DE AFSTAND
Twee dagen na mijn verhuizing kreeg ik een eerste persoonlijke brief. Natuurlijk, er lagen wel wervende brochures van verzekeringsmaatschappijen, providers, banken, wat brieven geadresseerd aan de vorige bewoners, en een welkomstpakket van de plaatselijke winkeliers – vereniging met aanbiedingen, maar dit was de eerste persoonlijk aan mij gerichte. Helemaal onverwacht kwam de boodschap niet.
Geertruida van den Bergh
Oeteldonkse Slag 87
5255 SA VUGHT
Bart Jansonius
Solwerderstraat 126
9906 BH APPINGEDAM
Lieve Bart,
‘Sittin here resting my bones, and this loneliness won’t leave me alone’ klinkt uit de radio. Geen opbeurende mededeling als ik deze brief ga schrijven; onder het genot, voor zover ik van genieten kan spreken, van een glas Pinot Grigrio, onze favoriete witte wijn, start ik maar.
‘Het hele leven is een lange rij van veranderingen’, zong Robert Long al. Voor jou nu wel heel erg van toepassing, voor mij helaas ook. Jij bent sowieso al gemakkelijker in veranderingen dan ik: ik woon nog steeds, zoals je weet, samen met mijn moeder in het huis waarin ik geboren ben; ik heb nog steeds mijn eerste werkgever, waar ik wel wat veranderingen in werkzaamheden en verantwoordelijkheden heb meegemaakt, maar toch; mijn werkgever gaat eind van de maand stoppen en krijgt de zaak niet verkocht. Ik moet dus op zoek naar nieuw werk; voor jou is dit je achtste verhuizing in 32 jaar, omgerekend gemiddeld een verhuizing per vier jaar; nog vaker verwisselde jij van werk.
Voor de verhuizing heb je zelf gekozen, dat hing natuurlijk samen met die andere grote verandering, die van baan. Ik hoop dat je niet al te lang tussen de verhuisdozen zal zitten, en dat je nieuwe baan goed gaat bevallen, maar ik twijfel daar helemaal niet aan. Je houdt van aanpakken.
Voor de volgende verandering maak ik de keuze: voor mij werkt onze relatie niet meer. Al een tijd voelde ik mentaal de afstand tussen ons groeien die nu ook fysiek zou moeten worden afgelegd om elkaar te kunnen ontmoeten, zo’n twee en een half uur in de trein, met de auto niet veel minder. We zullen elkaar los moeten laten, ruimte geven voor elkaar en voor anderen om ons leven te veraangenamen. Voor mij is er nu niemand, en ik vind dat een rustgevend idee. Janis Joplin zong al: ‘Freedom is just another word for nothing left to loose.’ Dit in tegenstelling tot Marie von Ebner – Eschenbach, die in een van haar Aphorismen stelt: ‘Freiheit ist Verantwortlichkeit.’, maar zij was een 19e eeuwse Duitse vrouw.
Natuurlijk, we hebben de afgelopen drie en een halfjaar veel beleefd: mooie dingen als al die concerten, bezoeken aan musea en reizen; ook de literaire bijeenkomsten, nachten van de poëzie, de Poetry -International dagen; jij hebt me meer cultuur bijgebracht in die paar jaar dan mijn ouders de drie-en-twintig jaar daarvoor. Ook de geboorte van jouw neef was een groot feest: oom Bart! Er waren natuurlijk ook minder prettige zaken, zoals het auto-ongeluk waarbij jouw grote vriend en mijn vader Eric ineens uit het leven werd weggerukt, het gefakete faillissement van jouw werkgever waardoor je ineens op straat kwam te staan en financieel zwaar in de problemen kwam, je hand-blessure waardoor je niet meer je hobby kon uitoefenen: het restaureren van je eigen antieke meubels.
Het schrijven van deze brief stemt me wel wat melancholisch. Enerzijds ben ik opgelucht dat ik het durf te schrijven – nu nog sturen, dat is weer een stap verder – aan de andere kant zet ik een streep onder een bijzondere periode in mijn – nee! ons – leven. Er zijn natuurlijk geen kinderen in het spel, dat maakt het wel gemakkelijker. Niet iedere man accepteert het als de vrouw geen kinderen kan krijgen, jij aanvaardde dat gegeven en liet mij niet in de steek. Mijn eerste, en buiten jou tot nu toe enige, vriendje kon dat niet en schoof me opzij als een bezem met boombladeren doet; wegwezen moest ik, inclusief de diverse verwensingen. Hij vond het wel nog gepast bij de geboorte van zijn eerste kind een, hatelijk bedoelde, geboortekaart te sturen. Ik stuurde een, minstens even cynisch bedoelde, felicitatie terug, verder heb ik nooit meer iets van hem en hij niet van mij gehoord.
Ik ga maar weer een glas wijn inschenken, mooie rode wijn, Pinot Noir. Heb ik nu wel nodig. Het doet me meer dan ik van te voren heb gedacht. Ik ben niet zo van veranderingen, en nog minder van afscheid nemen. Marco Borsato zingt dat dat niet bestaat, maar die heeft er nooit iets van begrepen.
Ik ben aan het vechten tegen mijn tranen, en ben aan de verliezende hand. Mijn leven ligt overhoop. Weg liefde, weg werk, weg veiligheid. Een nieuw leven beginnen noemen ze dat. ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’. Maar dat wil ik helemaal niet! Natuurlijk, jij kan er niets aan doen dat je nieuwe werk in het noorden van het land is, mijn baas kan er niets aan doen dat er geen opvolger is, geen van jullie heeft mij bewust in deze situatie gebracht, maar ik zit er wel mee. Ik schenk nog maar wat rood bij, dat verzacht de last een beetje.
Het word me nu toch teveel. Ik ga de brief posten, dan heb je hem morgen als bij jou de post wordt bezorgd. Zaterdag in de loop van de dag, kan je hem lezen onder het genot van een kopstootje of een wijntje.
Tot besluit: hoe je het draait, wendt of keert, nog één keer een citaat van Robert Long: ‘Ik zal je missen, ook al denk jij dan van niet.’
Met ondanks alles alle liefs,
toch nog! je Truitje.
Vier dagen nadat ik de brief had ontvangen belde mijn voormalig toekomstige schoonmoeder me op: of ik ook een afscheidsbrief had gekregen. Toen ik bevestigend antwoordde zei ze: ‘Dus je weet het al!’. Toen ik uitlegde niet te begrijpen waar ze het over had ging ze verder met te zeggen dat Truitje haar leven vrijwillig had beëindigd door een overdosis bloedverdunners te combineren met oude jenever en bier, wat haar fataal werd. Op haar verzoek kreeg ik dat bericht pas na de uitvaart.
Die had ik niet aan zien komen.