waarvan ik denk dat die regisseur ze bijna gelijk van je lijf wil rukken,” begon hij, glimlachend de ruimte rondkijkend. “Kom op, dat is toch uiteindelijk de bedoeling?” zei hij grinnikend.
“Nee, nu even zonder dollen. Ik zal een paar jurken halen die jouw schoonheid accentueren.”
Hij liep van ons weg. Ik keek om me heen. Meerdere dames werden geholpen om hun perfecte jurk te vinden.
Ik keek terug naar mijn groepje vriendinnen. “Ik word nu wel een beetje nerveus,” zei ik.
“Het komt nu echt dichterbij.”
Jans knikte. “Ik snap het wel. Het is ook reuze spannend. Maar over drie maanden kan niemand hem van je afpakken,” zei ze.
Ik glimlachte. “Dank je wel,” zei ik.
Na een minuut of tien kwam Jarno terug met een arm vol hangers.
“Goed, mag ik de bruid verzoeken om met me mee te gaan?” vroeg hij.
Nerveus stond ik op en volgde hem. Hij bracht me naar een kleedkamer. Daar hing hij de jurken op. Het waren er vijf. een spierwitte, twee champagnekleurige, een lichtroze en een lichtpaarse.
Hij had gelijk wat betreft de witte. Het liet mijn huid bleker lijken.
“Vertel eens, ben jij echt de non waar hij over sprak?” vroeg Jarno.
“Niet meer. Ik ben officieel verlost van mijn eed,” zei ik. “Maar ja, ik wás die non,” legde ik uit.
“Zo romantisch. Ik kende de roddels wel, maar ik dacht dat het gewoon ouwe Neeltjes-gezwets was,” zei hij.
Ik vertelde bij het passen van de lichtpaarse, de blush en de eerste champagnejurk over wat er allemaal was gebeurd. “Schattig hoor. Liefde op het eerste gezicht, wat zo lang standhoudt,” zei Jarno. “Goed, deze,” zei hij, me in de laatste jurk hijsend. “Wat denk je? Laten zien?”
Ik knikte. Ik vond hem wel mooi, maar het kon mooier.
Ik liep het zitje weer in. “Wauw,” zei Olesya.
“Ik weet het niet,” zei ik, me naar hen draaiend.
De jurk had een illusiedécolleté, wat betekende dat tot mijn nek overal stof zat met een deel licht transparant. De vorm van de jurk en het materiaal spraken me wel aan. Hij liep breed bij de heupen en strak om mijn bovenlijf.
“Wat is er mis aan?” vroeg Jarno.
“Ik wil laten zien dat ik geen meisje en geen non meer ben. Ik wil sexy, maar niet té.”
Hij knikte. “Ik weet precies wat je bedoelt!” zei hij en liep weg.
“Dan is hij slimmer dan ik,” riep Joyce.
“Niet heel moeilijk,” plaagde Kaya.
“Hee!” riep Joyce en gooide speels een prop naar Kaya.
Ik kon wel lachen om mijn vriendinnen. Ze waren heerlijk speels — iets wat ik jaren had moeten missen.
Na een paar minuten kwam Jarno terug.
“Oké, ik heb hem denk ik,” zei hij en nam me weer mee.
“Kijk. Brede bandjes om het netjes te houden. Iets off-white. En een décolleté waar die regisseur van jou het warm van zal krijgen. Prachtige kanten versiersels, met gouddraad afgewerkt. Trek hem maar aan,” zei Jarno.
Toen ik hem aan had, wist ik het gelijk. Dit was mijn jurk!
Hij leidde me naar de meiden. Allemaal hielden ze collectief hun adem in.
“O Sophia,” riep Joyce. “Wat ben jij prachtig.” Jans had tranen in haar ogen.
Kaya omhelsde Olesya, Elisha, en Kathy knikte.
“Dit is hem,” zei Joyce. “Perfect. Sexy genoeg om te laten zien aan de wereld: ‘kijk, ik ben geen non meer,’ en behouden genoeg om te laten zien dat je respect hebt,” zei ze.
“En natuurlijk sexy genoeg dat je het die Lucas moeilijk maakt,” riep Kaya.
Ik lachte en knikte. “Hier ga ik in trouwen,” zei ik. Ik voelde tranen in mijn ogen springen. Jarno knikte. “Prachtig. Dan gaan we dat regelen,” zei hij.
We bespraken nog schoenen en een sluier. Daarna rekenden we met hem af.
“Gefeliciteerd, hè,” zei Jarno en liet ons al snel uit.
“Over een kleine maand is hij aangepast voor je,” zei hij.
Met een gelukzalig gevoel liep ik samen met de meiden naar het cafeetje in de buurt.
’s Avonds vertelden we aan Jonas alles wat er was gebeurd.
“Die eerste, hè? Ik ben zo blij dat Lucas niet mee kwam,” zei hij. “Die had niet gedreigd, die had d’r gelijk een pak slaag gegeven,” zei hij lachend.
“En die Jarno klinkt als een flink portret.”
Joyce knikte. “Maar hij had verstand van zaken en veroordeelde niet,” zei ik.
Joyce keek snel op haar horloge. “Shit, ik moet weg. Repetitie,” zei ze.
“Zal ik mijn medecastlid maar mee naar huis nemen? Niet meer Zuster Sophia?” zei ze half plagend.
Ik lachte zachtjes en knikte.
“Dat zal Sam gezellig vinden,” plaagde ze.
“Neem haar anders mee,” zei Jonas.
“Repetities zijn niet open,” antwoordde Joyce.
“O onzin zeg. Negentig procent kent haar. Weet je wat, ik breng jullie. En als ze niet mag blijven, rijdt ze met me mee terug.”
Joyce keek bedenkelijk. “Oké. Maar als het mag. Niet mijn zwager afleiden!” zei ze plagend.
Niels en Teddy vonden het geen probleem dat ik kwam kijken. Ik ging redelijk achterin zitten zodat ik niet opviel. Na een paar minuten kwam iedereen binnen.
“Ga maar even zitten nog,” zei Teddy tegen de groep.
Twee uur lang repeteerden ze. Lucas had een ensemble-rol, dus zat hij veel in de tribune. Hij leek zich te vervelen. Hij kliederde wat op een lege pagina van het script.
“Goed dan, we hebben nog de lege plek van de dokter,” zei Niels.
“Dus, ensemble, die heeft aangegeven dat wel te willen doen, kom maar.”
Lucas, Allan en een knul die ik niet kende, stonden op.
Ik pikte een vergeten script en bladerde erdoorheen. De dokter had in het begin drie scènes en aan het einde vier. Het speelde zich af in de Spaanse griep-periode, dus was de dokter een belangrijkere rol.
Joyce kwam naast me zitten. “Hij heeft je nog niet gezien. Knap hoor,” zei ze grinnikend.
“Ik heb een idee om jou mee te laten doen. Het is wel een piepklein rolletje,” fluisterde ze.
“Goed dan.”antwoorde ik “wat is je plan?” vroeg ik
“Abel, mag ik je even lenen?” riep Niels.
Abel kwam oplopen. “Goed, jij bent onze patiënt,” zei Niels.
“Heren, ik wil geen tekst van het script zien! Improviseer maar lekker.”
Lucas liep naar Abel. “Ah meneer, Net van de wallen.”
De groep lachte luid. Lucas glimlachte even. “wat ik moest toch inproviseren?” plaagde hij.
“Wat scheelt er?” vroeg hij.
“Geen idee, dokter, daarom ben ik hier,” zei Abel.
Lucas pakte een pollepel uit de rekwisieten. “Ik ga even naar uw longen luisteren,” zei hij. Nu werd hij ineens serieus.
“Kom eens met mij mee,” fluisterde Joyce. We slopen naar de zijkant van de tribune.
“Als ik het zeg, hoesten,” zei ze.
“Hoezo?”
“Dan krijg ik je dat stuk misschien in.”
Nog een paar minuten onderzocht Lucas Abel.
“Nu,” fluisterde Joyce.
Ik begon overdreven te hoesten.
“DOKTER!” riep Joyce.
“Ga door,” zei ze tegen me.
“Dokter!” Ze trok me omhoog.
“Houd vol! Alstublieft, houd vol!” riep ze dramatisch naar mij.
Niels keek compleet verbaasd.
“Dokter, mijn zusje!” We liepen het podium op.
“Ze hoest zo. Het spijt me dat ik zomaar binnenval, maar…” Ze zette me neer op een blok, die werden gebruikt als nou ja, alles eigenlijk. maar nu was het een stoel.
“Dokter, ik ben zo bang. Mijn zusje kan bijna niet meer ademen,” zei Joyce met tranen in haar stem.
Lucas keek zogenaamd bezorgd naar Joyce. “Ik zal haar onderzoeken,” zei hij. Zijn ogen glommen ondeugend toen hij zich naar mij draaide. Hij legde zijn pollepel, die hij gebruikte als stethoscoop, iets te laag op mijn borst.
“O jee,” zei hij, en bewoog de pollepel. “Och, och, och.”
Ik moest me inhouden om niet te lachen.
“Uw zuster heeft de griep, ben ik bang,” zei hij tragish.
“Neee!” riep Joyce. “Nee, dokter, ik kan haar niet verliezen!” riep ze.
Het publiek van andere cast leden applaudisseerde.
Ik moest het twee keer overdoen, zowel met Allan als met de jongen die ik niet kende. Daarna mocht iedereen gaan zitten.
“Dit was verrassend,” zei Niels naar Joyce kijkend.
“We moesten toch improviseren?” zei ze.
Lucas lachte zachtjes en pakte mijn hand.
“Ik denk dat, als jouw kleine zusje dit vijftien shows wil doen,” zei Niels me aankijkend, “dat ze welkom is als castlid. Wat denk jij, Teddy?”
Hij keek omhoog. Teddy knikte. “Wij gaan wel aan het script schrijven,” zei hij.
“Welkom terug.”
Ik glimlachte. “Goed, als je even hier kan komen,” zei Niels. Blozend liep ik naar het podium.
“Goed dan. Dames en heren die haar niet kennen…” zei hij.
Ik keek de tribune rond. Het was een flinke cast van zeventig tot tachtig mensen. Ik kende er rond de zestig van.
“Dit is ons nieuwste lid, Sophia,” zei hij.
“Dat is niet eerlijk! Ze had auditie moeten doen,” riep een voor mij onbekende jonge dame.
“Normaal wel, ja. Maar jullie vonden het verrassingselement zo leuk,” zei Niels.
“Dus ik kan volgende keer gewoon komen kijken en dan nog een rol krijgen?” riep ze.
“Hey, het was mijn idee,” beet Joyce.
“Rustig nou maar. Wij besloten dit Jenny. Ze kwam hier niet voor een rol. Ik en Teddy boden die haar aan omdat ik het verrassingseffect wel heel leuk vond.
Ik wilde net vragen of in het ensemble er één of twee dat ook wilden doen,” riep hij.
“En dan zij niet?” vroeg Allan.
“Natuurlijk zij ook. Maar ik heb een scène bedacht waar jullie alle drie arts zijn,” zei Niels.
“Laat ik hem schetsen: we zetten drie mensen in de afgesloten stoelen,” zei hij.
Waar hij het over had, waren de twee stoelen achter een paal en een achter de techniek. Deze werden nooit verkocht, hooguit aan blinden.
“Sophia, pak jij de achterste eens. En uhm, Kim en Jenny, de andere twee. Marlies, Janine en Jans, als jullie moeder, zuster en dochter spelen van de dames,” zei Niels.
“Als Lucas opkomt, begin jij te hoesten, Sophia. Dan wachten we de tweede arts-scène af, dan komen zowel Allan als Joep op. En beginnen jullie twee ineens.
Dan, denk ik, Joyce, Elisha, Mark en Victor uit de coulisse hetzelfde. Misschien nog wel een paar, zodat het echt lijkt dat de artsen geen raad weten. Steeds meer gevallen, handen in het haar,” schetste Niels.
Teddy knikte goedkeurend.
Dit repeteerden we een half uur lang.
Ik hoorde hier en daar Jenny nog klagen dat ik was toegevoegd, maar de mensen die mij kenden grepen wel in.
Na de repetitie reden we naar Jonas en Joyce.
“Was het leuk?” vroeg hij toen we binnenliepen.
“Ja,” riep Lucas. “Mijn lieve kleine verloofde hier mag meedoen.”
Hij kuste me.
“Zo knap hoor,” zei Jonas.
“Wanneer is de première?” vroeg hij.
“Over zes maanden. Dus we zijn tegen die tijd allebei getrouwd,” zei Joyce.
Jonas en zij zouden een maand na ons trouwen, zodat het niet conflicteerde met onze huwelijksreis.
“En repeteren komt dan niet in het gedrang?” vroeg Jonas.
“Nee, volgende maand gaat de repetitietijd drie maanden met vakantie, dus kunnen Luuk en Soph trouwen en kunnen jij en ik ook nog trouwen,” zei ze, en zoende hem.
De maand repeteren was zo voorbij. Ik voelde me zo enorm thuis op het podium. Volgens Niels was dit werkelijk waar ik voor geboren was.
Na de maand repeteren had ik tijd voor de voorbereidingen voor mijn huwelijk, die de laatste twee maanden wel opslokten.
Dingen als bruidstaarten uitzoeken, mijn jurk passen, schoenen passen, mijn sluier op maat laten maken en afspraken met mijn broer om de ceremonie te plannen.
Een week voor de bruiloft lag ik tegen Lucas aan op de bank.
“Nog een week en dan ben jij van mij,” zei hij en kuste mijn slaap.
“Vind je dat eng?” vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd. “Ik kijk ernaar uit,” zei ik. “Maar één ding hè: ik ben niet jouw eigendom.”
Hij lachte en kuste me. “Dat zou ik niet eens willen. Jij moet kunnen doen wat jij wilt, zolang ik maar deel ben van dat leven.”
Ik kroop dichter tegen hem aan. “Dat is je geraden.” Hij kuste mijn kruin.
Ik genoot van zijn armen om me heen. Even was er rust. De afgelopen maanden waren flink hectisch geweest, maar ondanks alle snelle veranderingen keek ik uit naar de volgende stap in mijn leven.
Ik begon nerveus te worden. Morgen zou ik gaan trouwen. Ik vond het zowel spannend als doodeng. Ja, ik wilde met Lucas trouwen, niets liever dan dat. Maar nu het dichterbij kwam, werd het enger en enger.
Onzekerheden waren er stiekem wel in gekropen. Wat als hij verliefd op me was omdat hij me niet mocht hebben in het verleden? Wat als ik teleurstelde? Hij was mijn eerste en enige vriend. Hij had vriendinnen gehad. Hij had ervaring met dingen die ik nog nooit had gedaan. Dus wat als ik niet spannend genoeg was?
Ik sliep die nacht bij Joyce en Jonas. thuis Wat volgens Joyce betekende dat ik bij haar zou slapen. Jonas zou bij Lucas blijven slapen, want ja, broers hè. Ze had een paar meiden uitgenodigd: Kaya, Marianne, Melinda, Katja, Lisa, Kathy en zelfs Jans. Allemaal van het theatergezelschap. Angela was er ook.
Joyce had ons allemaal meegesleurd naar een ouderwetse rollerdisco. “Dus!” riep Kathy. “Als danslerares is het mijn taak om dit in goede banen te leiden,” zei ze. Iedereen lachte haar een beetje uit. Op dansschoenen was ze niet te stuiten, maar op rolschaatsen was ze toch wat minder. Ze was al vier keer gevallen.
Volgens haar liet ze de beste valtechniek zien, waarop Joyce dan weer had gereageerd met: “Wel vier keer, Kat? Zijn wij zó hopeloos?” De muziek was inmiddels gestart en we hadden het best gezellig met z’n allen.
Ik zat even aan de rand. Mijn uithoudingsvermogen op rolschaatsen was op z’n zachtst gezegd niet zo heel goed. Kaya draaide mijn kant op. “Niet naar je zin?” vroeg ze. “Jawel, gewoon even uitpuffen.” Ze kwam naast me zitten. “Wat je zegt: zingen en dansen, tot daar aan toe. Maar dit… pfff, dit is andere koek,” zei ze.
“Zin in morgen?” Ze keek me aan. “Ja.”
Ze trok snel een gezicht. “Klinkt niet overtuigend.”
Ik perste mijn lippen samen. “Ik houd van hem en wil niets liever dan met hem trouwen.”
Ik voelde haar arm om me heen. “Maar?” vulde Kaya voor me in.
“Maar ben ik wel wie hij wil?” vroeg ik.
“Ben jij gek? Hij is stapel-mashogge op je. In die jaren dat jij in dat klooster zat… Ik wil het niet depressief noemen,” begon ze. “Nou ja, nu ik erover nadenk…” Ze keek bedenkelijk.
“Ja, ik wil het dat wél noemen. Hij was superdepri. Zo erg zelfs dat Teddy hem een ensemble-rol gaf, omdat hij geen uitstraling meer had, maar wél het talent.” Ze keek me aan. “Volgens Allan moest je niet over iets beginnen dat ook maar een beetje met jou te maken had. Dan werd hij of boos, of verdrietig,” zei ze.
“Maar hij is… nou ja, ervaren. Hij heeft exen. Ik? Ik heb alleen hem.”
Ze knikte. “Ja, dus?” vroeg ze.
“Wat als ik te saai ben?”
Ze lachte. “Wacht even hè… Jullie hebben nog niets…?” Ze schudde haar hoofd. “Wooow. Ik bedoel: wow. Vergeet ‘stapel-mashogge op jou’, ik moet wat heftigers bedenken.”
“Wat bedoel je?” vroeg ik.
“Hij wacht met… nou ja, je snapt me wel… tot jullie getrouwd zijn! Ik bedoel: wow.”
Ik was verward.
“Een jongen wacht niet als hij niet ziek veel van de ander houdt,” legde ze uit. “Even zonder gekheid nu, Sophia,” begon Kaya. “Hij houdt zielsveel van jou. Zijn ex Yara leuke meid, gezellig, niets mis mee,” zei ze.
“Maar?” vroeg ik, dat in haar stem horend.
“Maar… ze was jij niet. Drie maanden, zo lang hadden ze wat. Ze deden alles wel, maar elke keer vond hij weer iets waarin jij leuker was. Of mooier. Of liever. Daarna had hij een paar meiden — nooit langer dan een maand. Of ze hadden krullen zoals jij, of rood haar zoals jij.”
Ze keek me aan. “Begin je een patroon te zien?”
Ik schudde mijn hoofd.
“Elke keer als Allan of Niels of zelfs Teddy vroeg naar zijn nieuwe vlam, zei hij…” Ze schraapte haar keel.’Mooie meid, die nieuwe, Cas,'” imiteerde ze in een diepe stem. “‘Ja, dit is…'” Ze veranderde van toon. “‘Ik neem Nina, dat was de laatste.’ Ja, dit is Nina, mooi rood haar hè, bijna net zo mooi als dat van Sophia,'” vulde ze aan, nog steeds in die diepe stem.
“En als het dan geen stand hield, weet je wat hij dan zei?”
Ik keek haar aan ze zou me het antwoord vast in geuren en kleuren geven.
“Wat was er mis met deze dan, Cas?” zei ze weer in die diepe stem. “‘Ze wás Sophia niet.'”
Ze glimlachte. “Elke ex moest op jou lijken. Gewoon omdat hij een nieuwe versie van jou wilde vinden.” Ze zuchtte. “Maar dat lukte niet.”
Joyce plofte naast ons neer. “Waar hebben de meisjes het over?” vroeg ze.
“Of Phietje hier wel genoeg is voor jouw zwager,” zei Kaya.
“Of een van zijn exen niet hier had moeten zitten naast me.”
Joyce snoof door haar neus. “Welke van zijn exen? Yara? June? Merel? Of kom, hoe heette ze — Lotte? Of die Nina?” vroeg ze.
“Kies er één,” riep Kaya.
“Ja Joyce, ze is inderdaad wel leuk. En o ja, Joyce, ze is wel knap,” begon Joyce spottend. “Wat is dan het probleem, Lucas?” vroeg ze zichzelf. “‘Nou kijk, Joyce, ze is niet zo mooi, leuk, grappig of lief als Sophia.'” riep ze. “Terwijl die Yara, hé, dat had je tweelingzus kunnen zijn. Maar nee… haar ogen waren anders, haar neus, haar haarkleur. De krullen waren niet genoeg.”
Ik wist dat ze overdreef.
“Toen Teddy die jaarlijkse club opzette, nam ik hem mee. Weet je wat hij altijd bij zich had in de kleedkamer?” vroeg Joyce. Ze keek mij en Kaya aan.
“Ja, wat? Mijn vriend zat er ook. Denk je nou echt dat wij net als jullie wachten?”
Ze schudde haar hoofd. “Ik heb behoeftes, hè!” zei ze. “Maar goed, weet je wat er dan op zijn kastje stond?” vroeg ze. “Nou?” Ik schudde mijn hoofd.
“Die verschrikkelijke Polaroidfoto van jullie twee samen. Hij nam je overal mee.” zei ze. “Teddy gaf hem daarna geen goede rollen meer. Zijn talent had hij wel, maar charisma? Pff, helemaal weg.”
We kletsten nog een kwartiertje. Daarna dansten we nog even en gingen vervolgens terug naar het huis van Joyce en Jonas. Jonas lag duidelijk dronken op de stoel.
“Hey Joooyce!” zei hij. “Jij zou toch bij Lucas blijven?”
“Ja, sssht, niet zeggen tegen Joyce hoor,” begon hij. “Maar ik heb Lucas meegenomen. Hij zat te zeuren joh,” zei Jonas. “We hadden zo’n meisje gehuurd, hè, die haar kleren uittrok. En een ander meisje dat meer moest doen.”
Joyce knikte. “Ja, laat de man vreemdgaan op zijn vrijgezellenfeest,” riep Joyce sarcastisch.
“Ja precies! Die jongen staat al droog sinds Phi terug is. Wist je dat al?”
Jonas lachte hij vond zichzelf reuzegrappig.
“Maar hij stuurde haar weg, die stomkop,” riep hij.
“En wat heb jij gedaan?” vroeg Joyce.
“Ik? Niiiiks. Ik ben gelukkig verloofd, weet je. Dus niet gaan roddelen met Joyce, hè. Ik was trouw. Kan ik niet zeggen van die broer van Sophia…” Hij grijnsde. “Die ene oudste — die wist wel raad met dat meisje.” Hij grinnikte weer. “Niet aan Sophia vertellen hoor.”
Ik keek Joyce aan.
“Juist, het goede nieuws: de broertjes De Witte zijn ons trouw. Het minder goede nieuws: jouw broer Martin dus niet,” zei ze.
“Kan ik mee leven,” riep ik.
“Shhhh,” riep Jonas. “Anders is het geen verrassing meer.”
“Wat niet, Jo?” vroeg Joyce.
“Dat ik Lucas heb meegesmokkeld,” zei hij, mij aankijkend. “Niet tegen Sophia zeggen, hè?”
“Nee, van mij zal ze niets horen hoor,” zei ik, hem een schouderklopje gevend.
“Mooi,” zei hij, en viel weer in slaap.
“Kun je hem hebben?” vroeg ik.
Joyce knikte. “Drie glazen water en hij is morgen zo goed als nieuw,” zei ze. “Ga naar je verloofde, joh.”
Ik liep naar de logeerkamer. Lucas lag in diepe slaap. Ik knielde bij hem neer en streelde zijn haar. Daar schrok hij van wakker.
“Nee, blijf van me af!” riep hij. “Hoe vaak moet ik nog zeggen dat ik gelukkig ben?” riep hij.
Hij schudde zijn hoofd even en keek om zich heen.
“Waar ben ik?” vroeg hij. Hij klonk niet dronken zoals Jonas. Zijn ogen vonden de mijne.
“Sophia,” zei hij zijn stem vol liefde. “Ben je daar weer?”
Ik knikte. “Ja, ik ben er weer.”
Hij streelde mijn wang en glimlachte, om vervolgens weer in slaap te vallen.
De volgende ochtend werd ik gewekt door Joyce. Lucas lag niet neer naast me hij was vast al mee genomen door Jonas. “Tijd om je klaar te maken,” zei ze. Ze had haar favoriete kapper gebeld, die al klaarstond. Ze wist mijn haar prachtig zacht te maken. Ze vlocht een haarband en stak er gouden haarpinnen in.
De jurk die we samen hadden uitgezocht hing al klaar. Deze was champagnekleurig. De jurk had brede bandjes op mijn schouders en een hartvormig lijfje met net genoeg decolleté nou ja, volgens Joyce dan. Op de heupen zat een versierd goudkleurig detail. De rok viel wijd door de petticoats eronder en had een korte sleep.
Ik voelde me er prachtig in. Rond twee uur werd er aangebeld. “Blijf hier,” zei Joyce. Ik bekeek mezelf in de spiegel. Ik voelde me doodnerveus. Na vandaag zou ik getrouwd zijn. Joyce kwam binnen, gevolgd door Niels.
“Wat ben jij prachtig, zeg,” zei hij.
“Wat kom jij nou hier doen?” vroeg ik
“Wij op de vereniging gingen ervan uit dat je vader er niet zou zijn om je weg te geven. Dus wilde ik aanbieden om die rol te vervullen.”
Ik voelde tranen opkomen, diep geraakt door die vraag.
“Het zou een eer zijn, Niels,” zei ik.
Hij omhelsde me.
“Kom jij ook weer definitief acteren?” vroeg hij terwijl ik me klaarmaakte — vermoedelijk om mijn zenuwen te verlichten.
“Ik denk het wel,” zei ik.
“Wat fijn. Dan kan ik Lucas eindelijk uit het ensemble halen,” zei hij.
Om half drie was ik klaar. Niels hing mijn sluier voor mijn ogen. Ik was misselijk van de zenuwen. Hij leidde me het huis uit. Daar stond een prachtige limousine voor me klaar.
“Na u, mevrouw de bruid,” zei hij en hielp me instappen.
We reden een minuut of zes naar de kerk. Daar deed Allan de deur open, gekleed in een smoking .Niels stapte eerst uit en hielp mij uitstappen, gevolgd door Joyce, die als mijn getuige ook prachtig gekleed was. Ze droeg een grijze jurk met bijpassende schoenen.
Ik werd de kerk in geleid, die helemaal vol zat.
Tot mijn verbazing zaten er nonnen van het klooster op de eerste rijen. Bij het altaar stond het koor. De hele toneelvereniging van Lucas was er. Leon en Amethist. Maar ook mensen uit het dorp, oud-klasgenoten, Angela en haar vriend, een deel van mijn broers en zussen. Mijn toekomstige schoonouders zaten ook in de kerk, net als de ouders van Joyce.
Lucas’ volledige filmcrew was gekomen. Kortom: het was flink vol. In het midden van het Altaar, stond Peter in vol priesterlijk gewaad, met rechts van hem met zijn rug naar mij toe Lucas in smoking, en naast hem Jonas.
Het koor zong een prachtig lied, waarna de organist de bruidsmars speelde. Niels leidde me langzaam de kerk in, het gangpad door. Ik zag iedereen naar me toedraaien. Ook Lucas draaide zich om. Zijn glimlach werd groter met elke stap die we zetten. Ik voelde de mijne hetzelfde doen.
Bij het altaar hief Niels mijn sluier op en gaf mijn linkerhand aan Lucas, die hem gretig aannam.
“Wat ben je mooi,” zei Lucas.
Ik hoorde iemand een stap dichterbij zetten. Geschrokken keek ik op, maar het bleek Peter te zijn.
“Klaar voor?” vroeg hij.
Ik knikte. “Meer dan klaar,” zei ik.
“Geachte aanwezigen,” begon Peter. “Wij zijn vandaag bijeengekomen om de verbintenis van Sophia en Lucas te vieren,” zei hij. “Sophia, Lucas, zijn jullie hier op eigen beweging en vrije wil naartoe gekomen om deze verbinding te sluiten?” vroeg Peter.
“Ja,” zeiden we in koor.
“Mooi hoor, zo gelijk,” lachte hij.
“Als priester én buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand mag ik jullie officieel binden wat ik ook zal doen.” Er verscheen een ondeugende glans in zijn ogen. “Maar eerst moet ik als broer zeggen: hé Lucas, als jij mijn zusje pijn doet, dan krijg je met mij te maken.”
Hij keek de kerk rond. “Moeilijk publiek,” zei hij. “Goed, nu dat is afgehandeld, ga ik over op het officiële gedeelte.”
Hij wilde net beginnen, toen de deur van de kerk openzwaaide. Zacht zonlicht stroomde naar binnen. In de deuropening stond mijn vader.
“Stop dit huwelijk!” beet hij, terwijl hij driftig het gangpad door beende. “Stop!”
Hij keek van mij naar Lucas en weer terug. “Ik keur dit huwelijk niet goed!” riep hij, terwijl hij mijn arm greep.
“Laat haar los!” beet Lucas hem toe.
“Ze gaat met mij mee!” beet vader terug. “Terug naar de kloostergemeenschap! Dit huwelijk is een gruwel!” riep hij. “Trouwen als non!”
“Ik moet u verzoeken de bruid los te laten,” zei Peter beheerst.
“Bemoei je er niet mee! Ik ben haar vader. Ik beslis over haar leven! En daarbij, ze is beëdigd!” schreeuwde vader woedend. Zijn greep om mijn arm werd strakker — zo erg dat het pijn deed.
“Ik wens mij uit te spreken over het tegenovergestelde,” riep Peter streng. “Sophia Johansdochter is onder géén voorwaarde nog non. De paus zelf heeft haar ontheven van haar eed en zelfs dit huwelijk zijn zegen gegeven,” zei Peter. “Wilt u ingaan tegen de uitdrukkelijke toestemming van de hoogst geplaatste in ons geloof?”
Vader brieste en hief zijn hand naar me op. Lucas greep hem beet.
“Sla haar — en ze kunnen je straks opvegen,” zei hij dreigend.
“Ze is mijn kind!” riep vader.
“En mijn vrouw!” beet Lucas terug.
“Nog niet,” sneerde vader. Hij keek mij aan. “Goed dan. Geef ik je een keuze, Sophia. Kom naar huis, naar het heilige licht van de Heer, waar je gereinigd en gered zult worden. Of trouw met deze goddeloze. Maar dan ben je voor mij en het hele gezin dood.”
Ik keek hem recht aan. “Zonde dat het zover moet komen, vader,” zei ik. “Ik trouw met Lucas,” beet ik hem toe.
“Dan ben jij vanaf nu dood voor mij,” zei hij.
“Dat is dan zo,” antwoordde ik kalm.
Vader snoof en vertrok.
De sfeer was nu gespannen. “Zal ik maar verder gaan?” vroeg Peter. Hij keek rond.
Lucas knikte. “Doe maar, eerwaarde,” zei hij.
“Zo, respect van een goddeloze — waar heb ik dat aan verdiend?” plaagde Peter. Het hielp de sfeer niet.
“Jij staat nog achter haar,” zei Lucas.
“Nee joh, ik sta meer naast haar,” grapte Peter. Hij keek weer rond. “Blijft moeilijk publiek, hoor.”
Lucas pakte mijn hand weer.
“Nou, dan ga ik maar verder,” zei Peter. “Lucas Johannes de Witte, neemt u Sophia Ruth Maria Johansdochter tot uw wettige echtgenote en zweert u alle taken te vervullen die de Heer aan de huwelijkse staat verbindt? Wat is daarop uw antwoord?”
“Ja, niets liever,” zei Lucas.
“Sophia Ruth Maria Johansdochter, neemt u Lucas Johannes de Witte tot uw wettige echtgenoot en zweert u alle taken te vervullen die de Heer aan de huwelijkse staat verbindt? Wat is daarop uw antwoord?”
“Ja, met heel mijn hart,” antwoordde ik.
“Dan rest mij nog — de taak als broer om te zeggen: gadverdamme.” De kerk lachte zachtjes. “Nu serieus. Dan rest mij de taak als priester, door de macht die mij is gegeven door God en de burgerlijke stand, jullie te benoemen tot man en vrouw.”
Hij keek naar Lucas. “Je mag de bruid kussen.”
Lucas glimlachte en kuste me kort.
“Dames en heren,” zei Peter, “ik presenteer u: meneer en mevrouw De Witte.”
Het feest ging me voorbij als een waas. Het eerste dat me weer bijstaat was het moment dat we de limo instapten die door mijn schoonouders was geregeld. Licht vermoeid door alles lag ik tegen Lucas aan.
“Gaat het een beetje?” vroeg hij. “Gewoon een beetje veel op één dag,” zei ik. “Zeg dat wel ja. Eerst jou als een engel die kerk in zien komen, je broers foute humor.” Ik keek hem aan. “Ja sorry hoor, Phi, maar zijn humor is fout,” zei hij glimlachend. “En dan jouw vader, die je even dood waant zeg.”
Ik knikte, me licht schamend. “Maar,” begon Lucas, “we zijn nu getrouwd. We kunnen nu echt samen zijn. Voor de rest van ons leven. En wees eerlijk, mijn lieve Sophia: daar ging het toch om?” Ik knikte. “Ja. Daar ging het om.”
Bij een prachtig hotel stopten we. “Nou mevrouw De Witte, mag ik u verzoeken om mee te komen?” zei hij, uitstappend. “Nou vooruit dan maar, meneer De Witte,” plaagde ik. Bij binnenkomst werden we gelijk gefeliciteerd door stafleden en andere gasten. Het voelde best raar; ik was niet graag buiten het toneel het middelpunt van de aandacht.
Bij de balie werden we al snel geholpen. En binnen vijf minuten waren we in onze kamer. Deze had donkere muren, een haard en zo’n bed met een spiegel erboven. Deze was, volgens de medewerker van het hotel, digitaal te bedienen: je kon hem laten spiegelen en je kon hem mat maken.
De man wenste ons veel plezier en vertrok zo snel als hij kon. Ik trok mijn sluier af — ik had lang genoeg dingen op mijn hoofd gedragen in het klooster. Ik voelde al snel Lucas’ armen om mijn buik en zijn lippen in mijn nek. “Heb ik jou vandaag al gezegd hoe oogverblindend jij bent?” vroeg hij.
“Nee, vandaag nog niet,” zei ik plagend. “Aangezien het half twee is,” vulde ik plagend aan. “Dan bij deze: je bent oogverblindend.” Zijn kussen gingen steeds lager. Hij had zich al naar mijn schouder gewerkt. “Jij geeft aan wanneer ik moet stoppen.” zei hij.
“Want mijn ziel roept nu om gewoon… je de mijne te maken, zal ik het maar noemen. Maar als jij daar nog niet klaar voor bent,” zei hij. Ik kuste hem. “Ik ben voor meer klaar dan jij denkt,” zei ik, zijn arm strelend.
Behoedzaam legde hij me op het bed en kuste me diep. “Ik houd van je, Sophia,” zei hij terwijl zijn handen de rits van mijn jurk zochten. “Ik ook van jou, Lucas. Zo ongelooflijk veel,” zei ik zuchtend. De rest van de nacht ging op in het vieren van de liefde die ons bond.
De zon kwam alweer door de ramen toen ik in zijn armen lag. “Hoe ik hier zo lang op heb kunnen wachten, zeg,” zei ik licht uitgeput. “Dat geeft toch niet, nu is het des te bijzonderder. Nu was het echt de viering van ons huwelijk,” zei hij, en hij kuste me een laatste keer voordat we in slaap vielen.
Niet veel later werd er aan de deur geklopt. Slaperig deed Lucas open. “Ik kwam u op de hoogte stellen dat uw schoonzuster u over een half uur komt halen,” zei de hotelmedewerker. Lucas bedankte hem en gaf hem een kleine fooi.
“We moeten gaan.” Ik knikte. “Geen spijt van vannacht?” vroeg Lucas licht angstig. Ik zoende hem. “Geen enkele. Sterker nog, mijn lief,” ik zoende hem weer, “zo gauw wij landen, ben jij van mij,” zei ik. Hij keek me licht ondeugend aan. “Kan niet wachten,” zei hij.
We maakten ons snel klaar. Hand in hand liepen we naar de uitgang. Joyce stond ons al op te wachten. “Goedemorgen,” zei ze grijnzend. “Ik ga jullie naar het vliegveld brengen, waar jullie van mijn verloofde jullie tickets krijgen. We hebben allemaal wat ingelegd voor jullie huwelijksreis,” zei ze. Ze verwees naar de theaterproductie waar we aan meededen. “En o ja, het artistiek team ook. En mijn ouders. Jouw ouders, Luuk. En verrassing, Sophia: jouw moeder.”
Dit verbijsterde me. Mijn moeder deed nu iets wat vast tegen de wil van mijn vader was. Bij het vliegveld werden we inderdaad opgewacht door Jonas. “Goedemiddag, tortelduifjes,” zei hij, de deur openend. “Jullie vliegtuig vertrekt vanaf gate 3. Jullie bagage is al ingecheckt. Veel plezier,” zei hij. “Maar niet te veel hè,” voegde hij plagend toe.
Na een uur stegen we op. We hadden nog steeds geen idee waar we heen gingen. De vlucht Leek eindeloos te duren. Na een uur of negen daalden we. Ik keek uit het raampje; onder ons doemde een prachtig, zonovergoten eiland op.
“Welkom op Curaçao,” sprak de gezagvoerder. “Het is heerlijk weer, een graad of 26.” Het vliegtuig landde. Bij het vliegtuig stond een taxi voor ons klaar die ons naar ons hotel bracht. Onze kamer was prachtig: hij was lichtpaars geschilderd, had een grote tv aan de muur, een open haard eronder en een mooie witte bank.
De eerste twee dagen kwamen we de kamer niet uit. Daarna vulden we de anderhalve week die ons restte met wandelingen, musea, een toneelstuk en strandbezoek. Op de laatste avond zaten we samen op een duintop. We hadden voor het diner gepicknickt. We keken nu samen over het water terwijl de zon zachtjes in de zee zakte. De volgende dag zouden we weer een vliegreis van tien uur tegemoet gaan. dus maakte we van deze laatste nacht het meeste.
Na een eindeloze vliegreis kwamen we eindelijk thuis. Het was heerlijk geweest. We hadden gezwommen, uit eten geweest, gewinkeld, op het strand gezeten, romantisch de zonsondergang bekeken, en vooral van elkaar genoten.
In de tussentijd hadden Jonas, Peter en Joyce ons huisje in orde gemaakt. Een vers likje verf op de muren, waardoor de crème witte muren er geweldig uitzagen. alles lekker goed schoon, nieuwe meubels. Ze hadden het prachtig gedaan. De plafondbalken waren in hun originele houtkleur teruggebracht. Tussen de balken was het mooi gewit, waardoor de huiskamer knus aandeed.
De natuurstenen schouw en open haard maakten het warm. De beige banken eromheen lieten het ruimtelijk lijken. Boven de schouw hing onze trouwfoto, en op de schouw stonden kleine fotolijstjes met daarin foto’s van ons.
Op de hoek naast de haard hing de tv. De eettafel stond een meter achter de bank en bood een scheiding tussen huiskamer en keuken. De keuken was met mooie houten kastjes afgewerkt en een prachtig fornuis stond in het midden.
De slaapkamer was net zo smaakvol: een houten bed waar drie mensen comfortabel naast elkaar konden liggen. Het matras was splinternieuw en nog niet beslapen. Het beddengoed dat er nu op lag had dezelfde kleur als de bank. Naast het bed stonden twee houten nachtkastjes met een lampje erop; de kapjes hadden dezelfde kleur als de rest van de meubels.
De logeerkamer was kleiner. Er stond een twijfelaar bed, wat volgens Lucas zijn oude bed was geweest. Er stond een klein bureautje in, zodat dit gebruikt kon worden om in te werken. Het voelde nu al als thuis.
Lucas maakte al snel een vuur in de haard. De warmte waste over me heen. Hij kuste me. “Ik ga heerlijk voor jou koken,” zei hij. Hij deed een schort voor waar heel fout ‘Keukenprinses’ op stond. Een klein uur kookte hij; het rook heerlijk. We aten samen, even de bubbel van alleen zijn voortzetten.
“Hoe ziet jouw schema er nou uit?” vroeg ik toen we samen voor de haard lagen. “Morgen beginnen mijn lessen weer,” zei Lucas. “Dat is maandags en vrijdags. Dan over een week weer wat filmen. niet te veel want mijn hoofd rol spelers moeten zo nodig een week later trouwen. en dan ook nog met elkaar.” grapte hij. “Het kloostergedeelte is klaar, nu nog wat buiten locatie-shots en wat shots in huizen en scholen.” Ik knikte.
“Daar ben ik denk ik nog wel een paar maanden mee bezig,” zei hij. “Dan gaat mijn editor er een mooie film van maken die volgend jaar af is.” Legde hij me uit “Dan ben je zeker veel weg?” vroeg ik. Hij pakte mijn hand. “Ik heb afgesproken dat we rond een uur of zes elke dag stoppen. Dan kan ik thuis eten. En dan ’s avonds,” hij kuste me, “dan kan ik ’s avonds van mijn vrouw genieten.”
“En natuurlijk krijg jij ook een rol. Ik zat te denken aan het jongere zusje van Agnes.” Agnes was de rol die Joyce speelde. Zij was los op mij gebaseerd. “Ik mag je niet meer inzetten als non. Dat zou respectloos en ondankbaar zijn als ik jou een habijt zou aangeven.” Ik knikte. Hij had gelijk. “Maar ik had Liesje, het zusje van Agnes, nog niet gecast. Dus als jij dat wilt, is die rol van jou.” Ik knikte. Ik wilde dolgraag weer gaan acteren.
De eerste nacht thuis ging op in gezelligheid en romantiek. De volgende ochtend ging de wekker al vroeg. Ik voelde Lucas’ armen me dichter naar zich toe trekken.
“Kun je mijn school bellen en zeggen dat ik ziek ben?” zei hij slaperig. “Ik wil de hele dag met jou in bed blijven,” vulde hij aan, voordat ik zijn lippen in mijn nek voelde. Ik glimlachte zachtjes. “Je moet naar school, Luukje.” Hij kreunde luid en stond op.
“Wat ga jij vandaag doen dan?” vroeg hij. “Me oriënteren. Ik heb nooit een opleiding gestart, dus heb geen idee of ik een redelijke baan kan vinden,” legde ik uit. “Je kan een baan met opleiding zoeken.” Ik keek hem aan.
“Zijn die er dan?” Hij knikte. “Absoluut. In elk vakgebied wel. Dan werk je bij een bedrijf een aantal dagen en je gaat een aantal dagen naar school. Je verdient nog niet veel, maar zij betalen je opleiding,” zei hij. “En geloof me, mijn mooie lieve vrouwtje, opleidingen zijn duur,” zei hij en kuste me. “Ik wil er vanavond samen wel naar kijken.”
Ik knikte. “Graag,” zei ik. “Dan gebruik je vandaag om na te gaan wat je wilt gaan doen. Niet dat je het nu al moet weten, maar denk erover na. Dan kijken we vanavond wat er geboden wordt.” Hij keek op de wekker naast het bed. “Maar ik moet nu wel wat haast maken.” Hij kuste me nog een keer om vervolgens vlug zich klaar te maken voor zijn dag school.
We ontbeten nog samen, daarna ging hij met tegenzin het huis uit. De stilte die daarna viel was bijna prettig. Ik kon rustig nadenken over wat ik nu wilde gaan doen.
Ergens wilde ik, net als Lucas, iets met entertainment gaan doen. Het liefst actrice. Maar ik wist ook dat de acteer wereld onzeker was. Ik moest dus iets vinden waarbij ik stabiel geld kon verdienen, maar ook iets wat ik leuk vond.
Ik belde Joyce op om erover te brainstormen. Ze kwam gelijk naar me toe. “Dus creatief en stabiel,” zei ze. “Ingewikkeld.” Ik knikte; daar was ik bang voor. “Je zou kunnen kijken of Teddy een theaterdocente zoekt,” zei ze. “Hij kent je, kent je talent. Zijn werkgever zou je opleiding tot docente kunnen betalen en je doet ervaring op.”
Ik zag dit idee wel zitten. “En je kan dan voor een gereduceerd tarief bij ons in de theatergroep komen,” vulde ze aan. “Lucas zit daar ook bij. Al is hij sinds hij met jou…” ze schraapte haar keel, “niet meer gekomen,” zei ze. “Niels zei vorige week nog dat hij je best kon gebruiken.”
Ik glimlachte zachtjes. “Dan gaan Luukje en ik toch na of dat kan,” zei ik. “Uitstekend. Vertel Niels dan wel even dat ík je inspireerde,” plaagde ze. We lunchten samen en kletsten nog wat. Rond een uur of twee vertrok ze weer.
Een klein half uur later ging de bel. Toen ik de deur opende, stond mijn vader voor me. “Oh, hoi,” zei ik zonder veel enthousiasme. Ik had eigenlijk geen behoefte om hem ooit nog te zien. “Sophia,” zei hij met zijn gebruikelijke air. “Wat komt u doen? Ik was toch dood voor u?” zei ik scherp.
“Je een laatste kans bieden om je ziel te redden,” zei hij. “Moet dat dan?” vroeg ik bits. “Ik ben getrouwd. En ik ben ook nog eens dolgelukkig daarmee,” zei ik. “Je huwelijk is een gruwel,” beet vader. “Ik heb gebeden dat van consummatie geen sprake is geweest. En God is mij altijd goedgezind,” zei hij alsof hij de Heer op aarde was.
“Dan was Hij dat nu niet,” was alles dat ik zei. Zijn ogen stonden ineens woedend. “Jij Jezabel! Jij slet van de duivel!” Binnen een seconde sloeg hij me hard in mijn gezicht. “Jij…” riep hij en sloeg weer. “Ik zal bidden tot de Heer dat jij en die… die… hoerenzoon doodongelukkig zullen worden.” Dit ging mij te ver.
“Heb het lef niet mijn man zo te noemen, vader!” beet ik woedend. “Hij is de enige man in mijn leven die mijn wensen en keuzes respecteert,” beet ik. “Hij liet je het klooster verlaten!” beet vader minstens zo woedend. “Nee! Hij houdt van me en liet mij dat weten. Als ik in het klooster had willen blijven, dan had hij dat gerespecteerd. Maar ik houd net zoveel van hem als hij van mij doet!” Vader snoof woedend door zijn neus.
Na mijn woorden ging al het bloed uit zijn gezicht. Hij dwong zich het huis in. “Ik zal je leren!” beet hij. Hij trok me aan mijn haar naar zich toe. Hij sloeg me weer hard in mijn gezicht om me daarna op de grond te duwen, waar hij me begon te schoppen. Na een kwartier was zijn woede bekoeld.
Ik durfde niet op te staan, bang dat zijn woede weer zou opsteken en hij me dan zou doden. “Nu, Sophia!” gilde hij. “Nu ben jij werkelijk mijn kind niet meer.” Hij schopte me nog een keer hard in mijn buik. “En als de Heer mij genadig is, heb ik nu de mogelijkheid op ooit kinderen afgenomen,” beet hij. Daarna vertrok hij.
Ik kon door de pijn nauwelijks opstaan. Na tien minuten lukte dat me pas. Ik keek naar mezelf in de spiegel. Onder mijn oog zat een rode plek. De rest van de verwondingen die ik voelde zaten, zoals vroeger, onder mijn kleding zo dat niemand ze zou zien.
Ik was opgevoed om niet te huilen. De Heer straft, en dat deed Hij volgens mijn vader door hem heen. Ik gaf hem nu dus ook niet de voldoening van mijn tranen. Ik ademde een paar keer diep in en vocht door de pijn.
Rond vijf uur kwam Lucas weer thuis. “Waar is mijn schoonheid?” vroeg hij de huiskamer inlopend. Ik deed net of ik een boek las, met mijn hand over de nu blauw wordende plek. Hij kuste mijn andere wang. “Fijne, rustige dag gehad?” vroeg hij. Ik knikte.
“Sophia?” vroeg hij. “Wat is er?” Ik probeerde naar hem te glimlachen. “Niets, gewoon moe denk ik,” zei ik. Hij keek me aan. “Ik ken je, Phitje,” zei hij. Hij ging naast me zitten. “Is er iets gebeurd?” vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd. Hij hoefde niet te weten wat mijn vader had gedaan.
Hij tilde mijn gezicht op met zijn duim. Ik zag schok in zijn ogen. “Wat is er gebeurd?” vroeg hij, zijn vinger behoedzaam over de blauwe plek vegend om me geen pijn te doen. “Gevallen,” zei ik, wegkijkend. “Niet tegen me liegen,” zei hij. “Als we beginnen met liegen, is het zo gedaan met ons,” zei hij.
“Je betekent te veel voor me, dus wie heeft dit gedaan?” vroeg hij weer. “Het is niet zo erg,” zei ik. “Het is wél erg.” Hij streelde zijn duim over mijn wang. “Niemand mag jou pijn doen.” Hij kuste me en legde zijn hand op mijn heup. Ik verbeet de pijn. iets wat hij duidelijk zag afgaand op de blik in zijn ogen.
“Sophia,” zei hij weer en tilde mijn shirt omhoog. “Wie heeft dit gedaan?” vroeg hij, zijn woede beteugelend. “Als ik dat vertel, dan wil jij er wat aan doen,” zei ik. “Natuurlijk wil ik er dan iets aan doen. Niemand mag jou pijn doen,” zei hij. “Begrijp je dat? Niemand.” Hij kuste me. “Jij bent het belangrijkste, mooiste en liefste in mijn leven.” Hij streelde mijn haar. “Niemand mag dat pijn doen.”
“Zal niet meer gebeuren,” zei ik. “Wie was het dan?” Ik zuchtte. “Mijn vader. Hij had weer eens in zijn hoofd gestoken dat ik gered moest worden van jou,” vertelde ik. Lucas brieste even woedend door zijn neus.” Als hij nog een vinger naar je uitsteekt,” hij ademde zwaar .”dan moet híj van míj gered worden!” zei hij, zijn woede proberen te verbergen.
“Kunnen we het nu vergeten en gewoon gezellig zijn samen?” Hij glimlachte en streelde mijn haar. “Je hebt gelijk,” zei hij en kuste me. “hij is niet belangrijk.” hij streelde mijn haar. “jij bent belangrijker voor me dat wie dan ook.” hij kuste me. “dus heb je gelijk.” De rest van de avond bespraken we de plannen voor onze toekomst. Hij vond het een goed idee als ik Teddy zou bellen voor een opleidingsplek.
Na de goedkeuring dat ik een werkopleiding mocht doen met Teddy, bood hij me flexibele tijden aan. Zodat als Lucas me voor de film nodig had, dat geen probleem was.
Na twee weken trouwden Jonas en Joyce eindelijk. Ook zij werden getrouwd door mijn halfbroer, die nog steeds bijna dezelfde flauwe grappen erbij maakte. Hun feest was geweldig. Ze dansten hun eerste dans als man en vrouw samen.
Op het hoogtepunt van het feest klom Lucas het podium op. Hij vroeg de bandleider iets. Die begon een ballad. “Deze is tweeledig,” zei hij. “In eerste instantie voor mijn schoonzusje en mijn broer. Maar dit is ook het eerste lied wat ik ooit voor mijn vrouw zong, jaren geleden. Ja, het was toen een rol die ik speelde. Maar dit nummer verbindt de belangrijkste mensen uit mijn leven.”
Hij keek naar de band. “De tekst gaat niet helemaal kloppen. Hij is herschreven om hem te laten passen in de oorlog,” zei hij grijnzend. Hij zette na die woorden het liedje Somewhere Out There van de film Fievel in, maar dan de versie die wij ooit samen zongen. Hij stak zijn hand uit midden in het nummer. Ik nam die gretig aan en zo, als zes jaar geleden, zongen wij samen. “Maar na dit alles ben ik in jouw armen pas vrij,” waren de laatste woorden die Lucas naar me zong.
“Iets zegt me dat dit niet over ons ging, Joon,” plaagde Joyce. “Natuurlijk wel. Het gaat erom dat na alles overwonnen te hebben, je je alleen thuis en vrij voelt bij je grote liefde,” zei hij in de microfoon. “Die zowel mijn broertje als ik zelf gevonden hebben.” Joyce lachte. “Shuuuure.” De avond vulde zich verder met gelach, gedans en gezelligheid. Het feest eindigde toen Jonas en Joyce vertrokken. Nu waren wij degenen die hen een mystery-huwelijksreis gaven, waar ze twee weken van mochten genieten.
In de maanden die volgden leerde ik snel. Ik ging drie dagen per week naar school en drie dagen per week assisteerde ik Teddy met zijn nieuwe jeugdstuk. Ook stond ik regelmatig bij Lucas op de set, die volgens Joyce altijd meer straalde als ik er was.
Vandaag hadden we de laatste opnamedagen. We speelden in het park. Het was de scène waar Liesje Agnes probeerde over te halen om niet het klooster in te gaan. “Ga niet, Aggie!” riep ik dramatisch. We stonden tegenover elkaar in het park. “Het is door de kerk besloten,” zei Joyce. “Vergeet de kerk. Kies voor wat jou gelukkig maakt,” zei ik smekend. “Vergeet wat de kerk vindt.”
Het laatste shot zou zijn dat Joyce me intens aankeek. “Als jij volwassen bent zul je het begrijpen,” zei Joyce en ze liep van me weg. “That’s a wrap!” riep Lucas enthousiast. Hij keek van Joyce naar mij. “Geweldig gedaan, jullie twee.” Zijn assistente keek hem aan. “Nu wel ruimte voor een feestje?” vroeg ze. Hij sloeg zijn arm om mij heen. “Absoluut!”
Op de wrap party was het een drukte van jewelste. Cast en crew gingen volledig los. De drank vloeide rijkelijk; zelfs ik gaf toe en dronk twee wijntjes. Joyce trok me al snel de dansvloer op. Vrolijk dansten we op de muziek die de dj speelde. Na een paar uur zong de hele crew mee met de liedjes. De dj leek het daarom ook enorm naar zijn zin te hebben.
Lucas en Jonas voegden zich bij ons. En met z’n vieren vierden we het einde van een moeilijke periode in mijn leven en de inluiding van een nieuwe. Plots hield de muziek op. De aandacht was gevestigd op de dj-tafel, waar de dj gepanikeerd om zich heen keek.
Lucas liep naar hem toe en aan hun lichaamstaal te zien snapte de dj er weinig van. luttele seconde later waren er zware voetstappen te horen. Iedereen keek verschrikt om zich heen. Heel kort ving ik de angstige ogen van Lucas.
Het volgende dat ik zag was mijn vader. Hij had zich gehuld in een zwart priesterachtig gewaad. In zijn ene hand droeg hij een bijbel, in de andere een rozenkrans met daaraan een groot houten kruis. Zijn aanwezigheid legde de feestvreugde compleet stil. Na een doodstille minuut vond hij mij.
“Sophia!” brulde hij. Hij nam een stap naar me toe. Lucas sprong ineens tussen hem en mij in. “Blijf uit haar buurt!” riep Lucas. “Opzij, duivels kind!” brulde vader naar Lucas. Hij duwde Lucas makkelijk weg. “Mooi boek,” beet hij. “De Nederlandse bijbel.”
Hij sloeg hem open. “Maar indien gij niet gehoorzaam zijt aan de stem des HEEREN, uws Gods… zo zullen al deze vloeken over u komen,” las hij voor. Daarna sloeg hij een bladzijde om. “Maar zij gaven geen gehoorzaamheid aan de stem des HEEREN… en de HEERE sloeg hen.” Weer sloeg hij een bladzijde om. Voordat hij verder las keek hij mij aan. “Begrijp je het al, Sophia?” vroeg hij.
Hij klonk krankzinnig en gevaarlijk. “Jij zult mij gehoorzamen!” riep hij. “Wanneer de dochter eens priesters begint te hoereren, die onteert haar vader; zij zal met vuur verbrand worden!” las hij voor. In een flits gooide hij de rozenkrans en de bijbel neer. Hij wierp zich pijlsnel boven op me. Zijn handen vonden mijn keel. Een seconde later begon hij te knijpen.
Ik kreeg al gauw geen lucht. Ik zag al snel een vuist mijn vaders gezicht raken. Dit herhaalde zich drie keer, maar zijn greep bleef als ijzer. Ik voelde mezelf wegzakken. Mijn beeld werd waziger met de seconde. Hij bleef Bijbelteksten brullen. “Dochter stenigen,” hoorde ik nog.
Ik zag weer vaag vuisten mijn vader raken. Maar het mocht niet baten: zijn ijzeren greep hield stand. Ik krabde en schopte zoveel ik kon. “Ik red je!” riep mijn vader. “Deze daad, uit liefde!”
Ik voelde mijn kracht opgeven. Ineens schoof er een arm om de nek van mijn vader en een hand op zijn hoofd. Een seconde later gleden zijn handen van mijn keel. Hoestend probeerde ik op adem te komen. Ik voelde al snel de rillende armen van Lucas me ondersteunen. “ben je in orde?” vroeg hij bezorgd. hoestend knikte ik. “Jonas, neem haar over,” riep hij. “Wat ga jij dan doen?” vroeg Jonas.
“Ervoor zorgen dat hij haar nooit meer kan aanraken,” beet hij. Maar Joyce en Jonas grepen hem beet. Ik keek nog altijd hoestend om me heen. Angela zat met haar knie op mijn vaders armen, die ze op zijn rug had gedraaid.
“Laat me los! Ik moet haar verlossen!” gilde mijn vader. “Je bent gearresteerd op verdenking van poging tot moord. U bent niet tot antwoorden verplicht en u heeft recht op een advocaat,” riep ze. Ze bond mijn vader vast met iets dat leek op tie-wraps. “Ik heb hem, Lucas,” zei ze. “ik bel een ambulance voor je vrouw. Ik denk dat dat belangrijker is,” zei Angela doodkalm.
Ze pakte haar telefoon. “Hier de 40-01. Met spoed arrestantenwagen en ambulance nodig.” Ze knikte. Lucas sloeg beschermend zijn armen om me heen. “Houd hem uit mijn buurt,” beet Lucas. “Anders sta ik niet voor mezelf in.”
Binnen no time renden twee ambulancemedewerkers onze kant op, gevolgd door twee agenten die mijn vader met echte handboeien vastmaakten en hem meenamen. Hij bleef Bijbelteksten gillen. Hij was nu echt doorgedraaid. “Een vloek op jouw moederschoot!” gilde hij nog vlak voor hij uit gehoorafstand werd gebracht.
Een minuut of vijf checkten de ambulancemedewerkers me. “Geen reden tot paniek,” zei de een. “Preventief wat zuurstof.” Hij zette een maskertje op mijn mond en neus. “Licht gekneusde larynx, wat blauwe plekken en mogelijk last van de stembanden. Maar het komt goed,” zei de vriendelijke man. “Je hoeft niet eens mee. Doe rustig aan en dan komt alles goed. Rustig slikken en kleine beetjes drinken.” Ik knikte. De man keek Lucas aan. “En vooral heel lief voor haar zijn,” zei hij knipogend. Ze haalden het masker weg en ruimden alles op. “Goed dan. Veel succes,” zei hij, en ze vertrokken.
Lucas omhelsde me voorzichtig. “Tijd om naar huis te gaan,” zei hij. En hij nam me mee. Thuis lag ik al snel bij Lucas op schoot. “Ik probeerde hem van je af te krijgen. Ik heb hem zes tot acht keer een dreun in zijn gezicht gegeven, maar hij liet maar niet los,” zei hij. “Hij was net een beest.” Hij streelde mijn haar. “Ik was zo bang. Met dank aan de sterren dat Angela er was,” zei hij.
Ik knikte. “Het is voorbij,” zei ik. Mijn stem klonk schor en zwak, maar dat was te verwachten na zo’n aanval. Lucas kuste mijn slaap. “Zingen zit er denk ik even niet in,” zei hij plagend. Ik lachte zachtjes. Harder deed pijn.
Het kostte me dagen om weer een beetje mezelf te worden. Lucas had in die dagen voor me gezorgd. We hadden er een beetje onenigheid over gehad. Ik vond het niet nodig dat hij zich ziek meldde bij zijn school. Hij vond dat wel nodig. Maar gelukkig was dat snel opgelost.
Hij stond nu achter het fornuis en was bezig met spaghetti, mijn lievelingseten. Hij was Italiaanse liedjes aan het zingen. Nou ja, liedjes… de eerste zinnen van beroemde nummers aan het herhalen. Hij liep met de pan naar de tafel. “Guarda, Bella, la cena è servita!” Ik keek hem aan; ik begreep alleen het Bella. “Kijk, schoonheid, het eten is geserveerd,” zei hij grinnikend.
“Hoe ken jij Italiaans?” vroeg ik. “Nou, meer dan dit wordt het niet hoor,” zei hij met schaamrood op zijn wangen. “Ik heb het stiekem opgezocht voordat ik ging koken.” Ik schudde lachend mijn hoofd. “Je bent soms net een kind, jij,” zei ik.
We aten samen en kletsten over onze opleidingen. Lucas moest nu nog twee jaar en ik nog vier. Na het eten pakte hij mijn hand. “We hebben het er nog niet over gehad,” zei hij. “Waar niet over?” Hij nam even diep adem. “Kinderen.” Ik glimlachte flauwtjes. Ik wist dat het er eens van zou komen, maar ik was bang voor dit gesprek.
“Wil jij kinderen?” vroeg hij. “Nooit over nagedacht,” jokte ik. Wat hij natuurlijk oppikte, maar hij zei er niets over. “Wil jij ze?” vroeg ik angstig. “Nog niet. Ik wil jou nog voor mezelf alleen. Maar over een aantal jaar denk ik wel.” zei hij. Ik keek hem aan. “Daar was ik al bang voor,” zei ik.
“Hoezo bang voor?” vroeg hij. “Als jij geen kinderen wilt, hoeft het niet hè,” zei hij. “Het is geen kwestie van willen,” zei ik.
“Het is een kwestie van kunnen.” Ik keek naar de tafel zodat ik zijn ogen niet hoefde te zien. “Sinds ik van jou houd, was mijn vader ruwer in zijn straffen. Regelmatig schopte hij me in mijn buik en… nou ja, lager. Net als laatst, toen hij hier was.” Ik slikte tranen weg. “Hij ging tekeer. En maar brullen dat als God hem genadig was, ik nooit een kind zou kunnen krijgen.”
Ik voelde Lucas’ hand op de mijne. “Dus kan ik een kinderwens maar beter laten varen,” zei ik. “Als jij echt kinderen wilt…” Ik slikte even. “Dan moet je mij misschien maar de rug toekeren.” Ik snikte zachtjes. “Waarom?” vroeg hij, zijn hand nog steeds op de mijne.
“Waarom zou ik dat doen?” Ik keek hem weer aan. “Omdat ik je waarschijnlijk niet kan geven wat je nodig hebt,” zei ik. Ik stond op en liep naar de bank. “Wat ben ik nog waard als ik je niet kan geven wat je wilt.” Ik zuchtte. “Hij had gelijk. Ik had in het klooster moeten blijven.” De tranen die ik bevocht wonnen.
Ik voelde al snel zijn armen om me heen. Troostend, vol liefde. “Ik heb jou nodig, Phi,” zei hij. “Ik wil jou.” Ik snikte zachtjes. “Nee. Jij wilt iemand met wie je een gezin kunt opbouwen.” Ik probeerde te negeren hoe comfortabel zijn armen voelden. Ik was bang dat mijn huwelijk nu al over zou zijn.
“Luister nou, Sophia. Ik wil jou. Ik houd van jou. Er zijn manieren om een gezin op te bouwen. Adoptie. Een draagmoeder. Of besluiten dat jij genoeg voor mij bent en wij samen een gezin zijn.” Hij kuste mijn voorhoofd. “Want jij bent al genoeg voor mij.” Hij streelde mijn haar. “En hoe zeker weet jij of hij je beschadigd heeft?” vroeg hij.
Ik keek hem aan. “Niet honderd procent.” Hij glimlachte. “Ben jij ooit onderzocht?” vroeg hij. “Nee natuurlijk niet. Een vrouw gaat niet naar een dokter. Alleen bij moeilijke geboortes.” Hij lachte zachtjes. “Wat?” vroeg ik. “Dat ik soms vergeet hoe streng jij bent opgevoed,” legde hij uit. “Wij gaan dit laten uitzoeken. En daarna bekijken we onze opties.”
De volgende ochtend konden we al terecht bij een arts. Een van onze theatervrienden was de zoon van een arts, en hij had een spoedafspraak geregeld. De gynaecoloog nam het flink serieus. Hij nam bloed en weefsel af. Stelde vragen over mijn menstruatie en of we het al geprobeerd hadden. Zelfs Lucas moest wat onderzoeksmateriaal inleveren.
“En waarom was dit nodig?” vroeg hij. “Alleen haar onderzoeken kan. Ik kan binnen tien minuten zien of ze littekenweefsel heeft of ander leed. Maar ik wil alles controleren, zodat er geen twijfel is op welk vlak dan ook,” zei hij. “Dat heb ik mijn collega beloofd,” legde de arts uit.
Als laatste maakte hij een echo. “Ziet er prima uit hoor,” zei hij. “Voor zover ik kan zien niets aan de hand. Ik wacht de tests af en laat het jullie weten.” zei hij. “Maar als ik antwoord moet geven op je eerste vraag — of jouw reproductieorganen beschadigd zijn — nee. Ik zie geen afwijkingen.” Vertelde de arts glimlachend.
Licht opgelucht gingen we weer naar huis. “Zie je wel,” zei hij toen we thuis waren. “Er is niets aan de hand.” Hij omhelsde me. “Als er iets is, is dat vast door mij.” zei hij. “Dan zijn er nog meer opties die we hebben.” Hij kuste me.
“En onthoud één ding, mijn liefste: jij bent genoeg voor mij,” zei hij zacht op mijn slaap. “En jij voor mij,” zei ik. “Gelukkig maar,” zei hij, me nog altijd omhelzend.
De weken volgden elkaar in sneltreinvaart op. Teddy hield me druk bezig. Net als school. Lucas had het iets makkelijker. Sinds zijn filmwerk erop zat, had hij alleen nog school. Al was hij alweer aan het schrijven aan een nieuw project — wat hij me niet wilde laten zien.
De première van het jeugdstuk van Teddy kwam snel dichterbij. Het betekende dat ik nu ook af en toe mijn enige vrije dag opofferde om hem te helpen. Het was zwaar werk, maar de moeite waard. De groep jongeren was enorm lief.
Waar veel jongeren rondhingen op fat bikes met oortjes in, vapend op schoolpleinen, was dit een groep die anders was. Artistieke jongeren. Ze hadden een gedeelde passie: acteren. Net als ik had gehad op hun leeftijd. Daar hield de parallel ook wel op. Deze kinderen mochten zijn wie ze waren. Doen wat ze wilden.
Een van de meisjes kwam naar me toe. Jasmine. Een prachtig jong meisje dat vast nog veel hartjes zou gaan breken. “Ik heb dorst, mag ik wat drinken?” vroeg ze. “Natuurlijk mag dat,” zei ik. ze pakte haar fles en ging naast me zitten.
“Wist u al toen u klein was dat u het theater in wilde?” vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Mijn schoonzus nam me mee voor een auditie toen ik vijftien was. Vanaf dat moment wist ik het. Maar het was heel moeilijk,” legde ik uit. “Maar ik ga nu mijn eigen pad kiezen,” zei ik vastberaden.
Na de lange dag kwam ik thuis. Lucas was enorm lief geweest en had heerlijk voor me gekookt. “Zware dag?” vroeg hij. “Lange dag vooral. Heel leuk, maar lang.” Hij glimlachte en kuste me. “Ik heb iets voor je. Nou ja, voor ons.” zei hij. Hij gaf me een envelop. “Van de gynaecoloog,” zei hij.
Ik keek er even naar alsof het een bom was. Ik durfde hem niet te openen. Want wat er ook in stond, het was definitief. “Moet ik het doen?” vroeg hij. Ik knikte, te bang om hem zelf te openen. Hij nam de envelop over en opende hem. Hij las hem snel door.
“Geachte meneer en mevrouw De Witte,” begon hij. Ik vond ‘mevrouw De Witte’ genoemd worden nog altijd wat raar. “Na grondig onderzoek ben ik tot de volgende conclusie gekomen.” Ik hield mijn adem in. “Littekenweefseltest: negatief. Geen enkele beschadiging waarneembaar.” las hij voor. “Vruchtbaarheidstesten…” Lucas slikte. “L. de Witte: positief. Vruchtbaarheid bewezen.” Hij keek me een seconde aan. “S. de Witte: positief.” Meer hoefde hij niet te zeggen. Zijn gezicht klaarde op.
“We kunnen kinderen krijgen,” zei hij enthousiast. “Zodra wij dat willen kunnen we kinderen krijgen.” Ik haalde opgelucht adem. Ik kon mijn verleden nu echt afsluiten. Niets stond me meer in de weg.
nog even bespraken we wat dit voor ons betekende. al snel besloten we voorlopig nog met kinderen te wachten. het leven met alleen ons twee was voorlopig meer dan genoeg.we genoten nog te veel van elkaar. na het eten zaten we samen op de bank. we keken een film.
“Ik heb nog meer nieuws,” zei hij. “Mijn editor liet weten dat de film bijna af is. Dan is het nog wat dingen rondbellen en kijken of ik hem begin volgend jaar in bioscopen kan krijgen.” zei hij trots. Ik omhelsde hem. “Ik ben zo trots op je,” zei ik.
Hij zoende me. “De wereld ligt voor ons open, Sophia. We kunnen alles bereiken wat we willen. Als we er maar voor durven gaan,” zei hij. “En ik zal jou nooit tegenhouden.”
Een week later was het tijd voor Teddy’s jeugdstuk. Het ging over een groep jongeren op een kleine school die met sluiten werd bedreigd. Ze wilden koste wat het kost de school redden, want het alternatief was de grote scholen in de stad. De kinderen speelden
briljant. Ik voelde het gevoel van trots over me heen wassen. Als ik dit kon als leerling en assistent, dan kon ik dit misschien ook als mijn opleiding erop zat, alleen. Nou ja, alleen deed je dat natuurlijk nooit.
Maanden na het stuk vertelde Lucas dat hij een kleine keten bioscopen bereid had gevonden zijn film te tonen, zodra hun nieuwe schema rond was. Ik was zo enorm trots op hem. Ook hij leek zijn dromen waar te maken.
We vierden onze eerste als echtpaar samen met Jonas, Joyce en mijn schoonouders. Joyce vertelde dat ze zwanger was van haar eerste kind. Wat bij mijn schoonmoeder euforie ontketende. “En wanneer krijg ik mijn eerste kleinkindje van jullie?” vroeg ze enthousiast. “Als wij dat willen, mam,” zei Lucas lachend. “Voorlopig geniet ik nog van het feit dat ik mijn vrouwtje hier voor mezelf heb,” vulde hij aan en kuste me.
Nieuwjaar vierden we samen met Peter , Leon en amethist. Alles leek eindelijk goed te gaan. We hadden familie en vrienden om ons heen. Maar voor al elkaar.
In februari was het tijd voor de galapremière van Lucas’ film. Iedereen die had bijgedragen was er. Zelfs de nonnen. “Ben jij dat, Sophia?” hoorde ik roepen. Ik draaide me om en keek in het vrolijke gezicht van zuster Johanna. “Magdalena! Mag ik mijn zonnebril?” vroeg ze grijnzend. “Sophia hier glimt als de zon,” zei ze gekscherend. Ik omhelsde haar. “Dag zuster Johanna. Hoe gaat het met iedereen?” vroeg ik.
“Rustig. De abdis is minder vaak woedend. Nauwelijks meer stilteretraites,” zei ze. “Kortom, we missen je fratsen.” Ze grijnsde. “Al doet Magdalena hier een gooi naar jouw titel,” vulde ze aan. Ik voelde Lucas’ armen om mijn middel. “Met wie hebben we het genoegen, mijn schoonheid?” vroeg hij. “Zuster Johanna en zuster Magdalena,” vertelde ik.
“Nou zeg, als iedere man er zo uitziet ga ik ook eens overwegen het klooster te verlaten,” zei Johanna, zich koelte toewuivend. Ik lachte zachtjes. “Maar ehm, meneer…” zei Magdalena. “Zeg maar Lucas. Meneer is mijn vader,” zei hij glimlachend. “Goed, dan Lucas… is een strikje niet voor vrijgezellen?” vroeg ze. “Oh nee,” zei ik. “Nu is hij een cadeautje.” zei ik plagend, me naar Lucas draaiend. “Een cadeautje dat ik vanavond graag uitpak,” zei ik zwoel terwijl ik speels aan zijn strik trok. “Gadver,” hoorde ik Joyce roepen. “Zeg, die kleine maakt me al misselijk. Hoef jij dus niet bij te helpen,” zei ze grinnikend.
Niet veel later openden de deuren. De zaal liep al snel vol. Lucas zette me op een plek precies in het midden. “Ben zo terug,” zei hij. Hij liep de trap af en ging voor het scherm staan. Iedereen werd acuut stil.
“Ruim vijf jaar geleden schreef ik het concept voor deze film. Simpel omdat ik het meisje waar ik verliefd op was wilde vinden. Na drie jaar vond ik haar niet. Geen hoop meer. En had me dus met tegen zin neer gelicht bij het voor mijn gen feit dat ik haar nooit meer zou zien. Maar mijn broertje. Hij wilde door zoeken. En ja uit eindelijk vond hij haar.” Hij slikte. “Iets waar ik hem eeuwig dankbaar voor zal zijn.” Hij keek naar Jonas. “Lang verhaal kort: het meeste zie je toch op dat scherm,” zei hij grijnzend.
“Ja, dit was een project om mijn enige grote liefde te vinden. Nee, ik had niet verwacht er trots op te worden. Maar dat ben ik wel degelijk. Alles viel met deze film op zijn plek. Zelfs die grote liefde.” Hij keek naar mij. “Mijn vrouw Sophia. Die ik na veel tegen slagen de mijne mag noemen.” Hij glimlachte zachtjes.
“Dit is haar verhaal, door mijn ogen en flink uitvergroot.” Hij keek de zaal rond. “Maar vooral een verhaal over liefde. En hoe die alles kan doorstaan.” Hij glimlachte. “Dan rest mij iedereen die heeft bijgedragen, in tijd of in financiële steun, te bedanken. En jullie veel plezier te wensen.” De zaal applaudisseerde. Glimmend van trots liep hij terug naar mij.
In zijn armen keken we zijn film. Hier in zijn armen kon ik de wereld aan. Wat de toekomst ons ook zou brengen… Als ik, van streng opgevoed meisje dat verliefd was op de knapste jongen van het stuk, naar non, tot nu de vrouw van die knapste jongen was kon gaan. na alle obstakels te hebben bevochten en overwonnen… ja, dan kon ik samen met hem de toekomst wel aan