ย ย ย ย โHij komt niet meer terug,โ zegt Carla terwijl ze het koffiekopje op het aanrecht zet. โDat weet jij ook wel.โ
ย ย ย ย Frans trekt de mattenklopper van het haakje. Zoโn houten, met gevlochten riet.ย ย ย ย
ย ย ย ย โHij zei dat hij alleen even naar Den Bosch moest. Voor zโn moeder.โ
ย ย ย ย โZโn moeder is al vijf jaar dood.โ
ย ย ย ย Frans knikt langzaam. Carla draait de kraan open, draait hem weer dicht.
Op tafel ligt Ottoโs agenda. Er staat alleen “Maandag?โ in potlood. Geen naam, geen tijd.
ย ย ย ย โDenk je dat hij nog leeft?โ vraagt Carla.
ย ย ย ย Frans loopt naar de openstaande tuindeur. Op de drempel blijft hij staan. Aan de waslijn hangt รฉรฉn sok. Ottoโs sok.
ย ย ย ย โIk denk dat hij gewoon is doorgegaan,โ zegt Frans, met zโn rug naar haar toe.
ย ย ย ย โDoorgegaan?โ
ย ย ย ย โVerder. Zonder iets te zeggen. Zoals-ie ook kwam.โ
Die middag komt een vrouw langs. Ze heeft rood geverfd haar en een blouse met palmbomen. Ze zegt dat ze Otto kent van de repetitie.
ย ย ย ย โHij speelde bas. Maar het leek meer op slagwerk.โ Ze lacht kort. โHij had iets met volume.โ
ย ย ย ย Carla laat haar binnen. De vrouw herkent de agenda.
ย ย ย ย โMag ik?โ vraagt ze, wijzend op de agenda. Ze bladert erdoor maar lijkt niets te vinden wat belangrijk is.
ย ย ย ย โHij kwam bijna nooit op tijd,โ zegt ze.
ย ย ย ย โMis je hem?โ vraagt Carla.
ย ย ย ย De vrouw wendt haar hoofd af, zegt niks. Dan pakt ze een opgevouwen briefje uit haar jaszak, vouwt het nog een keer dubbel.
ย ย ย ย โMag ik dit voor hem achterlaten?โ
ย ย ย ย Carla knikt.
ย ย ย ย Ze schuift het onder de asbak.
ย ย ย ย Frans ziet het aan vanuit de deuropening, de mattenklopper nog in zโn hand.
ย ย ย ย Na haar vertrek wast Carla af.
ย ย ย ย โMisschien moeten we zโn broer bellen,โ zegt Frans.
ย ย ย ย โDie spreekt hij al jaren niet meer,โ zegt Carla.
ย ย ย ย Hij verbergt een kort moment zijn gezicht in zijn vrije hand en zucht.
ย ย ย ย โDan belt hij hem nu ook niet,โ zegt hij dan.
ย ย ย ย โLaten we in zijn kamer kijken,โ zegt Carla.
ย ย ย ย Zijn kamer ziet er niet anders uit dan normaal. Zโn jas schuin over de stoel, half afgegleden, รฉรฉn mouw deels op het zwart-geel geblokte zeil. Eรฉn handschoen op de vensterbank, de andere op het kastje naast het bed. Een halfvolle asbak. Een leeg pak havermelk zonder dop. In de la van het kastje ligt een zakmes met Ottoโs initialen. Carla pakt het op, probeert het open te vouwen. Het mes klemt.
ย ย ย ย โWat moeten we hiermee?โ
ย ย ย ย โNiks,โ zegt Frans. โIk ga naar beneden.โ
ย ย ย ย In de kledingkast ligt een rommelig stapeltje zwarte t-shirts. Het bovenste heeft een bleekwatervlekje bij de kraag. Carla pakt de shirts uit de kast om ze op te vouwen. Helemaal achterin, achter een oude zeepwikkel die nergens meer naar ruikt, ligt een doosje. Grijs karton, de hoeken versleten. Ze schuift het naar zich toe. Op de bovenkant staat met viltstift: โVerzameldโ. Binnenin zitten kaartjes met daarop geplakte uitgeknipte stukjes krant. Fotoโs. Van mensen die je alleen kent van de televisie. Op de achterkant soms รฉรฉn woord. โZachtโ โDwaasโ โWanneer?โ
Een foto toont een hand met een plastic bekertje, halfvol wijn. Een andere een hond met een opgetrokken bovenlip en platliggende oren.
Onderin ligt een notitieboekje zonder kaft. Op de eerste bladzijde staat in Ottoโs kriebelige handschrift: โDingen die blijven hangen maar niet blijven.โ
Ze leest de zin een paar keer. Weet niet of het de eerste regel van een gedicht is, of een opdracht aan zichzelf.
Ergens in het midden van het boekje staat haar naam. Alleen dat. โCarlaโ. Geen uitleg, geen context.
Ze legt het doosje terug in de kast. Als ze de shirts heeft opgevouwen, legt ze de strakke stapel ervoor. Ze sluit de kast, kijkt nog een keer rond en gaat naar beneden.
ย ย ย ย De volgende ochtend is de agenda weg. Het briefje ligt nog onder de asbak, maar de tekst is doorgestreept.
ย ย ย ย โHeb jij die agenda weggehaald?โ vraagt Carla.
ย ย ย ย โNee,โ zegt Frans.
ย ย ย ย โDe tekst op het briefje is doorgekrast.โ
ย ย ย ย โBriefje?โ
ย ย ย ย โDat van die vrouw van de muziekrepetities.โ
ย ย ย ย Hij kijkt haar met grote ogen en opgetrokken wenkbrauwen aan. โDan is hij vannacht hier geweest!โ
ย ย ย ย โOf iemand anders.โ
ย ย ย ย ย Frans loopt naar de tuindeur. Er hangt nog steeds รฉรฉn sok aan de lijn. Hij pakt de mattenklopper van het haakje en slaat ermee op het tuinbankje.
ย ย ย ย Stof waait op. Dat is alles.