
De Glimlachende Draak
Lily telde tot tien. Dan zou ze aanbellen bij de heks. Heksen bestaan niet, had haar moeder gezegd. De buurvrouw was gewoon een oude vrouw met een wat bijzondere kledingstijl. Daarna had ze haar de deur uit gestuurd om een kerstkaart langs te brengen bij Mevrouw Bezemer.
Negen, tien… Lily belde aan. Na een paar tellen zwaaide de deur open. Daar stond Mevrouw Bezemer, in een lang, donkerpaars gewaad.
‘Wat lief,’ kraste ze, terwijl ze de glitterkaart aanpakte. ‘Dankjewel. Kom je gezellig binnen?’
Lily haalde diep adem. Ze moest wel. Volgens haar moeder was mevrouw Bezemer erg eenzaam, vooral rond kerst.
‘Oké.’ Lily stapte de drempel over.
‘Kom verder,’ kraakte de stem van de oude vrouw. ‘Dan laat ik je mijn draak zien.’
Even later stond Lily naast een glazen bak met een grote tak erin. Op de tak zat een groen, slapend wezentje.
‘Maar… dit is toch gewoon een hagedis?’
Mevrouw Bezemer glimlachte. ‘Dat denken veel mensen. En dat is eigenlijk maar goed ook, want daarom is hij veilig. Maar het is een echte draak. Misschien is hij zelfs wel de laatste.’
‘Waar zijn de andere draken dan?’
De oude vrouw sloeg haar ogen neer. De rimpels in haar voorhoofd werden nog dieper. ‘Vroeger waren er heel veel draken. Ze leefden in harmonie samen met mensen. Ze beschermden hen en hielpen de mensen zelfs met vuur maken.’
Lily’s ogen werden groot. ‘Kunnen draken echt vuur spuwen?’
‘Jazeker,’ antwoordde Mevrouw Bezemer. ‘Wacht even.’ Ze schuifelde naar de keuken. Lily hoorde wat gerommel, en even later kwam de oude vrouw terug met een kaars.
‘Pssst… Draco!’ De hagedis, of draak, deed langzaam zijn ogen open. Twee slaperige, gele ogen keken Lily indringend aan. Mevrouw Bezemer tilde hem voorzichtig uit de glazen bak.
‘Uno, dos, fuego!’
De hagedis gaapte, en toen… Niets.
Mevrouw Bezemer schraapte haar keel. ‘Kom op, jochie. Je kan het! Uno, dos, fuego!’
Draco gaapte nog een keer.
En nog een keer. Maar deze keer bleef zijn mond open.
Plotseling hoorde Lily een soort brulletje, dat eigenlijk meer klonk als een kraai. En daarna… Een heel klein vlammetje.
‘Ja, goed zo!’ Mevrouw Bezemer hield de kaars bij het vlammetje en stak hem aan.
Met open mond keek Lily van de oude vrouw naar de hagedis.
Draak.
Het was een échte draak!
Dat kon toch helemaal niet? Maar… ze had het met haar eigen ogen gezien.
‘Zie je wel?’ zei mevrouw Bezemer trots. ‘Zoals ik al zei, vroeger hielpen draken mensen met vuur maken. Zonder draken hadden we nooit overleefd.’ Ze zette de kaars in een kandelaar op tafel. ‘Uiteindelijk hebben draken ons geleerd om zelf vuur te maken. En dat is, geloof ik, hun grootste fout geweest.’
‘Waarom?’
‘Vanaf dat moment hadden mensen draken niet meer nodig. Maar draken groeien en overleven door het licht van goud. Drakengoud. Mensen zijn altijd goed geweest in het vinden van goud, en gaven dit aan draken. Toen ze geen draken meer nodig hadden, hielden ze het zelf, om rijk te worden.’
‘En toen?’ vroeg Lily.
‘Draken trokken de hele wereld over op zoek naar goud, maar het werd overal weggehaald door mensen. Tegelijkertijd ging het verhaal rond dat draken gevaarlijk zouden zijn.’
‘Is dat niet zo dan?’
‘Welnee. Natuurlijk, er is weleens iets gebeurd. Een draak die zich verslikte en per ongeluk een huis in de fik stak. Maar dat was één keer, voor zover ik weet. En het was écht een foutje.’
Lily knikte. Ze wist even niet wat ze moest zeggen.
‘Afijn. Draco is bij mij gebracht door zijn ernstig verzwakte moeder. Ik zie het als mijn plicht voor hem te zorgen. Maar ik heb natuurlijk niet veel drakengoud…’
Met haar rimpelige vingers raakte ze de gouden hanger om haar hals aan, die de vorm van een kever had. Er straalde een zwak, goudkleurig licht vanaf.
‘Is hij daarom zo klein?’
Mevrouw Bezemer knikte. ‘Maar hij redt het wel. Het enige is… hij is erg alleen, zonder andere draken. Hij lacht nooit.’
‘Kunnen draken lachen?’ vroeg Lily.
‘Zeker, meid. Als ze heel gelukkig zijn, glimlachen ze.’
‘O. Mist hij zijn familie, denkt u?’
‘Ja, dat denk ik wel.’ Mevrouw Bezemer aaide Draco over zijn kopje en zette hem terug in de glazen bak. ‘Op de donkerste dag van het jaar ga ik altijd met Draco naar de open plek in het bos, om acht uur ‘s avonds precies. Dan schijn ik met het licht van mijn medaillon naar de maan, in de hoop dat Draco’s moeder nog leeft en het ziet. Maar ik heb haar nooit meer teruggezien.’
De oude vrouw liep kreunend naar haar luie stoel en liet zich met een zucht erin vallen. ‘Nu ben ik te oud geworden om naar het bos te gaan. En vandaag is de donkerste dag van het jaar…’
Mevrouw Bezemer sloot haar ogen. Na een paar tellen deed ze haar ogen weer open, die ineens helderder waren dan eerst. ‘Wil jij misschien gaan dit jaar, kind? Jij hebt nog jonge benen.’
Lily dacht na. Het klonk als een spannend avontuur, maar ook behoorlijk eng.
‘Je hoeft niet bang te zijn, kind,’ zei mevrouw Bezemer, alsof ze haar gedachten kon lezen. ‘Draken doen niets. En ik geef je mijn medaillon van drakengoud mee, dat zal je beschermen.’
‘Oké,’ zei Lily aarzelend, want ze had geen idee met welke smoes ze ‘s avonds naar buiten zou gaan.
‘Het is al zes uur, ik bel je moeder wel dat je blijft eten omdat het zo gezellig is. En dat je daarna naar huis komt.’
Hoe deed ze dat toch? De oude vrouw leek precies te weten wat er in haar hoofd omging.
Diezelfde avond, nadat ze bij mevrouw Bezemer borrelende bruine bonensoep gegeten had die vreemd genoeg lekker was, liep Lily naar het bos. Ze droeg de keverketting om haar hals en had een donkerpaars, stoffen tasje met gaatjes erin meegekregen. Ze stak haar hand in de tas. Tegen haar vingertoppen bewoog een rubberachtig, kronkelend wezentje. Gelukkig, Draco zat er nog in.
Na tien minuten kwam ze bij het bos. Het zag er onheilspellend uit in het donker. Lily haalde diep adem en knipte haar zaklamp aan. Ze móést gaan, want dit was volgens haar buurvrouw de enige dag in het jaar dat draken durfden te vliegen.
Met grote passen liep ze over het bospaadje, tussen de hoge bomen door. Al snel kwam ze uit op een grote, open plek.
‘We zijn er,’ fluisterde ze, terwijl ze Draco uit haar tas haalde. Ze deed haar zaklamp uit en ging op een koude, gekapte boomstronk zitten met het kleine draakje in haar hand. Voorzichtig haalde ze de ketting onder haar jas vandaan. Ze hield de kever omhoog. Zodra de gouden gloed van de hanger het maanlicht raakte, straalde de kever een feller, bijna wit licht uit.
Lily wachtte. Ze keek naar Draco en glimlachte naar hem. Draco keek met zijn verdrietige ogen terug. Zo zaten ze samen. Seconden, minuten, misschien wel een uur.
Lily zuchtte. Ze bibberde van de kou. ‘Ik weet het niet, Draco. Misschien moeten we maar teruggaan.’
Ze stond op en wilde Draco net terug in de paarse tas stoppen, toen er een schaduw over het toch al donkere bos leek te vallen. Het begon ineens hard te waaien. Snel hield ze de hanger weer omhoog.
In de wind klonk een geluid. Het was niet echt een stem, meer een soort fluiten. Toch klonk er iets bekends in.
Draco.
Het leek alsof de wind zijn naam zei.
De schaduw werd groter en er volgde zo’n harde windvlaag, dat Lily haar gezicht afschermde met haar arm.
Meteen daarna klonk er een plof, en ging de wind liggen.
Lily haalde haar arm voor haar ogen vandaan.
Haar mond viel open. Voor haar stond een gigantische draak, zo groot als een huis. De draak boog zich naar Lily toe.
Het zweet brak Lily uit toen ze de hete adem van de draak voelde. Ze hield de hanger stevig vast, hopend dat die haar inderdaad zou beschermen.
‘HAAA!’
Lily sprong van schrik omhoog.
‘HAAA!’ klonk het weer.
Opeens had ze door dat het niet de gigantische draak was die schreeuwde, maar Draco. Zijn pootjes kriebelden in haar handpalm.
‘Sshhh.’ De grote draak blies sussend wat zwarte rook naar buiten.
Lily liet Draco los, die als een speer naar zijn moeder rende. Met haar neus knuffelde de draak haar zoon. Er gleed een traan over haar groene, schubbige wang.
Toen stapte Draco’s moeder naar voren. Lily verstijfde. De enorme draak streek met haar warme, rubberachtige neus tegen Lily’s wang. Daarna draaide ze zich om.
‘Wacht!’ Lily haalde het drakengoud van haar hals en strekte haar arm uit. ‘Hier. Van mevrouw Bezemer.’
Draco’s moeder liep langzaam terug. Lily haakte de ketting aan een van haar vuistgrote tanden.
De enorme draak knikte.
Lily aaide Draco nog een laatste keer over zijn kopje. ‘Dag, lieve Draco. Ik hoop dat je eindelijk gelukkig zult zijn.’
De kleine draak glimlachte en vloog toen weg, de duisternis in.
Gefeliciteerd met jouw winnende inzending, Charissa!